Vogelenzang July 30, 2008
Posted by ideeflux in : Het Mompelen, +++ , add a comment
Ik had het me niet gerealiseerd toen ik door de deur stapte, maar… elke uitgang is een ingang. Op het zelfde moment dat je ergens weg gaat, kom je ergens anders aan. Tezelfdertijd. Zo vol is de wereld, er is geen plaats voor niets of nergens.
Ik hoef niet succesvol te zijn, ik herhaal het nog maar eens voor mezelf. Het duurt even maar dan is daar weer dezelfde ontroering als gisteren, dezelfde herkenning, de lichamelijke gewaarwording van waarheid, volheid. Geen lapje meer voor het bloeden, maar het bloeden zelf. Niets meer ophouden, niets meer te verwezenlijken dan hier, aan zelf genoeg zijn. Thuiskomen, thuis blijven. Deur door deur door deur. Door de draaideur bij mezelf uitkomen. Ten lange leste. Eindelijk.
Zo graaf ik mij manmoedig het geboortekanaal naar degeen die ik al die tijd al was en hoopte te worden. Ik graaf mijzelf een weg door mijn slokdarm omhoog, van binnenuit stoot ik de deur open en het zijn deze woorden die als eerste naar buiten komen vallen, als iets volkomen onbegrijpelijks, als iets totaal overbodigs, als een lied.
Exit July 29, 2008
Posted by ideeflux in : Het Mompelen, ++ , add a comment
Even kijken of dat wat ik denk en voel uit wil vloeien in woorden. Niet wegvloeien, maar zich verstevigend bestendigen, zich verankeren zonder kleiner te worden. Ik mag van geluk spreken dat ik deze keer wel luisterde naar de kleine stem: ‘je hoeft niet succesvol te zijn.’
Ik hing als een bokser in de touwen, als een vaatdoek op de rand van de emmer van mijn bestaan. Ik was zo moe. Ik voelde hoe de vermoeidheid uit mij wegdrupte terwijl tegelijkertijd de vermoeidheid weer werd aangevuld, een beetje zoals je meent te kunnen waarnemen hoe opgehoopt lichaamsvocht toestroomt naar de zich ledigende overvolle blaas.
Ook niet in dit, dit neerschrijvende. Ook niet succesvol in het zoeken naar mogelijkheden, in het realiseren van vrijheid, uitbundig leven, begrijpen, doorvoelen. In het leggen van contacten, in het vinden van de uitgang. In het niet-vinden van de uitgang.
Aan de Waterkant July 13, 2008
Posted by ideeflux in : Het Mompelen, ++ , 1 comment so far
Alles in mij was omlaag gezakt en vormde een bemost landschap onder een hemel van kristalhelder water.
Het water was woordloos en de woorden zelf lagen verborgen onder dikke lagen begroeisel. Het was zo vredig, en misschien wel juist daardoor werd ik toch een tikkeltje onrustig en dus daalde ik weer af en vloog laag over, op zoek naar iets dat een antwoord zou kunnen zijn op de vraag die niet eens gesteld was. Het zonlicht scheen steeds wisselend op deze of gene steen als om aan te geven waar ik wezen moest, maar ik aarzelde, want het keren van wat dan ook zou enkel het water vertroebelen, meer vragen oproepen dan beantwoorden.
Wij zijn allemaal uit dezelfde twee raadsels opgebouwd en maar uit één enkele gehouwen: vader, moeder. Al het gemis, alle gaven, alles wat ons onthouden werd, al het gelach, alle zoete geuren, alle hoopvolle verwachtingen vormen samen de muren van de tuin van onze jeugd. Als dat fragiele bouwwerk instort is het lange tijd onrustig. Het huilen van het kind wordt de leidraad van ons handelen. Maar: alles kan fundament voor vrijheid zijn.
Het nerveuze willen weten is de meest geslepen poging om het vinden van antwoorden te vermijden.
Alles op de Juiste Plek June 3, 2008
Posted by ideeflux in : Het Mompelen, +++ , 1 comment so far
Ik loste bijna op in het zonlicht, het weerkaatslicht, het stoflicht doorheen ramen, winkelruiten, het verschuivend perspectief waarbinnen de avond viel. Hoe verder we kwamen, des te dieper viel de avond.
