jump to navigation

Het ruischt [XIX] December 22, 2011

Posted by ideeflux in : Schilderijen, De Bulthouder , add a comment

Het Ruischt

Er stroomt een beek langs ons huis. Wij horen steeds het grote verhaal van het bloed van de wereld, de rust van de onrust, het voortdurend gestalte krijgen van dat wat voorbij gaat. Zwedens vijfennegentigduizend meren kijken God recht in de ogen.* Er heerst grote slapeloosheid, een voortdurend wakker, in verbinding zijn. Overdag zijn wij mensen moe, maar ’s nachts gaan we op avontuur, slaan onze vleugels uit of vliegen met bed en al het luchtruim in. Daar ontmoeten we elkaar, dat wat wijzer is dan ons alledaagse zelf staat elkaar bij, helpt elkaar op weg, maar overdag, wanneer we elkaar zonder blikken of blozen in de wielen rijden, weten we van de prins geen kwaad. Het kleed dat ’s nachts wordt geweven halen we overdag weer uit.

Prinses lag op bed. Krachteloos in eerste oogopslag, maar daaronder groots van eindeloosheid, als de wiekslag van het ongeborene, van dat wat nog geen vorm heeft gekregen. Als een idee, als zaad dat de blauwdruk van dat wat te gebeuren staat al volledig in zich draagt. Zij was zwanger van zichzelf, zo zou je het in het kort kunnen samenvatten. Zij was haar eigen baarmoeder, een ei tot barstens toe gevuld met leven.
Alles was in haar aanwezig – kloppend, stromend, ontegenzeggelijk – en er was enkel het wachten dat nog gedaan moest worden, het wachten op het wakkerkussen, op het herkennen, het herkend, herinnerd worden. Het zichzelf herkennen, erkennen, het erkennen van het feit dat er enkel gewacht hoeft te worden tot het inzicht rijpt dat wachten overbodig is. Het kloppen van het hart als de echo van het kloppen op de deur die op datzelfde moment opengaat, al die tijd al open was, en er daarom eigenlijk nooit geweest is. De deur die naar de kamer leidt waar de prinses in ons ligt te slapen.
We maken er een verhaal van, maar er is helemaal geen verhaal, want het begint bij het einde en het eindigt waar het begint. Wij zijn het zoeken dat vinden heet.

Prinses had genoeg van woorden. Zij wilde gevonden worden, en daarmee klaar, zij wilde worden aangeraakt, geopend, als een belegerde stad. Zij wilde haar geheim prijs geven, besmeurd raken door het slijm van begeerte, het bedrog van verlangen. Kortom dat wat leven heet, wilde zij heet en hartstochtelijk door haar aderen voelen kolken, kloppen, stamelen. Zij schreef een brief vol met dat soort woorden en deed hem in een fles die ze uit alle macht in het zwarte meer van de nacht gooide.
Er stond geen afzender op en hij was aan niemand in het bijzonder gericht, maar degene die het bericht zou ontvangen zou beslist weten wat hem of haar te doen stond.

* Harry Martinson, Vägen ut

Leven zonder Mij June 22, 2011

Posted by ideeflux in : Een nieuw Begin, Schilderijen , add a comment

Zonder Mij

Gisteren in de auto zag ik een wolk die precies de vorm had van de lichte pijn in mijn rug.
Ik doe zelf niet veel, maar rond mij krijgt alles moeiteloos gestalte, en in dat alles ben ik op een of ander manier toch nog wel aanwezig, al was het maar als een subtiele vorm van aandacht, als waarnemer of toeschouwer.
Het hout dat zich onder andermans handen slijpt vormt mijn ziel, heelt mijn wezen. Innerlijke weerstand wordt overwonnen terwijl zij het weerbarstige plaatijzer buigen en snijden om het naar hun wil te vormen. Ik ben de wereld die ik zie en zij beweegt zich in mij. Het dansen van de takken met de zacht trillende bladeren herken ik in de cellen van mijn lichaam. Het beweegt, ik word bewogen. Het enige dat ik aandraag is dat ik opgehouden ben me er tegen te verzetten, dat ik me laat gebeuren.

