Wat Nu? July 22, 2010
Posted by ideeflux in : Dialoog met Zelf , add a comment
Opeens weer terug op deze plek, aan de sneeuwwitte rand van mijzelf, aan de branding, aan het schoorvoetend begin van een oneindig breed strand. De woorden glijden als voorgesproken kiezels over elkaar, slijpen elkaar tot rond, tot meegaandheid.
Moge ik in mezelf komen tot de plek waar het toe doet, zodat ik weet waar het over gaat, zodat ik weet waarop ik mijn keuzes, mijn handelen baseer.
We lopen door het park, het arboretum, ik weet precies waar. Ik heb blijkbaar een ribfluwelen broek aan want ik hoor zwoesj, zwoesj onder het lopen. We lopen in de zon op zanderig droge kiezelpaden en even later in de paarse schaduw van de bomen. Zo ervaar ik de volwassenen om mij heen ook, als lichtere en donkerder plekken, als warmer of koeler, als nabij of verder afgelegen, toegankelijk of afgeschermd. Ik loop dus als het ware gelijktijdig door verschillende landschappen.
Een eind verder hield de wereld heel beslist op met een soort ruk alsof ik vast zat aan een eind touw. Daar was voor lange tijd geen verder meer, tot uiteindelijk, veel later, toch weer wel. Dan werd het eind van de wereld met een gewaagde uittocht net nog een stukje verder gelegd. En zo is het gebleven.
Mensen zijn nog steeds min of meer ontoegankelijke landschappen en in mijzelf heb ik grenzen afgebakend waar ik maar zelden over heen ga.
Ging ik nog maar eens de goudvissen voeren in dat zelfde park, dat wil zeggen, waarom zou ik niet met een afgemeten kleinheid, overzichtelijkheid op pad gaan. De grote vragen mijden, nee, de grote vragen tarten door ze aan originele kleinheid te meten.
Waarom gaan we niet met moeders en Does wandelen in het bos?
Waarom niet?
Er loopt een kind in ons mee dat maar weinig aan hets trekken komt. Het zeurt allang niet meer want er wordt toch nooit naar geluisterd. Wij zijn afwisselend zonnig, schaduwrijk, bereikbaar en ontoegankelijk voor hemhaar, voor het, voor het vragende, het willende weten, het uitreikende.
Het leunt tegen mijn knie. Wat of ik aan het schrijven ben en of het nog lang duurt.
Ik voel mij open als het gras, als een zachtzonnige weide. Ik til hem naar binnen. Ik til mij naar binnen, op naar de onafzienbare groene vlakte, naar het land van de onbegraasde mogelijkheden.
Of ik Levenslust? July 11, 2009
Posted by ideeflux in : Dialoog met Zelf, + , add a comment
Dit heeft me vaak geholpen, dus waarom nu niet weer geprobeerd. Wee gevoel, in de elleboog, de knie, de nek. Zelfgestelde diagnose over een zelfgecreëerde werkelijkheid. Niet zozeer de wil om gezond te worden maar wel om te ontsnappen aan dit zelf.
Niet zozeer kiezen voor leven, maar voor het sussen daarvan, het uitdoven, het eeuwig sluiten van compromissen ter wille van de lieve vrede, en dan de hele wereld, die je daarmee uitnodigt om als een luis op je zere hoofd te komen wonen, vervloeken.
Ik wilde meer, meer van iets nieuws, iets fris, de verlokkingen van de verte kortom, maar toen ik aankwam bleek het enkel meer van hetzelfde. Oh gladstrak staalblauw meer omzoomd door de prille lichtgroenheid van berkenbomen. Belofte van wat nog gaat komen, meer van de eeuwige jeugd, van het naar voren schuiven, van het oplossen door door te sturen naar later, naar anders, naar nieuwe vorm.
Ik ben nu onverhoeds in het spinnenweb van mijn trage zelf terechtgekomen. Niet zonder reden natuurlijk. Ik vertraag mijn stap tot ik omval, spin mijzelf in, maak een klein gaatje bij mijn nek en zuig zo de laatste levenssappen uit mijzelf weg, laat mijn lichaam als een verschrompelde lege zak achter.
Laat de kwaliteit van het resultaat dat je uiteindelijk wil bereiken, sturende zijn aan het proces dat je moet doorlopen om dat resultaat te boeken. Met andere woorden: als je iets moois wil, laat schoonheid dan je gids zijn. Als vrede je doel is, dan moet vrede je weg zijn. Als gezondheid je doel is, harmonie, liefde, laat deze drie koningen dan de juiste ster vinden, en volg die ster.
