jump to navigation

Heilig de Zondag July 12, 2009

Posted by ideeflux in : Een nieuw Begin, + , add a comment

Heilig de Zondag

De sabbat, een sabbatical jaar, een sabbatical leven. Give way to the greater pull. Wat is werkelijk van belang, wat zou je absoluut nog gedaan willen hebben, gezegd, gelachen, gezwegen?

Vanwege het zondagsgevoel heeft hij een ietwat gekreukeld maar krakend schoon overhemd aangetrokken. De rest van de dag ligt navenant voor hem, een beetje gekreukt door de slaapplooien op zijn gezicht, maar kakelvers. Een dankdag voor het gewas, voor alles wat er is. Deze dag hoeft er – eindelijk – niets nieuws bij te komen. Deze dag is – eindelijk – genoeg aan zichzelf. Bij deze man, dit leven, hoeft niets nieuws meer aan te komen waaien, kleurige klederdrachten, vreemde oude gebruiken, talen, de eigenheden waarin een cultuur uitdrukking geeft aan zichzelf. Zelfs de ontmoeting met een verlichte persoon staat niet meer zo hoog op de toch al afwezige agenda. De ontmoeting met die wijze kan hoogstens nog een innerlijke tegemoetkoming zijn, een innerlijk buigen voorbij zelfgenoegzame stramheid.

Heilig de sabbat, de woestijn, de kale vlakte, het niemandsland, het ongeboorte. Heilig de rots, het droge wachten, het niet-meer-wachten, het zijn-wachten, het zijn. Het meer van zijn dat ligt te wachten, dat altijd en overal dichtbij is als de volgende ademhaling. De volledige vervulling die binnen handbereik is, maar paradoxaal genoeg juist met het reiken er naar op afstand gezet wordt.

Of ik Levenslust? July 11, 2009

Posted by ideeflux in : Dialoog met Zelf, + , add a comment

Lenvenslust

Dit heeft me vaak geholpen, dus waarom nu niet weer geprobeerd. Wee gevoel, in de elleboog, de knie, de nek. Zelfgestelde diagnose over een zelfgecreëerde werkelijkheid. Niet zozeer de wil om gezond te worden maar wel om te ontsnappen aan dit zelf.
Niet zozeer kiezen voor leven, maar voor het sussen daarvan, het uitdoven, het eeuwig sluiten van compromissen ter wille van de lieve vrede, en dan de hele wereld, die je daarmee uitnodigt om als een luis op je zere hoofd te komen wonen, vervloeken.
Ik wilde meer, meer van iets nieuws, iets fris, de verlokkingen van de verte kortom, maar toen ik aankwam bleek het enkel meer van hetzelfde. Oh gladstrak staalblauw meer omzoomd door de prille lichtgroenheid van berkenbomen. Belofte van wat nog gaat komen, meer van de eeuwige jeugd, van het naar voren schuiven, van het oplossen door door te sturen naar later, naar anders, naar nieuwe vorm.
Ik ben nu onverhoeds in het spinnenweb van mijn trage zelf terechtgekomen. Niet zonder reden natuurlijk. Ik vertraag mijn stap tot ik omval, spin mijzelf in, maak een klein gaatje bij mijn nek en zuig zo de laatste levenssappen uit mijzelf weg, laat mijn lichaam als een verschrompelde lege zak achter.
Laat de kwaliteit van het resultaat dat je uiteindelijk wil bereiken, sturende zijn aan het proces dat je moet doorlopen om dat resultaat te boeken. Met andere woorden: als je iets moois wil, laat schoonheid dan je gids zijn. Als vrede je doel is, dan moet vrede je weg zijn. Als gezondheid je doel is, harmonie, liefde, laat deze drie koningen dan de juiste ster vinden, en volg die ster.

Wie is diegene die zich gelukkig meent te prijzen met de levenssappen die hijzij zo arglistig, zo genadeloos aan mij ontfutseld heeft? Die persoon ben ikzelf, natuurlijk. De uitleveraar – de compromissenmaker – en de uitzuiger zijn precies dezelfde figuur.
De eerste wil vrede tegen elke prijs, wil daar zelfs de hoogste prijs voor betalen, de tweede wil een gratis ritje naar het paradijs.

Ik laat het maar even staan zo, in disharmonie. Twee noten die elkaar nog niet kunnen vinden. Laat het toonverschil, laat de discrepantie, het kleurverschil, het verschil van mening nu maar eens mijn leidraad zijn, mijn proces bepalen. Als ik me niet vergis, is dit mijn nieuwe ster. Wat zou het kind kunnen zijn dat zich in dit badwater verscholen houdt, waar zou een proces van het benoemen van de tegenstellingen toe kunnen leiden? Laat het duidelijkheid zijn, laat het waarheid zijn, moge het gezondheid, vitaliteit en levenslust zijn.

