De Zuidkant July 3, 2009
Posted by ideeflux in : Het Mompelen, + , add a comment
Het lijf is verrassend moe. Moe omdat het uitbundig meegedaan heeft aan de upswing van zomer, verrassend omdat het zo levendig voelt, de moeheid voelt levendig.
Dat zal straks ook zo met de dood zijn. Hoe verrassend levendig, wat een upswing, wat een verrassing.
Hij had het hele proces doorlopen. Het ouder worden, de gebreken, een ziekte hier en daar, het besef dat het niet lang meer zou duren, het besef dat de tijd was gekomen. Geen spoor van emoties. Waarom ook. Het voelde zo bekend, zo herhalen van het reeds gedane doen, dat het op hem over kwam als een dan wel geen dagelijkse, maar dan zeker toch wel levenlijkse routine. Het lijf houden, vasthouden en dan loslaten, vliegen zonder vleugels, doorschieten in dat wat niet is.
De herinneringen, het geboortekanaal waardoorheen zelf zovaak in opperste vervoering op en neer, althans gedeeltelijk, dan het uitbarsten aan de oppervlakte als een luchtbel, als een zwemmer vanuit grote diepte, openspattend in licht en weidsheid. Het altijd geweten hebben daarvan. De vergeefsheid van alle onzin die hemhaar in de weg had gestaan zwaaide en juichte als een massa vage bermtoeristen langs de snelweg naar glorie.
Waarom al die tijd wachten? Waarom al dat wat toch verloren gaat nog meegesleept? Waarom niet nu reeds bevrijd overgaan tot het ontmoeten in diepte, tot het zijn in vrijheid, tot het grote rusten, tot het enkel doen van dat wat toch al gedaan wordt. Waarom niet nu in vrede zijn met al wat die vrede lijkt te bedreigen, waarom de handdoek niet in de ring gegooid, waarom het moede hoofd niet te ruste gelegd, de O van overgave met overgave uitgespeld, uitgezongen?
Wij wonen aan de zuidkant van het leven. Altijd zon. Regen op bestelling.
’S nachts eten de reeën de knoppen van onze tulpen. Zoo vredig, zo ongehoord.
Wij denken dat alle ontmoetingen die er zijn via ons lopen, ons als persoon, ons als mensensoort. Wat een ijdele vergissing! Alles ontmoet elkaar buiten ons om, constant, de hele tijd, altijd en overal. Wij zijn er alleen slechts af en toe getuigen van. Zoals die keer dat ik in de diepzwarte nacht een ontmoeting zag tussen een paard en een kat. De zwarte kat was van een draaiende aanraakbare dichtbijheid vlakbij het hek, terwijl het paard af en aan galoppeerde, de grond allemachtig deed dreunen en klonten aarde van onder zijn hoeven weg deed wegspringen. Ik was verbijsterd, vernietigd, verkleind. Voor even tot ware proporties teruggebracht.
Dat is precies wat er vanavond gaat gebeuren, morgen, overmorgen, wanneer het mijn tijd is. Tot ware proporties terug gebracht en daardoor oneindig. Want dat wat zijn ware proporties heeft vindt zijn einde niet, is oneindig groot in haar eigen tuin, leeft voor altijd in haar eigen tijd.
Wij zijn schaaldieren, knikkers die elkaar enkel op bepaald punten kunnen raken. Op die punten gaan werelden volledig vloeibaar in elkaar over. We lijken knikkers maar van binnen is het gelei, soep, stroom van gedachten. Ik kluts mijn eitje. Ik maak een omelet met van alles erin. Mijn bomen groeien tot aan de hemel, zij hebben geen keus. Alles vindt magistraal de juiste richting. Ik sta erbij en kijk ernaar, met open mond, het is verbazingwekkend dit majesteitelijk langzame vuurwerk, dit trage stollen dit voortdurend smelten, dit onophoudelijk tot stand gebracht worden.