Ik kneep steeds mijn ogen dicht als een kat, ik spon. Later vond ik mijn plekje in een slonzig hotel. Slonzig niet als een verwijt, maar meer als een romige omhulling. Ik vind altijd mijn plek. Alles vindt altijd zijn plek, omdat alles net als water het laagste punt opzoekt.
Ik was met een groep mensen. Hun licht weerkaatste zich in de vensters van anderen. We waren transparant van toegankelijkheid. Door onszelf heen konden we de ander zien en doorheen de ander zagen we onszelf. Af en toe kneep ik mijn ogen dicht in het felle licht, het weerkaatslicht.
Alles, maar dan ook werkelijk alles ontvouwde zich zoals het… het had geen keus dan om – eenmaal losgelaten – de juiste plek in te nemen.
En ik dan, of, en jij dan, vroeg een verre schaduw van een oude vriend. We glimlachten. Het was eigenlijk geen vraag meer, sinds alles immers op de juiste plaats lag en ieder rustte in uitgelezen eigenheid. Vreemd genoeg leek juist daardoor alles ineens inwisselbaar. Gelijkwaardig, gelijkaardig
Wij droommompelden in onze halfslaap en schurkten op vriendelijke, lieve en dierlijke wijze onze lichamen tegen elkaar. In de droomwereld was blijkbaar geoorloofd wat in de wakkere wereld geheim had moeten blijven. In de droomwereld gebeurt blijkbaar wat in de wakkere wereld verboden is.
Alles krijgt altijd een plek. Ik zoek als water naar een uitgang van dit verhaal. Ik hoop mij op tegen de drempel, ik lek weg langs een spleet in de rotswand. Ik lig in jouw armen, in Orfeus armen, in de armen van de Grote Moedergod. Ik fluit door mijn neus. Ik doe niets en doordat ik niets doe wordt het juiste gedaan.
Als dan toch nog eens… April 23, 2008
Posted by ideeflux in : Het Mompelen, +++ , add a comment
‘Ik ben het oog van de wereld. Mijn meer is het oog van de wereld, ik kan alles zien. Ik kan dan misschien wel niet overal naartoe – wegens gebrek aan water – maar ik kan wel alles zien, achter alles zien. Ik kan zelfs met dat wat ik niet kan zien in verbinding treden.’
Karper was innig tevreden met zichzelf zoals hij lag te peinssoezen tussen het mosgroen, het goudgroen. Dwars door het koele water behielden de zonnestralen hun warmte, hij voelde hoe ze op zijn schubben weerkaatsen en toch warmte achterlieten. ‘Schitterend,’ mompelde hij voor zichzelf het woord dat hij vond passen bij de situatie waarin hij zich bevond. Het was opmerkelijk. Karper was zich terdege bewust van zijn eigen schittering, zijn eigen goddellijke verschijning, zijn eigen majesteit, zonder dat hij er op een of ander manier mee op de loop ging.
‘De wereld rijpt in mij en ik rijp in de wereld… hmm, zo goed, zo fluistergoed, zo één in ander, zo ik in ander. Ik in karper, karper in meer, meer in wereld, wereld in meer, meer in karper, karper in mij. De wereld is een legpuzzel waar gewoon geen plek is voor een ontbrekend stukje. Zij is altijd kloppend, altijd vol van zelf.’ Het was zalig. Dit was het optimum. Niet bewegen, hangend in het water, overpeinzen. ‘Tot ontstaan komen door te laten gaan van bestaan.’ Karper maakte een hele flauwe beweging met zijn staart. Niet om vooruit te komen, oh nee. Enkel en alleen om wat water langs zijn gladde lijf te doen stromen, wat fris water door zijn kieuwen te laten gaan. (more…)
Tactiek April 14, 2008
Posted by ideeflux in : Het Mompelen, +++ , add a comment
Ik sla de deken van me af om te zien wie ik ben.
Ik ben een man vandaag, maar ik heb nog geen flauw idee van zijn naam of van wat zijn bezigheden zijn. Het gevoel van niet volledig geïnformeerd te zijn komt me overigens wel bekend voor.
