jump to navigation

Sneeuwleeuw March 26, 2008

Posted by ideeflux in : +++, Syrion , 1 comment so far

Sneeuwleeuw

Zij aan zij liggen, lichaam aan lichaam, zon op huid. In naaktheid veilig zijn. Dat was de grote lol. Om je helemaal uit te kleden en daarin toch veilig te zijn. Niet beschimpt of bespied. Kritisch beoordeeld. Het lijf laten genieten van haar eigen lijfelijke aanwezigheid. Verbonden met wat we de natuur noemen. De natuur niet als een denkbeeld maar als een concreet iets, de natuur als wat het werkelijk is: onze huid, onze jas. Zij die naast me lag had me van alles verteld. Eigenlijk alles wat ik weten wilde. Dat waar ik blijkbaar geen belang in stelde dat vertelde ze niet en dat kwam ik dientengevolge ook niet te weten. As simple as that.
Dit hier was, zoals zij het noemde, een simpele planeet, een planeet voor beginners, een planeet om een beetje tot rust te komen, te spelen met eenvoudige gedachten, te experimentern met eenvoudige dingen, zoals dat wat ik gedaan had, verandering van geslacht. Ook was het hier goed mogelijk om in contact te komen met je totem, je krachtdier, het wezenlijke in jezelf. Ik vond het erg boeiend, maar het leek allemaal ongelofelijk ver weg.
‘En’, zei ze na een kleine pauze, ‘omdat het hier zo ideaal is, omdat het weer zo zacht is, omdat je wensen hier makkelijk in vervulling lijken te gaan, is dit de ideale plek om uit te vinden wat je nog mist. Om erachter te komen wat je in dit leven – dat nog heel lang kan zijn, maar ook ongelofelijk kort, wie zal het zeggen – nog zou willen doen, voor elkaar willen krijgen, willen meemaken.
Ik liet het even stil zijn. Het ruisen van de wind, de zee, het verkeer. Tijd voorbij glijdend, tijd ons aanrakend, tijd vloeibaar, voelbaar.
We lagen op onze armen, de hoofden naar elkaar toegewend. We keken elkaar recht in de heldere ogen. Als kristal, als een bergmeer, als een zonovergoten sneeuwlandschap. Geen vrees. Zie je. Zo is de natuur onze jas, dat wij een berglandschap zijn, dat wij vochtige en droge plekken hebben. Plaatsen met en zonder begroeiïng.
Wij zijn natuur.
Ik wist dat we weer op reis zouden gaan, omdat alles verder gaat, van vorm verandert, kleiner of juist groter. Dat we eerder die … verandering zijn, het veranderende, dan… degene die we in gedachten menen te zijn, het beeld dat we van onszelf gecreëerd hebben, dat we steeds weer proberen te fixeren, om zeker te zijn, te weten, vast te houden.
Dat het constante in ons, dat wat niet verandert, die veranderingen gadeslaat, als een sneeuwleeuw, als een lynx, een sphinx.

Borstogen March 24, 2008

Posted by ideeflux in : +++, Syrion , 1 comment so far

Borstogen

Er was nog iets vreemds, tenminste, ik vond het zelf helemaal niet vreemd, maar ik kan me voorstellen dat u het vreemd zou vinden. Ik wist het al toen ik mijn ogen opensloeg. Het was alsof mijn hart een extensie had gekregen aan de voorkant, alsof ik in staat was met mijn hart naar de wereld uit te reiken. Alsof daar twee stompe armpjes zaten waarmee ik de wereld zou willen omhelzen.
Ik was een vrouw geworden. Mijn tepels waren gevoelig als blinde ogen, als radarschijven en ja, het voelde beslist alsof ik met hen dingen waar kon nemen die voor mijn gewone alledaagse ogen verborgen zouden zijn gebleven.
Hij die naast me liep was ook een vrouw geworden. Best een lekker ding eigenlijk nu ik er wat beter naar keek. Ze knipoogde samenzweerderig. De borstogen vooruit.
Of het ergens pluis was, dat konden we ermee zien, of het in orde was, veilig. Of dat de mensen die we tegen kwamen het goed met ons voor hadden, maar ook hoe hun relatie onderling was. Met onze borstogen konden we de sociale cohesie van een gezelschap heel goed waarnemen.
Ik was eigenlijk apetrots op mijn nieuwe eh… hebbedingetjes. ‘Hadjememaar’ en ‘pak me maar eens beet’. Overmoedig geworden probeerde ik nog even met mijn ogen dicht te lopen, maar dat ging niet goed. Zij die naast me liep kon nog maar net voorkomen dat ik voluit tegen een boom knalde met borstogen en al. (more…)

