Het is nog niet de Tijd November 28, 2007
Posted by ideeflux in : Een nieuw Begin, ++ , add a comment
In ieder geval niet de tijd voor spreken, noch voor handelen.
Maar het is ook niet de tijd voor wachten, het is nooit de tijd voor wachten. Besteed geen tijd aan wachten, besteed tijd aan zijn, aan stille voorbereiding, aan verzamelen. Aan het bij elkaar brengen van de kudde, het verzamelen van het zelf. Fluit jezelf terug uit je buitengebieden, kom bij elkaar, verenig je.
Het is nu tijd om met jezelf te zijn, om jezelf genoeg te zijn, niet alleen in de rustige ochtenduren, maar gedurende alle handelingen van de dag.
Wees vruchtbaar aan jezelf. Wees je eigen akkerland. Ploeg, zaai en verzorg, en maak je geen zorgen over de oogst; het werk zelf is het loon voor die arbeid.
Sintelklaas November 25, 2007
Posted by ideeflux in : Gedichten, +++ , add a comment
Een dag, u weet het al, duurt even
als een jaar, een week, een eeuw
een mensenleven
Gister nog werd onze God geboren
zijn naakte onschuld slaapt nog steeds
in ’t hoge koren
Sint zag zich in de spiegel van ’t gelaat
er ging een kille huiver langs
zijn ruggegraat
hij zag zich in zijn volle naaktheid aan
hoe eerst hij kinderen verwekte
uit een pekelton,
en later dat wat oud en moe was
meenam in zijn zak weerom
Wie was het
aan wie hij onbedwingbaar denken deed?
Wie neemt het leven zoals ook Hij het neemt
zijn ogen liggen diep zijn grijns
bevreemdt ons
deze kindervriend haalt wat hij zaait
komkom weerom roept hij
wat kind of kinds is kom tot mij
laat hen toch tot mij komen
Hij zwaait de idioot
met staf met zeis met roe met kruis zwaait hij
vanachter kale bomen
komt lachend op ons toe
Makker zegt hij staakt toch uw Wild geraas
hij drukt zich aan je borst
’t is Sintelklaas
zijn ogen gloeiendheet als kolen
Hij is de goede Herder
geen schaap laat hij verdolen
Klaas Vaak is hij maar vaker
Engel Gabriël, de goede vader
in de maneschijn
Gedachte aan wat later
of geweest had kunnen zijn
Een lied een kampvuur
een surprise van papier
een vogel langzaam brandend
tot geboren worden
met een gezicht van klei
Gezwicht te zijn
het lopen op
van averij
het kantelen der kantelen
Wij ridders doolen slechts
wij sterven niet
wij weten wel de melodie
maar niet het lied
Wij schieten steeds tekort
maar raken daardoor juist
het dwaze hart der dingen
in wat wij zijn
Wij zijn het zingen
al die tijd zijn wij geweest wat
wij steeds zochten
maar pas in ’t dovend licht
herkennen wij onszelf
Vrij van betekenis
en van gewicht
zijn wij de glimlach die we zien
op andermans gezicht
Ik ben met zijn Tweeën November 25, 2007
Posted by ideeflux in : Lieve Gedachten, ++ , add a comment
In mij ben ik met twee aanwezig. Degeen die alles weet en degeen die alles moet vragen, degeen die dit schrijft en degeen die dit leest. Degeen die alles wenst te begrijpen en degeen die de ander vasthoudt in onwetendheid.
Degeen die wil kennen baseert zich op wat hij onderscheidt, op het trekken van grenzen. Daardoor is hij begrensd. Door zijn eigen natuur. Hij zegt: ‘dit en dit kan ik kennen, en dat wat ik ken dat is wat er is.’ Hij weet niet dat daarbuiten onnoemelijk veel meer is, namelijk dat wat de moeder is van dat wat bekend is: dat wat onbekend is. Dat wat eventueel nog gekend kan worden en dat wat nooit gekend zal worden. Dat wat gekend is wordt gehouden door dat wat onbekend is. Dat is die ander in mij. Wij zijn met velen. Wij houden alles wat leeft in onze vele armen. Altijd, alles, niets kan daaruit vallen. Wij zijn – niet in onze woorden, maar die van jullie – de heiligen, de sjamanen, de witte broedres en zusters, de tijdreizigers, degenen die vrij zijn en van andere planeten komen, kortom, zij die beloofd hebben terug te keren om te helpen. Ik ben één van hen. Wij houden dat wat gekend is en dat wat gekend wil worden in onze armen als een goede moeder. Wij zijn de vroedvrouw van deze wereld. Wij zijn aanwezig bij haar continue baren.
