Wie Weet? May 19, 2009
Posted by ideeflux in : Dialoog met Zelf, +++ , add a comment
Wie weet welke woorden waarheid willen? Waarom wijze woorden waarachtig wijzen?
Ik zocht mijzelf te bevrijden uit een web van woorden. Ik riep andere woorden te hulp, zoals heggenschaar, bijtel, cirkelzaag. Maar u weet hoe woorden zijn, ze laten niet af, ze zijn af en aan. Zelfs onder de woorden lijken zich woorden te bevinden.
Ik ben er pas sinds kort achter dat ik alles doe vanuit angst, misschien niet direct vanuit angst, maar wel met angst als basis. Ik doe alles met een basisgevoel van angst, van zenuwachtigheid, nervositeit, onbehagen, faalachtige gespannenheid, onzekerheid, onveiligheid. Vanaf zo lang als ik mij kan herinneren is dat gevoel mijn metgezel. En juist omdat het er altijd was heeft het zolang geduurd voor ik er achter kwam dat het er was. En nu wil ik het niet meer.
Ha, ha! Ogenblikkelijk klinkt er hol gelach.
Dat wat je niet wilt groeit door de aandacht die je het geeft.
Ik voel het in mijn buik. Zij zwelt op.
Een nerveus paard in een te kleine weide.
Ik ben niet dat paard. Ik ben die weide.
Ik maak mijzelf weider, wijder, tot over de horizon zo wijd.
Het paard freakt out, galoppeert, steigert, slaat met de achterbenen, net zoals Pico destijds op de binnenplaats van de manege, centre court van mijn angst.
Nu vermoeit en vermijt het zich in eindeloze draverijen, het afrollen van zand- en grashellingen, het slobberen van helder water. Zie het oog diep begroeid met mossen de hemel weerspiegelen. Grazen met de bek, het gras kort boven de grond afscheuren. Uit enkel gras en water zo’n fantastisch paardelijf opbouwen. Dat kan alleen een paard.
Ik ben zelf ondertussen geluidloos vertrokken. Tot voorbij de horizon. Het paard is niet meer dan een teken van leven, van levenslust in een eindeloze ruimte.
Dat is meer dan genoeg ik en zelf voor mij.
Wij laten het zo, wij zagen dat het goed was.
Wij verlieten onszelf omdat het er te benauwd was, te klein, te bedompt, te afgesloten.
Wij vonden onszelf aan de andere kant, weidser, groter, nauwelijks hoorbaar ademend. Het paard van aanwezigheid, van alertheid, snuift de precieze schoonheid van alles te voorschijn.
Wij begrijpen eerlijk gezegd niets van wat wij, het paard en ik, geschreven hebben, en toch voelen wij ons beter. Juist daardoor voelen wij ons oneindig veel beter.
Zo Moe[t het?] May 10, 2009
Posted by ideeflux in : Een nieuw Begin, +++ , add a comment
Het verhaal mist weliswaar innerlijke logica, maar juist daardoor raakt het aan de waarheid. Iemand waarvan de argumenten aantoonbaar onjuist zijn kan niettemin gelijk hebben.
Ik was zenuwachtig. Ik was tot brakens toe nerveus. Ik kon met mijn wal het schip niet keren. Daarom vaar ik niet meer. Ik vaar niet meer uit naar verafgelegen havens. Ik heb mijn schip op het droge getrokken, ik inventariseer de averij die ik heb opgelopen, ik rust.
Het zijn allemaal woorden, ik weet het. Licht als de lucht, wendbaar, afzienbaar. Hij creëert zijn eigen angsten door er voor weg te lopen, door de weerstand te voeden tegen dat wat er is.
Ik vraag aan mijn braken, mijn baken, mijn vraagbaak, waarom, hoe voel je je, wat is het dat je me wilt zeggen?
Het antwoordt simpel: je dwingt mij dingen te doen die ik niet wil doen. Je doet dat de hele tijd, mijn hele leven al val je me lastig met verwachtingen van anderen of jezelf. Leave me alone, ga buiten spelen.
