jump to navigation

U bent mijn Buigen May 2, 2007

Posted by ideeflux in : Politiek!, + , trackback

Hoofd

Misschien vindt u het vreemd, dat God steeds opduikt in deze regels.
Ik ben er zelf ook verbaasd over.
Dat Hij opduikt in deze regels, betekent dat dat God terugkomt in de wereld?
Misschien.
Als dat zo zou zijn, en als je er van uitgaat dat we niet weten wat God precies is, zou de terugkomst van God kunnen betekenen dat we weer een plaats gaan inruimen voor juist dat wat we niet weten, niet kunnen weten, dat wat we niet in de hand hebben, dat wat we niet kunnen controleren. Ruimte gaan geven aan het idee dat er iets is dat groter en wijder is dan ons eigen persoon, ons individu, iets waar tegenover wij klein zijn.
De terugkeer van God zou betekenen dat we durven te erkennen dat we niet alles weten. Het zou het einde betekenen van het tijdperk waarin de wetende mens, de redenerende mens oppermachtig was. De terugkeer van God betekent het einde van de heerschappij van het hoofd.

Natuurlijk, het hoofd heeft goed werk gedaan, ons goede diensten bewezen en we mogen hopen dat we ook in de toekomst nog veel plezier van het hoofd mogen hebben. Ten tijde van de revolutie die we de Verlichting noemen, was het met name het hoofd dat het licht had gezien. Het voerde ons aan in de strijd tegen de toendertijd heersende tyrannie, die van het geloof.
Het hoofd heeft aan de tijd daarvoor nogal wat frustraties overgehouden. De kwaliteiten van het hoofd werden ontkend, om niet te zeggen onderdrukt, ondergeschikt gemaakt aan dogma’s en ideeën, die de balken en muren vormden van het bouwwerk van de religie, dat een poging van de mens was om het onzegbare te zeggen, het ongrijpbare vast te leggen en het veel grotere te vangen. In die pogingen raakten wij uiteindelijk zelf verstrikt en de grote verdienste van het hoofd was dat het dat heeft doorzien en ons een uitweg heeft geboden. En sinds die tijd heeft het hoofd gezegd: ‘dat nooit meer. Als we onze vrijheid verliezen, dan zijn we terug bij af, terug bij de Middeleeuwen, wat God verhoede’.

De ironie van een revolutie is dat zij zelden de vrijheid brengt waarnaar gestreefd werd. De vrucht van een revolutie is vaak een nieuwe tyrannie.

Het hoofd werd de nieuwe koning. Vrij en zegevierend. Stralend van nieuwheid baadden de witte paleizen in electrisch licht.
Het was voor de eigen bestwil van de mens dat het hoofd zich opwierp als de beschermer van de vrijheid. Het hoofd kon immers denken, de rest van de mens alleen maar voelen en geloven en we hadden allemaal gezien waar dat toe geleid had.
Vandaar dat het hoofd steeds meer terreinen van het openbare leven begon te controleren. Natuurlijk, het geloof werd nog steeds getolereerd, en heel veel mensen namen hun besluiten nog steeds op hun gutfeeling of hun intuïtie, maar het was beter om dat niet te zeggen. Zo’n persoon werd dan gevraagd om een rapportje te schrijven met argumenten.
Hoofdmannen met aktetassen bevolken de straten van het rijk van het hoofd. Het hoofd communiceert met het rest van het lichaam via kranten en boeken, televisie en radio. Vrijheid, dreunen de media, vrijheid. De buik trok zich in, het hart ging wat zachter slaan.
Af en toe trekt het hoofd ten strijde en mobiliseert zijn legers. Het liefst loopt het hoofd te hoop tegen een vermeende vijand ergens in de buitenwereld. Dat is veilig, het leidt de aandacht af van het knagende gevoel van twijfel ergens aan de achterkant van het hoofd. Want niet alles gaat helemaal naar wens. Niet alles blijkt helemaal te controleren. Er zijn wat tegenslagen, zoals de eh… hoe heet het ook alweer, oh ja, de leefomgeving, natuurlijk erg belangrijk [het hoofd had helemaal vergeten dat het nog een lichaam had], de integratie… er zijn [ongehoord!] nog steeds gebieden op deze aarde waar de mensen blijkbaar nog steeds in de Middeleeuwen leven, en waar dientengevolge de hegemonie van het hoofd nog niet wordt erkend. Op elk terrein wordt gepoogd de vijand met woorden te verslaan, maar de woorden klinken hol. Er wordt veel gelogen. Het oude elan is weg. Het hoofd is aan het twijfelen geslagen.

De tragiek van het hoofd is natuurlijk dat het niet kan denken buiten zijn eigen kader, het kader van zijn eigen denken, het kader van het denken. Het kan zich geen beeld vormen van iets dat het niet kan [be]denken, het kan er eenvoudig niet bij dat er zich iets buiten het denken zou kunnen afspelen. De wereld die door het denken niet gekend kan worden bestaat eenvoudigweg niet voor het hoofd, ze wordt ontkend. Ze wordt niet alleen ontkend, maar zelfs gezien als een potentiële vijand. Want mocht er iets bestaan buiten dat wat ge- of bedacht kan worden, dan zou het hoofd haar hegemonie wel eens kunnen verliezen, of in ieder geval, haar grip op de realiteit, haar contrôle kunnen kwijt raken.

Er is iets gaande, het is nog heel subtiel. Het hoofd heeft het niet in de gaten. Er verschijnt geen bericht van in de krant, want het valt buiten het kader van het denken. Schoorvoetend is Hij teruggekeerd. Stil heeft Hij zijn plaats ingenomen. Niet als iets wat wij menen te kennen, maar als iets dat wij niet kennen, niet kunnen kennen, alleen kunnen erkennen. Erkennen als onkenbaar. Het hoofd zou die logica toch moeten kunnen vatten.
Als dat lieve hoofd zich nu maar zou buigen, dan zou het er achter kunnen komen. Alles zou anders zijn. Geen strijd meer. Geen revolutie. Geen pogingen tot onthoofding. Maar, het hoofd is stijfkoppig. Het hoofd is het hoofd. En zolang het hoofd koning is, zal het hoofd niet buigen.

Comments»

no comments yet - be the first?