jump to navigation

Het Verkeerde Gevecht Winnen February 21, 2010

Posted by ideeflux in : Een nieuw Begin , add a comment

Het Verkeerde Gevecht Winnen

Wat is de omweg die me naar het doel zal leiden? Als ik maar eenmaal de juiste omweg heb, dan komt de rest vanzelf. De omweg is immers de kortste verbinding tussen twee punten.

Eenmaal aan de armoede ontsnapt was er voor de meeste families geen groter genoegen dan zich rond tafels volgeladen met het meest fantastische voedsel te scharen en zich te goed te doen, de schaarste te vergeten door zich zat te eten. Er werd gelachen dat het een lieve lust was, soms werd er gezongen en gedanst. Later waren het de barbecues, want het moest vooral vlees zijn, veel vlees, bergen van vlees, want vlees is een teken van rijkdom.
Het was meer de blije uitgelaten en opgeluchte stemming dan het eten zelf waaraan iets in haar ziel zich hechtte, en toch was het logischerwijs haar lichaam dat de eerste tekenen ging vertonen van haar overmatige eetlust.
- ‘Zou je niet eens wat minder…’ begonnen de stemmen om haar heen te suggereren.
- ‘Het is niet erg flatteus voor een meisje om zo dik te zijn, …en je hebt zo’n mooi gezichtje!’
Iets in meisje draaide zich om. ‘Ik weet dat eten goed voor me is, het voelt immers goed. En bovendien: ik bepaal altijd nog zelf hoe ik mijn leven zal leiden.’
En dat is wat ze deed. Ze keerde zich met al de kracht van haar jeugd tegen de stroom van het leven zoals dat aan haar werd aangeboden, vastbesloten haar eigen spoor te trekken, haar eigen leven op originele wijze vorm te geven. Ze trok weg van waar ze vandaan kwam, reisde over uitgestrekte prairies, eeuwenoude bossen, meren, rivieren, oceanen. Precies in de tegenovergestelde richting van waar haar voorouders een eeuw geleden vandaan waren gekomen, precies daar ging ze naartoe. En ze genoot met volle teugen, van het leven, van de liefde en… ja, natuurlijk, van eten. Uiteindelijk streek ze neer met haar enorme hemellichaam, voldaan over wat ze in haar eigengereidheid tot stand gebracht had, en niets vond ze mooier dan via haar kookboeken haar wereldreizen nog eens dubbel en dwars over te doen. Maar de krakende levenslust van haar jeugd, had ze onderweg, zoals de meeste van ons, achter zich moeten laten.
Op een dag werd ze ziek. Een oude kraai landde op het voeteneinde van haar bed en begon zachtjes te lachen.
- ‘ Wat zit je daar toch, ouwe lijkenpikker en wat valt er in hemelsnaam te lachen.
- ‘Ach meisje, gun een ouwe kraai toch zijn simpele genoegens, ik ben enkel hier om je te feliciteren’.
- ‘Jij mij feliciteren, terwijl ik hier ziek in bed lig?’
- ‘Jazeker’ zei de kraai terwijl hij een denkbeeldig pluisje van zijn zwarte jas plukte, ‘jij hebt immers gewonnen’.
Meisje haalde haar sierlijke wenkbrauwen op, boven haar fonkelende ogen.
- ‘Ik lig hier in bed en jij, zwart als de dood, komt zich een beetje vrolijk over mij maken?
- ‘Meisje, kalm toch. Hoor, luister, ik zal het je uitleggen.
En de kraai begon haar geduldig en met veel voorzichtig gekozen woorden te vertellen hoe ze als kind had besloten om een gevecht aan te gaan met haar ouders, haar broers en zusters, haar leraren, kortom haar hele familie, om hen te tonen dat ze haar eigen weg zou kunnen gaan. Ongelukkigerwijs had haar familie altijd veel aandacht gegeven aan haar uiterlijk, haar eetpatroon, en haar omvang en dat was uiteindelijk de focus geworden van haar strijd en hij, Kraai, was enkel hier om haar te vertellen dat ze die gewonnen had.
- ‘Hoe bedoel je dat, Kraai,’ zei Meisje nu een beetje milder, ‘gewonnen?’
- ‘Ik wil eigenlijk twee dingen zeggen.’ zei Kraai nu met een zeker air van gewicht. ‘Ten eerste dat je het gevecht tussen jou en je ouders, over eten en al of niet dik worden in je voordeel beslist hebt: je hebt gewonnen.’
- ‘Nou mooie overwinning is dat, daar moet ik zeker blij mee zijn.’ Meisje was het huilen nader dan het lachen.
- ‘Nee, juist, eh… natuurlijk niet, want dat is precies mijn volgende punt: je hebt dit gevecht dan wel gewonnen, maar je hebt al die tijd de verkeerde strijd gestreden, het is het verkeerde gevecht geweest. De strijd die je aangegaan bent heeft zich tegen jezelf gekeerd’ Kraai keek haar triomfantelijk aan.
- ‘Het verkeerde gevecht?’ Meisje dacht na en Kraai zei niets.
Het was lange tijd stil.
- ‘Ja… nu begrijp ik het,’ zei Meisje dapper terwijl ze bedachtzaam haar hoofd knikte. Er rolden tranen uit haar mooie ogen over haar wangen, op haar pyjama, op haar kussensloop.
Toen Kraai weg was nam ze een besluit. Ze had zichzelf bewezen dat ze haar eigen wil kon volgen tegen de stroom van alles en iedereen in, maar nu zou ze bewijzen dat ze haar eigen wil kon volgen ten bate van haar eigen geluk en gezondheid. En dat is wat ze deed. Alles wat teveel aan haar was liet ze achter zich, ze werd licht van gewicht en nog lichter van gemoed. Mensen die haar kenden waren verbaasd over de elegante verschijning die hen tegemoet kwam, haar opgeruimdheid, wijsheid en levenslust. En als de mensen haar vroegen hoe dat zo kwam dan zei ze altijd: ‘Als je aan het vechten bent weet je eigenlijk automatisch al dat je op het verkeerde spoor bent, want de authentieke weg van eigenheid wordt niet uit tegendraadsheid geboren. Ga met je stroom mee, dat is de weg naar geluk, overvloed en gezondheid.’