Hij heeft een leuk huis, een aangenaam bed ook. Hij trekt de deken nog even over zich heen en wordt twintig minuten later weer wakker. Er is geen informatie bijgekomen. Hij stapt uit bed en loopt met eerste wankele schreden naar het toilet. Het is volledig werktuigelijk, gestuurd door een innerlijke drang en toch geeft het richting aan zijn nog maar zo korte bestaan. Een verdieping lager komt hij hier terecht. Hij typt neer wie hij is en wat hij tot nu toe gedaan heeft. Dat is niet erg veel. Hij kan hier nu gaan zitten wachten tot er iets nieuws bijkomt, zich er iets nieuws aan hem toevoegt dat het waard is vermeld te worden.
Hij verroert zich een hele tijd niet, maar om hem heen lijkt alles een en al beweging, de lucht trilt van de dr…
- ‘Kom eens een stapje dichterbij. Daal eens een stapje dieper af in… ja, in deze.’
- ‘In wie nu weer,’ vraag je.
- ‘Ik nodig je uit in deze af te dalen, de voor de hand liggende, de enige echte mogelijkheid als het ware.’
Maar je wil niet, je klampt je vast aan je veilige wolk van onbewustzijn, de schuilhut van je tegenzin.
Nu moet ik tactisch zijn, voorzichtig. Ik moet niet boos worden of ongeduldig, het moet veilig voor je zijn hier beneden, veilig en aangenaam. Je moet blijkbaar een goede reden hebben om naar beneden te komen. Ik moet een goede moeder voor je zijn, een liefhebbende vader. Ik ga naar beneden en dek de ontbijttafel. Dat is al in geen jaren meer gebeurd. Jij kijkt vanuit de hoogte argwanend toe. Is dit een valstrik, wordt er iets van me verwacht, moet ik weer iets?
Liefhebbende ouders zijn zo mogelijk nog minder te vertrouwen dan boze. Net als verkeer bij een stoplicht. Op rijdend verkeer kan je je oriënteren, maar stilstaand verkeer is onberekenbaar.
De garageman is onder de auto gekomen. Het was zijn boodschappentas die ik bijna twee maanden geleden opengebarsten op de straat zag liggen.
Nu moet mijn auto gerepareerd worden en het vordert maar langzaam. Eerst waren ze met zijn tweeën, maar nu moet Peter alles alleen doen. Hij houdt mij met overtuigende beloften aan het lijntje. Het zijn leugens. We weten het allebei. Ik laat mij doen. Ik wou dat ik iets had om me over op te winden, dan zou ik in no-time beneden zijn, aanwezig, alert, eisend, maar er is niets. Ik zou vorige week vertrekken en ik wacht nog steeds. Het beangstigende is dat het me niet uitmaakt. Dat ik net zo graag hier ben als daar.
Dat ik net zo graag hier niet ben als daar niet ben.
Dit Samenzijn March 29, 2008
Posted by ideeflux in : Het Mompelen, +++ , add a comment
Even had ik het gevoel dat ik had begrepen wat schrijven was. Creëeren.
Eerst is er iets waar je naar verlangt, waar je nieuwsgierig naar bent. Je noemt het terloops en later komt het onverwacht je regels binnengeslopen, op kousevoeten. Je roept iets naar de grote berg van het leven en de echo komt naar je terug en dan ben je verbaasd dat wat er naar je toe komt er zo bekend uitziet. Dat laat zich niet verzinnen. Dat gebeurt als je het verzinnen opgeeft. Hoe kom ik in die staat van me laten gebeuren?
Dat was geen vraag voor de rots, de rots in de zon, de berg aan informatie, het geslotene dat zo open is. Licht weerkaatst tot diep in de steen, licht weerkaatst door de steen. De warmte van de buik trekt in de steen en de warmte van de steen klimt omhoog in de buik van dat wat met volledig waakzame allertheid en intelligentie alles gadeslaat. Elk bewegen. Elk bewegen.
Het giechelen, de nabijheid van vertrouwde onnozelheid, het namen noemen van elkaar, het flirten, en de zon waaronder dat gebeurt. De zon van aandacht. Onder zijn of haar eigen zon lopen.
Wie ben ik?
Er zo’n verlangen naar hebben dat enigszins te weten. Het vermogen te hervinden zichzelf in enkele welgekozen woorden neer te vleien als een panter op een rots. Te zien waar het over gaat, wat de essentie van dit afdalen is. Dat wat we steeds trachten te vermijden terwijl het onvermijdelijk is.
