jump to navigation

De Blauwe Wagen [IX] July 30, 2011

Posted by ideeflux in : De Bulthouder , add a comment

De Blauwe Wagen

De HouderVan stond nog steeds naar het zwart van het schoolbord te staren en naar de sierlijke letters waarvan de betekenis nog maar niet tot hem door wilde dringen, toen hij een hand op zijn schouder voelde.

- Zo, dus jij bent het die ons uit de brand komt helpen?
Onze Houder keek recht in een rond, glimmend gezicht met een kleine neus dat dapper de hemel in wees. Het behoorde toe aan een gevulde man met een beginnende onderkin in een driedelig ruitjespak die hem lachend aankeek.
- Je bent precies op tijd! We hebben op je gewacht, kom, ik zal je een rondleiding geven en je aan iedereen voorstellen.
De man maakte een zwierig en uitnodigend gebaar met zijn breedgerande cowboyhoed waarmee hij zijn woorden onderstreepte en vaart gaf, en ons Houdertje begreep dat dit niet het juiste moment was om vragen te stellen. Dat dit eerder het soort van moment was om mee te geven aan het lot, aan zijn eigen nieuwsgierigheid en aan de grote magische stroom der dingen. Intuïtief wist hij dat hij op het juiste spoor zat, en dus liet hij zich willig door zijn ronde gastheer meetronen.

- Laat eens kijken. Wat zou je er van zeggen als we eens begonnen met… Ja, waarom je eigenlijk niet maar gelijk naar het hol van de leeuw meegenomen. Dan hebben we dat maar gehad.
De bolle man had in zichzelf gesproken, zonder ophef en zonder ironie, alsof de Houder er niet bij was en al doende duwde hij hem door een klein straatje van woonwagens. Bij een donkerblauwe wagen met rode luiken bleef hij staan. De halfronde deur stond open en, bijna in de deuropening zelf, alsof hij er elk moment uit zou kunnen vallen zat een lange dunne man. Hij zat voor een kaptafel en was bezig zijn nobele gezicht met een dikke laag vleeskleurige zalf te bedekken. Zijn ogen waarvan het linker veel groter was dan het rechter, waren al opgemaakt en het blonde haar van de man stond met een dikke laag gel erin stijf omhoog gekamd. Hij had de haakneus van een graaf en de overgedimensioneerde kin waarvan gezegd wordt dat het mensen van grote wilskracht karakteriseert. Hij droeg een zwarte broek en een wit vest en staarde onafgebroken in de spiegel, terwijl zijn handen verder gingen met wat ze aan het doen waren.
- Houden van, hè, sprak hij, terwijl zijn kleine rechteroog zich met moeite van de spiegel losmaakte en onze Houder van top tot teen opnam.
Op de vloer stonden een paar schoenen waarvan de bovenzijde uit wit en de onderzijde uit zwart leer bestond. De Houder had dat soort schoenen altijd erg mooi gevonden. Nu pas zag hij dat er zich, achter de magister in het halfduister van de woonwagen nog iemand bevond.
Het was een meisje.

Houder was nooit speciaal in meisjes geïnteresseerd geweest, hij vond eigenlijk dat ze te veel giechelden, te veel praatten, kortom een beetje teveel van alles waren, maar, hoewel hij van meisjes dus geen enkel verstand had en er hoegenaamd niet in geïnteresseerd was, kon hem dat alles toch niet verhinderen op te merken dat het hier een bijzonder knap meisje betrof. Ook zij was blond, haar lange haar was achter haar hoofd met een roze tule doek samengebonden, en haar hele ranke melkwitte lijfje ging schuil in een wolk van roze en violet. Ze zat op een bank en keek verveeld naar de punt van haar voet die in een roze gladleren dansschoentje stak.

Tssss, siste de man om de aandacht weer op hem zelf gevestigd te krijgen.
- Dat zeggen ze in Holland, is het niet. Als een jongen een meisje aardig vindt zeggen ze:”ik houd van jou”. Dat duurt zo ontzettend lang dat zo’n meisje vaak allang weer weg is als de jongen eindelijk is uitgesproken.
Wij in Parijs zijn veel sneller, want we willen dat risico niet lopen. Wij zeggen: “je t’aime”. Probeer dat maar eens. Je t’aime. Smaakt goed, klinkt snel.

Het rechteroog van de goochelaar maakte een kort rondje ten afscheid en keerde toen weer terug naar het object van begeerte.
Zijn eigen spiegelbeeld.

Het Circus [VIII] July 29, 2011

Posted by ideeflux in : Verhaalachtigen , add a comment

Het Circus

Natuurlijk kreeg Willebrord gelijk.
Maar hoewel de houder-van wist dat er iets te gebeuren stond, kwam het toch als een volslagen verrassing.