- ‘… en de omweg dan?’ Kraai hoort het je denken.
Hij lacht stilletjes voor zich uit terwijl hij zich met zijn gevingerde vleugels een weg door de koude winterlucht ploegt.
- ‘Dat is een… mooi raadsel. Ik kan het niet voor je oplossen.’ Kraai vloog even met zijn ogen dicht. Hij wist dat hij zo zou sterven, al vliegende met de ogen dicht, maar nu nog niet, nee, nu nog lang nog niet.
Was er nog iets meer te zeggen. Kraai sloot zijn ogen weer en lachte, de kleine kraaienpootjes naast zijn ogen glommen in het licht van de ondergaande zon. Hij lachte om het raadsel. Om het leven. Om het raadsel dat leven heet.

Het was in Santo Domingo October 25, 2009

Posted by ideeflux in : Een nieuw Begin , add a comment

Het was in Santa Domingo

Vol verwachting de post van de dag open gemaakt. Het is een blanco pagina. Wow! Een hele witte pagina die ik zelf in mag vullen, een blanco check die ik aan mezelf, jou of natuurlijk het liefst aan beide uit kan schrijven. Een hele lege dag, een open leven, een onbezoedeld geweten, een woestijn van gedachteloosheid, een brein zonder einde, een smetteloos hart.

Alles staat roerloos stil. Alleen ik beweeg door het dauwbedrupte struikgewas. Ik luister of ik een woord kan horen, of ik van binnen iets te horen krijgt dat mij zegt welke kant ik op moet gaan. Ik loop voor de kleine kudde uit. Net op het moment dat mijn vader, moeder en zusje mij op de rug kunnen zien verdwijn ik zogenaamd onafhankelijk, zelfbewust, nieuwsgierig om de volgende bocht. Honden lopen vaak op precies die afstand voor hun baas uit.
Het is nog vroeg in de dag, vroeg in mijn leven. Vandaar de dauwdruppels. Ze liggen niet op de planten om mij heen, maar op mijn ziel. Ik ben immers de eerste die al dit moois ziet. De lucht die ik inadem is zo zuiver! Dit wordt het Adamsgevoel genoemd, het gevoel de eerste mens op aarde te zijn. Ik zing. Ik zing een liedje dat ik op de radio gehoord heb. Ik voel me groot en stoer, omdat ik dat liedje ken, omdat ik voorop loop omdat alles zo mooi en nieuw is.