Zou ik nooit meer zeilen om de klippen te vermijden, de tegenstromen, de windstiltes? Of zou ik toch nog leren te dansen met die zaken, die dingen, die innerlijke gestaltes?
Wij lagen in het gras, jij en ik, als een onmogelijkheid. Ik voelde me eindelijk weer eens groeien op de plek waar het zo lang stil was geweest, maar behendig en wijselijk weken we uit naar mijn droom.
Ik reed in mijn glanzend felblauwe bestelwagen, slordig, gehaast. Bij de ingang van de parkeergarage schampte ik het linkerportier tegen de deurpost. Even later nam ik een bocht te ruim en met auto en al dook ik anderhalve meter omlaag; ik reed nog wat snelle rondjes om te kijken of alles het nog deed.
Toen was ik opeens vanaf afstand aanwezig. Ik keek toe hoe ik de auto verkeerd parkeerde. Hoe ik gestrest, nonchalant opnieuw parkeerde. Ik zag hoe, toen ik uitstapte en de achterdeur open deed er allerlei zaken op de grond vielen.
Ik liep van achteren op mezelf toe, op mijn pijnlijk gestreste zelf. Ik legde mijn handen op mijn voeten, omarmde mijn benen, mijn hele zelf. Ik nam hem, mij, in mijn armen. Ik omhelsde, verwarmde, berustte.
Mijn hele leven, ik ben er zo moe van, zo oneindig moe… steeds weer voldoen aan wat ik denk dat ik… daarbuiten is zoveel zorgeloos leven, zoveel zijnsleven, zoveel geboren worden en sterven.
Ik houd mijzelf in mijn armen als een verlepte bloem, als een karkas, als een lege doos, een omhulsel.
Ik word omarmd als door de lentewind, een moeder, een geruststelling, een graf, een heuveltop.
Ik – als altijd – met mezelf April 12, 2009
Posted by ideeflux in : Vanuit de Schaduw, +++ , add a comment
Ik werd wakker in een vreemd land, in een vreemd lijf. De maan keek laag en strak mijn kamer binnen als een witte oogappel in een donker oog. Ik trachtte mezelf te vinden op de plaats waar ik me de vorige dag had achtergelaten, maar mijn levenslust – lees mijn geilheid – lag buiten handbereik. Ik bevond me op een andere plaats in mezelf, maar daar waren de deuren nog niet open, daar had ik mijzelf zogezegd nog niet ontsloten.
De weg vinden in een landschap zonder polariteit, zonder zuigende trekkracht, zonder richtinggevend verlangen.
Nog vrijer worden.
Ik probeerde terug te grijpen, maar niets hielp. Ik moest en zou met onzekere pas vooruit blijven gaan, buiten de begaande paden treden. Ik kijk op om dan tenminste ergens vandaan een vorm van leiding te vinden en gaap weerom recht in het gezicht van maan. In haar aangezicht, haar weerkaatsgezicht, haar blinde allesziende maangezicht. Zonder aanziens des persoons. Niet persoonlijk is zij en toch, of juist daarom, ook mij persoonlijk volledig omvattend. Zij straalt in mijn hart, in mijn wezen, mijn zijn. Zij straalt bij mij naar binnen, waar een ruimte zichtbaar wordt, zacht glooiend bebost, open. Het landschap van mijn jeugd, de eeuwige jachtvelden – ik heb er paardgereden.
Er zijn zoveel plekken geweest waar ik met mezelf alleen liep, steeds weer alleen liep. Niet teloor, maar verloren gevonden, mezelf gevonden in teloor lopen. Mezelf in die alleenzaamheid teruggevonden, mijzelf herkenend in die boom, dat stadsdeel, die brug. Dezelfde passen in dezelfde schoorvoetende nieuwsgierigheid. Voortgedreven door enkel de gewoonte om een volgende stap te zetten.
