jump to navigation

Met Open Ogen May 15, 2011

Posted by ideeflux in : Het Mompelen , 1 comment so far

Met Open Ogen

Ik gooide wat zwarte vegen op het witte doek, maar de oude truc leek niets op te leveren. Of toch? Links onder in beeld was opeens duidelijk een drakenkop te zien die zichzelf in zijn staart beet.

Ik word wakker. Ik zoek houvast in dit oneindige, dit tomeloze. Mijn handen glijden over gladde lakens, mijn harige lichaam kan zichzelf niet ontkennen, zich niet verstoppen en zo gauw ik mij ontdekt heb, trek ik mijzelf aan mijn eigen staart uit het moeras van mijn droom omhoog. Eenmaal op het droge geslingerd word ik geschoren en met zachte dwang onder de douche geduwd. Ik spoel het droomslijk van me af, de drakenschubben, dat wat slaap genoemd wordt.

Ik heb een nieuw stuk gereedschap, waarmee je op een snelle en eenvoudige manier een paardebloem uit het gras kan verwijderen. Er stonden zo overweldigend veel paardebloemen in het gras, dat ik nooit overwogen zou hebben er de strijd mee aan te binden als dit apparaat het niet mogelijk had gemaakt. Elke dag haal ik zo minstens twee emmers paardebloemen op. Ik voel me een beetje een onnozel. Zo, denk ik, vecht de Amerikaan met de Talibaan. Omdat het mogelijk is, omdat ze er de machines voor hebben.

Of ik van mijn leven geniet?
Die vraag overvalt me en ik laat me er de verkeerde kant door op sturen. Het lijkt me niet helemaal de juiste vraag, zeg ik. Of nee, dat is het niet, de vraag is misschien wel okay, maar, zoals elke vraag veronderstelt het een zekere bekendheid met een aantal zaken die, op de keeper beschouwd, misschien wel helemaal niet zo be- of gekend zijn. Op deze sluipende manier manipuleert elke vraag haar antwoord, insinueert haar als het ware of bepaalt op zijn minst de bandbreedte waarbinnen zij gegeven kan worden.

Weet ik wat leven is? Is het van mij? Word ik geacht er van te genieten en zo ja, wat is dat dan, dat genieten, hoe ziet dat er uit? Waar is het de vragensteller eigenlijk om te doen?

Het paard achter de wagen spannen, de vraag achter het antwoord. De vraag als schepper van antwoorden, de uitvinding als schepper van behoeften. Wij als schepper van ons leven. Het stellen van de juiste vraag.
Alle deuren zijn open. Midden op de dag staat de ronde deur van de droomwereld wagenwijd open. Alle antwoorden zijn daar te vinden. Zij zweven daar rond in vrijheid en verbazing.
Ik sta met gebogen rug terwijl ik paardebloem uit het gras trek. Ik sta met mijn rug naar die ronde opening. Zij fluisteren mij van alles in het oor, maar ik verkies vaak niet te luisteren.
Of ik van mijn leven geniet?
Het is ongehoord spannend! Als je me de juiste vraag zou stellen zou ik ‘ja’ zeggen.

Waneer ik nog een keer naar het witte doek kijk zie ik iets… opzienbarends.
Het is niet zo dat de drakenkop zichzelf in de staart bijt. Nee, ik zie heel duidelijk dat de drakenkop zijn mond openspert en langzaam maar zeker uit zichzelf te voorschijn komt, zich uit zichzelf te voorschijn trekt, schoksgewijs, trillend als jong gras, eierlevendbarend.