Het was herfst geworden en het regenseizoen stond voor de deur.
Op een warme zomeravond was de konijnedeken – een lappendeken die de grootmoeder van de houder-van nog gemaakt had en die zo genoemd werd omdat er stukjes stof in verwerkt waren waar konijntjes op stonden afgebeeld – nog wel geschikt geweest om hem warm te houden. Maar de tand des tijds had grote gaten in het dekentje uitgebeten en daarom zou het als het kouder begon te worden absoluut niet meer kunnen voldoen, laat staan dat het enige bescherming tegen de regen zou kunnen bieden.
Het was dus van het grootste belang dat de houder-van-het-leven op een andere manier onderdak zou vinden. Tot nu toe was alles op zijn reis automagisch gegaan, – hetgeen betekende dat hij enkel iets had hoeven te wensen en dat die wens dan als vanzelf uit zou komen – maar deze keer leek dat niet zo een-twee-drie te lukken.
De houder-van-alles-wat-hij-tegenkwam had nu verschillende koude nachten in een lekkende geitestal doorgebracht en begon al bijna moedeloos te worden en aan zijn geluk te twijfelen, toen hij plotseling iets hoorde dat hem zijn adem deed inhouden.

Het was een ongewoon geluid zo midden in het bos en het duurde daarom een tijd voordat hij het thuis kon brengen. Het scheen van een straatorgel te komen dat een melodie speelde, zo zoet en zo smartelijk, dat het hart van de houder-van open leek te bloeien als een roos.
Net voorbij een groepje bomen in de bocht van de weg zag hij het liggen: klein, knus en kleurig. Daar stond het als een soort grote bult met vlaggetjes: een grote roodwit gestreepte tent temidden van vrolijk gekleurde woonwagens. Het was een circus, een klein circus, in zakformaat bijna, met een lange lage groengestreepte tent waar klaarblijkelijk de dieren verbleven, want er stonden grote balen stro en hooi naast opgestapeld, een wat kleinere woonwagen die zo te zien als kassa dienst deed en het orgel zelf, dat vol met gebeeldhouwde mensen en dieren en toeters en bellen stond te stralen in de herfstzon.

Het leek of hij een droomwereld binnenstapte.
Circus van Verlangen stond er op een grote boog die door twee grote houten goudgeschilderde leeuwen boven de ingang werd vastgehouden.
Het rook er naar zaagsel, naar de raadselachtige warmte van dieren en er was de zoete lucht van suikerspin vermengd met een parfum van viooltjes.
Er was niemand.

Toen de houder-van aarzelend dichterbij kwam zag hij dat er vlak voor de kassa een schildersezel stond met een eenvoudig houten schoolbord.
In een sierlijk handschrift stonden er maar een paar woorden op die de hij niet ogenblikkelijk begreep, maar die zijn hart wèl sneller deden slaan.

Pistejongen gezocht.

Het Houden Van [VII] July 27, 2011

Posted by ideeflux in : Verhaalachtigen , add a comment

Het Houden Van

Het was niet alleen zijn nieuwe naam, maar het hele leven dat hem verrukkelijk leek te smaken.

Van de vroege ochtend tot de late avond liep hij in stille verwondering langs kronkelende wegen door de meest verbazingwekkende landschappen, hij at van de vruchten die telkens wanneer hij daar behoefte aan had aan bomen en struiken bleken te hangen en als hij een rivier of meer tegenkwam nam hij zonder aarzelen een frisse duik. Zijn haar was allang niet meer het ongewassen peenhaar van vroeger. Nee, de bulten zouden zich nu, als ze er nog geweest zouden zijn, met het grootste plezier van de wereld in de lange golvende donkerblonde en welgeurende lokken van de houder-van-het-leven verstopt hebben. Zijn huid glansde, zijn tanden waren wit en stevig, zijn ogen weerkaatsten het eindeloze blauw van de hemel en zijn geest was zo opgeruimd en leeg als een pas schoongemaakte kamer waarin nog geen broodkruimeltje te ontdekken viel.
Omdat hij zo leeg van gedachten was trad hij de wereld open en zonder voorbehoud tegemoet. En omdat hij de wereld zo open tegemoet trad, was de wereld van de weeromstuit ook vriendelijk en open jegens hem.

Het gebeurde natuurlijk wel eens dat hij andere mensen tegenkwam en de ontmoetingen die dan plaatsvonden waren altijd open en hartelijk. Omdat de houder-van, zoals hij zichzelf graag noemde, niet zoveel gedachten en dus ook niet zo heel veel te vertellen had, duurden de gesprekken in het begin vaak niet langer dan een paar woorden.
Maar toen de mensen er eenmaal achter kwamen dat hij een willig oor had en goed en aandachtig kon luisteren begon dat te veranderen. Vaak deelden mensen die hij nooit eerder gezien had hun zorgen met hem en vertelden hem alles wat hun dwarszat. Dan luisterde de houder-van met stille aandacht naar ze, terwijl zijn ogen in hun gezicht op zoek ging naar dat wat goed, mooi en eigen was. Hoewel hij ze nooit raad gaf of van advies diende – in de meeste gevallen zei hij zelfs helemaal niets –namen zijn gesprekspartners toch altijd afscheid met het lichte gevoel volledig begrepen en gezien te zijn geweest. Ze voelden zich opgeruimd en vol met nieuwe levenslust wanneer ze hun weg vervolgden en datzelfde gold voor de houder-van.

