Het Wiegende July 7, 2007
Posted by ideeflux in : Een nieuw Begin, ++ , trackback
Ik was zo lang naar hem op zoek geweest en nu ik hem eindelijk gevonden had bleek hij wartaal uit te slaan. Ik was niet eens teleurgesteld. Er gleed een glimlach over mijn gezicht, iets van zie-je-wel, ik had het altijd al gedacht. Hij ook, of… juist hij, Hij, Wij!
Ze komen dagelijks bij me. Ik ben zelf zo lang op zoek geweest. Heb zo lang met mijn staf op de rots gebeukt. Murw de staf, mijn arm, de rots, het beuken.
Nu komen ze dagelijks bij mij. De Pelgrims, met hun vragen, hun stokken, hun ideeën.
Ik stuur ze allemaal terug.
Naar hun zelf.
De world is a mountain. I shout. The echo comes back to me.
Wat is je raadsel? Ze vragen het allemaal. Er is er geen en bovendien, het is niet van mij, maar van hen. Er is niets hierbinnen. Ik ben op zijn best een echoput. Je gooit er wat woorden in en er komen wat woorden uit. Die laatste woorden zijn onverstaanbaar, wat ze betekenen hangt volledig af van jouw interpretatie.
De betekenis van deze wereld is van jou, is jouw daad, jouw creatie, jouw verantwoordelijkheid. Je vrijheid is mateloos en moeiteloos. Je baadt in de waarheid van je eigen idee over wat dit alles is. De betekenis van jezelf is van jou.
Er is niets zonder jou. Ik heb geen woorden zonder jou. Ik ben er niet, zonder jou.
Jij hebt mij gevonden, ik ben jouw creatie.
Het dansen ging stroef. de benen waren stijf, de muziek wilde maar niet in de maat vallen met zijn houterige bewegingen en toch genoot de oude man. Mmmmm. Hij neuriede met de muziek mee. Hmmmmm.
Alles. Alles hier aanwezig. Alles, Allah!!!
Er is niets te zeggen!!!!
Er is niets te zingen!!!!
Een lied van beginnen
een lied van eindeloos dwalen
een lied zonder einde
een liedje van waanzin
een lied zonder rijm
een lied dat op alles rijmt
Ik keek toe van een afstand. Ik weende, ik droogde mijn tranen, ik weende nogmaals. Ik was… verloren, reddeloos verloren. Teneinde geschreven, teneinde geleven, teneinde gezongen. Ik was aan het einde van mijn taal, mijn woorden, ik wiegde mijzelf heen en weer, heen… en weer… alsof mijzelf te sussen, genoeg te doen, een genoegen te doen, als een kind, als een wieg om het kind in mij. Ik wiegde mezelf, mijn lijf, om het kind in de wieg van mijn lijf te wiegen. Niet in slaap, maar in leven. Om het kind in mijzelf in leven te wiegen, wiegde ik mij.
Velen haakten af, anderen kwamen terug, gefascineerd. Het is mateloos boeiend vuur te zien, weerkaatsingen op een wateroppervalk, een kind dat slaapt, iets dat leeft, iets dat vanzelf lijkt te gaan.
Sluit mij niet buiten, ik bedoel, sluit deze in jou niet buiten, deze… zoekende, deze niet-wetende, deze alwetende, deze die steeds weerom van niets weet.
Deze in jou aldoor zoekende naar de bron, tastend, struikelend, vallend. Vindend door vallen. Die al struikelend zichzelf te binnen valt.
‘Toch nog gevonden!’ mompelt de oude dwaas op de valreep. Toch nog heil en zegen. Toch weer niets dan heil en zegen. Toch weer niet mogelijk geweest om uit heil en zegen te vallen. Toch weer blijken de armen van het vangen groter dan het vallen van het zelf.
Toch weer groter zegen dan ontwijding!
Waarom zou ik stoppen? Er is allang niets meer te zeggen of te zingen. De muziek is gestopt, de lichten zijn gedoofd. Alleen de oude man draait nog steeds. Je hoort het geluid van zijn pantoffels op de zanderige vloer. Zijn ingespannen hijgen.
Comments»
Dit verhaal ging misschien zo verder?
…..Uiteindelijk stopte de oude man, moegedanst. Hij had een glimp van zichzelf opgevangen in de spiegels, en vroeg zich ineens af: wat kwam ik hier eigenlijk doen? Hij wist het niet meer. Wat hij wel wist, is dat hij deze danszaal ging verlaten. Voorgoed. Nog even ging hij aan de kant zitten om kracht te verzamelen voor de terugreis.
Toen kwam er een vrouw binnen. Een meisjesachtige, maar niet meer jonge vrouw. Ze begon te dansen. Ze danste voor hem de Sema, de dans van de draaiende derwisj. Haar hoofd gebogen in overgave. Haar ene hand gevend, haar andere hand ontvangend.
In volmaakte balans wendde ze zich om de as van haar eigen hart. Ze danste in haar volle schoonheid, kracht en edelheid.
Hij herkende haar nu. Zij was de vrouw in hemzelf. De vrouw die stil op zijn huis had gepast als hij zich weer eens had verloren in deze of gene escapade. Ze kwam hem halen, niet voor het eerst.
Hij wist nu met zekerheid wat hij ging doen. Hij zou thuis de haard aan maken en samen met haar bij het vuur zitten. In het licht en de warmte van zijn eigen vlammenspel zou hij haar vragen hem eindelijk in te wijden in liefde en verbinding. In de stilte na de jacht, de dans en de woorden.
Saskia
Lieve Saskia,
bedankt voor je mooie en rakende woorden. Ik was eergisteren nog niet in staat ze te ontvangen. Ik moest blijkbaar eerst nog afrekenen met wat oude aspecten van mijn innerlijke vrouw, voordat ik haar schoonheid in me kon toelaten en herkennen.
Ook wilde ik daar zo persé mijn eigen woorden aangeven, dat ik de jouwe daarbij in de weg vond staan.
Ik moest ze eerst negeren om ze later, nu pas, werkelijk te kunnen ontvangen.
Wat kunnen we aan elkaar geven? Blijkbaar alleen maar dat wat de ander op een of ander manier al heeft.
Bedankt voor jouw inspiratie, je liefdevolle aandacht en je geduld!
Frans
Dag Frans,
Ik heb met genoegen je woorden van gisteren gelezen. Vond die innerlijk vrouw wel raak…
Zijn woorden daar niet voor, om elkaar uit te nodigen, ten dans te vragen?
En ontvangen, dat kost soms een beetje tijd.
Dus don’t worry.
Lieve groet,
Saskia