Ik zie mezelf daar lopen en kom mezelf daar tegen. Steeds weer. Gisterenavond nog, terwijl de anderen praatten over god-weet-ik-wat. Ik nam mezelf naar buiten of mijn voeten, mijn benen deden dat. Ik probeerde eerst nog even met de kinderen te spelen, maar zij hadden meer dan genoeg aan zichzelf. Toen liep ik om het huis heen en daar vond ik me. Zittend in een stoel, luisterend naar het vallen van de avond, de merels, het bronstig hert.
Ik kan mijzelf niet scherper definiëren dan de vager wordende schaduwen aan het eind van een warme dag. De wereld die de tijd nog even rekt met geluiden. Dan de nacht. Nu het doodshoofd van de maan.
De Elegante Omweg April 10, 2009
Posted by ideeflux in : Het Vernietigen, +++ , add a comment
Wat mag het zijn, hoe kan ik u dienen? Wat pel ik nu weer uit mijn onpeilbare diepten tevoorschijn. Wat pelt u nu weer uit mijn pels. Mag ik uw pelsdier zijn? Laat mij u verrassen, laat ik mij verrassen.
Er is iets hards en genadeloos in dit zijn, dit onze zijnswijze. Er zijn ingebakken moeilijkheden, wreedheden die – uit hun aard – deel lijken uit te maken van ons leven. Ze lijken er niet alleen deel van uit maken, maar er juist een essentieel onderdeel van te vormen, een bouwsteen, een hoeksteen, een hoekige bouwsteen.
Dat wat oud is verzet zich tegen het nieuwe, als in een automatische reflex. Als een chagrijnige oude heer die op het trottoir staat en er blind op los slaat met zijn wandelstok, geïrriteerd door alles wat jong en bewegelijk is.
Het oude zal zolang haar krachten het toelaten het nieuwe verhinderen om tot ontplooiing te komen. Daaraan ontleent het oude zijn bestaansrecht en daarmee bewijst het oude het leven een pijnlijke maar noodzakelijke dienst.
De vaginawand is spermavijandig. Alleen dat wat voldoende kracht heeft mag geboren worden. Alleen dat wat kracht van leven heeft zal het daglicht zien, en dat geldt voor alles wat tot stand gebracht wordt. Elk steen die je op de andere wilt plaatsen, elk woord dat zich aan de zwaartekracht van het zijn wenst te ontworstelen.
Dat is waarom elke nacht de kleine dood [godzijdank] van ons wint en ons naar het horizontale brengt, het laagbewuste, het onbewuste, het bovenbewuste, het veel grotere, het ruimere. De zwaartekracht als creator van wat zich aan de zwaartekracht weet te ontworstelen. De andere lichtere wereld als vrucht van de zwaarte van deze.
De winter die tracht de lente te voorkomen – onzin natuurlijk – en haar juist daardoor zo stralend zo… veelbelovend en aantrekkelijk maakt.
De tegenkrachten die constant op ons werkzaam zijn, zijn onze vrienden, ze stroomlijnen ons, beeldhouwen ons tot de weg van de minste weerstand. Tot de vorm van onze essentie. Niets zonder bestaansrecht blijft in ons bestaan. Alles van teveel wordt van ons afgenomen.
Wij staan als rotsen in de tegenstroom en worden door haar geslepen, omvergeduwd, verplaatst, omgelegd. De ploegschaar waaraan de aarde haar voren trekt, dat zijn wij.
Ik wil zo graag in de stroom stappen en mezelf optillen naar het zonlicht. Kleine regenbogen zien door de druppels die in mijn haren hangen. Ik wil mijzelf verbazen vol vuur en licht en in plaats daarvan zijn mijn woorden vaak gevuld met zwaartekracht en bewijslast.
Wil ik naar rechts, dan stuur ik daarom altijd eerst even naar links.
In plaats van recht op mijn doel af te gaan, zoek ik altijd naar een elegante omweg.