Ik was in de kroeg geweest en daarna nog bij iemand thuis. Ik had dan wel het een en ander gedronken, maar ik was helder genoeg om te zien hoe veelbelovend en nieuw de nog jonge dag was. En in mij was een verlangen om… ja om voort te leven, om méér te leven, om uit het leven de laatste druppel te persen en dus kon ik niet naar bed. Mijn benen brachten me naar de halte waar juist de tram aan kwam rijden. Ik was op weg naar zee. Ik werd naar zee geschommeld, gedoezeld, gerammeld en bij het eindpunt schudde de tram zich leeg, leegde haar ingewanden, braakte me uit. Zij baarde me en ik rolde als vanzelf naar het rulle zand, de waterlijn, het golf-bewegen, de stilte van de eindloze verte.
Later lopend naar het Noorden zag ik een bordje Verboden Toegang en ik wist onmiddellijk dat ik daar moest wezen. Ik verbeeldde me te zeggen – als ze me iets zouden vragen – dat ik gedacht had dat het bordje betekende dat het strand verboden was. Ik grinnikte nog wat na om mijn grapje toen ik achter de duinen op een wel heel adembenemend mooi stukje van onze aarde terecht kwam. Allerlei planten en kromgewaaide bomen waarvan ik de naam niet kende omzoomden een strandje aan de rand van een klein meer. Ik was onmiddellijk uit de kleren, en liep rond in wat ook wel het Adamskostuum genoemd wordt. Ik was naakt en de natuur om mij heen was mijn geliefde. Ik gleed met mijn hele lijf bij haar naar binnen, in het roerloze koele water.
Later terug op het strandje paradeerde ik rond met mijn onbesuisde erectie, zo vervuld van verlangen, van liefde, van schoonheid dat ik me er geen raad mee wist. Waar kon ik het brengen, mijn hartstocht, mijn zaad, mijn vruchtbaarheid? Aan de rand van het meertje ben ik toen op het strandje gaan liggen en daar heb ik gedaan wat ik later hoorde dat Aboriginal mannen tijdens vruchtbaarheidsrituelen doen. Ik maakte een gat in het strand, ik opende moeder Aarde, teder en voorzichtig en vervolgens nam ik haar. Ik stak mijn verlangend lid tussen haar zanderige volle vochtige lippen, ik stak haar waaruit ik voortkom, de moeder van alles, aan mijn stijve penis, strekte mijn armen en benen uit om haar in haar oneindige volheid volledig te kunnen omvatten en zo, terwijl zij en ik met duizelingwekkende snelheid om elkaars as door de eindeloze ruimte draaiden, kwam ik grommend van leven in haar klaar. Zonnen, sterren, manen, planeten, alles danste om ons heen, alles lachte, en zong, alles was oneindig jong.

En zo is het gebeurd. Zo heb ik dus, in mijn onbezonnen jonge jaren, op een onbewaakt ogenblik, op een moment van ontroering, van begeerte en verlangen, dit universum mede tot ontstaan gebracht.

Creatie October 24, 2009

Posted by ideeflux in : Een nieuw Begin , add a comment

Creatie

Dit is heerlijk. Dit… aanwezig zijn in… dit. Dit in dit aanwezig zijn. In dit wat is: het aanwezig zijn.

Wij waren in elkaar aanwezig als man en vrouw. Enkel ademend. Ik en mijzelf als een enkele persoon. Eindelijk samen. Zolang zoeken en dan eindelijk onverwacht toch nog vinden. Juist door op te houden met zoeken.
Altijd maar denken dat je eerst een huis moet bouwen voordat je onderdak kunt zijn, dat je eerst moet eten voordat je vervuld kunt zijn, eerst moet baden voor je schoon bent, eerst gezond moet zijn voordat je heel bent.
Ik altijd maar denken dat je eerste een idee moet hebben en dat dan de woorden komen. Maar het is andersom. De woorden komen gewoon uit zichzelf, schuchter, snel, stoer, verlegen, de één na de ander, als kinderen in een klas. En ze voegen zich in rijen, zwermen uit, baldadig spelend, vrij en ongebonden, om dan opeens, als op afspraak, weer terug in de rij te komen, zoals ooit op het schoolplein: in de file, de rij voor het loket, bij de bakker, de koffieautomaat. Steeds staan ze weer in een andere volgorde, steeds krijgen ze door weer een andere context een andere betekenis. Door dat zwermachtige bewegen worden ideeën geweven, gedachtes uit louter lucht bij elkaar gebreid krijgen gestalte, benen, armen. Zo breien wij onszelf bij elkaar, wij ontlenen onze betekenis aan onze plaats in de rij en geven door onze aanwezigheid de rij betekenis. Deze hele creatie is net zo licht en luchtig als wijzelf, want in den beginne was het woord en dat woord staat nog steeds aan het begin. Aan het begin van elke zin, van elke stap, elke daad, waarmee wij de gedachte structuren bouwen die aan onszelf een zin geven.

door wijze dingen te zeggen word je verstandig
door heel te zijn gezond
door schoon te zijn was je jezelf
door vervuld te zijn word je gevoed
door onderdak te zijn wordt je huis gebouwd.