Ik ben een hooghartig persoon, ik woon in een koud en winderig gebouw met hoge ramen. Er zijn veel mensen nodig om mijn leven comfortabel te maken, maar ik heb geen weet van wie die mensen zijn, wat hen beweegt, hoe ze zich voelen, hoe hun leven er uit ziet, noch ben ik daarin geïnteresseerd. Eigenlijk ontken ik de werkelijkheid van hun bestaan in alle toonaarden en dat niet alleen: ik wil het liefst niets over ze weten, ik wil niet het risico lopen dat ik door ze te leren kennen bij hun lot betrokken zou geraken, ik wil mezelf niet verliezen in verbondenheid.
Er is nog iets anders.
Als iets staat te gebeuren wat afwijkt van de dagelijkse routine, wil ik dat het zo snel als mogelijk over is. Juist bij zaken die anderen als prettig of gezellig ervaren kijk ik altijd uit naar het moment dat het voorbij is, wanneer het over en gedaan is, wanneer we, zoals ze zeggen er, met een al of niet plezierig gevoel op terug kunnen kijken.
Eigenlijk wil ik dat er niets gebeurt, dat niets mij beroert, dat ik onberoerd kan zijn en blijven. Dat onberoerd zijn noem ik vrede. Eigenlijk wil ik, als je het op een meer uitgesproken manier zou willen zeggen dat het leven over is, voorbij, afgesloten, iets dat gebeurd is en waar ik met tevredenheid op terug kan blikken.

Op een dag komt er een man aan de poort. Ik heb uitdrukkelijk orders gegeven dat er niemand, maar dan ook niemand wordt toegelaten die zomaar aan komt kloppen, maar deze man schijnt zo’n bijzonder verhaal te hebben, dat mijn bedienden besloten hebben zijn bezoek bij mij aan te kondigen en ik, op mijn beurt heb het gevoel hem niet te kunnen weigeren.
Als hij binnenkomt gebeurt er iets in mijn lichaam. Het is mijn hart, maar daar ben ik me op dat moment niet bewust van. Ik staar in de ogen van de onbekende, zie zijn lippen bewegen, maar hoor niet wat hij zegt. Hij krijg de mooiste kamers van het huis en hoewel ik het me niet herinner schijn ik daar zelf opdracht toe gegeven te hebben.
Hij blijft bij mij, bij ons, en alles verandert. Het licht schijnt, het huis is warm en open en wordt bevolkt door mensen van allerlei slag die ik nooit eerder heb ontmoet. Ik hoor hun stemmen en ik hoor zen lachen. Ik ben verheugd en verbaasd over wat we te eten krijgen voorgeschoteld wanneer we aan tafel gaan. De groenheid van de salade! Uit eigen tuin zeggen ze en hebben een vanzelfsprekende en zelfbewuste trots en openheid als ze me aankijken. We eten als een grote familie. Ik heb niets te zeggen, ik heb werkelijk niets te zeggen, niets meer te zeggen, weet niets te zeggen.
Het neemt geen einde, want het is niet meer te stuiten. Mijn hart ligt geopend en al op tafel. Zo rood! Het vormt het hoofdgerecht. Uit eigen huis, zeggen ze tevreden. Ieder neemt een stukje en allen knikken goedkeurend. Ik proef er zelf van. Het is… heerlijk, het is onweerstaanbaar lekker. Dan volgt een dij, een bil. Als alles op is en er niets meer van me over is, doen we de afwas. We zingen, we lachen, we dansen. het is dwaas maar begrijpelijk. Ik ben het dwaast van allen, zo licht als een veertje. De enige die nog blijer is dan ik is hij die in me is komen wonen. Het leven is ongeneeslijk wonderbaar. We leven, dat mag zo toch wel uitgedrukt worden, met zijn allen in een grote hand, de hand van het oneindig veel grotere, dat zo groot is dat we haar liefhebbende ogen wel kunnen voelen, maar niet kunnen zien.

Het Doorgangshuis September 29, 2008

Posted by ideeflux in : Droom en Werkelijkheid, Schilderijen, ++ , add a comment

Het Doorgangshuis

Zij was aangekomen in een ander gebied van zichzelf. Ze kon niet vertellen hoe het gebeurd was, wat ze ervoor had moeten doen of laten, of wat haar had geholpen. Het enige dat ze ervan kon zeggen was dat ze op een ochtend simpelweg onder een andere hemel wakker was geworden, in een soort verbazingwekkende licht- en openheid. Alsof de grauwe deken die vijf jaar lang over haar heen gelegen had van haar was afgetrokken.
Moest ze nu spijt hebben van die vijf jaar?
Nee, natuurlijk niet. Spijt is de klauw van de grauwe deken in een laatste poging je terug te trekken in dat wat voorbij is. Ze lacht. Het gaat nergens over. Het gaat nergens naartoe. Ik ben oneindig licht. Ik heb mij door mijn angsten op laten eten en er is niets meer van me over dan een vrouw met overgewicht. Dat gewicht draag ik met sierlijkheid, met mijn eigen potsierlijkheid. Ik ben deze, ik ben eindelijk deze geworden. Ze zoent me op de mond, wij dansen, wij dansen en draaien, we verdwijnen en komen terug. Vanochtend in bed bedacht ik me: ik sloop het plafond uit mijn kamer en dat wat daarachter zit, schilder ik hemelsblauw.