Emmaus April 5, 2009
Posted by ideeflux in : Kaïn en Abel, +++ , 1 comment so far
Ik vroeg of ik tot de stroom toegelaten mocht worden en mijn vraag was het antwoord. Mijn houding van vragen was het antwoord. Ik vraag het weerom. Ik vraag het nog een keer. Mag ik naar binnen gaan, mag het bij mij naar binnen komen, door mij stromen.
Ik heb zoveel te vertellen maar niets dient zich aan. Het gaat over geven en ontvangen. Als je niets ontvangt heb je niets te geven. Als je niets geeft kan je niets ontvangen. Geven en ontvangen zijn in diepste zin hetzelfde, maar dat wist u al. Het doorstroomt mij of het doorstroomt mij niet. Ik ben dat waardoorheen het leven stroomt.
Het leven is wat de stroom genoemd wordt, de Stroom, de Grote Stroom.
Wij zaten aan een tafeltje, George en ik. Als een soort van geliefden – niet in den vleze, maar in de geest. In de geest pootjebaden we altijd aan de oever van de grote rivier, terwijl we onze wederwaardigheden vertellen vragen we eigenlijk aan de grote rivier om dat wat niet stroomt, dat wat ons lijkt te blokkeren, met zich mee te nemen en af te voeren.
Ik had juist verteld over de tekeningetjes die ik maak. Ik teken details van het huis dat ik aan het verbouwen ben. Eerder sprookjesboek illustraties dan architectonische perspectieven, maar ze werken. Als ik ze laat zien glimlachen de timmermannen met een blik van herkenning. Er is een hele goeie atmosfeer. Het wordt erg mooi.
George lacht een beetje geheimzinnig. Hij wil iets zeggen maar voelt zich lichtelijk gegeneerd. Dan zegt hij het toch.
Weet je, zegt hij, als je met bijvoorbeeld die timmerlieden praat dan zou je meer vanuit God kunnen spreken, vanuit de Heilige Geest.
Ik ben verbaasd maar bied geen weerstand.
Ik laat mij open vallen en dat naar binnen stromen wat hij – Hij – me aanbiedt. Het is veel en goed. Het stopt niet. We zitten zwijgend. Ik zit met gebogen hoofd. Het blijft maar stromen.
Waar twee of meer mensen in mijn naam bij elkaar komen…
Wij zijn Emmausgangers.
Wij bestellen drie bier.
Eentje is voor Hem.
Als we later naar de tram lopen is het of alles klopt. Alsof alles onweerlegbaar zijn juiste plaats gevonden heeft. Alsof alles waarvan we dachten dat het de stroom blokkeert, alles dat we liever anders zouden zien, op een vreemde manier juist door dwars te liggen meebouwt aan het welslagen van het geheel, aan het juiste plaats vinden, aan het vormen van welbehagen.
Verhalenzaad February 20, 2009
Posted by ideeflux in : Tot Jou gesproken, +++ , add a comment
Het onverzadigbare moet de dochter zijn van… van dat wat afwijst, van dat wat zich afzijdig houdt, hoog houdt, trots in een ivoren toren. Onverzadigbaarheid is de ongewilde dochter van ongenaakbare zelfgenoegzaamheid. Wij zijn allemaal wel kinderen van iets, uitgebraakt in de wereld van contrasten, op weg gestuurd met kwaliteiten die precies het tegenovergestelde zijn van dat waar we uit voortkwamen, met als opdracht de weg terug naar huis te vinden.
Zij liep op haar hoofd, dat wil zeggen op haar handen. Haar benen slierden als tentakels door de lucht en daar waar die benen samenkwamen, niet groter dan een vruchtbeginsel, exact op de plek waar zich bij sommige planten groeizame knoppen ontwikkelen in de oksels tussen stam en tak, bevond zich haar hoofd. Het waren de gedachten in dit hoofd die haar van het één naar het ander brachten, of beter gezegd van de één naar de ander,
Om weer terug in het midden te komen gaan wij natuurlijk op zoek naar ons vleesgeworden tweelingdeel, onze hypotenusa. Wij zoeken ons te verenigen met dat wat ons niet wil of we zoeken ons afzijdig te houden van dat wat ons juist wel wil.