Bij Voortduring March 20, 2011

Posted by ideeflux in : Het Mompelen , add a comment

Bij Voortduring

Ik luister maar zit mijzelf voortdurend in de weg, want wil zo graag dat door mij. Dan luister ik weer: wekker, getjilp en oorverdovende stilte. Weer luisteren, maar nu door u, U, gij. Vrede, alles op juiste plaats, mededogen, een constant wenen van vreugde over het thuiskomen van verloren zonen, zoekgeraakte dochters. We hoeven niet naar troost op zoek te gaan want troost vormt de grondslag, de grondtoon van dit universum. Hoe diep je ook valt, je valt altijd in de wijdopengesperde armen van wat is. We komen thuis met elke hartslag, elke ademtocht. To belong is to belong to this moment. Mijn ademsarm, mijn gedachte-arm reikt niet verder dan dit.
Ik zit op het dak van mijn huis en wacht op een bootje dat me zal redden, of op een vloedgolf die me op zal tillen, mee zal voeren, oneindig licht zal maken. Er is levensloop en het beloop van de sterren, het draaien van de grote caleidoscoop van het universum, verschuivende prisma’s, verschuivende perspectieven.
Deze woorden zijn als roomsoesjes gevuld met niets en juist daardoor zijn ze zo… licht, zo betekenisloos, zo zalig smakend. Ik kleed me uit, ik bewonder mijn slanke lichaam, mijn gladde lange spieren, de kwetsbaarheid van de huidplooien, het teveel aan huid, de verkleuringen. Ik leg mij te rusten of ik sta weer op. Ik loop, ik sta, ik zit of ik lig. Het gaat al maar door. Wij gaan al maar door. Wij raken nooit vermoeid, wij dansen als de sterren, wij ontvouwen, wij ontvouwen onze bladeren in sprakeloze verwondering. Wij worden onophoudelijk een ander en blijven enkel daardoor steeds dezelfde.

Over de Dichtkunst January 15, 2011

Posted by ideeflux in : Het Mompelen , add a comment

Over de Dichtkunst

Er is niets van onze gading, niets dat houvast biedt, niets dat gedaan moet worden. Wij zitten ieder onder onze eigen zon als een rij dames onder droogkappen. Wij zijn het licht en de ontvanger van het licht, wij zijn de gever van het cadeau en degene die het uitpakt. Wij worden zowel gevoed door degenen die na ons komen als door degenen die ons voor gingen, want wij hebben de laatsten nodig om de eersten op waarde te kunnen schatten. En andersom. Wij buigen voor elkaar, niet als knipmessen maar met de warmte van een handdruk. Wij houden de deur voor elkaar open, wij wijzen elkaar de weg. Het universum buigt zich uit. Er is geen einde. Alles wat een voorkant heeft, heeft ook een achterkant. Alles wat we kunnen zien, kunnen we juist daardoor ook niet zien, want ons zien verbergt het ongeziene.

Er humt een verwarming in huis. Buiten is het stil en wit en roerloos. De dag houdt haar adem in.

Soms worden we gedwongen gebieden in onszelf te bezoeken waar we dachten nooit meer terug te hoeven komen. Dan gaat het om de kwaliteit van onze aanwezigheid daar, want wij komen terug tot de laatste steen zich oplost in dankbaarheid.
Denk aan de dichtkunst.
Bouw geen zinnen als vestingwallen, eerder als uitkijktorens, als vergezichten. Als verkenners. Als spiegelbeelden van de innerlijke elegantie die je soms kan voelen.

Nu – dat voel ik tenminste zo – had ik u en mezelf graag ergens anders mee naar toe willen nemen, maar vandaag kom ik niet verder dan hier. Ik heb maar een hele kort schrijfadem, een slechte woordconditie. Ik strompel naar de rand van het bos als een hert dat bij elke stap dieper wegzakt in de sneeuw. Er is steeds minder te zien. Het hert verdwijnt, zinkt, zingt. Het landschap dat zich voor onze ogen ontvouwt is smetteloos wit, als het beloofde land dat onbetreden, als het papier dat onbeschreven.

November 18, 2010

Posted by ideeflux in : Het Mompelen , add a comment

Vissen

Hij scant de holle ruimte, het lege universum waaruit hij blijkbaar bestaat. Verkenningsschepen worden uitgezonden maar keren onverrichterzake terug. Niets maakt zich kenbaar. Spaarzame sneeuw valt met grote ruimte tussen de kleine vlokken en in die ruimte staan huizen en bomen op gepaste afstand van elkaar. Er is meer ruimte dan materie, meer niet-zijn dan zijn, meer vrede dan wrok, meer stilte dan geluid, meer woordloosheid dan dat er wat te zeggen valt.

Ochtendgymnastiek July 28, 2010

Posted by ideeflux in : Het Mompelen , add a comment

Ochtendgymnastiek

Hoe de levensstroom ons meevoert. Hoe de levenssappen door ons lichaam stromen. Hoe wij langzaam openen voor wie we werkelijk zijn.
Dit ademen is natuurlijk meer dan genoeg. Wat is onze ambitie?
Twee weten meer dan één.
Twee nooit gedwongen, nooit gezongen, twee averecht.
Een gerecht voor twee.