Het Gelaarsde Schaap [VII] October 21, 2009

Posted by ideeflux in : Een nieuw Begin , add a comment

Glans

De vlaggenstok van de ziel leek gebroken, haar container, dat wat haar hield, haar vat, haar schip, leek vol gaten en nochtans wist zij zichzelf ondanks – of was het dankzij?– haar gezonken staat, ongeschonden. Dat wat mij opent is dat wat mij heel maakt, dat wat mij aantast maakt mij rond. Ik neem dat erbij, waarvan ik dacht dat het mij beledigt, pijnigt, radbraakt. Ik strek mij uit over die doornige velden, mijn heelheid is groter dan wat ik ‘mijzelf’ placht te noemen.

Hij had mijn gedachten feilloos opgevangen. Waarom niet? Hij brak. Hij brak zijn kleine groene fles in het woelige water tegen de hagelwitte tanden van de tijd. ‘Tik’ zei het en hij zonk. Hij zonk naar zichzelf. Mijn rijzen was zijn zinken.

Toen ik omhoog kwam was zij naar boven gevlucht, zo snel als haar dunne benen haar konden dragen. Boven was ze in de gordijnen geklommen, net zoals de Gelaarsde Kat toen de tovenaar of reus zich veranderd had in een hond of een leeuw. Het was in ieder geval iets dat die kat over zichzelf had afgeroepen en de laarzen van zijn gespeelde ijdelheid werden hem bijna fataal, alsof zijn spel zo echt geworden was dat hij er zelf in omgebracht kon worden. Zo is dat met de meeste van ons: wij geloven zo ernstig in het spel dat wij spelen, dat wij er aan dood gaan.
Dit overwegende klom ze uit de gordijnen en ging aan haar bureautje zitten, ordende haar gedachten, haar kleurpotloden, en nam een besluit. Als ze moest kiezen om ofwel deze te zijn in deze veel te kleine kamer, voor altijd gevangen gehouden in dat wat haar angst in zou boezemen, ofwel dat het zo zou zijn dat ze buiten haar oevers zou treden en zo groot zou worden dat ze met gemak haar eigen angst en nog veel meer, misschien zelfs die van anderen, zou kunnen omvatten, zo heel dat ze haar eigen geschondenheid –maar, wat dat nu precies was, dat kon ze in haar nieuwe weidsheid al haast niet meer vinden – in liefde kon houden, dan koos ze voor het laatste.
Er was opeens geen angst meer. Van binnen was de ontmoeting met wat zij vreesde allang gemaakt, het diende enkel nog in de uiterlijke wereld gestalte te krijgen, en zo stapte ze, met de moed van onontkoombaarheid, langs de treden van de haar o zo vertrouwde trap naar beneden.
Het was alsof ze alles met nieuwe ogen zag. Alsof alles zich aan haar voordeed in een frisse nieuwe gedaante, alsof alles de schil van het gedane doen en van het menen te kennen van zich af had laten glijden en zich nu aan haar liet zien in de onbeschermde schittering van haar mateloze echtheid.

Schaapwoord [I] August 24, 2009

Posted by ideeflux in : Een nieuw Begin , 1 comment so far

Schaapwoord

Ik ben op zoek naar het eerste schaapwoord dat de andere over de dam zal lokken. De dam van mijn zwijgen.

Heilig de Zondag July 12, 2009

Posted by ideeflux in : Een nieuw Begin, + , add a comment

Heilig de Zondag

De sabbat, een sabbatical jaar, een sabbatical leven. Give way to the greater pull. Wat is werkelijk van belang, wat zou je absoluut nog gedaan willen hebben, gezegd, gelachen, gezwegen?

