jump to navigation

De Smid van Blokkades April 7, 2007

Posted by ideeflux in : Buikspreker, ++ , trackback

Prins van Blokkades

Hij keek in de spiegel.
‘Prins van Blokkades’, onwillekeurig moest hij glimlachen. Hij vond het nog moeilijk zich deze geuzenaam helemaal toe te eigenen, en dat stak niet zozeer op Blokkades – die waren immers gesneden koek voor hem – maar meer op het woord Prins. Hij had zichzelf altijd makkelijk kunnen zien als de Schapenhoeder van Blokkades, of de Ingenieur, de Smid, de Rattenvanger van Blokkades. De Zwaan-Kleef-Aan van Blokkades.
Maar Prins, dat was nieuw. Het was nieuw voor hem om in te zien dat het hebben en creeëren van blokkades een zeker talent vereiste. En dat talent, ja daar waren vriend en vijand het over eens, dat had hij zeker. Niemand zou in de verste verte ook maar wagen dat te betwijfelen.

Waar de levens van anderen glad leken te verlopen, als soepele operaties, met militaire precisie gepland en uitgevoerd, of voort stroomden als een zacht kabbelend beekje door een grazige weide, daar verliep zijn eigen leven met horten en stoten, alsof hij zich voortbewoog op een wagen met… met vierkante wielen. Het was alsof hij, door de manier waarop hij zich in het leven bewoog de Blokkades als vanzelf tevoorschijn toverde.

Dat was bijvoorbeeld te merken aan de manier waarop hij sprak.
Hij wilde zo graag snel en welluidend en soepel, maar hij begon altijd eerst met horten en stoten en aarzelingen, tegenwerpingen bijna, als een motor die niet wilde starten en telkens afsloeg, alsof zijn woorden eerst met grote schepbewegingen een dam opwierpen, waar ze later dan, met een gezamenlijke inspanning van krachten weer door heen probeerden te breken, zodat ze, als dat uiteindelijk lukte, als een stortvloed over elkaar heenbuitelden, niet meer van elkaar te onderscheiden, onverstaanbaar als het grommen en het sidderen van een natuurverschijnsel, een lawine, een aardverschuiving. Mensen, dat merkte hij soms wel, werden daar bang van. Bang van dat onbeheerste, dat geworstel, opf dat gelaten zwijgende. Alsof het ze deed herinneren aan iets diep in hunzelf, waarvan ze het bestaan het liefst zouden ontkennen. Iets donkers, iets primitiefs, ongevormds. Een radeloos dier in een donkere kelder. Dan keken ze weg naar een punt ergens achter hem of ze probeerden van onderwerp te veranderen.
Maar vandaag was het anders, dat voelde hij. Hij keek in de spiegel in een vriendelijk, ontspannen, open gezicht. Hij had zich in het onmetelijke land van de waarheid een bescheiden woning aangeschaft, dat wist hij, en niemand zou hem daar ooit nog vandaan krijgen. De Prins van Blokkades, inderdaad ja.

Wat was dat nu precies, dat excellent zijn in dat waar anderen maar liever niet eens mee geassocieerd willen worden? Wat hield dat in, excellent zijn in, bijvoorbeeld, Blokkades…
Het meest in het oog springende aspect was toch wel dat hij er niet bang voor was. Niet meer. Hij was niet meer bang om te falen. Vroeger kon hij nog wel eens in paniek raken, maar die tijd lag ver achter hem. Want, hij kende ze immers als zijn broekzak. Blokkades waren min of meer zijn vrienden geworden.
‘Aha, Blokkade, I presume? Aangenaam. Ik ben Prins. Ik weet niet of je wel eens van me gehoord hebt, mijn volledige naam is: Prins van Blokkades’.
Hij stelde zich dan voor dat zo’n Blokkade opeens een kleur op de kaken kreeg, een verontschuldiging mompelde, en zich dan zo onopvallend mogelijk uit de voeten probeerde te maken. En dan, zo had hij zich dat voorgenomen, zou hij mild zijn. Hij zou ze laten gaan. Wat voor goeds zou het kunnen opleveren om een Blokkade achterna te jagen, te overmeesteren, tot een bekentenis te dwingen of tot volledige overgave?
Nee, hij, Prins, zou zijn titel eer aandoen en zijn voormalige kwelgeesten edelmoedig doch standvastig tegemoet treden, en zich niet verlagen tot dezelfde schurkenmethodes waarmee zij hem indertijd het leven zuur hadden gemaakt.

De Prins van Blokkades oefende nog een keer zijn nieuwe glimlach, sneed zich bij het scheren, stootte zijn hoofd, morste met de havermoutpap, struikelde van de trap, en kwam uiteindelijk net op tijd om te laat te zijn.

Maar – noblesse oblige – de Prins verloor zijn goede zin niet en de rest van de dag verliep in een verbazingwekkende kalmte, zonder ook maar iets dat in de verste verte op een Blokkade leek.
Uiteindelijk, u zult daarover niet verbaasd zijn, werd de Prins de liefdevolle, aandachtige, kalme en gelukkige persoon die hij in wezen al die tijd al geweest was. Hij had het goed met zichzelf en de mensen voelden dat. Ze waren graag bij hem in de buurt, ze zochten zijn gezelschap. En het mooie was, hij hoefde niet eens van naam te veranderen, want in Zijn aanwezigheid werden Blokkades Gidsen, Problemen werden Richtingaanwijzers en Haperingen Vrienden.

Comments»

no comments yet - be the first?