Zij wilde het beter doen, mooier, groter, grootser. Groots en meeslepend, dat moest het leven zijn. Maar hoe groot ook het verhaal dat je er omheen bouwt, zoals een huis om een bed, het blijft enkel een plek om te slapen.
Dat wat anders is draagt een geheim voor ons met zich mee. Nu zijn er misschien meer manieren om achter dat geheim te komen, om de geheime krachten van de ander te leren kennen, ten eigen bate te nutte te maken, zij wist maar één manier en die beoefende ze met volheid en graagte en overgave.
Het aftappen. Het aftappen van de levenskrachten van anderen was haar tweede natuur geworden. Hoe klein haar hoofd ook was, haar mond daarentegen had enorme afmetingen. Sluimerend in verticale stand bevond het zich net achter het hoofd, waakzaam als een kat, ten alle tijde bereid om van vocht verzadigd op te zwellen, om zich vervolgens loom en bereidwillig te openen, niet meer dan nodig om zich over deze of gene stalagmietachtige uitstulping te kunnen plooien. Dan begon het ritmische duwen en trekken, het pulserend knijpen en laten gaan, net zolang tot ze zich de glinsterende schat, het levend genetisch materiaal had toegeëigend waar het haar al die tijd om te doen was geweest, de kostbare geheime materie waar verhalen van gesponnen worden, de essentie, de levenskracht.
Zoals een spin een vlieg leegzuigt die ze in haar web heeft gevangen, zo zoog zij diegenen leeg die tussen haar tentakelbenen terecht was gekomen, die ze gearresteerd had, in hechtenis genomen.
In tegenstelling tot wat u mocht denken was ze erg selectief. Zij stulpte zich niet zomaar over elke uitstulping die ze tegenkwam. Wel nee! Onder dit schijnbaar onverzadigbare instinctieve zat wel degelijk een doel. Zij zocht zichzelf een web te weven, een web van de zuiverste materie, van het allermooiste dat voorhanden was, een zilveren web met de magische kracht van verhalen.
Het geheim dat de man draagt voor de vrouw, wat is dat? Als de vrouwen het geheim dragen van de diepe verbondenheid en van het onzegbare weten, wat blijft er voor de man dan over? Het eenzame staan onder bloedloze hemel. Het sterven en het leven daarin. De verhalen die zich hulpeloos en moedwillig uit die verlatenheid ontspinnen, daar was het haar om te doen.
De jaloersheid op dat hemeltergend vreemde, afgeslotene, uitgestotene was haar drijfveer. De vreemde verhalen die zich vanuit die wereld ontspinnen, die wilde zij ook. Zij roomde dat af, bracht het naar binnen, het verhalenzaad. Bracht het tot ontkieming, liet het wortel schieten, tot wasdom komen, om het vervolgens in enigszins gewijzigde vorm weer naar buiten te persen. Ter meerdere glorie van wat? Van haarzelf? Van het leven? Van de wereld, het herscheppen, het herordenen? Verhalen werden als nieuw uit haar geboren. Wat tomeloos alleen was werd in haar geborgen, hersponnen en weer uitgeworpen in de vreemdheid van de nacht. Als een vangnet voor nieuw, als een weg naar ongekende horizonten, als een ruimteschip, als een verkenner van nieuwe werkelijkheden.
Haar hoofd mag dan klein zijn, haar wereld is oneindig groot. Wij laten ons soms met graagte overstulpen en laten ons onze geheimen ontfutselen, maar liever en vaker nog zijn wij vrij staande aan de rand, starende in dat wat voor altijd een raadsel zal zijn.
Restruimte November 27, 2008
Posted by ideeflux in : Het Mompelen, +++ , 1 comment so far
Lees mij niet, maar leef mij. Wees met God – net als Hafiz – als twee dikke mensen in een klein bed. Als de één beweegt, dan beweegt dat de ander. Laat God de restruimte van je wezen zijn.
