jump to navigation

Wat er komen wil May 26, 2008

Posted by ideeflux in : De Toekomende Tijd, Schilderijen, + , add a comment

Wat er komen wil

In het woordloze bos gaan zitten, met enkel water, een slaapzak en een zeiltje. Wachten op de woorden die komen gaan. Als je stil zit kan het gebeuren dat zelfs heel schuwe of wilde woorden naar je toekomen. Het zachtglanzen van de ogen van een hert. De vierkante verschijning van een everzwijn. Het knagen. Het zwiepen. Onverwachte geluiden. Het ruischen van het veel grotere door de woordbomen.
Het droombewustzijn. De lichaamsweidsheid. Het grenzeloos zijn. Het opgeven van grenzen, het doorheen beweegbaar zijn. De aarde die door jou heen beweegt, doorheen jou spreekt. De melodie van de aarde door jouw mond gezongen. Jij gestorven aan je eigen angsten. Het morgenontwaken. Het verlangen naar dichtbijheid plotseling vervuld weten van degene die je al die tijd al was. Het loslaten van welke overtuiging dan ook.
Ik nam je hier mee naar toe om je beter te leren kennen. Je valt me niet tegen. Ik vind je… opzienbarend. Groots. Verbazingwekkend, ongehoord. Ik kan je niet verklaren. Ik ben sprakeloos van je schoonheid. Ik verblijf in jou als een man in zijn geliefde. Ik koester me in je omhelzing.
Ik ga het bos weer uit. Ik vertel mijn verhaal. Het is een mooi verhaal. Maar het verhaal is het bos niet. De woorden zijn de takken niet, het zonlicht, het met een schok ontwaken in de donkerte niet.
Ik was verdwaald in het woordbos. Ik kwam er met scheuren en winkelhaken vandaan. Het bos scheurde me de woorden van het lijf. Zo kwam ik naakt en woordloos weer te voorschijn.

Woordenspieghel May 22, 2008

Posted by ideeflux in : Droom en Werkelijkheid, ++ , 2comments

Woordenspieghel

Weer niets te melden. Misschien is het wel een goed teken, maar het is zo saai. Het oog wil ook wat, het hart, het verstand. We willen allemaal wat. Ik wil een deel van mezelf, ik wil mezelf weerspiegeld in woorden. Ik wil in mijn woordenspiegel kijken. Spiegeltje, spiegeltje aan de wand, wie is het mooiste in het land. Dat bent gij koningin. Dat bent gij, schrijvertje mijn. De manier waarop u mij schrijft, hoe kan ik anders dan mijn schepper tot een lofzang zijn?
Ick wil U behaaghen! Ick wil U dienen. Ick wil proncken met mijne veeren. De satijnen glansch van mijne kleeren, het kaerslicht, de conversatie, het wildgebraet. Altijdt maer eten. Loncken. Versieren.
Dat wat ik zag viel bij mij in een milde put, een soort van doofpot. Alles wat teveel lawaai maakte, zijn zinnen te buiten ging, kwam niet meer uit die put weerom. De soberheid van hier te zijn. De oneindige mildheid daarvan, de liefde.
Ik flirt met u die ik niet kan zien. Ik hoop dat de spiegel aan de andere kant transparant is en dat u daar staat terwijl ik het ene woord pas na het andere. Staat deze kleur rood me wel goed? Deze kleur wijsheid. Deze gematigdheid. Wat dunkt u van mijn woordkeus, van mijn… – ja, laat ik het maar vragen – van mijn… zijn? Denkt u dat wat ik denk, dat dat waard is om gedacht te worden? En het plaatje wat ik er vervolgens bij vind, is dat niet goed gekozen, geen verrassende combinatie?
Als ik mijn stukje af is kan ik het vaak niet nalaten er in het voorbijgaan steeds weer een blik op te werpen, alsof ik een nieuw kledingstuk aan heb, net naar de kapper geweest of op het punt sta uit te gaan. Dit omhulsel, deze zak met beenderen, deze kleren van de keizer.

Door een klein raampje konden bezoekers zien hoe de Zonnekoning zich aankleedde. Dat was een voorrecht dat aan maar enkelen was voorbehouden. Vandaag was u de gelukkige.
U heeft zojuist gezien hoe ik me hul in een wolk van woorden, maar ik ben bang dat ik u tegengevallen ben, dat u zich bekocht voelt, dat u te weinig waar voor uw geld gekregen heeft. Daarom wil ik u graag iets meegeven voor de terugreis, iets aardigs, een pleister op de wonde. Iets verrassends, iets echts.
Die spiegel waar u doorheen meende te kijken, was – u vermoedde dat al – helemaal niet transparant. U keek naar uzelf. En onder deze laag van woorden is werkelijk niets te vinden. Niets, leegte, ruimte, weidsheid. Enkel dat wat verandert. Dat wat ons tot dezelfde maakt.

Turngoat May 18, 2008

Posted by ideeflux in : Bericht van het Dak van de Wereld, + , add a comment

Turngoat

Mijzelf rusteloos langs klippen en dalen sturen, zelfs ’s nachts ben ik bezig om in droomland dat in kaart te brengen wat overdag over het hoofd gezien werd.
Het is logisch, dat als het éne het goed wil doen, het in de hand wil houden, het wil organiseren, controleren, het ándere gaat tegenwerken, temporiseren, saboteren. Dat wat zo graag goed wil zijn en dat wat slecht is wil elkaar maar niet ontmoeten, een hand geven.
De aanbidding van het ene roept het andere tevoorschijn. Tenzij… ja tenzij wij, ik, in mijzelf een bedding creëer, mezelf uitstrek zodat ik een ruimte vorm waarbinnen de beide uitersten elkaar kunnen ontmoeten. Als ik zo groot ben vindt alles in mij een plek.

