Elke Ziel een Zingen May 26, 2009
Posted by ideeflux in : Een nieuw Begin, ++ , add a comment
Ik kan horen dat het asfalt nat is. Het asfalt zelf zwijgt natuurlijk, maar in combinatie met de banden van de auto’s die eroverheen rijden zingt het, er klinkt een soort woesj geluid.
Als je goed luistert naar de manier waarop de antwoorden die je krijgt rondzingen in jezelf begrijp je wie er in jou aan het woord is.
Soms in een gesprek zie je iemands gezicht oplichten, je ziet een schittering in het oog van degene tegenover je. Dat is het waar je naar op zoek bent in de ander.
Precies zo zoeken we ons eigen fonkelend oog, het zingen van ons hart in de conversatie met onszelf.
Op het bouwterrein vinden de voorbereidingen plaats. Het terrein wordt schoon geschraapt door een aandoenlijk klein en ouderwets uitziend graafmachientje. Het doet vreselijk zijn best om de weg te effenen voor zijn grote broer, die het vlakgemaakte terrein bedekt met een vloer van stoere houten delen. De stalen platen van de damwand die hij later de grond in zal trillen, liggen al op een stapel te wachten.
Dit zijn de eerste stappen van een bouwproces dat naar verwachting anderhalf jaar gaat duren. Het gaat zo gecoördineerd, geduldig, zo toegewijd. Er is geen haast, er is goede samenwerking en onderling vertrouwen.
Wij bouwen. Wij hebben een idee en nu gaan we dat realiseren. We doen alles wat noodzakelijk is om het tot uitvoer te brengen, en elke stap in dat lange proces is even belangrijk en krijgt even veel aandacht.
Wij kijken van binnen naar buiten en dan weer naar binnen.
Nu zijn we dus weer terug bij de Ziel. Zij vond het heerlijk om dit te zien. Zo is het, zegt zij, zingt zij, stap voor stap. Elke stap met evenveel liefde. Elke stap onmisbaar. Elke persoon voor elke stap even onmisbaar, dierbaar. Elke stap een zingen, elke ziel een zingen.
Schil van Zijn May 25, 2009
Posted by ideeflux in : Een nieuw Begin, ++ , add a comment
Gewoon hier, vanaf hier. Het scheppen van zand met grote machines, het heen en weer rijden. Het zweet des aanschijns, het grondwerk, het grondverzet. Grote zware dingen verschuiven, de aarde openkrabben, de stevigte van de aarde testen. Er thuis komen door haar te ondervragen. Waar was je al die tijd?
De vreugde van het hervinden van wat al die tijd voor het op rapen lag en toch op een vreemde manier voor ons verborgen bleef. Weer terug met klei spelen. Vormen maken, de gedachten vorm laten krijgen.
Ik heb hem ontmoet. Het was erg goed, opzienbarend goed. Hij moet er al die tijd geweest zijn, maar omdat ik geen ogen had om hem te zien, was hij onzichtbaar, onvoelbaar.
In de hoek van de kamer, vlak achter je, naast je, staat een engel. Zij kijkt met liefdevolle blik op je neer terwijl je naar het scherm van je computer tuurt.
Open je back space now, je ruggeruimte. Open de schil van je lichaam, laat je van achteren vol lopen met… aanwezigheid, liefde, aandacht, ruimte. Laat Hem daar zijn. Overweeg zijn mogelijke bestaan. Parkeer het verstand in één voor de daartoe bestemde vakken.
Wij zijn niet meer dan de weerstand tot wie we zullen worden, de weerstand tot het ontworden van die weerstand. Wij groeien noodzakelijkerwijs als belemmering tussen onszelf en het veel grotere en op een raadselachtige manier wordt die weerstand onze woning, omdat er een schil nodig is om het oneindige te kunnen bevatten.
Wij zijn die schil.
Aan de voorkant heeft het alle schijn van realitiet. De wereld is daar en wij zijn daar, ons lichaam en gezicht vormen de spiegel van die wereld en alles ziet er bedriegelijk echt en afgebakend uit. Maar ga je naar de achterkant, dan is daar niets, of beter gezegd: daar ligt alles grenzeloos open als een vers geploegde akker onder een sterrenhemel, als een meer onder maanlicht, open in doorvoelende ontvankelijkheid, alles verbonden met alles.
Dat is de plek waar hij woont, waar hij vandaan komt.