Zij gleed slaapdronken in mijn armen en ik hield haar vast als iets dat ik niet kon bevatten. Zij moet dat gevoeld hebben en dankzij mijn veel te kleine omhelzing bloeide zij open, botte ze uit, als een bloem uit een knop.
Alles dat mij pijn deed werd een deur door engelen gedragen. Elke deur gaf toegang tot een ander universum, de engelen en de deuren dansten, verwisselden steeds van plaats. Ik wist van tevoren niet welke deur naar welk universum leiden zou. Ik noemde het allemaal God, niet als gedachtespelletje, maar als benoeming van realiteit, van mogelijkheid. Ik gebruikte woorden niet langer om dingen – met name mijzelf, mijn leven – mee vast te leggen, maar om deuren mee te openen.
Waar is dit woord een deur naar? Wat is het hartevlees van dit woord? Elk woord opent een deur naar onszelf, naar het vlees en bloed van onszelf, de oneindige lichamelijke ruimte, naar het slagaderlijk kloppen van dit moment.
Herhaling van Zetten November 16, 2008
Posted by ideeflux in : Tot Jou gesproken, +++ , add a comment
Ik ben een Marokkaanse jongen. Tenminste, iedereen zegt dat en ik ben nooit op het idee gekomen om het tegen te spreken. Alle kennis – zeggen ze – begint met zelfkennis. Ik ken mezelf enkel door wat ik niet ben. Ik ken mijzelf door de kennis van diegenen die ik niet ben en ook absoluut niet zou willen zijn. Wat ik niet ben zijn de mensen die het bij het rechte eind menen te hebben. De mensen die hier al langer wonen, die de taal van geboorte af spreken, die gevestigde belangen hebben en die zichzelf superieur achten. Ik kan daar niet tegen. Mensen die zich op wat voor manier dan ook boven me menen te kunnen stellen moet ik hard onderuit halen. Dat is een innerlijke noodzakelijkheid. Dat is mijn drive en mijn glorie. (more…)
Bloem September 14, 2008
Posted by ideeflux in : Lieve Gedachten, +++ , add a comment
Ik wil iets, iets met woorden. Is het woordloze niet goed genoeg? Jawel, jazeker, maar het woordloze wordt zo smakelijk, zo transparant, zo tastbaar met een klein woordje erbij, als een koekje bij de thee.
Ik fluister woorden van liefde. Kijk, voel, zie, hoor. Ik lispel in mijn oor, ik tjilp in mijn boom, ik ga met ranke vleugelslag van tak tot tak. Ik zit nog even binnen met mezelf hoewel buiten een stralende dag vraagt of ik buiten kom spelen.
Gisteren deed ik een puzzel. Gaandeweg loste ik de puzzel op. Ik at de gezellige geborgenheid van het puzzelen op, juist door te puzzelen. Af en toe keek ik op, zodat ik wist wat ik aan het doen was en hoe gezellig het was, hoe geborgen, hoe veilig, hoe onnozel. Zo thuis. De kaarsen brandden.
Later ging ik omhoog om te schilderen. Ik schilderde een man als een bloem, openbloeiend, als een uit zichzelf geboren worden.
Aankomen September 12, 2008
Posted by ideeflux in : Droom en Werkelijkheid, +++ , 1 comment so far
Uit de drukte omlaag zakken in niemandsland. Achteroverleunen in de stoel van het zelf.
De handen vouwen, bidden. Lieve moeder… is Maria hier? Natuurlijk, stomme ezel, hoe kan je dat nu vragen. De tranen in de ogen, tranen van herkenning. Het opgeven van uiterlijk vertoon. Een plaats nemen op de achterbank, in slaap dutten. Hartstochtelijk verliefd worden op dat waarvan je zeker weet dat het je zal ontwijken. Die zekerheid inbouwen. Blind worden en juist daardoor vinden. Aankomen in de geheime tuin, de tuin waar iedereen over spreekt maar die niemand lijkt te kunnen vinden.