Het liep tegen het eind van de zomer en de oogsttijd was aangebroken. Overal op de velden en bij de boerderijen waren mannen en vrouwen bezig te maaien, te plukken, te binden, te dorsen en te vlegelen. Soms bood de houder-van aan om te helpen en dan was hij altijd welkom. Hij genoot er van om samen met anderen de goudgele stroom graan na het dorsen in juten zakken te laten stromen, hij hield van de kruidige geur van gemaaid gras wanneer ze aan het hooien waren en het gevoel van overvloed dat je kreeg als je zag hoe de manden zich met het rijpe rood van appels vulden wanneer ze aan het plukken waren. En bestond er iets heerlijkers dan om aan het eind van de dag, na gedane arbeid, met elkaar samen te zitten, om vermoeid en voldaan wat te eten en naar verhalen te luisteren totdat de sterren aan de hemel stonden en het tijd werd om te slapen?
Soms bleef hij een dag, soms een paar dagen en soms zelfs een week, maar altijd werd hij hartelijk uitgewuifd, met in zijn schoudertas iets extra’s voor onderweg, met soms een hemd of broek die de boer toch over had of waar knecht of zoon uitgegroeid was. Een keer had hij zelfs een paar bijna nieuwe schoenen meegekregen die niemand anders leken te passen, maar hem toen hij ze probeerde, wonderwel als gegoten bleken te zitten.

Hij voelde zich de koning te rijk met alle wonderen waar de wereld vol van was, maar toch…
Als hij ’s avonds alleen onder zijn konijnedeken in zijn eenvoudige bedje van gras en bladeren lag, onder een boom, vlakbij een beek of ergens in het open veld, of zelfs wanneer hij de tijdelijke luxe genoot van een plekje in de hooiberg, dan kwam er altijd dat moment vlak voor het inslapen dat hij zich klein en eenzaam voelde. Dan kon het zelfs gebeuren dat hij terugverlangde naar de tijd dat hij gezellig met al zijn bulten veilig in zijn kleine huisje woonde en voerde lange gesprekken met zijn trouwe vriend Willebrord die op zijn beurt geduldig naar hem luisterde.
- Wees gerust, lieve vriend, zei Willebrord dan steevast.
Komt tijd, komt raad. Heb geduld.
Op een goeie dag zal er iets of iemand je weg kruisen die je zal helpen je verlangen te vervullen…

Houder van het Leven [VI] July 25, 2011

Posted by ideeflux in : Verhaalachtigen , add a comment

Houder van het Leven

Hij was opeens erg moe geworden, afgemat, alsof een lange reis plotseling ten einde was gekomen, strekte zich uit op het gras en sloot zijn ogen. Hij had zo graag willen huilen, maar hij kon het niet, hij wist niet hoe.

Hij voelde hoe zijn lichaam diep in de aarde leek te zinken. Hoe hij terugzonk naar de wat de kern van het bestaan leek te zijn, naar de buik van moeder aarde, de grote bult waar hij ooit eens uit te voorschijn was gekropen.
Daar verbleef hij een tijdje, terwijl het rood en geel dat de zonnestralen achter zijn gesloten ogen tevoorschijn toverden zich vermengden met het magma van het binnenste van de grote moeder. Kijk daar zwom hij rond als een kikkervis, als een vuurvlieg, als een ongekend wezen met transparante vingers en doorschijnende botten.
Hij zag plotseling hoe hij zich in het voorbijgaan, in het naar buiten komen, in het geboren worden aan zijn bulten had vastgegrepen alsof zij hem zouden kunnen redden … Ja, inderdaad, zo was het. Nu begreep hij hoe het zat. Zijn hele leven had hij zijn bulten gebruikt als een excuus om niet ten volle te hoeven leven, als een voorwendsel om zich van anderen af te keren en zich in zijn huisje op te sluiten.

Nu leek alles weliswaar anders maar, vanuit een andere invalshoek bekeken was alles ook nog steeds hetzelfde. Mèt de bulten was zijn excuus om niet ten volle te hoeven leven verdwenen, maar de grote vraag zelf, die hij met behulp van de bulten had proberen te ontwijken, moest hij nog steeds beantwoorden: wat zou hij met zijn leven doen?

- Dat hoef je helemaal niet te weten, lieve vriend. Elke reis begint gewoon met een eerste stap. Zet simpelweg de ene voet voor de ander.
Het was de stem van zijn oude vriend Willebrord.
Hij-die-vroeger-de-bulthouder-genoemd-werd schrok wakker, ging recht overeind zitten en keek om zich heen.
Er was niemand.

De berk waaronder hij lag wuifde in de wind, het gras geurde, bijen en insecten zoemden. De wereld met al haar mogelijkheden lag open en vriendelijk op hem te wachten, nodigde hem als het ware uit.
Zorgvuldig klopte hij bladeren en grassprieten van zich af en onwillekeurig merkte hij hoe heerlijk het was om een lichaam zonder bulten te hebben. Hij slingerde zijn tas die bijna gewichtloos leek om zijn schouders en zonder nog om te kijken begon hij te lopen.

Als er ooit iets ter aarde op het paradijs geleken had, dan moest dit het wel zijn. Zijn stappen waren zo licht dat hij nauwelijks het gevoel had de aarde te raken. Hij was omringd door geuren en kleuren, geluiden en smaken. Af en toe raakten de takken van bomen en struiken hem licht aan, alsof ze hem wilden strelen, alsof ze hem welkom wilden heten, alsof ze hem wilden aanmoedigen om door te gaan.