Het ongekende lichaam met haar ongekende mogelijkheden.
Of wij er wonen? Het is ons nest, we vliegen er af en aan, om de jongen te voeren. En dat is dan ook de enige tijd die we er doorbrengen. We hoeven zelf niet meer te eten. Het hoeft niet meer. Wij downloaden de goddelijke manna rechtstreeks uit de hemel, zoals te doen gebruikelijk was bij de oude volkeren, toen wij nog jong waren. Lijfelijk sterk en geestelijk volgroeid.

Ik zoek iets, dat weet ik zeker. Ik weet niet exact wat ik zoek, maar ik zoek iets door middel van deze woorden. Ik wil… iets gestalte laten krijgen, gedaante laten aannemen. Het is… de geur van vrijheid, de geur van het schijnbaar onmogelijke dat binnen handbereik ligt. De onwaarschijnlijke vreemdheid van het leven. Het zelfcreërende daarvan, het zelfzoekende, zelfbevestigende.
Vergeet wat je weet, zet de deur open, laat de adem van God langs je wanden stromen. Dat de levende dag je hebben mag.

De Zuidkant July 3, 2009

Posted by ideeflux in : Het Mompelen, + , add a comment

Heden

Het lijf is verrassend moe. Moe omdat het uitbundig meegedaan heeft aan de upswing van zomer, verrassend omdat het zo levendig voelt, de moeheid voelt levendig.
Dat zal straks ook zo met de dood zijn. Hoe verrassend levendig, wat een upswing, wat een verrassing.

Hij had het hele proces doorlopen. Het ouder worden, de gebreken, een ziekte hier en daar, het besef dat het niet lang meer zou duren, het besef dat de tijd was gekomen. Geen spoor van emoties. Waarom ook. Het voelde zo bekend, zo herhalen van het reeds gedane doen, dat het op hem over kwam als een dan wel geen dagelijkse, maar dan zeker toch wel levenlijkse routine. Het lijf houden, vasthouden en dan loslaten, vliegen zonder vleugels, doorschieten in dat wat niet is.
De herinneringen, het geboortekanaal waardoorheen zelf zovaak in opperste vervoering op en neer, althans gedeeltelijk, dan het uitbarsten aan de oppervlakte als een luchtbel, als een zwemmer vanuit grote diepte, openspattend in licht en weidsheid. Het altijd geweten hebben daarvan. De vergeefsheid van alle onzin die hemhaar in de weg had gestaan zwaaide en juichte als een massa vage bermtoeristen langs de snelweg naar glorie.
Waarom al die tijd wachten? Waarom al dat wat toch verloren gaat nog meegesleept? Waarom niet nu reeds bevrijd overgaan tot het ontmoeten in diepte, tot het zijn in vrijheid, tot het grote rusten, tot het enkel doen van dat wat toch al gedaan wordt. Waarom niet nu in vrede zijn met al wat die vrede lijkt te bedreigen, waarom de handdoek niet in de ring gegooid, waarom het moede hoofd niet te ruste gelegd, de O van overgave met overgave uitgespeld, uitgezongen?
Wij wonen aan de zuidkant van het leven. Altijd zon. Regen op bestelling.
’S nachts eten de reeën de knoppen van onze tulpen. Zoo vredig, zo ongehoord.
Wij denken dat alle ontmoetingen die er zijn via ons lopen, ons als persoon, ons als mensensoort. Wat een ijdele vergissing! Alles ontmoet elkaar buiten ons om, constant, de hele tijd, altijd en overal. Wij zijn er alleen slechts af en toe getuigen van. Zoals die keer dat ik in de diepzwarte nacht een ontmoeting zag tussen een paard en een kat. De zwarte kat was van een draaiende aanraakbare dichtbijheid vlakbij het hek, terwijl het paard af en aan galoppeerde, de grond allemachtig deed dreunen en klonten aarde van onder zijn hoeven weg deed wegspringen. Ik was verbijsterd, vernietigd, verkleind. Voor even tot ware proporties teruggebracht.
Dat is precies wat er vanavond gaat gebeuren, morgen, overmorgen, wanneer het mijn tijd is. Tot ware proporties terug gebracht en daardoor oneindig. Want dat wat zijn ware proporties heeft vindt zijn einde niet, is oneindig groot in haar eigen tuin, leeft voor altijd in haar eigen tijd.
Wij zijn schaaldieren, knikkers die elkaar enkel op bepaald punten kunnen raken. Op die punten gaan werelden volledig vloeibaar in elkaar over. We lijken knikkers maar van binnen is het gelei, soep, stroom van gedachten. Ik kluts mijn eitje. Ik maak een omelet met van alles erin. Mijn bomen groeien tot aan de hemel, zij hebben geen keus. Alles vindt magistraal de juiste richting. Ik sta erbij en kijk ernaar, met open mond, het is verbazingwekkend dit majesteitelijk langzame vuurwerk, dit trage stollen dit voortdurend smelten, dit onophoudelijk tot stand gebracht worden.