Kom mij te hulp, Grote Geest, strek je hand naar mij uit. Ik tol in het rond. Gadegeslagen door amberkleurige ogen, twee van die ogen en de zon.
Het giechelen is verstomd. Ik ben al veel eerder aan de afdaling begonnen. Ik sta mezelf op te wachten. Hè, hè, ben je daar weer, eindelijk. De één kijkt met een licht verwijt en onderzoekende nieuwsgierigheid, de ander met een mengeling van trots en beschaamdheid. Ze besnuffelen elkaar. Dan vertrouwd weer, getrouwd, getrouw, vervolgen ze hun weg naar de plek waar ze blijkbaar wezen moeten. Hier op deze harde grond. Ik en, naast mij, degene die naast me loopt. Ik met mijn neiging om wanneer het enigszins mogelijk is te vertrekken en hij, die me overal zal volgen.
Wat is het dat mij hier te doen staat? Ik vraag het.
Hij glimlacht niet. Hij zoekt naar woorden. Ik zoek naar de woorden die hij zal spreken, ik oefen het zwijgen waaruit zijn woorden zullen opklinken.
Kom eerst bij zinnen, de rest volgt dan vanzelf.
Het amberkleurige knijpt zich even samen. Ik knik.
Dit samenzijn is het zo’n beetje wat ik hier kom doen, is het niet? Er wordt gezwegen. In mij wordt nadrukkelijk gezwegen.
De Weg van Vreugde March 9, 2008
Posted by ideeflux in : Het Mompelen, ++ , add a comment
Ik was op de plek waar ik gestalte kreeg, waar het veel gotere in mij ademde, waar ik in het veel grotere uitademde. Onze kleuren vermengden zich met elkaar. Het was er vredig, maar er waren ook dingen die niet klopten. Ik heb dat veranderd, met terugwaartse kracht. Het een en het ander zijn weliswaar met elkaar verweven, maar ze moeten niets aan elkaar ontlenen, ze moeten eigen benen vinden, een frisse verhouding.
Ik weet niet wie ik ben en ik heb het nooit geweten, die conclusie kan ik nu wel trekken. Wat is mijn eigenheid? Wat kom ik hier doen? Ik heb me zo gewillig en graag aangepast aan wat ik dacht dat er van mij verwacht werd, dat ik niet meer weet wat origineel van mijzelf is. Dat uit te zoeken is mijn eerste taak. De leugens ontmaskeren, ermee wegdoen, ze in het vuur laten springen. Niets daarvan hoeft te overleven. Laat het mes, het zwaard van waarheid gloeiend zijn, zinderend van rechtschapenheid, doeltreffendheid. Naar mijzelf zoals naar buiten. Tweesnijdend. Laten we stralend worden, een heldere spiegel, genoeg aan onszelf.
Vannacht lag ik tussen twee energiewolken, Nina en Vasili, haar kat. Ikzelf was ook een wolk van energie. We stroomden in elkaar over, we voedden elkaar. Het was goed.
We zijn hier toch om dat te doen wat ons vreugde geeft?! Cici zei het een paar dagen geleden alsof het de gewoonste zaak van de wereld was. Het klinkt zo gewoon en eenvoudig en goed, maar op het moment dat het in me landt verliest het zijn kleur en verandert het in een vraag.
Wat is het dat me vreugde schenkt?
p ;] February 20, 2008
Posted by ideeflux in : Het Mompelen, + , add a comment![p ;]](http://www.ideeflux.nu/wp-content/uploads/2008/02/koevoet.jpg)
Dit kwam eruit toen ik over mijn toetsenbord streek om het van stof te ontdoen.
asd [;/”
2e streek
aq’[ |
3e streek
rWTzaey`xcvbn[p
4e streek
|}{“?8p;7.6ol,5ik46ujm35yhn24tgb13 rfv2ec1x
5e streek [met gespreide vingers van rechts naar links]
Het is als een ongecontroleerde improvisatie op de piano. Maar er is nu opeens wel een leesbaar woord verschenen, een toevallige harmonische samenklank temidden van de chaos, temidden van het schijnbaar ongeordende universum, misschien wel net als ten tijde van de schepping. Het woord ‘ik’. Is dat toeval? Het is toevallig wel een erg belangrijk woord. Misschien wel een kern woord, het kern woord. Als we goed begrijpen wat dat woord betekent, waar dat woord voor staat, dan begrijpen we al het overige.