Dit lied is nog lang niet afgezongen. Dit zijn slechts wat eerste wankele noten van een oneindige melodie, enkel een begin van doorzingen, van doorzongen worden.
De rietfluit is hol, als wij net zo hol zijn blaast zijn adem het lied dat gezongen wil worden in ons aan.
Wie Weet? May 19, 2009
Posted by ideeflux in : Dialoog met Zelf, +++ , add a comment
Wie weet welke woorden waarheid willen? Waarom wijze woorden waarachtig wijzen?
Ik zocht mijzelf te bevrijden uit een web van woorden. Ik riep andere woorden te hulp, zoals heggenschaar, bijtel, cirkelzaag. Maar u weet hoe woorden zijn, ze laten niet af, ze zijn af en aan. Zelfs onder de woorden lijken zich woorden te bevinden.
Ik ben er pas sinds kort achter dat ik alles doe vanuit angst, misschien niet direct vanuit angst, maar wel met angst als basis. Ik doe alles met een basisgevoel van angst, van zenuwachtigheid, nervositeit, onbehagen, faalachtige gespannenheid, onzekerheid, onveiligheid. Vanaf zo lang als ik mij kan herinneren is dat gevoel mijn metgezel. En juist omdat het er altijd was heeft het zolang geduurd voor ik er achter kwam dat het er was. En nu wil ik het niet meer.
Ha, ha! Ogenblikkelijk klinkt er hol gelach.
Dat wat je niet wilt groeit door de aandacht die je het geeft.
Ik voel het in mijn buik. Zij zwelt op.
Een nerveus paard in een te kleine weide.
Ik ben niet dat paard. Ik ben die weide.
Ik maak mijzelf weider, wijder, tot over de horizon zo wijd.
Het paard freakt out, galoppeert, steigert, slaat met de achterbenen, net zoals Pico destijds op de binnenplaats van de manege, centre court van mijn angst.
Nu vermoeit en vermijt het zich in eindeloze draverijen, het afrollen van zand- en grashellingen, het slobberen van helder water. Zie het oog diep begroeid met mossen de hemel weerspiegelen. Grazen met de bek, het gras kort boven de grond afscheuren. Uit enkel gras en water zo’n fantastisch paardelijf opbouwen. Dat kan alleen een paard.
Ik ben zelf ondertussen geluidloos vertrokken. Tot voorbij de horizon. Het paard is niet meer dan een teken van leven, van levenslust in een eindeloze ruimte.
Dat is meer dan genoeg ik en zelf voor mij.
Wij laten het zo, wij zagen dat het goed was.
Wij verlieten onszelf omdat het er te benauwd was, te klein, te bedompt, te afgesloten.
Wij vonden onszelf aan de andere kant, weidser, groter, nauwelijks hoorbaar ademend. Het paard van aanwezigheid, van alertheid, snuift de precieze schoonheid van alles te voorschijn.
Wij begrijpen eerlijk gezegd niets van wat wij, het paard en ik, geschreven hebben, en toch voelen wij ons beter. Juist daardoor voelen wij ons oneindig veel beter.
Het Baren van Zorgen May 16, 2009
Posted by ideeflux in : Het Mompelen, + , add a comment
Ik zie je of tenminste, ik meen je te zien. Waar ik het met je eens ben, ben je mijn inspiratie en waar ik het niet met je eens ben, ben je ook mijn inspiratie. Ik zie een insect dat eieren legt waaruit dat wat hem om zal brengen geboren gaat worden.
Jij wordt door het eigen imaginaire bergvolk bereden, dat wil zeggen, je lijdt aan datgene wat je met je eigen fantasie hebt geschapen, je wordt door de goden – die je nota bene zelf gecreëerd hebt – op de huid gezeten. Je hebt ofwel een goeie God die je als een roze wolk van de aarde probeert los te weken. Telkens spring je naar haar op, je vliegt een tijdje op haar wieken, baadt in haar licht, om even zovaak een eindje verder uit haar omlaag te storten en neer te komen in een vreemd land waar je de weg niet weet. Of je God is zo oppermachtig dat hij het leven hier op aarde ondragelijk maakt. In je fanatieke geloofsijver span je je in om anderen hetzelfde juk op te leggen als dat waar jij onder gebukt gaat.