Daar liep een jongeman in de kracht van zijn leven. Hij wist niet wat het leven voor hem in petto had, maar hij had er vreselijke zin in. Het was alsof hij met elke stap een oude belofte inloste, met elke stap dichterbij zijn eigen hart kwam.
Vroeger was ik een bulthouder, maar ja, dat ben ik nu niet meer.
Wie of wat ben ik dan nu, zonder bulten.
Enkel een houder? Maar… kan dat dan?
Een houder van wat?

Toen hij een ingeving kreeg wist hij ogenblikkelijk dat hij het juiste antwoord te pakken had en zijn hele gezicht begon te stralen als de zon zelf.
Hij die eens als houder van bulten door het leven gegaan was, hield nu van het leven zelf, van het zijn hier op de aarde.
Dàt zou zijn nieuwe naam moeten zijn:
Houder van het Leven.

Hij proefde de woorden op zijn lippen en het smaakte…
het smaakte ver-ruk-ke-luk.

De Prijs van Vrijheid [V] July 24, 2011

Posted by ideeflux in : Verhaalachtigen , add a comment

De Prijs voor Vrijheid

De bulthouder voelde zich erg verward. Er waren zoveel tegengestelde gevoelens die tegelijkertijd in hem om voorrang streden en de aandacht opeisten dat hij niet meer wist wat voor en achter was. Tegelijkertijd verlangde hij er naar een oprecht, eerlijk en diepgaand gesprek met zijn zieke vriend te hebben, maar hij wist niet hoe hij moest beginnen en hij had er zelfs niet het flauwste idee van wat hij van de hele situatie denken moest, laat staan hoe hij al dat wat er in hem omging onder woorden zou kunnen brengen.
Wat was het toch een vreemde wereld waarin zij leefden. Daar was dan ten eerste zijn vriend die zo ziek geworden was, dat hij, zoals het er nu naar uitzag, spoedig deze wereld voor goed vaarwel zou zeggen, en dat enkel en alleen maar omdat hij, de bulthouder, paradoxaal genoeg zelf met elke stap die hij in de wijde wereld zette gezonder en vitaler leek te worden.
Hij voelde zich schuldig. Temeer ook omdat hij wist dat er diep in hem dat stemmetje was, dat hij weliswaar het zwijgen had proberen op te leggen, maar dat toch zonder ophouden en overtuigd van haar eigen gelijk de mening had verkondigd dat de bulthouder wel eens veel beter af zou kunnen zijn zonder bulten.
Dan was er natuurlijk zijn diepe treurnis over het feit dat hij zijn goede en tot nu toe enige vriend waarschijnlijk spoedig vaarwel zou moeten zeggen, nog eens vermengd met alle angsten die een toekomstige eenzaamheid en een onbekende toekomst bij hem opriepen. En daar kwam dan nog eens het gevoel bij dat hij nog niet durfde toelaten, maar dat zich steeds nadrukkelijker als een niet te onderdrukken jubel in al zijn cellen begon te manifesteren. Het gevoel van naderende vrijheid, van wedergeboorte, van nieuw leven dat op het punt van beginnen stond en weldra onstuitbaar uit al zijn poriën uit zou barsten als nieuwe loten uit een oude stam.

De bulthouder schraapte zijn keel, maar nog voor hij iets kon zeggen werd hem door een miniem gebaar van Willebrord het zwijgen opgelegd.
- Doe geen moeite, lieve vriend, ik weet wat je wil gaan zeggen.
De stem van Willebrord klonk moe, afgemat, weliswaar zonder levenskracht maar toch met de zekerheid en overtuiging van een persoon die weet wat hij wil zeggen.
Je hoeft jezelf niets te verwijten. Niets in deze wereld heeft het eeuwige leven. Mensen niet en bulten niet. Wij komen, wij groeien en bloeien en vervolgens trekken wij ons terug om in het niet te verdwijnen.
Onze vriendschap was gebaseerd op het feit dat wij lange tijd eenzelfde lot gedeeld hebben, onze belangen leken in elkaars verlengde te liggen en onze eenzaamheid maakte de binding sterker dan ze onder andere omstandigheden geweest zou zijn. Ik weet dat het bij je van binnen knaagt, omdat je meent dat je niet altijd zo oprecht met mij hebt kunnen zijn als dat je wel gewild had. Ik wil je enkel zeggen dat dat voor mij hetzelfde is geweest. Ik, wij, de bulten hebben er ook wel eens onze gedachten over laten gaan hoe het leven zonder houder, bulthouder, zonder jou dus… Willebrord glimlachte flauwtjes. Het gesprek kostte hem blijkbaar meer moeite dan hij zou willen toegeven.
… hoe zo een leven – absurde gedachte eigenlijk – er uit zou zien. Dat soort gedachten, lieve vriend, hoeven we onszelf niet kwalijk te nemen, noch het feit dat we nooit de moed of de kracht vonden er openlijk voor uit te komen. Wat is vriendschap? Is het verkeerd als je een ander niet wil belasten met gedachten waarvan je zelf de reikwijdte niet kan doorgronden? Kijk naar het resultaat van onze vriendschap. Is het niet… glorieus?
Is het geen bewijs van vriendschap dat we voor elkaar de deur open kunnen en willen zetten, zelfs als we zelf niet in staat zullen zijn door diezelfde deur naar buiten te gaan?