Nergens Goed Voor March 23, 2008

Posted by ideeflux in : +++, Syrion , add a comment

Nergens Goed Voor

Hij die naast me liep, liep weer naast me. Zwijgend, nauwelijks hoorbaar ademend. Ik had hem ’s ochtends vroeg al een vraag gesteld en prompt een adequaat antwoord gekregen. Dat was beveredigend en bemoedigend. Nu ik dit neerschrijf glimlacht hij naar mij.
Toen ik hem gisteren Syrion hoorde mompelen wist ik zeker dat hij zich vergist moest hebben en bij de eerstevolgende gelegenheid ben ik het op het wereld wijde web na gaan zoeken: het blijkt wel degelijk te bestaan. Zo bleek het de naam van een zeer geliefde cavia geweest te zijn die veel geleden heeft omdat hem of haar op onterechte gronden de toegang tot het caviarusthuis Knoevel ontzegd was. Er was ook een soort reclamefilmpje voor een Israëlische vechteenheid onder die naam en daarnaast werd nadrukkelijk de mogelijkheid geboden de betekenis van Syrion te beschrijven in Wikipedia, de encyclopedie van datzelfde web. We leven in een magische wereld. Wij schrijven onze kennis in de encyclopedie en het heelal dijt gehoorzaam uit om alles wat wij ontdekken een plaats te geven.
Nu is het niet zo merkwaardig dat er weinig over Syrion bekend is, want het is maar een klein planeetje, maar wel eentje met een bijzonder aangenaam klimaat. Drie zonnen! En een strakgroene hemel. Het ruikt er lekker naar citroengras, het is er niet druk. Het water dat door de rivieren en beken stroomt kan je rustig drinken, dieren zijn niet schuw.
Mijn voeten die veel eerder wakker waren dan ik renden als gekken heen en weer over het lichtblauwe gras, ze besprongen en achtervolgden elkaar als jonge katjes. Ik heb er een tijdje geamuseerd naar liggen kijken want ik vond het jammer om hun spel te onderbreken. Maar ja we moesten verder.

Is dat waar? Dat is wat we altijd denken, dat is wat we verwachten van een verhaal, maar is het waar? Nee, ik geloof niet dat dat waar is. We hadden daar net zo goed tot in lengte der dagen kunnen blijven en sommigen van ons deden dat ook, maar anderen – zoals wij – liepen verder.

De zachte wind deed mijn haren om me heen dansen als de armen van een octopus, wuivend in slow motion, als in een shampooreclame. Ik was licht en mooi en jong. Ik was onwijs van vreugde. Ik maakte rondedansjes. Ik diende helemaal nergens voor. Ik was… nergens goed voor en alles was goed voor mij en ook dat… was helemaal goed.

Syrion March 22, 2008

Posted by ideeflux in : +++, Syrion , add a comment

Bedbus

De lucht was dicht geworden om hem heen, kneedbaar als deeg. Hij kon maar moeilijk ademen in dat wat voelde als zijn eigen uitlaatgassen, zijn eigen belemmerende gedachten die hij dag in dag uit steeds opnieuw inzoog.
De man die het pakje sigaretten ging halen en nooit meer terugkeerde. Hij had vaak aan dat verhaal gedacht als aan een mythische vertelling, maar langzaam was tot hem doorgedrongen, dat hijzelf deze man moest zijn. Dat als deze man zijn held was, dat hij dan ook dienovereenkomstig zou moeten handelen.
Hij was nog maar even dood en toch kon hij al in volle glorie de weidsheid, de ongelofelijke stralende openheid voelen van de lichaamloosheid, van het zijn zonder dat wat hij al die tijd als een veel te zware oude jas met zich meegezeuld had, en al die loodzware zinnen, de zingeving en de gedachten erover.
De man zat in zijn stoel. Hij was op sterven na dood, verborgen achter de krant. Hij wist dat hij er zijn vrouw nooit de schuld van zou kunnen gheven. Het was allemaal ‘of his own making’, zoals ze dat noemen. Zijn vrouw, zijn kind, zijn baan, zijn huis, zelfs de krant die hij in zijn handen hield had hij volgeschreven met zijn eigen beklemmende gedachten, zijn eigen angsten.
De straten glommen van de regen, de lucht was helder. (more…)