De Herberg van Nu May 15, 2008

Posted by ideeflux in : Dialoog met Zelf, + , add a comment

Herberg van Nu

Van herberg naar herberg reizen. Van plek in mezelf naar volgene plek. Mezelf steeds vestigend in het volgend moment, in de volgende omstandigheid, waar telkens iets anders van me verlangd wordt. Ik ga met de stroom mee. Als water zoek ik het laagste punt. Ik ben steeds een ander.
Ik zwerf van pol naar pol, van pollen naar pollen. Ik ben niet anders dan het dansen van de warme lucht, de verschillende geurstromen.
Wat denk ik over mezelf, waar baseer ik dat op? Waar baseer ik mezelf op, op praatjes van anderen? Hoe goed bedoeld ook zijn zij zelden meer dan welwillend gezwets, een paspoort voor de gevangenis.
Ik moet mijzelf opnieuw uitvinden, in eigen woorden gieten, opnieuw geboren worden uit deze altijd jonge cellen. Het is een noddzakelijkeid, niet omwille van mijzelf – ikzelf ben immers degene die bij die wedergeboorte het leven zal laten – maar omwille van het leven, van dat wat leeft, van dat wat in mij, door mij, ondanks mij, zonder mij gestalte wil krijgen.

Het Zelfordenend Principe of de Hemeltergende Vrijheid May 5, 2008

Posted by ideeflux in : De Toekomende Tijd, ++ , add a comment

Het Zelfordenend Principe

Mens, wie ben jij? Wie, in hemelsnaam, ben jij? Jouw hemeltergende veelheid, veelkleurigheid.
Wij zijn niet anders dan de ordening die wij in onszelf aanbrengen. Dat is de grondgedachte die deze pedante woorden te voorschijn willen trekken, die mij tevoorschijn trekken, u. Hoe wij onszelf ordenen is wie wij zijn, is hoe wij de wereld aantreffen, de regels lezen. Het zelfordenen is het zelf creëeren. Het ordenen van de letters in een woord, van de woorden in een zin, van de zinnen in een verhaal. Hoe wij dat doen bepaalt wat voor een verhaal wij lezen, schrijven, bepaalt wat er voor ons werkelijkheid zal worden. Uit de oneindige veelheid van mogelijkheden deze geplukt. Uit de oneindige mogelijkheden van volgorde, van prioriteiten: deze die ik meen te zijn, die door al of niet zelfgekozen volgorde zichzelf gestalte geeft.
Zal ik uit dit alles een zingevend geheel scheppen? Wat zal daarbij mijn leidraad zijn? Wat hoop ik te doorgronden? Heb ik de grondslag van wat ik zal vinden niet al reeds gelegd door het ordeningsprincipe dat ik aanhoud? (more…)

Zwijgwoorden May 4, 2008

Posted by ideeflux in : Droom en Werkelijkheid, ++ , 1 comment so far

Zwijgwoorden

De allermooiste momenten zijn toch die tussen jou en mij, U en mij, mijzelf en mij. Dit zwijgzame samenzijn. Dit aan één woord genoeg, dit ademen van zelfde adem.
Wij spreken altijd tegen Vasili de kat, maar hijzelf gaat zwijgend door het leven, hij verbindt zich zwijgend met de dingen. Zijn leven is tegelijkertijd volledig openbaar en absoluut geheim. Ik kijk ernaar met verwondering.
Wijzelf hebben ook zo’n leven. Wij bedekken het alleen zo graag onder een dikke laag met woorden, dat wij er niet meer zwijgend bij kunnen zijn, zoals een stoel naast de tafel, zoals Vasili onder de trampoline, zoals Vasili in het aardbeienbed.
Ik zit naast u. Wij zijn verschillend – mag dat alsjeblieft? Er is niets glorieuzer dan het verschillend zijn, het anders zijn. Dat is de brandstof, de maakstof, de drijfstof van deze wereld – u en ik volledig verschillend, onbegrepen naast elkaar zittend en toch, mede daardoor, juist daardoor, geheiligd, gezien, verstaan.
Precies zo leeft u samen met uzelf. De gewone en de onbegrepene, degene die u meent te zijn en daarnaast de onbekende onverwachte, de woordloze, de teloorgelopene in aardbeienbed, de ontwaker in middernachtelijke vreemdheid. Tussen die twee kan alleen maar een verstandhouding ontstaan als de eerste durft te zwijgen. Zijn voelarmen durft uit te strekken, zijn zwijgwoorden durft te laten klinken. De ander… onbegrepen durft te laten zijn.
Ik zie de dankbare blik van de onbegrepene, als van een hond, dankbaar om gezien te zijn in juist die ene kwaliteit waarvoor de ander tot nu toe vaak zo stekeblind was.
Wij zitten samen op de bank in de avondzon. Zelfs de vogels zwijgen. De aarde valt terug naar zichzelf, valt terug op haar eigen moederschoot. Het avondrood kleurt onze gezichten. Begrijpen doen we er helemaal niets meer van, maar het zwijgen van de avond vult zich met een… altoos weeten.