- Zelfs als dat zou betekenen dat we alles wat we hebben, onze eigen gezondheid, ons eigen leven, op moeten geven enkel om de ander zijn doel, zijn vitaliteit, zijn levenslust te laten bereiken?
De bulthouder had eindelijk zijn tong terug gevonden. Hij was duidelijk geroerd.
Ik weet werkelijk niet of ik, als ik in jou positie verkeerd had hetzelfde voor jou had willen doen. Ik…
De bulthouder aarzelde.
Ik… ik dank je voor alles wat je voor me betekent hebt en ik… Als je verdwenen bent, als je er niet meer zal zijn, zal ik je herinnering voor altijd bij me dragen, als een kleinood, als een teken van vriendschap, als…
De bulthouder durfde de woorden die hij op zijn tong had liggen bijna niet uit te spreken.
… als een bewijs dat liefde bestaat.

Willebrord en de bulthouder keken elkaar aan. Hun ogen vulden zich met tranen.
Nog waren ze allebei aanwezig in deze vreemde wereld waar dingen er op een gegeven moment zijn en er op het volgende moment niet meer zijn.
Willebrords omvang en kleur werden zienderogen minder. Hij stak nauwelijks meer af tegen de huid van het scheenbeen van de bulthouder.
Zij knikten beiden ten teken dat het goed was.

Met een teder gebaar legde de bulthouder zijn hand op de plek waar zojuist zijn vriend zich nog had bevonden, maar zijn hand vond niets meer. Niets dan leegte, lucht, openheid en vrijheid.
Vrije lucht boven een stralende gezonde huid.

Langs Bult en Dal [IV] July 23, 2011

Posted by ideeflux in : Verhaalachtigen , add a comment

bultendal

Het was heerlijk, het was verrassend en verfrissend.
De bulten keken hun ogen uit. Wat was de wereld mooi! Zo vers, zo fris, zo steeds weer anders. Alleen al het bewegen van het gebladerte van een boom in de wind! Het geluid ervan, de geur! Eerst stonden de bulten nieuwsgierig alle nieuwigheden in zich op te nemen terwijl ze elkaar opgewonden allerlei zaken aanwezen, maar gaandeweg werden ze wat rustiger, sommigen gingen er bij zitten, weer anderen strekten zich uit en sliepen in alsof ze van een lange reis eindelijk thuis gekomen waren. Bijna allemaal sloten ze hun ogen om nog beter te kunnen voelen hoe de lentewind langs hun huid streek en de zon hen met zijn stralen verwarmde.

Ook de bulthouder zelf had het naar zijn zin. Met diepe teugen genoot hij van de frisse lucht, van het warme zonlicht op zijn huid. Als hij een kat geweest was had hij ongetwijfeld gesponnen, maar dat was hij niet, hij was een man, een mens, iemand die ergens naar toe ging en hij zette er stevig de pas in. Door berg en dal ging het, langs akkers en weiden. Af en toe was er de lommerrijke koelte van een bos. De koeien, de ezels, de katten, honden, konijnen en vossen, kortom alle dieren die hij onderweg tegenkwam knikten hem vriendelijk en bemoedigend toe. Goed zo bultman, leken ze te zeggen, je bent op de goede weg, we wensen je een goede reis en een behouden thuiskomst.
Zelfs de spaarzame mensen die hij onderweg ontmoette leken helemaal niet angstaanjagend te zijn, zoals hij zich vroeger zo vaak voorgesteld had, maar daarentegen juist aardig, open en welwillend.
Soms nam hij een pauze. Dan dronk hij wat water uit een beekje en vulde zijn veldfles, knabbelde op een wortel en lag languit in het gras. De wereld was vol muziek! Alles leefde, alles maakte geluid en hij de man met de bulten mocht er deel van uitmaken. Af en toe, nog wat onwennig en verlegen, humde hij een melodietje dat hij vroeger eens gehoord had. Hij voelde zich zo… zo zacht van binnen, alsof zijn hart gesmolten was, alsof zijn binnenste één groot warm bad was.

Zo liep hij verschillende dagen achter elkaar. ’S avonds maakte hij een bedje van gras en bladeren, dekte zich toe met het dekentje uit zijn schoudertas en viel in een diepe en verkwikkende slaap om de volgende morgen met dauw op zijn ogen door het gefluit van vogels gewekt te worden. Het leven leek wel een feest.

Er was iets vreemds aan de hand, het was tegelijk verontrustend – omdat het nieuw was – en iets heugelijks – omdat het zo’n goed gevoel gaf. Het had met de bulten van doen, maar in het begin had de bulthouder niets in de gaten.
Tijdens de pauzes of vlak voordat ze gingen slapen hadden hij en Willebrord steeds opgewekt gesproken over wat er die dag zoal was voorgevallen en wisselden ze van gedachten over later, over wat ze samen nog hoopten te zien en te doen. Maar die gesprekken waren allengs korter geworden. Willebrord viel wat vaker stil en als hij al sprak was dat rustiger en bedachtzamer dan voorheen, alsof hij door diepe zieleroerselen langzaam maar zeker naar binnen gezogen werd, alsof hij met een innerlijk proces bezig was.