Nachtleven July 4, 2009

Posted by ideeflux in : Droom en Werkelijkheid, + , add a comment

Nachtleven

Ik ving een nachtvlinder in mijn koplampen. Wij waren volledige vreemdelingen voor elkaar, ik in mijn machinewezen en dit dartelend vrije in de avondlucht.

Ik kan zien, maar ik ben ook blind. Ik ben voornamelijk een blinde en daarnaast kan ik ook nog zien. Mijn lichaam is als een blinde mol in de duisternis, het voelt zich een weg, het voelt zich een leven als een worm in een appel. De tempel van het lichaam is het voelpaleis, het voelparadijs, het zijnswezen. Het lichaam is altijd met gesloten ogen, naar binnen luisterend. Omat ik met mijn ogen het lichaam kan zien meen ik dat het lichaam zelf kan kijken, dat het zichzelf in licht baadt.
Ik heb nog steeds de onhebbelijke gewoonte om, zoals dat heet, vrouwen met mijn ogen te verslinden. Het is een rudiment uit een vorig leven waarin ik min of meer door mijn libido bestuurd werd.

De handen van de blinde vrouw masseerden mijn schouders maar reikten diep in mijn lijf, rechtstreeks naar mijn lust, mijn sluimerend verlangen. Er was onmiddellijke aanraking en herkenning, de brand sloeg uit, maar toen ik me omdraaide en naar haar keek, blusten mijn kijkers, mijn ogen, de afstandshouders van de ziel, de dienaars van de rechterlijke macht van mijn zogenaamde bewustzijn, ogenblikkelijk het lichaamsvuur. Ik zag haar blinde ogen en ontkende bij hoog en laag dat ik haar gekend had, ik loochende onze diepe verwantschap, onze gelijkheid, onze vriendschap, het diepe weten van mijn blinde lichaam.

De nachtvlinder lichtte helwit op in de koplampen, maar waarschijnlijk was ze grauw. Ze was één met de avondbries en de lichtgevende velden onder een donkere hemel. Ik was een vreemde in een niet-voelend lichaam met ogen op steeltjes.

De Zuidkant July 3, 2009

Posted by ideeflux in : Het Mompelen, + , add a comment

Heden

Het lijf is verrassend moe. Moe omdat het uitbundig meegedaan heeft aan de upswing van zomer, verrassend omdat het zo levendig voelt, de moeheid voelt levendig.
Dat zal straks ook zo met de dood zijn. Hoe verrassend levendig, wat een upswing, wat een verrassing.

Hij had het hele proces doorlopen. Het ouder worden, de gebreken, een ziekte hier en daar, het besef dat het niet lang meer zou duren, het besef dat de tijd was gekomen. Geen spoor van emoties. Waarom ook. Het voelde zo bekend, zo herhalen van het reeds gedane doen, dat het op hem over kwam als een dan wel geen dagelijkse, maar dan zeker toch wel levenlijkse routine. Het lijf houden, vasthouden en dan loslaten, vliegen zonder vleugels, doorschieten in dat wat niet is.
De herinneringen, het geboortekanaal waardoorheen zelf zovaak in opperste vervoering op en neer, althans gedeeltelijk, dan het uitbarsten aan de oppervlakte als een luchtbel, als een zwemmer vanuit grote diepte, openspattend in licht en weidsheid. Het altijd geweten hebben daarvan. De vergeefsheid van alle onzin die hemhaar in de weg had gestaan zwaaide en juichte als een massa vage bermtoeristen langs de snelweg naar glorie.
Waarom al die tijd wachten? Waarom al dat wat toch verloren gaat nog meegesleept? Waarom niet nu reeds bevrijd overgaan tot het ontmoeten in diepte, tot het zijn in vrijheid, tot het grote rusten, tot het enkel doen van dat wat toch al gedaan wordt. Waarom niet nu in vrede zijn met al wat die vrede lijkt te bedreigen, waarom de handdoek niet in de ring gegooid, waarom het moede hoofd niet te ruste gelegd, de O van overgave met overgave uitgespeld, uitgezongen?
Wij wonen aan de zuidkant van het leven. Altijd zon. Regen op bestelling.
’S nachts eten de reeën de knoppen van onze tulpen. Zoo vredig, zo ongehoord.
Wij denken dat alle ontmoetingen die er zijn via ons lopen, ons als persoon, ons als mensensoort. Wat een ijdele vergissing! Alles ontmoet elkaar buiten ons om, constant, de hele tijd, altijd en overal. Wij zijn er alleen slechts af en toe getuigen van. Zoals die keer dat ik in de diepzwarte nacht een ontmoeting zag tussen een paard en een kat. De zwarte kat was van een draaiende aanraakbare dichtbijheid vlakbij het hek, terwijl het paard af en aan galoppeerde, de grond allemachtig deed dreunen en klonten aarde van onder zijn hoeven weg deed wegspringen. Ik was verbijsterd, vernietigd, verkleind. Voor even tot ware proporties teruggebracht.
Dat is precies wat er vanavond gaat gebeuren, morgen, overmorgen, wanneer het mijn tijd is. Tot ware proporties terug gebracht en daardoor oneindig. Want dat wat zijn ware proporties heeft vindt zijn einde niet, is oneindig groot in haar eigen tuin, leeft voor altijd in haar eigen tijd.
Wij zijn schaaldieren, knikkers die elkaar enkel op bepaald punten kunnen raken. Op die punten gaan werelden volledig vloeibaar in elkaar over. We lijken knikkers maar van binnen is het gelei, soep, stroom van gedachten. Ik kluts mijn eitje. Ik maak een omelet met van alles erin. Mijn bomen groeien tot aan de hemel, zij hebben geen keus. Alles vindt magistraal de juiste richting. Ik sta erbij en kijk ernaar, met open mond, het is verbazingwekkend dit majesteitelijk langzame vuurwerk, dit trage stollen dit voortdurend smelten, dit onophoudelijk tot stand gebracht worden.