Wie is diegene die zich gelukkig meent te prijzen met de levenssappen die hijzij zo arglistig, zo genadeloos aan mij ontfutseld heeft? Die persoon ben ikzelf, natuurlijk. De uitleveraar – de compromissenmaker – en de uitzuiger zijn precies dezelfde figuur.
De eerste wil vrede tegen elke prijs, wil daar zelfs de hoogste prijs voor betalen, de tweede wil een gratis ritje naar het paradijs.
Ik laat het maar even staan zo, in disharmonie. Twee noten die elkaar nog niet kunnen vinden. Laat het toonverschil, laat de discrepantie, het kleurverschil, het verschil van mening nu maar eens mijn leidraad zijn, mijn proces bepalen. Als ik me niet vergis, is dit mijn nieuwe ster. Wat zou het kind kunnen zijn dat zich in dit badwater verscholen houdt, waar zou een proces van het benoemen van de tegenstellingen toe kunnen leiden? Laat het duidelijkheid zijn, laat het waarheid zijn, moge het gezondheid, vitaliteit en levenslust zijn.
Ik ben de Deur June 21, 2009
Posted by ideeflux in : Dialoog met Zelf, ++ , 1 comment so far
In eerste instantie is er niets, althans, zo lijkt het. Witte lakens, wit papier, het gescheur van auto’s, een tram. Alle lichamelijke gewaarwordingen, het zitten, de rug, de vingers op het toetsenbord. Eerst lijkt er niets, maar als ik er met mijn vinger langs strijk komt er van alles tot leven, alles beweegt, ademt.
Eigenlijk is het meer dan genoeg, maar toch wil ik meer. Ik wil dat zich onder deze aanraking een deur opent. Naar wat? Goeie vraag, goeie strikvraag, goeie uitnodigende vraag. Het beantwoorden van die vraag is het openen van de deur.
Een deur naar weidsheid, naar een ver verschiet, naar openheid, naar vrede. Een deur naar een mooi verhaal, een deur naar een lang vergeten verhaal, een vergeten oksel, een vergeten vleselijke schuilhoek, een teder gebaar.
Er is zoveel in deze voorraadschuur. En het mooie is dat alles dat ik erin heb opgeslagen van waarde is veranderd omdat ikzelf veranderd ben. Als ik er nu iets uit haal en bekijk en het tegen het licht houd lijkt het zoveel aan waarde gewonnen te hebben ten opzichte van het moment dat ik het er in stopte. Elk voorwerp heeft aan aanraakbaarheid gewonnen. Elk voorwerp spreekt vanuit een diepere laag, een laag die ik er vroeger nooit onder vermoed kon hebben.
En dan is het nu het juiste moment dat één van die voorwerpen zich in mijn hand legt, zich in mijn hand openbaart. Er is nog geen voorwerp, maar de hand is er al, het houden, het in diepte doorvoelen.
Er komt niets. Dat wil zeggen… het overhemd met lange mouwen, zwart geel geblokt, mijn allereerste overhemd met lange mouwen dat ik tot mijn grote teleurstelling niet aanmocht omdat het zulk mooi zomerweer was, dat overhemd komt op onverklaarbare wijze binnenzeilen en ik had het bijna afgedaan als niet goed genoeg wanneer ik mijzelf niet beloofd had volledig eerlijk te zijn. Bijna had ik het roeibootje met God erin weggestuurd om op iets beters te wachten. Later ben ik dat overhemd of stukken daarvan nog tegen gekomen in de lappenmand. Ik moet het als poetsdoek gebruikt hebben bij het verven. Ik voel de stof die iets bobbelachtigs had nog in mijn hand. En daar doorheen de tederheid van mijn jonge huid, de huid van mijn jonge armen. Mijn jonge frisse wezen, als de adem van het meisje van de toneelschool dat op kusafstand gedichten aan me fluistert, haar ogen groot als meren, zacht, wijd romig, dromerig.
Ik had haar graag aangeraakt, maar in plaats daarvan raak ik nu mijzelf aan, mijn eigen jongheid, jonkheid, frisheid, dauwbedruptheid. Ik voel mijn eigen schoonheid op het moment dat ik schoonheid zie. Het is werkelijk waar, ik voel me altijd net zo mooi als het voorwerp of degene die ik bekijk. En er is zoveel schoonheid, er is… enkel schoonheid.