Het Baren van Zorgen May 16, 2009

Posted by ideeflux in : Het Mompelen, + , add a comment

Het Baren van Zorgen

Ik zie je of tenminste, ik meen je te zien. Waar ik het met je eens ben, ben je mijn inspiratie en waar ik het niet met je eens ben, ben je ook mijn inspiratie. Ik zie een insect dat eieren legt waaruit dat wat hem om zal brengen geboren gaat worden.

Jij wordt door het eigen imaginaire bergvolk bereden, dat wil zeggen, je lijdt aan datgene wat je met je eigen fantasie hebt geschapen, je wordt door de goden – die je nota bene zelf gecreëerd hebt – op de huid gezeten. Je hebt ofwel een goeie God die je als een roze wolk van de aarde probeert los te weken. Telkens spring je naar haar op, je vliegt een tijdje op haar wieken, baadt in haar licht, om even zovaak een eindje verder uit haar omlaag te storten en neer te komen in een vreemd land waar je de weg niet weet. Of je God is zo oppermachtig dat hij het leven hier op aarde ondragelijk maakt. In je fanatieke geloofsijver span je je in om anderen hetzelfde juk op te leggen als dat waar jij onder gebukt gaat.
Het moment dat je sterft is van al deze zorgen niets meer te vinden. Ze zouden bij wijze van spreken je hersenpan kunnen openen en daar niets aantreffen van wat je zoveel zorgen gebaard heeft.

Eerst was ik zenuwachtig en was dat mijn zorg. Toen ik niet meer zenuwachtig was begon ik me pas werkelijk zorgen te maken.
De afwezigheid van zorgen is een grote zorg. Wie ben ik zonder mijn rugzak vol zwaartekracht.
Iets moet hier niet in orde zijn.
Deze zin als leidraad voor een leven, als creatieve handleiding voor het scheppen van moeilijkheden, het scheppen van zwaarte, het scheppen van materie, het scheppen van leven zoals wij dat tot nu toe gekend hebben.
Leg ik mijn leven langs de objectieve maatlat van zorgelijkheden dan kan ik werkelijk niets zorgelijks ontdekken.

De Burka van het Verstand March 21, 2009

Posted by ideeflux in : Het Mompelen, ++ , add a comment

De Burka van het Vertsand

Er komt altijd iets naar je toe gegaloppeerd. Het draagt jouw masker, jouw naam. Het leven draagt jouw gezicht en staat altijd recht voor je.
Er is geen wet. Er is simpelweg geen ruimte voor een wet want het leven is er te vol van zijn voor. Duw je de oersoep met je kleine pollepel naar rechts, dan gaat de soep naar links. Zo brengt het leven je altijd feilloos bij dat wat je tracht te vermijden. Daarom wordt gezegd dat als je naar het vuur wil je bij het water uit zult komen. Wil je naar het water dan zul je je tot het vuur moeten richten.

Ik richt mijn pijlen graag op de burka van het verstand. Maar de pijlen die ik vanaf hier op haar afschiet kunnen het verstand niet raken. Zij wil graag alles logisch en [be]grijpbaar maken, zij wil dat wat onbewust of kwetsbaar of onbenoembaar is het daglicht van kracht en rede binnentrekken.
Dat is geen kwaadwillendheid, dat is zoals zij is. Dat is de wereld van dingen zoals die op haar komt toe gegaloppeerd. Dat is wat zij noemt: zoals het is.
Ik wil niet zeggen dat het goed is dat bepaalde mensen voorbestemd, vastgelegd worden om bepaalde rollen te vervullen. Ik wil ook niet zeggen dat het enkel fout is.
Onder de burka van het mysterie zijn vrouwen woordloze dragers van een groot geheim.
Komen ze eronder vandaan tevoorschijn dan worden ze vaak mannen met tieten, travestieten van onzegbaarheid, de harde peniskokers van hun borsten kunnen geen contact meer maken met de bron.
Wanneer we het onzegbare de kleren van woorden aantrekken, de harde contouren van logica, dan verdwijnt exact dat waar we naar op zoek waren. Je sluit je hand om iets in gene wereld en als je hem weer opent in deze dan blijkt hij leeg te zijn.