Het Baren van Zorgen May 16, 2009
Posted by ideeflux in : Het Mompelen, + , add a comment
Ik zie je of tenminste, ik meen je te zien. Waar ik het met je eens ben, ben je mijn inspiratie en waar ik het niet met je eens ben, ben je ook mijn inspiratie. Ik zie een insect dat eieren legt waaruit dat wat hem om zal brengen geboren gaat worden.
Jij wordt door het eigen imaginaire bergvolk bereden, dat wil zeggen, je lijdt aan datgene wat je met je eigen fantasie hebt geschapen, je wordt door de goden – die je nota bene zelf gecreëerd hebt – op de huid gezeten. Je hebt ofwel een goeie God die je als een roze wolk van de aarde probeert los te weken. Telkens spring je naar haar op, je vliegt een tijdje op haar wieken, baadt in haar licht, om even zovaak een eindje verder uit haar omlaag te storten en neer te komen in een vreemd land waar je de weg niet weet. Of je God is zo oppermachtig dat hij het leven hier op aarde ondragelijk maakt. In je fanatieke geloofsijver span je je in om anderen hetzelfde juk op te leggen als dat waar jij onder gebukt gaat.
Het moment dat je sterft is van al deze zorgen niets meer te vinden. Ze zouden bij wijze van spreken je hersenpan kunnen openen en daar niets aantreffen van wat je zoveel zorgen gebaard heeft.
Eerst was ik zenuwachtig en was dat mijn zorg. Toen ik niet meer zenuwachtig was begon ik me pas werkelijk zorgen te maken.
De afwezigheid van zorgen is een grote zorg. Wie ben ik zonder mijn rugzak vol zwaartekracht.
Iets moet hier niet in orde zijn.
Deze zin als leidraad voor een leven, als creatieve handleiding voor het scheppen van moeilijkheden, het scheppen van zwaarte, het scheppen van materie, het scheppen van leven zoals wij dat tot nu toe gekend hebben.
Leg ik mijn leven langs de objectieve maatlat van zorgelijkheden dan kan ik werkelijk niets zorgelijks ontdekken.
De Burka van het Verstand March 21, 2009
Posted by ideeflux in : Het Mompelen, ++ , add a comment
Er komt altijd iets naar je toe gegaloppeerd. Het draagt jouw masker, jouw naam. Het leven draagt jouw gezicht en staat altijd recht voor je.
Er is geen wet. Er is simpelweg geen ruimte voor een wet want het leven is er te vol van zijn voor. Duw je de oersoep met je kleine pollepel naar rechts, dan gaat de soep naar links. Zo brengt het leven je altijd feilloos bij dat wat je tracht te vermijden. Daarom wordt gezegd dat als je naar het vuur wil je bij het water uit zult komen. Wil je naar het water dan zul je je tot het vuur moeten richten.
Ik richt mijn pijlen graag op de burka van het verstand. Maar de pijlen die ik vanaf hier op haar afschiet kunnen het verstand niet raken. Zij wil graag alles logisch en [be]grijpbaar maken, zij wil dat wat onbewust of kwetsbaar of onbenoembaar is het daglicht van kracht en rede binnentrekken.
Dat is geen kwaadwillendheid, dat is zoals zij is. Dat is de wereld van dingen zoals die op haar komt toe gegaloppeerd. Dat is wat zij noemt: zoals het is.
Ik wil niet zeggen dat het goed is dat bepaalde mensen voorbestemd, vastgelegd worden om bepaalde rollen te vervullen. Ik wil ook niet zeggen dat het enkel fout is.
Onder de burka van het mysterie zijn vrouwen woordloze dragers van een groot geheim.
Komen ze eronder vandaan tevoorschijn dan worden ze vaak mannen met tieten, travestieten van onzegbaarheid, de harde peniskokers van hun borsten kunnen geen contact meer maken met de bron.
Wanneer we het onzegbare de kleren van woorden aantrekken, de harde contouren van logica, dan verdwijnt exact dat waar we naar op zoek waren. Je sluit je hand om iets in gene wereld en als je hem weer opent in deze dan blijkt hij leeg te zijn.