Dit Branden June 20, 2009

Posted by ideeflux in : Gedichten, + , add a comment

Branden

Als je goed keek kon je zien
dat elke dichter zich omringd had
met een lichtkrans van klanken
waarin hun vragen
als meeuwen
het fragiel kantwerk borduurden
van hun conversatie
met het veel grotere
dat zwijgend als altijd
om ons heen stond

wij applaudisseerden
als waanzinnigen
voor hun durf en elegantie
voor het stuntwerk
waarbij de één
het donker ontstak waartegen
het licht van de ander mocht schijnen

een vreugdevuur
van menselijke lichamen
brandend als fakkels
in het volle besef
dat niets van dit alles
bewaard zou blijven

Dat er niets is in deze grote lege ruimte
dan dit gezamenlijke branden

Vrede June 14, 2009

Posted by ideeflux in : Dialoog met Zelf, Een nieuw Begin, + , add a comment

Vrede is

Ik ben naar deze plek toe gezwommen en jij bent daar toevallig ook. Dit hier is het. Dit is het geluid van one hand clapping. Dit is altijd het geluid van die ene hand. Ik en de wereld zijn twee gezichten van dezelfde.

Wij ruimden het huis op van een vriendin die zich heeft moeten laten opnemen. Het is een lief huis. In het huis zelf is niets te vinden van wat in haarzelf huist, van wat in haar zoveel onrust veroorzaakt. De wereld is in vrede, maar hoe komen we tot die vrede? Hoe kunnen we dat wat in ons de toegang tot die vrede belemmert uit de weg ruimen? Of overkomen?
Er is niets te bevechten, er is niets te bereiken.

Degene die in vrede is kan nauwelijks enige aanwijzing geven aan degene die nog onderweg is. Hij of zij kan enkel het licht van vrede uitstralen en zodoende een baken vormen voor degen die ernaar op zoek is.

Wij zijn deze beiden. Wij zijn degene die vrede gevonden heeft én degene die ernaar op zoek is. Wij kunnen enkel, in onszelf, het licht van vrede onsteken, om die eeuwige zwemmer in de duisternis op koers te houden. Wij zijn tweemaal van belang, tweemaal zinvol aanwezig. Onze zelfverloren vriendin vraagt aan ons een baken van vrede te zijn. Haar vragen roept ons antwoord in leven. Haar vragen is onze vrede.
Precies zo vraagt onze onrust aan ons om vrede te zijn.

Het gaan naar vrede is vrede. Het gericht zijn op vrede is vrede. Het ontsteken, het hooghouden, het zien van het licht, het er naar toe zwemmen ervan, dat allemaal is vrede.
Het gezicht van vrede voor ons zien is vrede.
Er is geen afstand tussen het zien van vrede en het zijn ervan, tussen het bedenken van vrede en vrede zelf.
Op weg gaan naar vrede is er aankomen.