Dit is geen pleidooi voor vrouwen onder burka’s. Dit zou een betoog willen zijn van nederigheid. Maar daar is een adder. De Oersoep draait en wentelt. Ik wil het verstand tot nederigheid brengen, dwingen. Ik zie haar graag spartelen zoals ik moet spartelen.
Dat gaat niet werken, ik voel dat het niet werkt.
Als er nederigheid is, dan moet die bij mij zijn. Vanuit ons. Vanuit liefde, vanuit het geheim van de grote Burka in liefde zijn voor dat pedante verstand dat meent dat wat het door het kleine kijkstrookje daar bovenaan kan zien, dat dat alles is.

Jan van de Middenweg zegt: geef ieder het zijne. Hij sleet zijn dagen zonder te spreken en toch, velen zochten hem om het oordeel dat hij niet zou geven. Zijn huis was een Grote Burka, een Tora Bora. Als het verstand daar binnen kwam deed het automatisch zijn kleren uit en kwam als herboren naar buiten. Jan legde het verstand nooit het vuur aan de schenen. Hij trok zelf het kleed van nederigheid aan, dat hij voor haar bestemd had.

Restruimte November 27, 2008

Posted by ideeflux in : Het Mompelen, +++ , 1 comment so far

Restruimte

Lees mij niet, maar leef mij. Wees met God – net als Hafiz – als twee dikke mensen in een klein bed. Als de één beweegt, dan beweegt dat de ander. Laat God de restruimte van je wezen zijn.

Zij gleed slaapdronken in mijn armen en ik hield haar vast als iets dat ik niet kon bevatten. Zij moet dat gevoeld hebben en dankzij mijn veel te kleine omhelzing bloeide zij open, botte ze uit, als een bloem uit een knop.
Alles dat mij pijn deed werd een deur door engelen gedragen. Elke deur gaf toegang tot een ander universum, de engelen en de deuren dansten, verwisselden steeds van plaats. Ik wist van tevoren niet welke deur naar welk universum leiden zou. Ik noemde het allemaal God, niet als gedachtespelletje, maar als benoeming van realiteit, van mogelijkheid. Ik gebruikte woorden niet langer om dingen – met name mijzelf, mijn leven – mee vast te leggen, maar om deuren mee te openen.
Waar is dit woord een deur naar? Wat is het hartevlees van dit woord? Elk woord opent een deur naar onszelf, naar het vlees en bloed van onszelf, de oneindige lichamelijke ruimte, naar het slagaderlijk kloppen van dit moment.

Een Theemuts Zijn August 3, 2008

Posted by ideeflux in : Het Mompelen, ++ , add a comment

De Theemuts van het Zijn

Er is eigenlijk niets te zeggen, u en ik weten dat, en toch… een paar woorden over niets, van niets naar niemand, van ongezegd en gezwegen naar ongehoord en onbegrepen.
Wie ben ik? Wie bent u?
Het niet weten van dat antwoord is het antwoord. Er is grote vriendelijkheid in dat niet-weten, in dat openlaten van alle opties.
Het leven nemen. Het leven nemen zoals het is. Mijn ouders nemen, mijn verleden nemen, dat wat pijnlijk was, ontroerend, schijnbaar niet genoeg of onbevredigend. Die mooie plaatsen op de aarde waar we waren terwijl we ruzie maakten, dat alles omvatten als een dikke theemuts, met ons enorme achterwerk over dat alles heen gaan zitten, dat uit broeden, dat samen laten smelten tot één geheel. Niets meer daarbuiten laten vallen. De pruimenbloesemboom vormen boven mijzelf, onszelf, de grote paraplu zijn voor alles wat er is.
Mijn gebrek speelt met mijn onvermogen, mijn verlangen, mijn angsten. Ik speel met jou in de ooghoek van ons bestaan. De naam die ik aan alles geef, daar gaat het om, de manier waarop ik alles een plaats geef in mezelf. Ik ben… zoveel goter dan ik ooit dacht te zijn, zoveel alomvattender.
Dag! Ik ga nu weer even weg van dit grote venster, van dit grote overzichtsraam, ik ga nu even weer spelen in mijn eigen kleinheid, mezelf verliezen in wie ik weet dat ik niet ben.
Tot later. Tot weer groter, wij beiden, jij en ik.