Dit is geen pleidooi voor vrouwen onder burka’s. Dit zou een betoog willen zijn van nederigheid. Maar daar is een adder. De Oersoep draait en wentelt. Ik wil het verstand tot nederigheid brengen, dwingen. Ik zie haar graag spartelen zoals ik moet spartelen.
Dat gaat niet werken, ik voel dat het niet werkt.
Als er nederigheid is, dan moet die bij mij zijn. Vanuit ons. Vanuit liefde, vanuit het geheim van de grote Burka in liefde zijn voor dat pedante verstand dat meent dat wat het door het kleine kijkstrookje daar bovenaan kan zien, dat dat alles is.
Jan van de Middenweg zegt: geef ieder het zijne. Hij sleet zijn dagen zonder te spreken en toch, velen zochten hem om het oordeel dat hij niet zou geven. Zijn huis was een Grote Burka, een Tora Bora. Als het verstand daar binnen kwam deed het automatisch zijn kleren uit en kwam als herboren naar buiten. Jan legde het verstand nooit het vuur aan de schenen. Hij trok zelf het kleed van nederigheid aan, dat hij voor haar bestemd had.
Restruimte November 27, 2008
Posted by ideeflux in : Het Mompelen, +++ , 1 comment so far
Lees mij niet, maar leef mij. Wees met God – net als Hafiz – als twee dikke mensen in een klein bed. Als de één beweegt, dan beweegt dat de ander. Laat God de restruimte van je wezen zijn.
Zij gleed slaapdronken in mijn armen en ik hield haar vast als iets dat ik niet kon bevatten. Zij moet dat gevoeld hebben en dankzij mijn veel te kleine omhelzing bloeide zij open, botte ze uit, als een bloem uit een knop.
Alles dat mij pijn deed werd een deur door engelen gedragen. Elke deur gaf toegang tot een ander universum, de engelen en de deuren dansten, verwisselden steeds van plaats. Ik wist van tevoren niet welke deur naar welk universum leiden zou. Ik noemde het allemaal God, niet als gedachtespelletje, maar als benoeming van realiteit, van mogelijkheid. Ik gebruikte woorden niet langer om dingen – met name mijzelf, mijn leven – mee vast te leggen, maar om deuren mee te openen.
Waar is dit woord een deur naar? Wat is het hartevlees van dit woord? Elk woord opent een deur naar onszelf, naar het vlees en bloed van onszelf, de oneindige lichamelijke ruimte, naar het slagaderlijk kloppen van dit moment.
Een Theemuts Zijn August 3, 2008
Posted by ideeflux in : Het Mompelen, ++ , add a comment
Er is eigenlijk niets te zeggen, u en ik weten dat, en toch… een paar woorden over niets, van niets naar niemand, van ongezegd en gezwegen naar ongehoord en onbegrepen.
Wie ben ik? Wie bent u?
Het niet weten van dat antwoord is het antwoord. Er is grote vriendelijkheid in dat niet-weten, in dat openlaten van alle opties.
Het leven nemen. Het leven nemen zoals het is. Mijn ouders nemen, mijn verleden nemen, dat wat pijnlijk was, ontroerend, schijnbaar niet genoeg of onbevredigend. Die mooie plaatsen op de aarde waar we waren terwijl we ruzie maakten, dat alles omvatten als een dikke theemuts, met ons enorme achterwerk over dat alles heen gaan zitten, dat uit broeden, dat samen laten smelten tot één geheel. Niets meer daarbuiten laten vallen. De pruimenbloesemboom vormen boven mijzelf, onszelf, de grote paraplu zijn voor alles wat er is.
Mijn gebrek speelt met mijn onvermogen, mijn verlangen, mijn angsten. Ik speel met jou in de ooghoek van ons bestaan. De naam die ik aan alles geef, daar gaat het om, de manier waarop ik alles een plaats geef in mezelf. Ik ben… zoveel goter dan ik ooit dacht te zijn, zoveel alomvattender.
Dag! Ik ga nu weer even weg van dit grote venster, van dit grote overzichtsraam, ik ga nu even weer spelen in mijn eigen kleinheid, mezelf verliezen in wie ik weet dat ik niet ben.