Degene in mij die alles wil weten leest deze tekst en schudt zijn hoofd. Wat is dit nou weer. Met zijn snoeimes van rede zou hij er niets van heel laten. Maar hij is murf geworden, slaperig, overmand door de zachte aanraking van hen die hem houden. Hij is… een potentiële overloper. Hij weet al bijna niks meer, hij weet al bijna alles.
Vanochtend in bed was alles in mij zo zacht en warm. Ik dijde uit naar de hoeken van mijn bed, de uithoeken van het universum. Ik was… volledig vloeibaar, ingestapt in de stroom. Ik was stromend, ademend. Er was geen enkele reden om daarmee te stoppen, dus stroomde ik in mijn lijf, mijn ochtendjas in en uit, en in deze woorden, deze mompelingen, deze onverstaanbare rimpelingen.
Er zijn er twee in mij aanwezig. Degeen die alles begrijpt en degeen die dat maar moeilijk kan bevatten.
The Moon over the Heather November 24, 2007
Posted by ideeflux in : Gedichten, + , add a comment
I saw the moon over the heather
I missed seeing the deer
the world is full of things that are there
and things that are not there
Waar ik Sta. November 17, 2007
Posted by ideeflux in : Dialoog met Zelf, Een nieuw Begin, + , 6comments
Er wordt ons zoveel geleerd en we geloven natuurlijk in eerste instantie alles wat ons geleerd wordt. Ook over onszelf, over de wereld. Over hoe we zouden moeten zijn als man, als vrouw, als mens. Maar dat is eigenlijk nooit waar, het is een leugen. Het is in zoverre een leugen dat het altijd anders is, want we zijn een bloem waar niemand de kleur van kent, ook wijzelf niet. Pas als wij bloeien zijn we in staat onze eigen kleur waar te nemen en te zeggen: ik ben deze kleur, hier sta ik.
Ik heb me lange tijd afgevraagd waar ik zelf nu eigenlijk sta, waar ik grond houd. Er zijn zoveel verwachtingen van buitenaf die ik mijzelf eigen gemaakt heb en ik voldoe aan geen van allen. Als dat zo is, dan verlies je grond, omdat je niet geworteld bent in de grond waarop je staat, moet je haar opgeven. Zo begon ik aan een lange tocht naar de buitenkant. Anderen vonden een plek in het centrum van de cirkel en ik zag mezelf steeds verder naar de buitenkant bewegen, totdat ik uiteindelijk vaste grond onder mijn voeten voelde. Het was een plek die in eerste oogopslag niet verbonden met het leven der anderen leek te zijn. Maar dat bleek paradoxaal genoeg niet waar te zijn. Juist door die afgelegen plek in te nemen, mijn eigen plek, bleek ik toch weer, op een raadselachtige manier, deel te zijn van de cirkel der dingen, de cirkel der mensen.
Om onze eigen plek te vinden moeten we vaak eerst heel wat ideeën loslaten, heel wat oordelen laten varen, maar als het ons lukt dan kunnen we wortel schieten en bloeien. Dan kunnen we onszelf waarderen voor wie we zijn en dan hoeven we ons niet bedreigd te voelen – maar kunnen ons er daarentegen in verheugen – als anderen hun plek innemen.
Slopen!! November 15, 2007
Posted by ideeflux in : Het Vernietigen, ++ , add a comment
Er wordt gesloopt! Naast mij gaan de huizen, die meer dan vier jaar dichtgespijkerd zijn geweest, tegen de vlakte, plat, weg. Stof tot stof. Wat eerst de illusie van een huis was is spoedig niet meer dan een hoop planken, balken, stenen en versplinterd glas. Het voelt heerlijk, bevrijdend.
Elke klap die ik hoor is een stap richting verlossing, vrijheid. Alsof je een rotte kies laat trekken. Slopen lijkt een optimistische bezigheid, er wordt veel gelachen. Het oude maakt plaats voor het nieuwe. Eindelijk schoon schip met alles wat oud en moe is, afgeleefd, afgedaan en der dagen zat.
De nobele arbeid van het slopen gaat vooraf aan die van het bouwen. Eigenlijk zou je kunnen zeggen dat het slopen zelf een vorm van bouwen is. Er wordt met hamers gezwaaid, er wordt gezaagd en geboord, er komen kranen en vrachtauto’s aan te pas en als ten lange leste de stofwolken zijn opgetrokken, zien we het oogverblindend resultaat van al die arbeid: niets.