Thuis March 10, 2008

Posted by ideeflux in : Lieve Gedachten, +++ , add a comment

Thuis

Het is goed om thuis te zijn. Dezelfde muziek uit mijn eigen luisprekers klinkt toch anders, beter. Ik voel mijzelf terugstromen naar mezelf. Beetje bij beetje. Beetje eb, beetje vloed. Terugebben naar zelf. Leegstromen van teveel aan ander, teveel aan gezelligheid, aan kout, aan samen. Leve de stille vreugde van samen zijn met mezelf.
Ik zat tegenover mijn vader aan de ontbijttafel. Het witte ochtendlicht veegde hele stukken van zijn gezicht weg. De hond was er als een wachtende, tedere aanwezigheid bij zijn benen. Ik zat tegenover hem. Het was de tijd dat ik hem steeds maar bevroeg over het leven, over zijn eigen vader, zijn jeugd, zijn gedachten. Wat zal ik hem nu eens vragen, dacht ik.
Toen pas, opeens, zag ik hem. Voor het eerst kon ik hem zien als wie hij was, niet als mijn vader, mijn persoonlijke bron van hoop, wanhoop en frustraties, maar als de ander, een ander. Breekbaar, jong of in ieder geval pasgeboren, net uit het ei. En er was tederheid. Hoe hij zich liet aanraken door het ochtendlicht. Het onzichtbare verband dat er bestond tussen hem en de ontbijtspullen op tafel, de theedamp. Naakt, kwetsbaar, gevoelig. Alléén ook. Het was stil rondom hem. Hij hoorde die stilte, hij bewoog in haar en – godzijdank – ik hoorde haar ook en daardoor kon ik haar laten zijn.
‘Wat is het stil hè, pa.’ Dat is alles wat ik zei. Hij keek mij vanuit een zekere diepte aan, een verwegheid, verwonderd bijna over de aanwezigheid van een ander. Hij knikte. Ik knikte. Wij zwegen.
Het was het meest diepgaande gesprek dat ik ooit met hem gehad heb.
Ik draag het bij me als een verbond.

Kloten January 27, 2008

Posted by ideeflux in : Een nieuw Begin, +++ , add a comment

Mandarijn

Ik heb eindelijk weer eens een muis gevangen en terwijl ik mijn soep eet kijk ik naar hem of haar. Gevangen muis, bang natuurlijk.
Ik ben niet opgetogen maar verdrietig. Sinds ik mijn eigen angst zo duidelijk ben tegengekomen en ze dagelijks in de ogen kijk, ben ik milder geworden, om niet te zeggen eerder geraakt door de oneindige kwetsbaarheid van het leven.
Mijn kloten liggen in hun lauwe zak op de koude rand van de keukenstoel. Ik ben van vlees en bloed vandaag, dat wil zeggen van materie. Dat wil soms zeggen: ‘maarliefstmaterie’, heilige stof, onkenbaar deelgenoot van ons bestaan. ‘Energie’, zeggen wij, met een blik alsof we het antwoord op alle vragen gevonden hebben; we vervangen het ene woord door het andere, dat is alles, maar dat zullen we elkaar nooit toegeven – de dingen zelf gaan onverstoorbaar hun gang achter hun dunne huid van woorden.

De muis is, nu ik opkijk, rustig zijn neus aan het wassen, terwijl Bach piano speelt op mijn radio. Toen ik eens op een berghelling gevangen zat, bleef ook daar de wind met bloemen spelen.

Soms daarentegen ‘slechtsmaterie’: alleengelaten moleculen draaien doelloos hun rondjes in een overigens lege ruimte.
‘Maarliefst- en slechtsmaterie, het gaat erom het juiste midden te vinden’, zeggen wij vertwijfeld tegen elkaar als gold het een formule die het leven zou kunnen bezweren.
Mijn kloten worden kouder, ik trek mijn kamerjas omlaag, en ook de muis doet wat hem het verstandigst lijkt. Hij schikt zich in de situatie en geeft zichzelf een uitgebreide wasbeurt.

‘De middenweg’, denkt muis, ‘bevindt zich niet alleen zelden in het midden, maar ligt ook voor iedereen en op elk tijdstip op een andere plek’.
Vrede is niet iets wat we buiten onszelf kunnen vinden, maar dat wist u al. Een cowboy bewaart zijn evenwicht op een bokkend paard: er is een hoop gedoe en beweging, maar de cowboy handhaaft zijn evenwicht op het paard met schijnbaar gemak. Je adequaat richten naar de omstandigheden, zou dat vrede zijn?