Wat er komen wil May 26, 2008

Posted by ideeflux in : De Toekomende Tijd, Schilderijen, + , add a comment

Wat er komen wil

In het woordloze bos gaan zitten, met enkel water, een slaapzak en een zeiltje. Wachten op de woorden die komen gaan. Als je stil zit kan het gebeuren dat zelfs heel schuwe of wilde woorden naar je toekomen. Het zachtglanzen van de ogen van een hert. De vierkante verschijning van een everzwijn. Het knagen. Het zwiepen. Onverwachte geluiden. Het ruischen van het veel grotere door de woordbomen.
Het droombewustzijn. De lichaamsweidsheid. Het grenzeloos zijn. Het opgeven van grenzen, het doorheen beweegbaar zijn. De aarde die door jou heen beweegt, doorheen jou spreekt. De melodie van de aarde door jouw mond gezongen. Jij gestorven aan je eigen angsten. Het morgenontwaken. Het verlangen naar dichtbijheid plotseling vervuld weten van degene die je al die tijd al was. Het loslaten van welke overtuiging dan ook.
Ik nam je hier mee naar toe om je beter te leren kennen. Je valt me niet tegen. Ik vind je… opzienbarend. Groots. Verbazingwekkend, ongehoord. Ik kan je niet verklaren. Ik ben sprakeloos van je schoonheid. Ik verblijf in jou als een man in zijn geliefde. Ik koester me in je omhelzing.
Ik ga het bos weer uit. Ik vertel mijn verhaal. Het is een mooi verhaal. Maar het verhaal is het bos niet. De woorden zijn de takken niet, het zonlicht, het met een schok ontwaken in de donkerte niet.
Ik was verdwaald in het woordbos. Ik kwam er met scheuren en winkelhaken vandaan. Het bos scheurde me de woorden van het lijf. Zo kwam ik naakt en woordloos weer te voorschijn.

Schoonheid March 21, 2008

Posted by ideeflux in : Schilderijen, ++, Het Hart Helen , 1 comment so far

Schoonheid

Hmmm. Even proeven. Even proeven aan de witte pagina, langs het water lopen, een teen dippen. Waar gaat het over. Ik weet misschien al wel waar het over gaat, maar ik weet nog niet zo goed hoe ik het water inkom. Mijn gedachten cirkelen als een steenarend, als een gier om een woord waar ik de juiste betekenis van op moet zoeken: r e s e n t m e n t.
Het blijkt ‘verontwaardiging’ en ‘wrok’ te betekenen. Dat laatste komt al dichterbij wat ik meen te proeven in dat woord. Ik zou het omschrijven als het vasthouden aan een eerdere negatieve overtuiging, het vasthouden aan een veroordeling, een tegengevoel dat in zekere mate geheiligd wordt. Het onvermogen om door het gevoel van diepe afwijzing, de ander of de situatie nog te zien zoals ze is, of mogelijkerwijs zou kunnen zijn.
Dat is van de oude tijd. Dat is zoals we het vroeger deden, ons ingraven in stellingen. In onze tegenheid de ander verloochenen en daardoor op een diepere niveau onszelf verloochenen, onszelf – levenslang soms – in de weg zitten. (more…)

De Sigaar February 1, 2008

Posted by ideeflux in : Dialoog met Zelf, Schilderijen, + , add a comment

Detail Adam en Eva

Het is zaak dat ik afdaal, langs m’n slokdarm omlaag, langs het balkon van mijn hart nog verder naar beneden, naar m’n buik, de warme smeltplaats van het zijn. Er is weer eens niets te melden en ik zou zo graag een verhaal, een vergezicht, meegesleept worden door een woordenstroom, hier in de rivier springen om er in een ver en onbekend land pas weer uit te komen.
En hoe is dat bij jou, wat bracht jou hier, welk verlangen, welke verwachtingen? Waar zou jij het liefst hier vandaan mee naar toegenomen worden?
Het moet iets zijn dat… dichtbij is. Ik raad dat zomaar, iets intiems, iets dat raakt. Wij mensen zijn toch allemaal op zoek naar intimiteit? We zoeken het weliswaar vaak buiten ons, maar eigenlijk hopen we iets te vinden dat maakt dat we intiem kunnen zijn met onszelf, een goede vriend zijn voor deze die we nu eenmaal zijn. We zijn op zoek naar iets dierbaars, iets tastbaars, waardoor we voor onszelf aanraakbaar worden, waardoor wij onszelf kunnen voelen en voeden. Waardoor we samenvallen met onszelf, ons verzoenen met ons leven, ons leven worden. Want het leven en wij zijn één en dezelfde. Hoe wij onszelf door de dag dragen, dat is hoe ons leven is, hoe het aanvoelt, hoe het gestalte krijgt. En daarom is het heerlijk om de dag in tederheid te beginnen, in tederheid met onszelf, in dichtbijheid.
Je kijkt een beetje sceptisch, als je al niet allang bent afgehaakt dan denk je er sterk over dat nu alsnog te doen. Je was misschien op zoek naar iets groters, iets met meer actie, spanning, net als ik trouwens. Je voelt je voor de gek gehouden alsof iemand je met veel poeha een sigaar uit eigen doos presenteert.
En ja, dat klopt. Dat heb je heel scherp gezien, zo zou je het heel in het kort kunnen samenvatten. Het leven is een sigaar uit eigen doos. Wij zijn de sigaar! Al levende leven wij onszelf teneinde.
En juist daarom is het van het grootste belang hoe je hem presenteert, hoe je aan jezelf je sigaar uit eigen doos presenteert. Hoe je hem opsteekt, hoe je rookt. Geniet van je sigaar! Heb een lieve en dichtbijjezelve dag!