Het moment dat je sterft is van al deze zorgen niets meer te vinden. Ze zouden bij wijze van spreken je hersenpan kunnen openen en daar niets aantreffen van wat je zoveel zorgen gebaard heeft.
Eerst was ik zenuwachtig en was dat mijn zorg. Toen ik niet meer zenuwachtig was begon ik me pas werkelijk zorgen te maken.
De afwezigheid van zorgen is een grote zorg. Wie ben ik zonder mijn rugzak vol zwaartekracht.
Iets moet hier niet in orde zijn.
Deze zin als leidraad voor een leven, als creatieve handleiding voor het scheppen van moeilijkheden, het scheppen van zwaarte, het scheppen van materie, het scheppen van leven zoals wij dat tot nu toe gekend hebben.
Leg ik mijn leven langs de objectieve maatlat van zorgelijkheden dan kan ik werkelijk niets zorgelijks ontdekken.
Veel en Goed May 13, 2009
Posted by ideeflux in : Dialoog met Zelf, ++ , add a comment
Om de Goden gunstig te stemmen strooi ik mijn eigen as over de golven uit. Offer ik mijn eigen eerstgeboren zoon. De bloem die uit deze bloem spruit. Het edelste wat uit de eigen continue evolutie voortkomt. Het uitvinden van onszelf, van het menszijn.
De verkeerde kant opgaan. Kleiner worden, zich door kleine politiek laten meeslepen, of door de ergernis daarover. Zich in kleinheid laten vangen.
In zichzelf het grotere, het ruimere water vinden. Het water waaruit je steeds opnieuw geboren kan worden.
Met deze zijn. Dat is al wat ik kan doen. Het ochtendlicht in deze kamer. Dit lijf. Niet de buitenkant ervan maar de binnenkant, het aanwezig lijf, het zijnslijf, het ademend voellijf.
Er is hier geen enkele verplichting. Ik heb niet de verplichting tot schrijven en u heeft niet de verplichting tot lezen. Er valt hier weinig te zeggen, er is enkel hier te zijn.
Toch kom ik tot u, tot U, tot mijzelf, tot Mijzelf met een vraag.
Het formuleren van die vraag is het tevoorschijn roepen van het antwoord.
Maar… wat is mijn vraag?
Mijn vraag huist in mijn buik. Ik voel haar. Ze heeft de vorm van zenuwachtigheid, gespannenheid, gebrek aan ruimte. Elke keer als ik een rol speel of een verhaal vertel ben ik zo zenuwachtig dat het mijn plezier vergalt. Het voelt niet goed. Ik zou dit gevoel graag kwijt zijn.
Ik voel me niet vrij. Ik kan niet in vrijheid ademhalen. Ik voel me verplicht. Ik moet van alles. Ik voel me als een ongewenst kind, als een kind voordat het geaborteerd wordt.
Hoe zou het zijn om mijn gevoel geboren te laten worden, op te laten groeien.
Wat gebeurt er als ik het de ruimte geef, laat galopperen in een ruimere weide?
Het uit de stal van mijn buik toegang geef tot mijn hele lichaam?
Het antwoord is ogenblikkelijk – voor de hand liggend en toch nog verrassend.
Vrijgelaten door mijn hele lijf verandert het gevoel van zenuwachtigheid in… levenslust, een gevoel van zinderend in leven te zijn.
Wow, dat is veel, veel en goed.
Is het te veel van het goede?
Nee, mijn weide is groot genoeg. Mijn weide is oneindig groot. Mijn weide is wijds en open. Mijn paard is dorstig en lustig. Mijn Heer is mijn herder. Hij zal mij geleiden, langs grazige weiden. Hij laat mij rust vinden in levenslust.
Zo Moe[t het?] May 10, 2009
Posted by ideeflux in : Een nieuw Begin, +++ , add a comment
Het verhaal mist weliswaar innerlijke logica, maar juist daardoor raakt het aan de waarheid. Iemand waarvan de argumenten aantoonbaar onjuist zijn kan niettemin gelijk hebben.
Ik was zenuwachtig. Ik was tot brakens toe nerveus. Ik kon met mijn wal het schip niet keren. Daarom vaar ik niet meer. Ik vaar niet meer uit naar verafgelegen havens. Ik heb mijn schip op het droge getrokken, ik inventariseer de averij die ik heb opgelopen, ik rust.
Het zijn allemaal woorden, ik weet het. Licht als de lucht, wendbaar, afzienbaar. Hij creëert zijn eigen angsten door er voor weg te lopen, door de weerstand te voeden tegen dat wat er is.