Opeens begreep de bulthouder wat er aan de hand was. Hij kon zich wel voor het hoofd slaan dat hij het niet eerder gezien had. Willebrord, dat zag hij nu pas, zag er niet goed uit. Of nee, dat was verkeerd uitgedrukt. Hij zag er juist erg goed uit – zijn huid was effen en had een kalme glans, zijn ogen stonden helder – maar er was iets anders aan de hand. Het duurde even voordat het de bulthouder lukte de naakte waarheid tot zich door te laten dringen: Willebrord was kleiner aan het worden!
Had hij eerst – zoals we ons allemaal nog wel zullen herinneren – de afmetingen van een uit de kluiten gewassen knie gehad, nu was er van de hele goeie Willebrord niet veel meer over dan een bobbel ter grote van een abrikoos, zoals je die aan de binnenkant van een enkel vindt, en daar waar hij eerst rood en glanzend geweest was had zijn huid nu een normale en bijna matte teint.

Toen pas kwam de bulthouder op het idee om de rest van zijn lichaam te onderzoeken. En… jawel hoor, overal leek hetzelfde aan de hand te zijn. Rode felle bulten waren kalme witte bulten geworden en jonge veelbelovende bulten waarvan men vroeger gedacht zou hebben dat ze nog een prachtige carrière voor de boeg hadden leken het stille en teruggetrokken leven van gepensioneerden te leiden. En daar bleef het niet bij. De witte kalme bulten – waarvan de verwachtingen, tussen ons gezegd en gezwegen, al nooit zo hoog gespannen waren geweest –waren zo drastisch in grootte afgenomen dat ze nog maar ternauwernood als een kleine verhoging in het huidlandschap waren waar te nemen. En, als klap op de vuurpijl, bleken de oude verschrompelde grijsaards, die de jonge garde zo graag en veelvuldig van goede raad hadden voorzien, stuk voor stuk in stilte heen te zijn gegaan, want van hen zag je helemaal niets meer. Van wat eens een trotse fiere bult was geweest, was uiteindelijk helemaal niets, zelfs niet de minste verkleuring van de huid, meer over.

Het was zo onthutsend dat de bulthouder niets wist te zeggen en hij en Willebrord keken een lange tijd zwijgend voor zich uit.

Bult Vrij! [III] July 22, 2011

Posted by ideeflux in : Verhaalachtigen , add a comment

Bult Vrij!

De grote dag was gekomen. Alle bulten waren uitgelaten van vreugde en de jongeren buitelden als het ware over elkaar heen, zo vrolijk waren ze.
Er was een groepje bezadigde rode en witte bulten dat rustig boter kaas en eieren aan het spelen was op het linkerschouderblad van de bulthouder en er vormde zich tegelijkertijd een luidruchtige en bewegelijke, alsmaar groeiende groep jonkies dat verstoppertje speelde. Laatstgenoemden kwamen er echter al gauw achter dat het aantal goede verstopplekken op het lichaam van de bulthouder nogal tegenviel. Je had natuurlijk de oksels en de bilspleet, maar die lagen voor de hand en waren makkelijk te overzien en omdat de schaamstreek door de oudere bulten nadrukkelijk tot verboden gebied verklaard was bleef eigenlijk alleen het ongewassen peenhaar op het hoofd van de bulthouder over, maar niemand voelde er veel voor zich daar te verstoppen, want dat zou je immers toch niet lang volhouden. Nee, dat was niks en al snel gingen ze over tot het spelen van tikkertje met verlos. Als je de oude bult op de rechter bil van de houder – zoals hij vaak kortweg genoemd werd – aanraakte vóór dat je zelf getikt werd en je riep ‘Bult Vrij’ dan was iedereen die vóór die tijd getikt was weer vrij en moest de tikker opnieuw beginnen. Er werd gejoeld en gelachen. Er werd gedraafd en gerend. Het leek wel feest, het leek wel sportdag.

De bulthouder zelf had van dat alles niets in de gaten. Hij voelde natuurlijk wel dat de rillingen af en toe over zijn lijf liepen, maar hij dacht dat dat van de spanning kwam.
Hij had al zijn eerdere bedenkingen laten varen en was nu in opperste concentratie bezig met het pakken van zijn schamele bezittingen. De dagen ervoor had hij zo goed en zo kwaad als dat ging zijn kleren gewassen en te drogen gehangen. Vervolgens had hij wat leeftocht – voornamelijk wortels en vruchten uit zijn tuintje – verzameld en de resterende tijd had hij doorgebracht met het naaien van een soort tas met verschillende vakken die hij aan een lange riem over zijn schouder mee kon dragen. Hij had er een oude broek voor gebruikt en het was een merkwaardig stukje huisvlijt geworden dat – hoe kon het ook anders – de vorm had van een grote ietwat uitgezakte bult. Maar… de bulthouder was er met recht trots op en Willebrord had goedkeurend geknikt toen hij hem had laten zien. Hij doet me aan mijn grootvader zaliger denken had Willebrord gezegd en de bulthouder had dat – terecht – opgevat als een compliment, want de oude bult was erg op zijn grootvader gesteld geweest.