Hogepriesters van de leegte zijn zij, bevrijders, wegbereiders. Van al hun werk is helemaal niets meer over. Er is niets te zien. Alleen ruimte. Een eindeloze ruimte voor dat wat zich erin wil ontvouwen.
De Rede van Redeloosheid November 13, 2007
Posted by ideeflux in : Politiek!, + , add a comment
Lieve vriend, beschermer, steun en toeverlaat, vertrouweling. Ik vraag u of ik dit goed op mag schrijven, dat dit, wat al zo lang heeft gewacht, eindelijk uit mag vloeien, in deze wereld mag komen, zich door deze woorden een gestalte mag verwerven, net genoeg vorm dat de contouren van dat wat gezegd moet worden zichtbaar worden, en tegelijkertijd zo weinig vorm dat dat wat gezegd moet worden er niet in verloren raakt.
Ik ben u excuses verschuldigd voor de manier waarop ik schrijf. Ik doe dat niet om het u moeilijk te maken om mij te volgen. Ik zal enkel af en toe als een danser hier en daar de aarde van de rede aanraken, een stapsteen aanbieden op vertrouwde grond, maar tussen die stenen door vertrouw ik u toe aan uw eigen vlucht, uw eigen wijsheid. Daartussendoor legt u uw eigen verbindingen, niet volgens de wetten van de rede, maar volgens de wetten van het veel grotere dan de rede, de associatie, de intuïtie, want het redelijke wordt gehouden in het onredelijke. De rede wandelt over de aarde, ze klopt hier op een steen, ze weegt iets op de hand, proeft iets met de mond en ze trekt haar conclusies. De enige conclusie die wij, die de rede zien dwalen en proeven kunnen trekken is, dat de rede op haar tocht enkel het redelijke tegen kan komen. Het redelijke ligt zelf als een donzen deken tussen haar en wat zij tracht te onderzoeken. Het is pathetisch dat zij dat zelf niet kan zien, weigert te onderkennen. Wat zij van de wereld kent is slechts het redelijke. Wat zij niet kent is het redeloze. (more…)
Het Convergeren November 12, 2007
Posted by ideeflux in : Lieve Gedachten, +++ , add a comment
Alles komt bij elkaar, als een… onvermijdelijkheid. Het is van nature. Dat wat eerst wegvloog komt nu weer terug. Als vanzelf, geen moeite, geen wens, geen smeekbede. De geliefde woont steeds dichterbij. Alles vindt zijn plaats, terug in het huis van het hart. Alles volgt de innerlijke logica van verbondenheid. Het enige dat gevraagd wordt is geduld, of nee, geduld is niet het goede woord, geduld impliceert dat er gewacht wordt, verwacht, en dat is al veel te veel. Wat gevraagd wordt is dat je de verbinding houdt, de hartslijnen openhoudt naar dat wat zich van je af beweegt. En het komt vanzelf weer terug, dichtbij. En zelfs dat hoeft niet eens. Niets kan zich uit jouw nabijheid bewegen. Deze muziek bijvoorbeeld. Deze viool.
Ik at mijn bord leeg. Er zat nog een beetje rijst in de pan. Ik deed alle rijst op mijn bord, tot de laatste korrel. Zo at de Buddha. Hij at zijn bedelnap altijd helemaal leeg, tot aan de laatste korrel rijst. De Buddha, zo wordt gezegd, at vaak bij arme mensen en door zijn bord helemaal leeg te eten toonde hij zijn dankbaarheid. De Buddha at met grote aandacht. Hij was volledig aanwezig in dat wat hij op welk moment dan ook deed. Als wij in volle aandacht eten, dan eten wij als de Buddha. Dan is er geen onderscheid tussen ons en de Buddha. Dan is er enkel eten.
Dat is hoe alles bij elkaar komt. De telefoon gaat. Er wordt enkel het juiste gezegd. Iemand rijdt langs m’n huis. Ik ken die persoon niet. Ik hoor alleen het geluid van de auto.
Ik doe zo ontzettend weinig. Ik vind het vaak moeilijk om dat tegen iemand te zeggen. ‘Hoe gaat het,’ vragen ze, ‘en… wat doe je tegenwoordig.’ ‘Ik eh… doe eh… niets.’ Er wordt een beetje schaapachtig gelachen. Wenkbrauwen gaan omhoog. Als ik er over praat wordt het alleen maar verwarrender. Ik vind het moeilijk uit te leggen hoe vol alles voelt. Vol van weinig.