Heel June 6, 2009

Posted by ideeflux in : +, Het Hart Helen , add a comment

Heel

Wat wil hij? Wat wil het? Waarom woorden vangen, waarom wat vrij rondzweeft in woorden teneergedrukt?
Ik vroeg het aan de boom.
Dit is het spel mijn vriend. Ik doe precies hetzelfde, ik groei takken en bladeren, stam en wortels uit het bijna niets, dan laat ik mijn bladeren weer vallen in diezelfde bron, enzovoorts tot ik er zelf met huid en haar weer in verdwijn.
Dit is het spel van creatie, van wortelen en ontwortelen, van worden en ontworden, van woorden, verwoorden en ontwoorden. Van vragen en antwoorden.

Wij zwegen, we zeiden lange tijd niets. Ik leunde tegen een boom die er niet was, ik sloot mijn ogen.

Ze waren naar het meer gegaan, de vrouwen. Er is zoveel leed opgesloten in de wereld, gevangen in de wereld als een verwoestende huilbui, een donderwolk. Die wereld is in ons, die wereld is buiten ons, wij zijn die wereld. Wij lopen een pad naar binnen, wij lopen een pad naar de rand van het meer.
Vroeger, misschien wel eeuwen geleden, had daar een huis gestaan. De man die er woonde was zo arm geweest dat hij vaak niet in staat was zijn vier kinderen te eten te geven. Slechts af en toe daalde er iemand af naar het rand van het meer beladen met voedsel om de ergste honger te stillen.
Op een dag was, in zijn bootje op het midden van het meer, berustend in radeloosheid, verzwakt, geknakt, de maat vol geweest. Eerst nog het ritueel geworstel met water, maar al gauw daarna het water halen met grote gulzige teugen rechtstreeks de longen in, in een vertwijfeld korte poging weer terug kieuwen te groeien, weer vis te worden. Dan, losgeraakt van de stam, daalde zijn blad in trage cirkelgang van vrede naar het almaar duistere hart van het water.

In ieder van ons is iemand verdronken, wij hebben allemaal op onze tocht naar vrede kinderen in wanhoop moeten achterlaten.
Daarom dalen wij af naar de rand van het meer. Wij zingen voor hem of haar gevangen in het verdriet van de aarde, wij zingen voor onze eigen hopeloosheid, omdat wij zelf achtergelaten zijn somtijds, wees geworden, overmand door verdriet.
Wij zingen dat verdriet los in onzelf. Wij bevrijden het leven dat gevangen zit in dat verdriet, met de kracht van de vrouw die opent, wijder maakt, verwarmt, met de kracht van de man die sluit, bevriest, op slot doet. Wij openen de aarde, de wond, wij zingen de aarde open. Wij sluiten dat wat pijn had in ons hart, wij geven het onze tranen, wij doorhuilen ons verdriet, wij koelen onze woede, onze razernij. Dan liggen wij zwaar ademend ruggelings in de armen van wie ons draagt, ons terug kracht geeft, ons ruggegraat en huid doet groeien. Ons weer op slot zet, afrondt, heel maakt. Wij zeggen dat wij de aarde helen, maar de aarde was al die tijd al heel. Zij heelt ons.
De aarde is ons lichaam, zij bewaart onze tranen in liefde tot wij zelf in staat zijn ze te huilen.

Het Baren van Zorgen May 16, 2009

Posted by ideeflux in : Het Mompelen, + , add a comment

Het Baren van Zorgen

Ik zie je of tenminste, ik meen je te zien. Waar ik het met je eens ben, ben je mijn inspiratie en waar ik het niet met je eens ben, ben je ook mijn inspiratie. Ik zie een insect dat eieren legt waaruit dat wat hem om zal brengen geboren gaat worden.

Jij wordt door het eigen imaginaire bergvolk bereden, dat wil zeggen, je lijdt aan datgene wat je met je eigen fantasie hebt geschapen, je wordt door de goden – die je nota bene zelf gecreëerd hebt – op de huid gezeten. Je hebt ofwel een goeie God die je als een roze wolk van de aarde probeert los te weken. Telkens spring je naar haar op, je vliegt een tijdje op haar wieken, baadt in haar licht, om even zovaak een eindje verder uit haar omlaag te storten en neer te komen in een vreemd land waar je de weg niet weet. Of je God is zo oppermachtig dat hij het leven hier op aarde ondragelijk maakt. In je fanatieke geloofsijver span je je in om anderen hetzelfde juk op te leggen als dat waar jij onder gebukt gaat.
Het moment dat je sterft is van al deze zorgen niets meer te vinden. Ze zouden bij wijze van spreken je hersenpan kunnen openen en daar niets aantreffen van wat je zoveel zorgen gebaard heeft.