Met gepaste vertwijfeling tracht de muis zich een uitweg te zoeken uit zijn plastieken val, de onneembare vesting van de vrijheid.

Verlangen als Voedsel January 17, 2008

Posted by ideeflux in : Buikspreker, Schilderijen, +++ , add a comment

Verlangen

Dat wat er niet is. Hoe dat wat er niet is ons inspireert, hoe wat wij zijn zich uitstrekt in dat wat wij niet zijn of niet lijken te zijn.
De God die er niet is. Dat Hij er niet is, is zijn vorm van zijn. Hij vacuümtrekt ons hart naar openheid, naar naakt staan onder lege hemel. Wij weten niets over al dat soort dingen, maar is dat een reden om erover te zwijgen?
De geliefde die er niet is. Chams de Tabriz, de grote, vaak afwezige liefde van Rumi, die de heilige boeken in het water smeet en ze er even later droog weer uithaalde. Ik zat bij zijn graf, dat is te zeggen, de plek waarvan sommigen zeggen dat hij er begraven zou liggen, maar waarvan anderen fluisteren dat hij er helemaal niet is. Ik vind dat geweldig, want het is helemaal inherent aan de natuur van Chams om er al of niet te zijn, zelfs als dode. Was hij er eigenlijk wel ooit? Ik voel Chams in mijn hart, de enige plek waar ik hem kan ontmoeten.
Je hebt dat toch begrepen met die wetboeken? Papier is droog, is bordkartonnen wijsheid. Woorden betekenen niets als ze niet in jou tot vlees en bloed worden. Als dat wat geschreven staat niet in jou in de stroom des levens wordt opgenomen, heeft het geen enkele betekenis. Daarom gooide ik die boeken in het water, om ze naar de vorm te vernietigen, en naar inhoud tot leven te wekken. Even later haal ik ze er droog weer uit, omdat zij in hun bordkartonnen vorm steeds opnieuw grote betekenis kunnen hebben voor degene die bereid is ze in zijn eigen stroom onder te dompelen, te laten smelten. Dat betekent het wat ik deed. Het gaat over de relatie tussen vorm en inhoud. De vorm moet geslacht worden, geopend, geofferd, om bij de inhoud te kunnen komen, en toch, is het anderzijds enkel in een zekere vorm dat dingen tot ons kunnen komen. Zo was ikzelf ook, ik smeet de boeken in het water, ik gaf je wijn te drinken en even later was ik weg, je achterlatend met een gapend gat, vormloosheid, leegte. Als je zucht, als je zegt: ‘wat pijnlijk, hoe kun je me dat aandoen’, dan heb je het niet begrepen. Mijn afwezigheid is mijn geschenk aan jou. Jouw uitreiken naar mij die er niet is, is het aller kostbaarste voedsel voor je ziel. Jij bukt je voorover om te drinken, je hebt zo’n dorst en zo’n verlangen. Dan val je zelf als een heilig boek in het water, je wordt met de stroom meegezogen, je bent vol van leven, je bent water in water, je vorm is verdwenen en je inhoud komt naar buiten, je bent overal. Even verder wordt je droge vorm weer uit het water gevist. Je vorm is enkel een vat om water naar de zee te dragen.
Snap je nu als ik zeg dat ik er ben en dat ik er tegelijk niet ben? Dat ik in vorm aanwezig ben, maar dat die vorm enkel dient om mijn vormeloosheid te bevatten?
Ik ging heen om mijzelf te vermenigvuldigen. Om mijzelf net zo aanwezig te maken als Chams. Om de wijze boeken in mij te laten smelten zodat ze als een rivier door mijn aderen zouden stromen, mij zouden voeden. Ik ben weg, ik ben verdwenen, ik bukte mij voorover om te drinken en loste op in mijn eigen woorden.