Tot later. Tot weer groter, wij beiden, jij en ik.
Vogelenzang July 30, 2008
Posted by ideeflux in : Het Mompelen, +++ , add a comment
Ik had het me niet gerealiseerd toen ik door de deur stapte, maar… elke uitgang is een ingang. Op het zelfde moment dat je ergens weg gaat, kom je ergens anders aan. Tezelfdertijd. Zo vol is de wereld, er is geen plaats voor niets of nergens.
Ik hoef niet succesvol te zijn, ik herhaal het nog maar eens voor mezelf. Het duurt even maar dan is daar weer dezelfde ontroering als gisteren, dezelfde herkenning, de lichamelijke gewaarwording van waarheid, volheid. Geen lapje meer voor het bloeden, maar het bloeden zelf. Niets meer ophouden, niets meer te verwezenlijken dan hier, aan zelf genoeg zijn. Thuiskomen, thuis blijven. Deur door deur door deur. Door de draaideur bij mezelf uitkomen. Ten lange leste. Eindelijk.
Zo graaf ik mij manmoedig het geboortekanaal naar degeen die ik al die tijd al was en hoopte te worden. Ik graaf mijzelf een weg door mijn slokdarm omhoog, van binnenuit stoot ik de deur open en het zijn deze woorden die als eerste naar buiten komen vallen, als iets volkomen onbegrijpelijks, als iets totaal overbodigs, als een lied.
Exit July 29, 2008
Posted by ideeflux in : Het Mompelen, ++ , add a comment
Even kijken of dat wat ik denk en voel uit wil vloeien in woorden. Niet wegvloeien, maar zich verstevigend bestendigen, zich verankeren zonder kleiner te worden. Ik mag van geluk spreken dat ik deze keer wel luisterde naar de kleine stem: ‘je hoeft niet succesvol te zijn.’
Ik hing als een bokser in de touwen, als een vaatdoek op de rand van de emmer van mijn bestaan. Ik was zo moe. Ik voelde hoe de vermoeidheid uit mij wegdrupte terwijl tegelijkertijd de vermoeidheid weer werd aangevuld, een beetje zoals je meent te kunnen waarnemen hoe opgehoopt lichaamsvocht toestroomt naar de zich ledigende overvolle blaas.
Ook niet in dit, dit neerschrijvende. Ook niet succesvol in het zoeken naar mogelijkheden, in het realiseren van vrijheid, uitbundig leven, begrijpen, doorvoelen. In het leggen van contacten, in het vinden van de uitgang. In het niet-vinden van de uitgang.
Aan de Waterkant July 13, 2008
Posted by ideeflux in : Het Mompelen, ++ , 1 comment so far
Alles in mij was omlaag gezakt en vormde een bemost landschap onder een hemel van kristalhelder water.
Het water was woordloos en de woorden zelf lagen verborgen onder dikke lagen begroeisel. Het was zo vredig, en misschien wel juist daardoor werd ik toch een tikkeltje onrustig en dus daalde ik weer af en vloog laag over, op zoek naar iets dat een antwoord zou kunnen zijn op de vraag die niet eens gesteld was. Het zonlicht scheen steeds wisselend op deze of gene steen als om aan te geven waar ik wezen moest, maar ik aarzelde, want het keren van wat dan ook zou enkel het water vertroebelen, meer vragen oproepen dan beantwoorden.
Wij zijn allemaal uit dezelfde twee raadsels opgebouwd en maar uit één enkele gehouwen: vader, moeder. Al het gemis, alle gaven, alles wat ons onthouden werd, al het gelach, alle zoete geuren, alle hoopvolle verwachtingen vormen samen de muren van de tuin van onze jeugd. Als dat fragiele bouwwerk instort is het lange tijd onrustig. Het huilen van het kind wordt de leidraad van ons handelen. Maar: alles kan fundament voor vrijheid zijn.
Het nerveuze willen weten is de meest geslepen poging om het vinden van antwoorden te vermijden.