Alles was gepakt. De bulthouder draaide zich voor de laatste keer om in zijn huisje. De bulten die waren opgehouden met spelen stonden reikhalzend op zijn schouders en ook zij keken voor het laatst rond op de plek die zolang hun enige wereld was geweest. Daar stond de grote oude versleten leunstoel waar de bulthouder ’s avonds vaak zat te lezen, gebroederlijk naast de staande lamp met de scheve lampenkap met de bloemetjes. Aan hun voeten stapelden folders, kranten en boeken zich tot wankele torens en in de hoek was door de halfgeopende deur nog net de berg ongewassen borden en glazen in het kleine keukentje te zien. De gordijnen hingen in alledaagse verveling voor de ramen, sloten bijna al het zonlicht buiten en zorgden er ook nu weer voordat de kamer zich in een melancholisch schemerduister hulde.

Het was een groots moment. Menig oudere bult die hier vaak zijn hele lange leven had doorgebracht kon een korte snik van ontroering niet onderdrukken en ook Willebrord keek strak voor zich uit. Hoe anders was het met de jonge garde die stond te popelen van verlangen. Ze konden de oude troep niet meer aanzien en elk moment langer in deze bedompte kamer doorgebracht was er één te veel. Ongeduldig verplaatsten ze hun gewicht van de ene been op de ander totdat het blijkbaar eindelijk ook tot de bulthouder was doorgedrongen dat het genoeg geweest was, en hij met zijn ene arm de tas over zijn schouder zwaaide terwijl hij met de andere de deur opende.

Zonlicht stroomde in brede golven naar binnen, vogels zongen dat het een lieve lust was en een zachte voorjaarswind streek een ieder liefkozend over het gelaat. Het leven sprong hen tegemoet. De dag was jong en vol van belofte.
Ze waren op weg!

Over het Vrij zijn van Bulten [II] July 21, 2011

Posted by ideeflux in : Verhaalachtigen , add a comment

Bultvrij

Het was lange tijd stil.
De bulthouder staarde voor zich uit.

Hij was volledig overrompeld door het relaas van de grote bult, al had hij dat niet willen laten merken. In eerste instantie probeerde de bulthouder alles af te doen als een samenzweerderige bultenfantasie, maar hoe langer hij er over nadacht hoe meer hij moest toegeven dat de bulten op bepaalde punten wel degelijk gelijk hadden.
Leefde hij niet een erg teruggetrokken bestaan, samen met zijn bulten in het kleine huisje aan de rand van het dorp en bleven de gordijnen niet bijna de hele dag gesloten? En was het niet zo dat hij zich niet dan met grote tegenzin onder de mensen begaf? De bulthouder beweerde dan wel dat hij zoveel van zijn bulten hield, maar ergens diep in zijn binnenste schaamde hij zich voor hen. Diep in zijn binnenste was er zelfs een klein stemmetje dat beweerde dat hij zonder bulten veel beter af zou zijn, maar dat, dat zou hij zichzelf nooit durven toegeven, laat staan aan Willebrord en zijn kornuiten.
Er leek dus geen ontkomen aan. Op reis gaan was dan wel zo ongeveer de grootste uitdaging die hij zich voor kon stellen, maar als zijn bulten, en vooral zijn vriend Willebrord dat vroegen, dan moest het maar. Dan zou hij, de bulthouder zich over zijn schaamte, eh… nee, verlegenheid, dat klonk beter, heen zetten en de wijde wereld intrekken. Natuurlijk zou hij er daarbij zorg voor kunnen dragen een zodanige route te kiezen dat hij zo weinig mogelijk mensen tegen het lijf zou lopen.

Willebrord had soortgelijke overpeinzingen want ook hij was niet helemaal oprecht geweest. De samenkomst van de bulten was helemaal niet zo vriendelijk en gezellig geweest als hij had willen doen voorkomen. De stemming was van begin af aan explosief en het geheel had veel meer weg van het begin van een niet meer te onderdrukken opstand of revolutie dan van een theekransje. Jonge veelbelovende bulten hadden niet om toezeggingen gevraagd, maar ze luidkeels geëist en er waren er bij geweest die de bulthouder tot veranderingen hadden willen dwingen door naar de wapens te grijpen.
- Als we onszelf allemaal tegelijk ontsteken, dan zal ie ’t zwaar krijgen, dan moet ie wel naar de dokter of zelfs naar het hospitaal. Dan zullen we op die manier tenminste een stukje van de wereld te zien krijgen! Als het niet goedschiks kan, dan maar kwaadschiks, wie niet vóór ons is, die is tegen ons.
Nog weer anderen hadden simpele leuzen geroepen als ‘Weg met de Bulthouder!’ of het meer poëtische ‘Schouder aan Schouder voor een Bult zonder Houder’, terwijl speciaal voor de gelegenheid gedrukte exemplaren van ‘De Vrije Bult’ werden uitgedeeld. Uiteindelijk hadden ze allemaal eensgezind een zelfgecomponeerd strijdlied ten gehore gebracht met de veelbelovende eerste regel ‘Bulten van verlangen, sluit toch je Rangen’.
Het had heel wat overredingskracht van de oudere en meer bezadigde bulten gekost om de jonge heethoofden tot bedaren te brengen door ze geduldig uit te leggen dat een bult zonder houder dan misschien wel een aantrekkelijk droombeeld was, maar uiteindelijk moeilijk te realiseren. Woorden als vreedzame coëxistentie hadden op het jonge volkje weinig indruk gemaakt en pas toen een oude verschrompelde bult in enkele welgekozen woorden het wederkerigheidsprincipe wist uit te leggen, leek het tij te keren.
- Wij bestaan enkel bij de gratie van zeker condities, sprak de grijsaard. Niet de woorden op zich, – want die waren voor de meeste bulten volledig onbegrijpelijk – maar de kalme rust en vrede waarmee ze werden uitgesproken maakten indruk. De bult bestaat bij de gratie van de houder en vice versa. Dat laatste leek een doorslaggevend argument. Mochten zij, bulten dan afhankelijk zijn van de bulthouder, de bulthouder was net zo goed van hen afhankelijk. Zonder hen zou hij immers geen bulthouder meer zijn.
In een achterkamertje werd vervolgens door enkele knappe koppen het reisvoorstel uitgedokterd dat vervolgens onder stormachtig gejuich werd aangenomen, zodat iedereen – zelfs de meest fanatieke vrije bulten – met een opgeruimd gevoel hun standplek op schouderblad, voorhoofd, heup of waar ze dan ook maar precies thuishoorden, weer opzochten. Maar Willebrord zou nog liever zijn tong afbijten dan iets van de ware toedracht met zijn vriend te delen.