Geurspoor January 13, 2008

Posted by ideeflux in : Buikspreker, +++ , add a comment

Plafond

Een beetje stijf, diagonaal in mijn eigen lijf als een plank in de hoek van de kamer. Waar zijn de levenssappen? Ik kijk om me heen. Nee, ik weet zeker dat dat wat ik zoek niet ver kan zijn, iets als muziek of een geur of iets anders, een herinnering bijvoorbeeld. Het leven is een onverwacht fonteinhoofd. Je kan elk moment de levensader raken waaruit de sappen huizenhoog opspuiten. Wees daarop voorbereid, op het onverwachte, op dat waar je nooit van hebt durven dromen. Dat wat zich in je droom openbaart kan even later in dat wat je je werkelijke leven noemt voor je staan. Die scheidslijn is een illusie. Je bent deze en gene, je bent de smachtende in de woestijn èn je bent het water dat vlak onder de oppervlakte wacht op de juiste gelegenheid om tot een uitbarsting te komen. Het enige dat jij kan doen is jezelf aan kant te maken, open te schenken. Schenk leeg de kop van je hoofd. De te hete thee van jouw denken-te-weten brandt alles weg wat een container zou kunnen zijn voor het ongedachte. Let niet op mijn woorden, luister naar de muziek ervan. Probeer me niet te volgen of te begrijpen, laat je verstand verdwalen in de zijpaden, laat haar achter in het bos als Hans en Grietje en wacht. Zie hoe ze groot en gelouterd het bos weer uitkomen. Vraag je niet af hoe dat kan, vertrouw op de vreemde adem van het leven, de dingen die zich voordoen, de dingen die net even anders uitpakken dan dat jij ze gepland had. Je moet het geurtje van God volgen, dat zei je weet wel, die mooie man die nu terug is in Samarcand. Michel kwam op de muziek af. Op één of ander manier, zegt hij, volgen we allemaal het spoor van dat hart met die vleugels. Toen Maryam vijf jaar oud was stond ze op het balcon van haar ouderlijk huis. Haar vader was slager als ik me niet vergis, maar zij begon langzaam te draaien. Onder de sterrenhemel. En alles draaide en zong. De wereld is woordloos en… redeloos. Dat wil je niet graag horen, ik zie het, je gezicht betrekt, maar de wereld trekt zich daar niets van aan. De rede is een saus die diegenen die de wereld haar onredelijk wildheid niet kunnen vergeven over haar heen gegoten hebben. Die vergeefse en onkundige koks trachten haar in die domme saus gaar te stoven en voor hun zwakke magen eetbaar te maken. De aarde laat ze rustig begaan, tot het haar te dol wordt, als de kameel die zich door de muis liet leiden. Dan schudt ze alles wat haar niet bevalt van zich af en begint opnieuw.

foto Gerard Heesink

Een gewoon gesprek met God January 12, 2008

Posted by ideeflux in : Een nieuw Begin, +++ , 1 comment so far

Paradijs

Ik zei tegen hem dat hij zich vroeger toch wel erg wreed, partijdig en ijverzuchtig had gedragen en dat hij zich daarmee, althans in mijn ogen, onsterfelijk belachelijk had gemaakt, of belachelijk onsterfelijk – wat misschien wel op hetzelfde neerkomt – en daarmee zijn geloofwaardigheid, wat mij betreft, volledig had verspeeld.
Hij reageerde helemaal niet verbolgen of bestraffend, zoals ik eigenlijk min of meer verwacht had dat hij zou doen, zelfs niet eens meesmuilend of verongelijkt omdat ik hem niet respectvol bejegend zou hebben. Dat viel dus alleszins mee. Hij leek zelfs opgeruimd en monter, alsof het hem wel beviel dat ik zo vrijuit sprak.
- ‘Je moet één ding niet vergeten,’ zei hij, terwijl hij een denkbeeldig pluisje van zijn blauwe mantel veegde, alsof hij met dat enkele gebaar zijn hele blazoen kon zuiveren, ‘er is altijd gezegd dat jullie naar mijn evenbeeld geschapen zouden zijn, maar dat is een misverstand. Het is altijd andersom geweest: jullie zijn het die mij hebben geschapen naar jullie evenbeeld.’
Dat was het hele gesprek.
En het was ook genoeg, meer dan genoeg. Ik vond het een grandioos antwoord.
De dag daarop was het tijd om naar mijn leraar te gaan, mijn meester, degene waartegen ik ooit gezegd had: jij weet meer dan ik, leer mij, leer mij van God. Degene ook waarop ik zo boos was omdat hij zo boos was geweest.
Daar zat hij weer in zijn blauwe mantel. Ik groet hem, ik kniel bij hem, ik kus hem, ik ga naast hem zitten. Jazeker het voelt goed. Het is goed om bij hem te zijn, laat daar geen misverstand over bestaan. Dan moet ik hem de vraag stellen waarvoor ik gekomen ben.
- ‘Waarom heeft u nooit van mij willen leren?’
Eerlijk, dat was de vraag die na dat antwoord van God bij me opgekomen was. Hij kijkt mij aan van onder zijn zware wenkbrauwen. Hij noemt mijn naam, hij schudt zijn hoofd en dan begint hij te lachen.
Ik lach ook. Hij geeft mij een roos, wij drinken een kop thee, wij drinken rozenlimonade, we eten een dadel, een vijg, wat noten. Ik voel me oneindig licht. Ik maak me uit de voeten, ik dans door de straten van de stad.
’S avonds slaap ik de slaap der rechtvaardigen, der vredigen, der eigenaren van eigenheid.
Ik mag mijn schilderijen maken precies zoals ik dat wil, en alle stukjes schrijven zoals ik dat wil. Zo krom, zo recht, zo goed, zo slecht. Ik mag vrij door de paleistuinen lopen, door het paradijs, de tuin van mijn vader, mijn moeder. Ik mag hier gewoon zijn op deze weinig plechtstatige manier, met weinig gewicht, weinig in de melk te brokkelen, maar ook licht, weldadig gewichtloos. Ik hoef nergens naar toe, nergens toe te leiden.
God en ik. Wij zijn twee handen op geen buik.

