jump to navigation

De Fontein June 8, 2007

Posted by ideeflux in : Dialoog met Zelf, ++ , trackback

Fontein

Niet wat ons beperkt, maar dat wat ons vrij maakt.
Niet wat ons doet huilen, maar dat wat ons doet zingen.
Niet wat ons teneerdrukt, maar dat wat ons groot doet zijn.

De oude Saghi Ali zat voor zijn hut.
Hij had nog slechts drie vingers, maar daar kon hij verbazingwekkend veel mee doen.
Dat wil zeggen: alles dat nodig was voor zijn eenvoudige leven.
Elke keer als het leven iets van hem had afgenomen, was dat vreemd genoeg een geschenk geweest. Het was alsof het leven hem elke keer een stukje lichter had achtergelaten. En nu Saghi bijna niets meer had, bijna niets meer kon zien en bijna niets meer kon ruiken, voelde hij zich rijker dan ooit tevoren.
De zon scheen in zijn tuintje. Alles was prachtig. Saghi kende elke struik of bloem, hij had ze immers met zijn eigen handen geplant, ze centimeter voor centimeter zien groeien. Hij had gezorgd voor water in tijden van droogte. Vervolgens had hij alles met bewonderende aandacht gadegeslagen. Hoe het groeide, hoe het ene leven het andere aantrok. Dat was eigenlijk alles. De rest was vanzelf gegaan en het resultaat was oogverblindend, majestueus, raadselachtig. Als Saghi in zijn tuin zat, was hij gelukkig. Dan zat hij tussen zijn vrienden.

Opeens hoorde Saghi een stem. Niet van een buurman, of van een vriend of van een toevallige voorbijganger. Nee, Saghi hoorde een stem van binnen. Daar schrok hij niet van. Hij was er aan gewend geraakt dat de stem van binnen af en toe tegen hem sprak.
Saghi glimlachte, stond op van zijn stoel, ging naar binnen en daalde de versleten trap af, naar de plaats waar de stem vandaan kwam.

Binnen was het net zo vredig als buiten. Het leek alsof de tuin die Saghi buiten had aangelegd zich binnenin hem ook uitstrekte. Alsof hij gelijktijdig binnen en buiten zijn planten verzorgd had.
Saghi luisterde.
Daar was het geluid van vallend water, het geluid van de fontein. De fontein die uit de bron kwam, de bron waar alle verhalen hun oorsprong in vonden. Daarom noemde Saghi het de Verhalenfontein. Hij zat graag bij de fontein. Luisterde naar de melodie van het water. Dan was het net of er iets sprak. Klanken werden woorden en woorden regen zich aaneen tot zinnen.

Je bent oud geworden Saghi, zei de stem. Kijk, je haar is grijs, je hebt nog maar drie vingers over. Je hart is vaak moe. Wordt het niet eens tijd om na te denken over dat wat je nog werkelijk in het leven zou willen doen, dat wat nog echt zou moeten gebeuren? Dat wat je niet ongedaan mag laten?

Wat is er dat er nog gedaan moet worden? De fontein herhaalde de woorden als een mantra, als een toverspreuk.
Saghi mompelde de weinige namen van de mensen die hij kende. Ben ik in vrede met alles en iedereen? Bij elke naam knikte hij, schudde zachtjes met zijn hoofd. Ja, ja. Alles goed. Alles van mij uit goed.
En alles van hen uit goed? Kan je gaan in vrede? De fontein sprak directer en dwingender dan hij ooit eerder gedaan had.
Nee, Saghi schudde resoluut zijn hoofd. Er waren een paar vrienden die hem niet zomaar zouden kunnen laten gaan, dat wil zeggen, dat er nog dingen waren die ze niet begrepen, die ze niet van Saghi Ali konden begrijpen en daarom niet konden accepteren.
Laat ze hier komen, die vrienden.

Zo kwam het dat ze even later met zijn vieren zaten. Met zijn vieren bij elkaar. De Voetballer, de Man met de Hamer en zij die meende een Brug te zijn en zich de Bloem van de Serre noemde. En dan was er natuurlijk Saghi zelf, met zijn drie vingers, die zich zag als een onderwater gestalte, als een Zwijgende Oude Karper.
Nu zaten ze weliswaar met zijn vieren bij elkaar, maar toch zat ieder bij zijn of haar eigen fontein. Elke fontein had natuurlijk zijn eigen geluid en zijn eigen kracht, maar het bijzondere was dat alle vier de fonteinen dezelfde oorsprong hadden. Ze onttrokken hun water aan dezelfde Bron.

Een tijdlang was er niets te horen dan het lispelen van het water. En het luisteren. Het luisteren was bijna hoorbaar. Ieder luisterde weliswaar naar zijn eigen fontein, maar ook probeerde ieder, door uiterste concentratie, te horen wat er vanuit de Bron tot hen gezegd werd.
Het was een mooie middag. De Bron sprak. Alles werd gehoord. De Fontein was tevreden, de vrienden waren tevreden en Saghi Ali was tevreden.
Hij kon de weinige gedachten die hij nog had tellen op zijn vingers:

Niet wat ons beperkt, maar dat wat ons vrij maakt.
Niet wat ons doet huilen, maar dat wat ons doet zingen.
Niet wat ons teneerdrukt, maar dat wat ons groot doet zijn.

Comments»

1. Christine - June 9, 2007

Mooi verhaal over de verhalenfontein. Dit kwam in mij boven ..

Wat ons beperkt is wat ons vrij maakt.
Wat ons doet huilen is wat ons doet zingen.
Wat ons teneerdrukt is wat ons groot doet zijn.

L gr, Chr.

2. ideeflux - June 9, 2007

Ja Christine!!
Erg mooi, veel mooier eigenlijk.
Meer waar ook.
Niet meer twee zaken, het één wat je wil en het ander dat je weigert, maar het één en het ander, door het ander.
Erg bedankt!!
Ik gebruik het, als je het goed vindt, voor een ander einde!!