Het tij is aan het keren. De hoeveelheid spam en reclame die ik in mijn mailbox krijg is het langzaam maar zeker aan het verliezen van de hoeveelheden spirituele boodschappen. Uitnodigingen voor trainingen, bijeenkomsten, youtube filmpjes, inspiratieve ideeën.
Gisteren heb ik een aantal van die filmpjes achter elkaar gezien en al die verschillende meesters en channels zeggen allemaal hetzelfde in iets andere bewoording. Dat we ons hier en nu kunnen verbinden met wie we verlangen te zijn. Dat de deur hier en nu open staat. Dat wij al verlicht zijn of juist dat we verlichting moeten vergeten en onszelf ook en dat dat wat er over blijft, dat dat het is. Dat wat er overblijft als we alles weggooien is dat wat steeds aanwezig is.
Ik tastzoek naar dit ongrijpbare, net als u, wij allemaal. Dat wat overblijft zullen we misschien nog steeds op een of ander manier ‘ik’ noemen, alleen heeft dat ik dan een heel andere dimensie en kleur en smaak, een ander DNA, dan degene die op zoek is gegaan. Dit bewustzijn is op een lange reis om zichzelf te ontdekken, te onthullen, te ontplooien. Wij zijn het zich ontvouwend bewustzijn dat zich ik noemt. In een poging zichzelf te kennen ontvouwt het zich. Pas in het zich ontvouwen krijgt het gestalte.
Dit is een leuk [en kort!] filmpje van Gangaji:
http://www.youtube.com/watch?v=1E50Cn77TgU&feature=related
Of ga naar de blogroll: Gangaji
Het Gewone February 17, 2008
Posted by ideeflux in : Het Mompelen, + , add a comment
Het niet-spectaculaire is stiekemenderwijs adembenemend. Het gewone is ongehoord en verbazingwekkend. Het lijkt tegelijkertijd haast niet genoeg en aan de andere kant juist te veel. Dat wat er is. Dat wat zich voordoet. Dit hier, gehouden in aandacht. Teveel, omdat wat zo in aandacht gehouden wordt zo waanzinnig kleurrijk tot leven komt. Te weinig omdat al het andere verdwijnt en er geen uitwijkmogelijkheid meer is.
Wij denken. Wij tasten, tasten naar woorden en tasten naar het leven dat nog geleefd gaat worden. In de manier waarop wij tasten geven we dat wat nog geleefd gaat worden vorm.
Het leven brengt me op de meest geweldige plaatsen. Nu bijvoorbeeld zit ik op een wijnrode bank, terwijl buiten de dode planten van verleden jaar door de sneeuw breken, alsof ze dood, stijf en droog nog een tweede lente beleven, een ontwaken in een koude wereld, een wereld in negatief, aan gene zijde de spiegel doorstekend. Dat gebeurt ook. Het houdt niet op, het verscheiden, het veranderen, het herformuleren. Dat zijn de seizoens-gebonden veranderingen die plaats vinden, allemaal met hun eigen schoonheid.
De grote verandering is: hoe zijn wij daarbij. Kunnen wij onszelf laten baden in het grotere en wijdere moment of zijn wij klein en wederdienende, op scheve schaats in onszelf klemgereden, geloochenstraft, verkleind tot wat we denken te zijn, door de verkeerde kant van de verrekijker naar onszelf kijkend. Al die eigenschappen die we ons toedichten, terwijl wij vogels zijn die onszelf meerdere malen doorvliegen, nu eens zus, dan weer zo, dan weer ondersteboven, met één vleugel op de rug, zonder vleugels. Wij stuntvliegen schaterlachend door de ruimte en tegelijkertijd zijn wij doodernstig over dat wat zo sterfelijk aanwezig achterblijft om als bewijsmateriaal te dienen voor de zogenaamde onmogelijkheid de vrijheid van het moment te leven.
Nina stapt binnen met rode wangen. Wij spelen wat met woorden, stoeien wat. Dan kruipt ze onder het dekbed op de rode bank met de kracht van het nu in haar handen.