Ik heb mijzelf naar houden van geschreven. Naar het mooiste dat zich achter welke deur dan ook kan bevinden. En… alles kan die deur zijn, alles is die deur, wij zijn die deur naar alles. Wij zijn het voorwerp van liefde, van schoonheid, van stille aanbidding, van geluk, van vreugde.
Ik ben de deur naar de wereld. Door mij, jij, jullie, wij.
Door mij… ik, door mij… dit.
Vrede June 14, 2009
Posted by ideeflux in : Dialoog met Zelf, Een nieuw Begin, + , add a comment
Ik ben naar deze plek toe gezwommen en jij bent daar toevallig ook. Dit hier is het. Dit is het geluid van one hand clapping. Dit is altijd het geluid van die ene hand. Ik en de wereld zijn twee gezichten van dezelfde.
Wij ruimden het huis op van een vriendin die zich heeft moeten laten opnemen. Het is een lief huis. In het huis zelf is niets te vinden van wat in haarzelf huist, van wat in haar zoveel onrust veroorzaakt. De wereld is in vrede, maar hoe komen we tot die vrede? Hoe kunnen we dat wat in ons de toegang tot die vrede belemmert uit de weg ruimen? Of overkomen?
Er is niets te bevechten, er is niets te bereiken.
Degene die in vrede is kan nauwelijks enige aanwijzing geven aan degene die nog onderweg is. Hij of zij kan enkel het licht van vrede uitstralen en zodoende een baken vormen voor degen die ernaar op zoek is.
Wij zijn deze beiden. Wij zijn degene die vrede gevonden heeft én degene die ernaar op zoek is. Wij kunnen enkel, in onszelf, het licht van vrede onsteken, om die eeuwige zwemmer in de duisternis op koers te houden. Wij zijn tweemaal van belang, tweemaal zinvol aanwezig. Onze zelfverloren vriendin vraagt aan ons een baken van vrede te zijn. Haar vragen roept ons antwoord in leven. Haar vragen is onze vrede.
Precies zo vraagt onze onrust aan ons om vrede te zijn.
Het gaan naar vrede is vrede. Het gericht zijn op vrede is vrede. Het ontsteken, het hooghouden, het zien van het licht, het er naar toe zwemmen ervan, dat allemaal is vrede.
Het gezicht van vrede voor ons zien is vrede.
Er is geen afstand tussen het zien van vrede en het zijn ervan, tussen het bedenken van vrede en vrede zelf.
Op weg gaan naar vrede is er aankomen.
Wie Weet? May 19, 2009
Posted by ideeflux in : Dialoog met Zelf, +++ , add a comment
Wie weet welke woorden waarheid willen? Waarom wijze woorden waarachtig wijzen?
Ik zocht mijzelf te bevrijden uit een web van woorden. Ik riep andere woorden te hulp, zoals heggenschaar, bijtel, cirkelzaag. Maar u weet hoe woorden zijn, ze laten niet af, ze zijn af en aan. Zelfs onder de woorden lijken zich woorden te bevinden.
Ik ben er pas sinds kort achter dat ik alles doe vanuit angst, misschien niet direct vanuit angst, maar wel met angst als basis. Ik doe alles met een basisgevoel van angst, van zenuwachtigheid, nervositeit, onbehagen, faalachtige gespannenheid, onzekerheid, onveiligheid. Vanaf zo lang als ik mij kan herinneren is dat gevoel mijn metgezel. En juist omdat het er altijd was heeft het zolang geduurd voor ik er achter kwam dat het er was. En nu wil ik het niet meer.
Ha, ha! Ogenblikkelijk klinkt er hol gelach.
Dat wat je niet wilt groeit door de aandacht die je het geeft.
Ik voel het in mijn buik. Zij zwelt op.
Een nerveus paard in een te kleine weide.
Ik ben niet dat paard. Ik ben die weide.
Ik maak mijzelf weider, wijder, tot over de horizon zo wijd.
Het paard freakt out, galoppeert, steigert, slaat met de achterbenen, net zoals Pico destijds op de binnenplaats van de manege, centre court van mijn angst.
Nu vermoeit en vermijt het zich in eindeloze draverijen, het afrollen van zand- en grashellingen, het slobberen van helder water. Zie het oog diep begroeid met mossen de hemel weerspiegelen. Grazen met de bek, het gras kort boven de grond afscheuren. Uit enkel gras en water zo’n fantastisch paardelijf opbouwen. Dat kan alleen een paard.
