Verbreek de Ketting niet! March 10, 2007
Posted by ideeflux in : ++, Syrion , trackback
Degene die ik zal worden is naar mij op zoek.
Degene die ik zal worden weet precies waar ik ben, hij zou ook wel naar mij toe kunnen komen, maar, dat zou tegen de stroom in zijn, tegen de ontwikkeling. De bedoeling is, dat ik zelf diegene vind die ik worden zal.
Ik hoef het niet alleen te doen. Hij geeft me aanwijzingen, fluistert me dingen in het oor. Laat me slapen, maakt me wakker. Hij is constant met me in de weer, wedergeboorte na wedergeboorte. Hij weet me altijd te vinden, is altijd zo verschrikkelijk blij als hij mij terugvindt. Soms kom ik hem tegen in een menselijke vorm. Op straat, in het theater. In de vorm van een man of een vrouw. De verpakking is niet belangrijk. De status van de persoon evenmin.
In dromen is hij bij me. Hij wiegt mijn hoofd. Neemt me mee naar een grote tuin omheind met cypressen. Vertelt me alles over de bloemen die daar groeien, de vruchten die ze zullen dragen.
Degene die ik worden zal is erg op me gesteld. Steeds schuift hij de juiste mensen binnen mijn gezichtsveld, de juiste gebeurtenissen, de juiste gevoelens, vreugde, teleurstelling. Als stapstenen over de woelige rivier van tijd en ruimte. Hij tilt mij op als ik weggespoeld lijk te raken door de stromen van de tijd. Hij zegent mij, balsemt mij, vermaant mij. Ik ben zijn lieveling, zijn oogappel, zijn reden van bestaan.
Ik word wie hij is. Zonder hem, zonder dat hij mij precies en nauwkeurig de weg wijst stap voor stap kom ik nooit aan en krijgt hij nooit gestalte. Blijft hij een droom. En word ik nooit diegene die ik bedoeld ben te zijn. Hij weet dat, hij weet dat hij volledig van mij afhankelijk is. Hij zal zijn omdat ik word.
Degene die ik worden zal, is op zoek naar mij.
Degene die ik was, ik moet hem leiden. Ik moet hem leiden, aansporen helpen, bemoedigen, steunen, confronteren. Ik moet er alles aan doen dat hij… Soms kom ik een vorige gestalte van mijzelf tegen. Iemand uit de tijd dat ik nog van alles moest leren, dat denk ik tenminste. Het is soms pijnlijk om te zien, hoe ik me voortbeweegt in wat ik vaak de middeleeuwen van mijn bestaan noem. Het is hard te verduren. Die afhankelijkheid, dat onbegrip, dat lijden. Ik heb de neiging om mij af te wenden, hem weg te duwen, te ontkennen. Hem in mij te ontkennen. ‘Ik ben hem niet!’, roep ik in mijn droom. ‘Ik ben hem niet. Ik was hem niet, ik wil hem niet zijn’.
Degene die ik worden zal krijgt tranen in zijn ogen. Hij wiegt mijn hoofd. Sust mij. Zijn tranen druppen op mijn wangen. Hij fluistert, hij fluistert rechtstreeks tot mijn hart, als een bezwering, als, ja als een van God gezonden boodschap, een influistering, een zegening. Reik je hand, de ketting mag niet verbroken worden. Als zij niet tot jou, dan jij niet tot mij. Verbreek de ketting niet.
Als ik wakker word ben ik geradbraakt. Er is iets met een ketting. Misschien dat ik mijzelf diezelfde middag nog laat insnoeren, laat slaan met een zweep. Ik moet terug, terug naar… Waar heb ik mijzelf verloren? Diep naar beneden moet ik, naar het onderste deel van de mijn, waar de stoflongen zijn en gebrek. Gebrek aan licht en lucht. Daar moet ik mezelf tevoorschijn halen. Ik graaf, ik vind. Geen teken van leven. Ik zeul mezelf op mijn rug, ik val, ik sta weer op. Ik val weer terug. Het is een eindeloze reis. Ik leg mezelf op de rug. Wis mijn mond schoon druk de mijne erop en adem uit. Nog een keer en nog een keer. Dan beweegt er iets, diep onder me rommelt het als in een vulkaan, als een vloedgolf. De mond spert open, snakt, spert, snakt… geluidloos eerst, dan geluid, dan het stromen van lucht.
Degene die ik worden zal is tevreden. Hij heeft over mijn schouder met me meegekeken. Ik voelde zijn baard kriebelen op mijn schouder. ‘Zo is het, zo is het’, hij fluistert het in mijn oor. Hij is blij, ik ben blij, degene die ik was is blij.
En… het zou een wonder zijn als u niet blij bent.
Comments»
no comments yet - be the first?