Vanwege het zondagsgevoel heeft hij een ietwat gekreukeld maar krakend schoon overhemd aangetrokken. De rest van de dag ligt navenant voor hem, een beetje gekreukt door de slaapplooien op zijn gezicht, maar kakelvers. Een dankdag voor het gewas, voor alles wat er is. Deze dag hoeft er – eindelijk – niets nieuws bij te komen. Deze dag is – eindelijk – genoeg aan zichzelf. Bij deze man, dit leven, hoeft niets nieuws meer aan te komen waaien, kleurige klederdrachten, vreemde oude gebruiken, talen, de eigenheden waarin een cultuur uitdrukking geeft aan zichzelf. Zelfs de ontmoeting met een verlichte persoon staat niet meer zo hoog op de toch al afwezige agenda. De ontmoeting met die wijze kan hoogstens nog een innerlijke tegemoetkoming zijn, een innerlijk buigen voorbij zelfgenoegzame stramheid.

Heilig de sabbat, de woestijn, de kale vlakte, het niemandsland, het ongeboorte. Heilig de rots, het droge wachten, het niet-meer-wachten, het zijn-wachten, het zijn. Het meer van zijn dat ligt te wachten, dat altijd en overal dichtbij is als de volgende ademhaling. De volledige vervulling die binnen handbereik is, maar paradoxaal genoeg juist met het reiken er naar op afstand gezet wordt.

Tjillevippen July 1, 2009

Posted by ideeflux in : Een nieuw Begin , add a comment

Sjillevippen

Een lichte weerstand. Een lichte weerstand tot wat is, dat is wat er is. De weerstand is weliswaar het enige dat ik waarneem, maar het lijkt of er zich achter die weerstand iets bevindt wat veel aantrekkelijker is, iets dat meer in overeenstemming lijkt te zijn met wat ik ervan verwacht. Ik wil natuurlijk niet die weerstand maar dat wat er zo glorieus achter lijkt te zitten, dat wil ik wel. Omdat ik hetgeen wil wat er achter is noem ik dat wat er is weerstand. Mijn willen van dat waarvan ik meen dat het zich schuil houdt achter dat wat is, is de weerstand tot wat is. Als ik neem wat er is, in dit geval dat wat ik nu weerstand noem, is er geen weerstand meer, is er alleen maar wat er is.
Ik ben met wat is. Ik ben deze, dit hier. Dit hier is wat is. Het is mij, ik ben het.

Vrede June 14, 2009

Posted by ideeflux in : Dialoog met Zelf, Een nieuw Begin, + , add a comment

Vrede is

Ik ben naar deze plek toe gezwommen en jij bent daar toevallig ook. Dit hier is het. Dit is het geluid van one hand clapping. Dit is altijd het geluid van die ene hand. Ik en de wereld zijn twee gezichten van dezelfde.

Wij ruimden het huis op van een vriendin die zich heeft moeten laten opnemen. Het is een lief huis. In het huis zelf is niets te vinden van wat in haarzelf huist, van wat in haar zoveel onrust veroorzaakt. De wereld is in vrede, maar hoe komen we tot die vrede? Hoe kunnen we dat wat in ons de toegang tot die vrede belemmert uit de weg ruimen? Of overkomen?
Er is niets te bevechten, er is niets te bereiken.

Degene die in vrede is kan nauwelijks enige aanwijzing geven aan degene die nog onderweg is. Hij of zij kan enkel het licht van vrede uitstralen en zodoende een baken vormen voor degen die ernaar op zoek is.

Wij zijn deze beiden. Wij zijn degene die vrede gevonden heeft én degene die ernaar op zoek is. Wij kunnen enkel, in onszelf, het licht van vrede onsteken, om die eeuwige zwemmer in de duisternis op koers te houden. Wij zijn tweemaal van belang, tweemaal zinvol aanwezig. Onze zelfverloren vriendin vraagt aan ons een baken van vrede te zijn. Haar vragen roept ons antwoord in leven. Haar vragen is onze vrede.
Precies zo vraagt onze onrust aan ons om vrede te zijn.

Het gaan naar vrede is vrede. Het gericht zijn op vrede is vrede. Het ontsteken, het hooghouden, het zien van het licht, het er naar toe zwemmen ervan, dat allemaal is vrede.
Het gezicht van vrede voor ons zien is vrede.
Er is geen afstand tussen het zien van vrede en het zijn ervan, tussen het bedenken van vrede en vrede zelf.
Op weg gaan naar vrede is er aankomen.

Elke Ziel een Zingen May 26, 2009

Posted by ideeflux in : Een nieuw Begin, ++ , add a comment

Elke Ziel een Zingen

Ik kan horen dat het asfalt nat is. Het asfalt zelf zwijgt natuurlijk, maar in combinatie met de banden van de auto’s die eroverheen rijden zingt het, er klinkt een soort woesj geluid.