Eerst was ik zenuwachtig en was dat mijn zorg. Toen ik niet meer zenuwachtig was begon ik me pas werkelijk zorgen te maken.
De afwezigheid van zorgen is een grote zorg. Wie ben ik zonder mijn rugzak vol zwaartekracht.
Iets moet hier niet in orde zijn.
Deze zin als leidraad voor een leven, als creatieve handleiding voor het scheppen van moeilijkheden, het scheppen van zwaarte, het scheppen van materie, het scheppen van leven zoals wij dat tot nu toe gekend hebben.
Leg ik mijn leven langs de objectieve maatlat van zorgelijkheden dan kan ik werkelijk niets zorgelijks ontdekken.

Een Stap Vooruit May 1, 2009

Posted by ideeflux in : Dialoog met Zelf, + , 1 comment so far

Een Stap Vooruit

Slechts even de tijd hebben en dat toch meer dan genoeg laten zijn. Met de toverstaf van het nu in het rondzwaaien, alles aanraken, alles innerlijk aanraken, tot leven wekken, mezelf wakker kussen. Geen vrees meer hebben door niet meer vast te houden aan het kleine zelf.

Ik was boos geworden. Eerlijk, het voelde als een bevrijding, als waarheid in actie. Mijn lijf zinderde, ik zat rechtop op mijn paard in mijzelf. Fier, ontdaan van achterbaksheid.
De volgende dag als de weeromstuit kwam de twijfel, het oordeel. Mag hij zichzelf in die mateloosheid aan de wereld geven. Kunnen zij dat aan. Waar in hem komt dit vandaan. Kan hij nog van zichzelf houden. Kunnen zij nog van hem houden. Daar staat hij weer aan de rand van de groep.

Open the backspace now. Open je rug naar de boom, de muur, kijk met je rug-ogen diep in de nacht van het verleden, daar waar de levens van allen voor ons zich bevinden, de goden, hun daden, hun wijsheid, alles wat ooit gezegd en geleefd is. Verbind je met dat alles, doe een stap voorwaarts en blijf innerlijk verbonden met het veel grotere terwijl je spreekt vanuit die plek.
Ik kan niet voor de anderen zorgdragen. Als ik in mijn daden de goedkeuring van anderen probeer in te bakken kom ik tot niets, komt het tot niets. Om mijn eigen stroom te volgen moet ik bereid zijn tegen die van hen in te gaan, tegen de stroom in mij die wil dat ik denk vanuit hen. Ik vertrouw mijzelf mijn weg te zullen vinden en de anderen vertrouw ik ook. Ik vertrouw dat de anderen hun weg ermee zullen vinden.
Mijn boosheid bestaat uit het achterhouden van mijzelf. Omdat ik mijzelf in waarheid geef hoef ik niet meer boos te zijn.

De Grote Appel April 18, 2009

Posted by ideeflux in : Bericht van het Dak van de Wereld, + , add a comment

Verlichting

Wat zal het zijn? Ik scan de horizon, binnen en buiten, het lijf, de wereld, het zijnswezen. Dit is het wat er is. Het is geruststellend veel en weinig. De ademhaling in deze. De ademhaling waarenzonder niets is. Niets in deze Wereld is ooit aanschouwd zonder deze ademhaling. Deze fluistering, deze influistering. Door deze ademhaling, deze trage golfslag, dit bewegen van lucht wordt de wereld beademd, aangezogen, gezongen. Het grote hemellichaam dat allen beademt, de kleine containers van lucht die wij bij ons dragen en door haar worden volgepompt, leeggepompt en weer vol. De grote moeder die ons steeds van lucht voorziet.
Ik sta er bij, ik ben er bij. Ik aanschouw. Ik doe. Ik doe mijzelf, ik doe de wereld. De wereld doet mij. Wij doen elkaar. Graag en minder graag. Altijd in zekere mate graag.
Wij beademen elkaar. In, uit.
En nu wat? Gewoon maar eens kijken hoe ik door de dag beweeg. Hoe de dag zich om mij heen beweegt, zich om mij heen plooit. Zich om mij heen wentelt en draait. Wat voor bekende of onbekende tunnel ik in het totaal van zijn uit zal graven. Ik ben een worm in een reusachtige appel. Ik kan alle kanten uit, maar ja, ik heb mijn gewoontes, mijn voornemens en de grote appel heeft zijn nukken.
Wat is nu eens aardig om te doen? Wie zal ik voor de aardigheid vandaag eens zijn?