Ik ben zelf ondertussen geluidloos vertrokken. Tot voorbij de horizon. Het paard is niet meer dan een teken van leven, van levenslust in een eindeloze ruimte.
Dat is meer dan genoeg ik en zelf voor mij.
Wij laten het zo, wij zagen dat het goed was.
Wij verlieten onszelf omdat het er te benauwd was, te klein, te bedompt, te afgesloten.
Wij vonden onszelf aan de andere kant, weidser, groter, nauwelijks hoorbaar ademend. Het paard van aanwezigheid, van alertheid, snuift de precieze schoonheid van alles te voorschijn.
Wij begrijpen eerlijk gezegd niets van wat wij, het paard en ik, geschreven hebben, en toch voelen wij ons beter. Juist daardoor voelen wij ons oneindig veel beter.
Veel en Goed May 13, 2009
Posted by ideeflux in : Dialoog met Zelf, ++ , add a comment
Om de Goden gunstig te stemmen strooi ik mijn eigen as over de golven uit. Offer ik mijn eigen eerstgeboren zoon. De bloem die uit deze bloem spruit. Het edelste wat uit de eigen continue evolutie voortkomt. Het uitvinden van onszelf, van het menszijn.
De verkeerde kant opgaan. Kleiner worden, zich door kleine politiek laten meeslepen, of door de ergernis daarover. Zich in kleinheid laten vangen.
In zichzelf het grotere, het ruimere water vinden. Het water waaruit je steeds opnieuw geboren kan worden.
Met deze zijn. Dat is al wat ik kan doen. Het ochtendlicht in deze kamer. Dit lijf. Niet de buitenkant ervan maar de binnenkant, het aanwezig lijf, het zijnslijf, het ademend voellijf.
Er is hier geen enkele verplichting. Ik heb niet de verplichting tot schrijven en u heeft niet de verplichting tot lezen. Er valt hier weinig te zeggen, er is enkel hier te zijn.
Toch kom ik tot u, tot U, tot mijzelf, tot Mijzelf met een vraag.
Het formuleren van die vraag is het tevoorschijn roepen van het antwoord.
Maar… wat is mijn vraag?
Mijn vraag huist in mijn buik. Ik voel haar. Ze heeft de vorm van zenuwachtigheid, gespannenheid, gebrek aan ruimte. Elke keer als ik een rol speel of een verhaal vertel ben ik zo zenuwachtig dat het mijn plezier vergalt. Het voelt niet goed. Ik zou dit gevoel graag kwijt zijn.
Ik voel me niet vrij. Ik kan niet in vrijheid ademhalen. Ik voel me verplicht. Ik moet van alles. Ik voel me als een ongewenst kind, als een kind voordat het geaborteerd wordt.
Hoe zou het zijn om mijn gevoel geboren te laten worden, op te laten groeien.
Wat gebeurt er als ik het de ruimte geef, laat galopperen in een ruimere weide?
Het uit de stal van mijn buik toegang geef tot mijn hele lichaam?
Het antwoord is ogenblikkelijk – voor de hand liggend en toch nog verrassend.
Vrijgelaten door mijn hele lijf verandert het gevoel van zenuwachtigheid in… levenslust, een gevoel van zinderend in leven te zijn.
Wow, dat is veel, veel en goed.
Is het te veel van het goede?
Nee, mijn weide is groot genoeg. Mijn weide is oneindig groot. Mijn weide is wijds en open. Mijn paard is dorstig en lustig. Mijn Heer is mijn herder. Hij zal mij geleiden, langs grazige weiden. Hij laat mij rust vinden in levenslust.
Een Stap Vooruit May 1, 2009
Posted by ideeflux in : Dialoog met Zelf, + , 1 comment so far
Slechts even de tijd hebben en dat toch meer dan genoeg laten zijn. Met de toverstaf van het nu in het rondzwaaien, alles aanraken, alles innerlijk aanraken, tot leven wekken, mezelf wakker kussen. Geen vrees meer hebben door niet meer vast te houden aan het kleine zelf.
Ik was boos geworden. Eerlijk, het voelde als een bevrijding, als waarheid in actie. Mijn lijf zinderde, ik zat rechtop op mijn paard in mijzelf. Fier, ontdaan van achterbaksheid.
De volgende dag als de weeromstuit kwam de twijfel, het oordeel. Mag hij zichzelf in die mateloosheid aan de wereld geven. Kunnen zij dat aan. Waar in hem komt dit vandaan. Kan hij nog van zichzelf houden. Kunnen zij nog van hem houden. Daar staat hij weer aan de rand van de groep.