Ballet van de Slakkenmeisjes January 29, 2008

Posted by ideeflux in : Schilderijen , 2comments

Ballet van de Slakkenmeisjes

Hemellichaam January 24, 2008

Posted by ideeflux in : Schilderijen , 1 comment so far

Cosmic Dance

Verlangen als Voedsel January 17, 2008

Posted by ideeflux in : Buikspreker, Schilderijen, +++ , add a comment

Verlangen

Dat wat er niet is. Hoe dat wat er niet is ons inspireert, hoe wat wij zijn zich uitstrekt in dat wat wij niet zijn of niet lijken te zijn.
De God die er niet is. Dat Hij er niet is, is zijn vorm van zijn. Hij vacuümtrekt ons hart naar openheid, naar naakt staan onder lege hemel. Wij weten niets over al dat soort dingen, maar is dat een reden om erover te zwijgen?
De geliefde die er niet is. Chams de Tabriz, de grote, vaak afwezige liefde van Rumi, die de heilige boeken in het water smeet en ze er even later droog weer uithaalde. Ik zat bij zijn graf, dat is te zeggen, de plek waarvan sommigen zeggen dat hij er begraven zou liggen, maar waarvan anderen fluisteren dat hij er helemaal niet is. Ik vind dat geweldig, want het is helemaal inherent aan de natuur van Chams om er al of niet te zijn, zelfs als dode. Was hij er eigenlijk wel ooit? Ik voel Chams in mijn hart, de enige plek waar ik hem kan ontmoeten.
Je hebt dat toch begrepen met die wetboeken? Papier is droog, is bordkartonnen wijsheid. Woorden betekenen niets als ze niet in jou tot vlees en bloed worden. Als dat wat geschreven staat niet in jou in de stroom des levens wordt opgenomen, heeft het geen enkele betekenis. Daarom gooide ik die boeken in het water, om ze naar de vorm te vernietigen, en naar inhoud tot leven te wekken. Even later haal ik ze er droog weer uit, omdat zij in hun bordkartonnen vorm steeds opnieuw grote betekenis kunnen hebben voor degene die bereid is ze in zijn eigen stroom onder te dompelen, te laten smelten. Dat betekent het wat ik deed. Het gaat over de relatie tussen vorm en inhoud. De vorm moet geslacht worden, geopend, geofferd, om bij de inhoud te kunnen komen, en toch, is het anderzijds enkel in een zekere vorm dat dingen tot ons kunnen komen. Zo was ikzelf ook, ik smeet de boeken in het water, ik gaf je wijn te drinken en even later was ik weg, je achterlatend met een gapend gat, vormloosheid, leegte. Als je zucht, als je zegt: ‘wat pijnlijk, hoe kun je me dat aandoen’, dan heb je het niet begrepen. Mijn afwezigheid is mijn geschenk aan jou. Jouw uitreiken naar mij die er niet is, is het aller kostbaarste voedsel voor je ziel. Jij bukt je voorover om te drinken, je hebt zo’n dorst en zo’n verlangen. Dan val je zelf als een heilig boek in het water, je wordt met de stroom meegezogen, je bent vol van leven, je bent water in water, je vorm is verdwenen en je inhoud komt naar buiten, je bent overal. Even verder wordt je droge vorm weer uit het water gevist. Je vorm is enkel een vat om water naar de zee te dragen.
Snap je nu als ik zeg dat ik er ben en dat ik er tegelijk niet ben? Dat ik in vorm aanwezig ben, maar dat die vorm enkel dient om mijn vormeloosheid te bevatten?
Ik ging heen om mijzelf te vermenigvuldigen. Om mijzelf net zo aanwezig te maken als Chams. Om de wijze boeken in mij te laten smelten zodat ze als een rivier door mijn aderen zouden stromen, mij zouden voeden. Ik ben weg, ik ben verdwenen, ik bukte mij voorover om te drinken en loste op in mijn eigen woorden.

Veegheid January 10, 2008

Posted by ideeflux in : Schilderijen , add a comment

Veegheid