Zoals wij bij elkaar naar binnen schijnen January 12, 2008

Posted by ideeflux in : Lieve Gedachten, +++ , 3comments

Stonehenge

De hele nacht heb ik aan u gedacht, aan jou. Aan hoe wij levende wezens bij elkaar naar binnen schijnen. Hoe het is om op die ene bijzondere manier gezien te worden, alsof het die ene manier van zien is die in ons juist die kwaliteiten tevoorschijn tovert.
Ik dacht eraan hoe ons bewustzijn en onze levenswijze in haast onleesbare tekens inslijten in de palm van onze hand. Hoe die tekens gaandeweg veranderen, terwijl de hiëroglyfen in Egypte onwrikbaar vast gebeiteld lijken te zijn in steen en toch… dat ook zij veranderlijk en zacht zijn als wijzelf, als onze huid, omdat elke keer als wij met onze zaklantaren over die zo dichtbije onleesbaarheid schijnen, zich steeds weer nieuwe interpretaties opdringen. Dat heel de wereld dus zacht en veranderlijk is als de binnenkant van onze hand.
Wij zijn zelf die kamer waar dat licht naar binnen schijnt, als van een passerende auto, een vuurtoren, waardoor onze onverwachte kwaliteiten onthuld worden. Wij zijn zelf dat tastende licht. Jij bent zo ontvankelijk, open zoekend, schuchter doortastend, het is heel apart, de enkele keer dat je mijn kant opkijkt onthult zich iets teers en breekbaars in mij. Ik mag je graag zien en liever nog word ik door jou gezien. Zoals wij mensen, wij levende wezens, wij die eigenlijk geen naam hebben bij elkaar naar binnen kijken, ons aan onszelf laten zien, hoe de meubels staan, het behang is, de vloerbedekking. Het is allemaal van een ongelofelijke schoonheid, dichtbijheid, en oprechtheid.
Wat ik je wilde zeggen is dat ik je wilde bedanken voor dat. Voor er te zijn, voor het af en toe deze kant op kijken van jou. Ik hoop dat je je door mij gezien voelt. Wij zijn zo van hetzelfde. De manier waarop je naar me kijkt onthult in mij precies de kwaliteit waarmee je naar me kijkt. Jij maakt mij, jij maakt mij stralend, en omgekeerd kan het niet anders zijn. Wat ik met mijn tastzoekende blik, mijn vuurtorenstralen tot mijn grote verbazing in jou meen te ontwaren is iets ongelofelijks schoons en teders in mijzelf.
De tijd beitelt hiëroglyfen in onze handen, onze grafkamers zijn leeg, wij openen ze steeds opnieuw, de stralen van onze zaklantarens onthullen steeds meer van onszelf. Ik ben je ongelofelijk dankbaar. Zo gezien te mogen worden. Ik ben je dankbaar voor de aandacht en de tederheid en de nauwkeurigheid waarmee je dit hebt opgeschreven. Ik voel de aanraking ervan, de tot leven wekking. Jij wekt mij tot leven, ik kan niet anders dan jouw schoonheid zijn.