Open the backspace now. Open je rug naar de boom, de muur, kijk met je rug-ogen diep in de nacht van het verleden, daar waar de levens van allen voor ons zich bevinden, de goden, hun daden, hun wijsheid, alles wat ooit gezegd en geleefd is. Verbind je met dat alles, doe een stap voorwaarts en blijf innerlijk verbonden met het veel grotere terwijl je spreekt vanuit die plek.
Ik kan niet voor de anderen zorgdragen. Als ik in mijn daden de goedkeuring van anderen probeer in te bakken kom ik tot niets, komt het tot niets. Om mijn eigen stroom te volgen moet ik bereid zijn tegen die van hen in te gaan, tegen de stroom in mij die wil dat ik denk vanuit hen. Ik vertrouw mijzelf mijn weg te zullen vinden en de anderen vertrouw ik ook. Ik vertrouw dat de anderen hun weg ermee zullen vinden.
Mijn boosheid bestaat uit het achterhouden van mijzelf. Omdat ik mijzelf in waarheid geef hoef ik niet meer boos te zijn.
Spoor in Bellenvat March 10, 2009
Posted by ideeflux in : Dialoog met Zelf, ++ , add a comment
In het middernachtelijk uur hier weer naartoe gezeild, de ontsnappingsartiest op zoek naar verse lucht, op zoek naar zijn eigen ziel. Hier dus neergeschreven dat het niet om de algemene waarheid gaat, maar om de mijne. Hierbij de vrijheid genomen, de eed gezworen deze persoonlijke waarheid te vinden en niet die van anderen. In dit nachtelijk uur daar opgewonden van raken, daar met opengesperde neusgaten naar luisteren.
Weet je, we hebben genoeg gewacht, genoeg gewacht en gezwegen. Het wordt tijd dat ik hartstochtelijk het leven ga leiden dat ik wil leiden.
Deze woorden zijn daar de deur naar, vormen de kleuren van de wanden van het huis dat ik aan het bouwen ben, dat ik aan het afbreken ben. Vanonder deze muren komen weer andere tevoorschijn, bekleed met steeds verdere verten.
Zo begon het dus, met een belofte aan zelf om zelf te vinden, om zelf te dienen. Hier in deze geborgenheid. Dat dit het begin is van die zoektocht, dat deze woorden geen verslag van die zoektocht zijn, maar de bouwstenen ervan, de materie. Dat deze tocht naar dat zijn zich ontspint in woorden, dat doormiddel van deze woorden het zijnde zich vindt.
Komt er nog iets van substantie? Ik kan niets beloven. Het kan zijn dat alleen het zoeken zich hier laat vinden, zo weinig en veel als dat.
Hij zit dus en schrijft en voelt zijn hart kloppen van leven. Alsof hij nieuwe landschappen betreedt. Ik zou graag een outline geven van wat hij zoal tegen zou kunnen komen, om deuren voor hem te openen, om dat wat structuurloos is, ongrijpbaar, toch enige vorm te geven. Misschien geven we hem een omgeving. Een situatie waarbinnen hij zijn onderzoek verricht, zijn graafwerk. Zijn herstelwerkzaamheden. Bezig met dat wat zich buiten hem bevindt raakt hij geïntrigeerd door wat zich aan hem voordoet. Als hij verwoed dieper graaft, schuurt, beitelt, komt hij niets tegen dan zichzelf. De ruwe ongepolijste versie van hemzelf. Het kunstwerk dat hij achterlaat is niet dat schilderij of die roman, maar zijn eigen leven, als een monument van… van zoeken, als spoor in bellenvat, als schietlood in onpeilbare oceaan. Niet tevergeefs, maar glorierijk bestaande uit richting van eigenheid. Spoor in onbekende getrokken. Uitgedoofd, opgelicht. Oplichtend.
Zo klein. Zo eigen.
De Hoeder van Eigenheid March 7, 2009
Posted by ideeflux in : Dialoog met Zelf, ++ , add a comment
Wat komt er te voorschijn uit deze ontmoeting als ik hem zacht laat zijn?
Uit de harde confrontatie van staal op staal, van snee in vlees, van gelijk op ongelijk kan eigenlijk niets geboren worden, dan een verlangen zulks in het vervolg te vermijden. Gebrek aan raakvlak, aan ontmoeting, aan baarmoeder. Keer ik mijn ervaring de andere wang toe, de zachtere, opdat ik voel naar dat wat mij slaat, mij pijn doet, mij confronteert dan kan de stroom mijn boot keren en word ik mijzelf vruchtbaar.