Ik vraag aan mijn braken, mijn baken, mijn vraagbaak, waarom, hoe voel je je, wat is het dat je me wilt zeggen?
Het antwoordt simpel: je dwingt mij dingen te doen die ik niet wil doen. Je doet dat de hele tijd, mijn hele leven al val je me lastig met verwachtingen van anderen of jezelf. Leave me alone, ga buiten spelen.
Zou ik nooit meer zeilen om de klippen te vermijden, de tegenstromen, de windstiltes? Of zou ik toch nog leren te dansen met die zaken, die dingen, die innerlijke gestaltes?
Wij lagen in het gras, jij en ik, als een onmogelijkheid. Ik voelde me eindelijk weer eens groeien op de plek waar het zo lang stil was geweest, maar behendig en wijselijk weken we uit naar mijn droom.
Ik reed in mijn glanzend felblauwe bestelwagen, slordig, gehaast. Bij de ingang van de parkeergarage schampte ik het linkerportier tegen de deurpost. Even later nam ik een bocht te ruim en met auto en al dook ik anderhalve meter omlaag; ik reed nog wat snelle rondjes om te kijken of alles het nog deed.
Toen was ik opeens vanaf afstand aanwezig. Ik keek toe hoe ik de auto verkeerd parkeerde. Hoe ik gestrest, nonchalant opnieuw parkeerde. Ik zag hoe, toen ik uitstapte en de achterdeur open deed er allerlei zaken op de grond vielen.
Ik liep van achteren op mezelf toe, op mijn pijnlijk gestreste zelf. Ik legde mijn handen op mijn voeten, omarmde mijn benen, mijn hele zelf. Ik nam hem, mij, in mijn armen. Ik omhelsde, verwarmde, berustte.
Mijn hele leven, ik ben er zo moe van, zo oneindig moe… steeds weer voldoen aan wat ik denk dat ik… daarbuiten is zoveel zorgeloos leven, zoveel zijnsleven, zoveel geboren worden en sterven.
Ik houd mijzelf in mijn armen als een verlepte bloem, als een karkas, als een lege doos, een omhulsel.
Ik word omarmd als door de lentewind, een moeder, een geruststelling, een graf, een heuveltop.
Een Stap Vooruit May 1, 2009
Posted by ideeflux in : Dialoog met Zelf, + , 1 comment so far
Slechts even de tijd hebben en dat toch meer dan genoeg laten zijn. Met de toverstaf van het nu in het rondzwaaien, alles aanraken, alles innerlijk aanraken, tot leven wekken, mezelf wakker kussen. Geen vrees meer hebben door niet meer vast te houden aan het kleine zelf.
Ik was boos geworden. Eerlijk, het voelde als een bevrijding, als waarheid in actie. Mijn lijf zinderde, ik zat rechtop op mijn paard in mijzelf. Fier, ontdaan van achterbaksheid.
De volgende dag als de weeromstuit kwam de twijfel, het oordeel. Mag hij zichzelf in die mateloosheid aan de wereld geven. Kunnen zij dat aan. Waar in hem komt dit vandaan. Kan hij nog van zichzelf houden. Kunnen zij nog van hem houden. Daar staat hij weer aan de rand van de groep.
Open the backspace now. Open je rug naar de boom, de muur, kijk met je rug-ogen diep in de nacht van het verleden, daar waar de levens van allen voor ons zich bevinden, de goden, hun daden, hun wijsheid, alles wat ooit gezegd en geleefd is. Verbind je met dat alles, doe een stap voorwaarts en blijf innerlijk verbonden met het veel grotere terwijl je spreekt vanuit die plek.
Ik kan niet voor de anderen zorgdragen. Als ik in mijn daden de goedkeuring van anderen probeer in te bakken kom ik tot niets, komt het tot niets. Om mijn eigen stroom te volgen moet ik bereid zijn tegen die van hen in te gaan, tegen de stroom in mij die wil dat ik denk vanuit hen. Ik vertrouw mijzelf mijn weg te zullen vinden en de anderen vertrouw ik ook. Ik vertrouw dat de anderen hun weg ermee zullen vinden.
Mijn boosheid bestaat uit het achterhouden van mijzelf. Omdat ik mijzelf in waarheid geef hoef ik niet meer boos te zijn.