Ze waren ongeveer tegelijkertijd uitgedacht en toen ze elkaar weer aankeken was dat met een glimlach die tegelijk een dappere poging was hun heimelijke overpeinzingen te verbergen, alswel een handreiking naar een hernieuwde gezamenlijke vriendschappelijke toekomst.

De Bulthouder [I] July 20, 2011

Posted by ideeflux in : Verhaalachtigen , add a comment

De Bulthouder

Er was eens een man die bezaaid was met bulten. Grote bulten, kleine bulten, kalme zachte en rode harde bulten. Bulten die kriebelden en bulten die jeukten en bulten die je nauwelijks kon zien.
De bulthouder hield van al zijn bulten evenveel maar toch wel het allermeest van de enorme bult op zijn scheenbeen die door afmetingen en vorm er zo uitzag dat het leek of de bulthouder een tweede knie had. Vaak had hij lange gesprekken met de bult en hoe meer hij met hem sprak des te meer raakte hij onder de indruk van diens wijsheid en inzicht. Telkens wanneer hij om goede raad verlegen zat raadpleegde de bulthouder zijn bult, en zo was er gaandeweg een vertrouwelijke relatie tussen die twee ontstaan en de bulthouder en zijn bult, die hij voor het gemak Willebrord was gaan noemen, werden – onafscheidelijk als ze door omstandigheden al waren – hele goede vrienden.

Op een goede dag, toen de bulthouder en Willebrord, aan het ontbijt zaten, schraapte laatstgenoemde zijn keel, wiebelde wat zenuwachtig heen en weer en nam uiteindelijk, na een bemoedigend knikje van de bulthouder, het woord.
- Lieve vriend, beminde baas, geachte bulthouder. Vannacht, toen jij lag te slapen zijn wij, je bulten, bij elkaar gekomen. Dat is op zich niets bijzonders, want dat doen wij regelmatig. Gewoon voor de gezelligheid komen we bij elkaar, op een dij of een bil, altijd ergens op een plek waar voor ieder van ons plaats is, om eens te horen hoe het met iedereen is, hoe iedereen er voor staat en om te zien of er nog klachten zijn en of we deze of gene met een opbeurend praatje een hart onder de riem kunnen steken of anderszins tegemoet kunnen komen. We drinken een glas, we knabbelen wat, gewoon een kwestie van medebultelijkheid, van bulten onder mekaar, niets bijzonders.
Willbrord die merkte dat de bulthouder welwillend luisterde kuchte even en ging door met zijn verhaal.
- Deze keer was het anders. Er heerste een algehele stemming van onvrede. Men vond, over het algemeen genomen – ik zal niet in details treden en geen namen noemen om de anonimiteit, waarom uitdrukkelijk gevraagd werd, niet in gevaar te brengen – dat er een gebrek was aan afwisseling, aan frisse lucht, aan beweging. Er werd om kort te gaan, na veel heen en weer gepraat, een voorstel in stemming gebracht dat unaniem werd aangenomen. Mij Willebrord is gevraagd, omdat ik de grootste van allen ben, omdat ik je het beste ken, omdat ik gevoelens van vriendschap voor je koester die naar ik hoop en weet wederzijds zijn, en ook omdat wij regelmatig van gedachte wisselen, om dit voorstel aan jou, onze geliefde baas en eigenaar, over te brengen.

Willebrord kleurde rood van verlegenheid, zweeg en staarde naar de punt van zijn schoen. Die schoen was natuurlijk niet echt van hem, maar Willebrord was de schoen aan de voet van zijn been, dat natuurlijk ook niet echt van hem was, toch wel min of meer als zijn eigen schoen gaan beschouwen.
Toen hij na een diepe zucht weer op keek zag hij dat de bulthouder hem verbaasd en aandachtig, maar vooral ook met grote vriendelijk opnam, en dat gaf Willebrord de moed die hij nodig had om door te gaan en zijn betoog af te ronden.
- Om kort te gaan: we willen op reis. Eh… wij willen op reis en jij moet mee. Of eh, nee, wacht even… wij willen dat jij op reis gaat en ons meeneemt.

Willebrord zuchtte, viel stil en wachtte.