De groep is niet gevaarlijk.
Ik fluister het mezelf in als een soort bezwering, maar ik kan mijzelf maar moeilijk geloven, mijn wantrouwen is groot. Ik vond een schijnbaar veilige plek hier aan de rand van het geheel, maar ik word blijkbaar gedwongen mij te bewegen. Niets is voor altijd. Het leven dringt door tot in de kleinste holtes, de meest afgesloten schuilhoeken. Zij roken me uit mijn Tora Bora, ze doen mijn ivoren toren een knieval maken.
Door mijn houding bepaal ik de groep, dicteer ik hoe zij is. Niets gevaarlijker dan een groep waarbinnen de groepsdwang zo groot is dat haar leden worden gedwongen hun eigenheid op te geven. En als anderzijds iedereen zich terugtrekt op zijn eigen gelijk is er geen groep meer, geen gezamenlijkheid, geen mogelijkheid tot bevruchting.
Ik heb de neiging me uit de groep terug te trekken. Daar red ik weliswaar mijn schone zelf mee, maar tegelijkertijd laat ik daarmee de groep aan haar lot over en tevens laat ik dan mijzelf in de groep over aan mijn eigen lot. Dan kom ik mijzelf in de groep niet te hulp, wat zowel essentieel is voor mezelf als voor het functioneren van de groep.
Wil ik de groep in mij hoeden, dan moet ik haar de bereidheid ruimte te geven aan mijn eigenheid, mijn eigengereidheid, mijn eigenwijsheid opdringen. Geef mij de ruimte om anders te zijn, om deze te zijn. Geef me de ruimte om er niet bij te horen en er toch bij te horen.
Zo word ik mijn eigen hoeder. De hoeder van eigenheid. En ik word mijn broeders hoeder, mijn broeders broeder. De hoeder van openheid naar anders zijn. Zo word ik open naar anders zijn, naar degene die ik wezen zal, moet, wil.
Ik word weliswaar nooit groter dan het pantoffeldiertje, maar daarentegen ook nooit kleiner dan een vulkaan. Ik trek me naar binnen en stulp me naar buiten in een dans van eigenheid en gedeelde ervaring.
De muziek stopt nooit.
Bericht van Vriend December 6, 2008
Posted by ideeflux in : Dialoog met Zelf, ++ , add a comment
Ik kom zomaar even onverwachts voorbij. Als bij een oude vriend.
Ik zoek naar de sleutel om de deur te openen. Ik kan de sleutel niet vinden en er is geen bel en dus bonk ik op de deur. Het weergalmen van mijn slagen is het antwoord. Dan, onverwacht, zwaait de deur open. Mijn vriend glimlacht en nodigt mij naar binnen. Ik stap over de drempel en alles verandert. Wij liggen, wij staan, wij zitten. Wij doen alles wat mensen gewoonlijk doen en toch is er iets ongewoons, iets feestelijks.
Brengen de stappen die je dagelijks zet je dichterbij waar je wezen wil? Volg je de verlangende klop van je hart? Dat is te zeggen: van je eigen hart, niet dat van een ander. Niet het hart van conventies en ideeën, maar het kloppende hart van vlees en bloed. Brengen de stappen die je zet je dichterbij je wezenlijke, oorspronkelijke, vrije zelf?
Ben je op weg naar ontvouwen, ontspruiten, openbloeien? Of weet je het antwoord niet?
Voel! Voel hoe het is om de volgende stap te zetten. Voel hoe het zou smaken om daar aan te komen. Voel wie er gelukkig wordt van jouw daden.
Je mag! Je mag, je moet, je zal. Je zal de ketenen afwerpen van de ideeën die je hebt over hoe het zou moeten zijn en je gaat het spoor volgen van je verlangen, het geurtje van God. Vanaf nu, enkel nog dat. Stap voor stap naar de bron, de fontein, de glorie, de glorie in mensengedaante. Je kwam voorbij als bij een oude vriend en kijk eens wat een present hij voor je had. Hoe levendig is je oude vriend. Kijk hoe zijn ogen glanzen. Wat is zijn geheim? Ik heb het je zojuist verteld. Iedereen weet het. iedereen is uitgenodigd. Niet in feestverpakking, maar gekleed in eigenheid, het zuiverste scheerwol van je eigen gedaante. Alleen deze. Minder niet.