Alles op de Juiste Plek June 3, 2008
Posted by ideeflux in : Het Mompelen, +++ , 1 comment so far
Ik loste bijna op in het zonlicht, het weerkaatslicht, het stoflicht doorheen ramen, winkelruiten, het verschuivend perspectief waarbinnen de avond viel. Hoe verder we kwamen, des te dieper viel de avond.
Ik kneep steeds mijn ogen dicht als een kat, ik spon. Later vond ik mijn plekje in een slonzig hotel. Slonzig niet als een verwijt, maar meer als een romige omhulling. Ik vind altijd mijn plek. Alles vindt altijd zijn plek, omdat alles net als water het laagste punt opzoekt.
Ik was met een groep mensen. Hun licht weerkaatste zich in de vensters van anderen. We waren transparant van toegankelijkheid. Door onszelf heen konden we de ander zien en doorheen de ander zagen we onszelf. Af en toe kneep ik mijn ogen dicht in het felle licht, het weerkaatslicht.
Alles, maar dan ook werkelijk alles ontvouwde zich zoals het… het had geen keus dan om – eenmaal losgelaten – de juiste plek in te nemen.
En ik dan, of, en jij dan, vroeg een verre schaduw van een oude vriend. We glimlachten. Het was eigenlijk geen vraag meer, sinds alles immers op de juiste plaats lag en ieder rustte in uitgelezen eigenheid. Vreemd genoeg leek juist daardoor alles ineens inwisselbaar. Gelijkwaardig, gelijkaardig
Wij droommompelden in onze halfslaap en schurkten op vriendelijke, lieve en dierlijke wijze onze lichamen tegen elkaar. In de droomwereld was blijkbaar geoorloofd wat in de wakkere wereld geheim had moeten blijven. In de droomwereld gebeurt blijkbaar wat in de wakkere wereld verboden is.
Alles krijgt altijd een plek. Ik zoek als water naar een uitgang van dit verhaal. Ik hoop mij op tegen de drempel, ik lek weg langs een spleet in de rotswand. Ik lig in jouw armen, in Orfeus armen, in de armen van de Grote Moedergod. Ik fluit door mijn neus. Ik doe niets en doordat ik niets doe wordt het juiste gedaan.
Als dan toch nog eens… April 23, 2008
Posted by ideeflux in : Het Mompelen, +++ , add a comment
‘Ik ben het oog van de wereld. Mijn meer is het oog van de wereld, ik kan alles zien. Ik kan dan misschien wel niet overal naartoe – wegens gebrek aan water – maar ik kan wel alles zien, achter alles zien. Ik kan zelfs met dat wat ik niet kan zien in verbinding treden.’
Karper was innig tevreden met zichzelf zoals hij lag te peinssoezen tussen het mosgroen, het goudgroen. Dwars door het koele water behielden de zonnestralen hun warmte, hij voelde hoe ze op zijn schubben weerkaatsen en toch warmte achterlieten. ‘Schitterend,’ mompelde hij voor zichzelf het woord dat hij vond passen bij de situatie waarin hij zich bevond. Het was opmerkelijk. Karper was zich terdege bewust van zijn eigen schittering, zijn eigen goddellijke verschijning, zijn eigen majesteit, zonder dat hij er op een of ander manier mee op de loop ging.
‘De wereld rijpt in mij en ik rijp in de wereld… hmm, zo goed, zo fluistergoed, zo één in ander, zo ik in ander. Ik in karper, karper in meer, meer in wereld, wereld in meer, meer in karper, karper in mij. De wereld is een legpuzzel waar gewoon geen plek is voor een ontbrekend stukje. Zij is altijd kloppend, altijd vol van zelf.’ Het was zalig. Dit was het optimum. Niet bewegen, hangend in het water, overpeinzen. ‘Tot ontstaan komen door te laten gaan van bestaan.’ Karper maakte een hele flauwe beweging met zijn staart. Niet om vooruit te komen, oh nee. Enkel en alleen om wat water langs zijn gladde lijf te doen stromen, wat fris water door zijn kieuwen te laten gaan. (more…)