Als je goed luistert naar de manier waarop de antwoorden die je krijgt rondzingen in jezelf begrijp je wie er in jou aan het woord is.
Soms in een gesprek zie je iemands gezicht oplichten, je ziet een schittering in het oog van degene tegenover je. Dat is het waar je naar op zoek bent in de ander.
Precies zo zoeken we ons eigen fonkelend oog, het zingen van ons hart in de conversatie met onszelf.

Op het bouwterrein vinden de voorbereidingen plaats. Het terrein wordt schoon geschraapt door een aandoenlijk klein en ouderwets uitziend graafmachientje. Het doet vreselijk zijn best om de weg te effenen voor zijn grote broer, die het vlakgemaakte terrein bedekt met een vloer van stoere houten delen. De stalen platen van de damwand die hij later de grond in zal trillen, liggen al op een stapel te wachten.
Dit zijn de eerste stappen van een bouwproces dat naar verwachting anderhalf jaar gaat duren. Het gaat zo gecoördineerd, geduldig, zo toegewijd. Er is geen haast, er is goede samenwerking en onderling vertrouwen.
Wij bouwen. Wij hebben een idee en nu gaan we dat realiseren. We doen alles wat noodzakelijk is om het tot uitvoer te brengen, en elke stap in dat lange proces is even belangrijk en krijgt even veel aandacht.

Wij kijken van binnen naar buiten en dan weer naar binnen.
Nu zijn we dus weer terug bij de Ziel. Zij vond het heerlijk om dit te zien. Zo is het, zegt zij, zingt zij, stap voor stap. Elke stap met evenveel liefde. Elke stap onmisbaar. Elke persoon voor elke stap even onmisbaar, dierbaar. Elke stap een zingen, elke ziel een zingen.

Schil van Zijn May 25, 2009

Posted by ideeflux in : Een nieuw Begin, ++ , add a comment

Schil van Zijn

Gewoon hier, vanaf hier. Het scheppen van zand met grote machines, het heen en weer rijden. Het zweet des aanschijns, het grondwerk, het grondverzet. Grote zware dingen verschuiven, de aarde openkrabben, de stevigte van de aarde testen. Er thuis komen door haar te ondervragen. Waar was je al die tijd?
De vreugde van het hervinden van wat al die tijd voor het op rapen lag en toch op een vreemde manier voor ons verborgen bleef. Weer terug met klei spelen. Vormen maken, de gedachten vorm laten krijgen.

Ik heb hem ontmoet. Het was erg goed, opzienbarend goed. Hij moet er al die tijd geweest zijn, maar omdat ik geen ogen had om hem te zien, was hij onzichtbaar, onvoelbaar.
In de hoek van de kamer, vlak achter je, naast je, staat een engel. Zij kijkt met liefdevolle blik op je neer terwijl je naar het scherm van je computer tuurt.
Open je back space now, je ruggeruimte. Open de schil van je lichaam, laat je van achteren vol lopen met… aanwezigheid, liefde, aandacht, ruimte. Laat Hem daar zijn. Overweeg zijn mogelijke bestaan. Parkeer het verstand in één voor de daartoe bestemde vakken.
Wij zijn niet meer dan de weerstand tot wie we zullen worden, de weerstand tot het ontworden van die weerstand. Wij groeien noodzakelijkerwijs als belemmering tussen onszelf en het veel grotere en op een raadselachtige manier wordt die weerstand onze woning, omdat er een schil nodig is om het oneindige te kunnen bevatten.
Wij zijn die schil.

Aan de voorkant heeft het alle schijn van realitiet. De wereld is daar en wij zijn daar, ons lichaam en gezicht vormen de spiegel van die wereld en alles ziet er bedriegelijk echt en afgebakend uit. Maar ga je naar de achterkant, dan is daar niets, of beter gezegd: daar ligt alles grenzeloos open als een vers geploegde akker onder een sterrenhemel, als een meer onder maanlicht, open in doorvoelende ontvankelijkheid, alles verbonden met alles.
Dat is de plek waar hij woont, waar hij vandaan komt.

Dit lied is nog lang niet afgezongen. Dit zijn slechts wat eerste wankele noten van een oneindige melodie, enkel een begin van doorzingen, van doorzongen worden.
De rietfluit is hol, als wij net zo hol zijn blaast zijn adem het lied dat gezongen wil worden in ons aan.