Ikzelf vlieg weg, maar ik kom ook aan. Gelijktijdig. En ergens anders natuurlijk. Ik heb een tuin geplant vandaag. In omgekeerde volgorde, misschien dat ik er morgen een foto van kan laten zien. Ik haalde de planten uit de aarde en stopte ze terug in potten. Ik knipte takken af die ik centimeter voor centimeter had zien groeien. Ik was niet verdrietig, niet weemoedig. Ik was dezelfde. Ik bedoel ik was degene die plantte en nu was ik degene die de planten weer ophaalde. Ik was leven en dood.
Het is misschien wel onvermijdelijk dat we samenkomen, samenvallen. Dat wij hetzelfde worden, dezelfde. In de dood ja, natuurlijk. Maar misschien al daarvoor, lang daarvoor. Misschien al nu. Mijn schrijven valt samen met jouw lezen.
Mond November 9, 2007
Posted by ideeflux in : Buikspreker, +++ , 3comments
Een nieuwe snee in de huid en met wat daaruit tevoorschijn welt vult de rubberboom zijn bakje. De rubberboom hoeft niet in zijn bakje te kijken om te weten waar het zich mee vult, want latex is zijn bloed, zijn woorden en zijn zwijgen.
Hij staat met de armen over elkaar, zwijgend. Dat wat hem gekwetst heeft, heeft hem opengebroken. Als een ei. Daarom houdt hij zichzelf vast. Langs die barst komt licht naar binnen, of naar buiten. Hij is opengebroken naar iets wat groter is dan hemzelf, maar of dat veel grotere zich binnen hem of buiten hem bevindt? Wie zal het zeggen? Hij heeft het licht aan moeten boren om dat wat donker was in hem bij te lichten, om zichzelf te helen. Dat is geen verhaal met een begin en een eind. Het is niet zo dat hij gezocht heeft en gevonden en daarom nu heel. Nee, het is eerder zijn bereidheid om te zoeken, dat hem doet vinden; in zijn bereidheid zoekende te zijn wordt hij heel. Zijn zoeken is vinden. In zijn kwetsbaarheid, dat wil zeggen zijn bereidheid het risico te nemen opnieuw verwond te raken, ligt zijn kracht. Zo wordt zijn wond een mond waardoor het verkeer mogelijk blijft tussen hem en het grotere, tussen hem en ginder, tussen hem en de ander. In en uit gaat hij door die plaats. Hij kan in de ander zichzelf herkennen. Daarom voelen anderen zich gezien. Hij inspireert anderen opweg te gaan, op zoek te gaan naar hun eigen licht.
Wij zijn alleen maar heel mèt onze wond, dankzij de wond. De wond is wijd en open. Er stroomt licht door. Wij bewegen ons van de ene wereld in de andere. Als wij onszelf aftappen komt er geen pus of bloed. Het zijn woorden. Wij dopen de pen in diezelfde opening als die waar wij doorheenvliegen. Wij zijn de wond, wij zijn dat wat langs de randen naar binnen krult. Wij zijn dat wat langs de randen overblijft. Wij zijn de twee werelden die zich met elkaar verbinden.
Stopverf November 7, 2007
Posted by ideeflux in : Dialoog met Zelf, ++ , 1 comment so far
Hoe voel je je?
Als stopverf. Al mijn kieren zitten dicht, mijn porieën, mijn vensters op de wereld.
Maar… is dit een afdoende antwoord? Is dit niet enkel het begin, het begin van iets nieuws? Maar liefst stopverf!
Wat gebeurt er als we nieuwsgierig worden naar stopverf, als we er alles over willen weten? Als we nieuwsgierig worden naar uitzichtloosheid, dan, hoe vervelend uitzichtloosheid dat ook moge vinden, wordt zij een deur, zal zij zich schoorvoetend en tegenstribbelend langs deze of gene zijde laten open scharnieren naar dat wat zij tracht verborgen te houden.
Wees nooit tevreden met de antwoorden die je aan jezelf geeft. Het zijn schijnmanoeuvres, ontwijkingen, stopwoorden. Pa zit achter de krant te lezen, je vraagt hem wat en hij geeft elk mogelijk antwoord, zelfs het meest wenselijke, als hij zijn krant maar kan blijven lezen.
Zo doen we dat met onszelf ook. Stoor ons niet. Met allerlei vragen, met leven, met allerhande mogelijkheden. Mijn ramen lijken dichtgeplakt te zijn met oude kranten, maar als ik beter kijk, dan is het de krant van vandaag. En als ik nog beter kijk?
Dan zou alles wat grijs is en dicht en af en gedaan en dood en over, wel eens tot leven kunnen komen.
En of ik dat wil? Misschien vandaag even niet. Misschien nu even niet. Misschien even niet nu, niet wéér nu, niet wéér wakker in nu.