Ik ben een gesluierde Vrouw.

Sluier

Onder mijn jurk bloeit mijn ongeziene lichaam. Het bloeit omdat het zich zonder schaamte mag ontvouwen in het ongeziene. Alles van mijn lichaam, alle uiteinden ervan, alles gloeit van leven, van uitreiken.
Ik ben als de glans van de penis van een man die niet besneden is. Ik heb dat vaak gedacht. Dat wij in het verborgene leven omdat onze mannen besneden zijn, zo blootgesteld, op zo’n ruwe manier aan het daglicht gebracht, ontveld. Ter compensatie daarvan zijn wij de hoedsters van tederheid.
Ik ben toegewijd. Toegewijd aan de man die ik nog niet ontmoet heb. Misschien bestaat hij niet. Ik zal zijn bedekking zijn. Beschutting voor zijn naakte hemel, zijn naakte hoofd.
Ik bewaar mij, in het ongeziene. Als een kasplant. Niet dat ik zwak ben, dat zou een verkeerde conclusie zijn. Ik heb de kas van mijn jas niet nodig omdat ik kwetsbaar ben, maar omdat ik tederheid wil bewaren. Geheim, ongezienheid, onbenoembaarheid. Ik ken mijzelf niet dan door dat wat ik voel als ik in mijzelf afdaal en van daar, vanuit de diepte weer naar de oppervlakte van mijn huid ga, als een diepzeeduiker. Ik ben een parelduiker in het ongeziene. Daar zijn geen woorden voor. Dat is… zoet als honing. Continue reading “Ik ben een gesluierde Vrouw.”

De Walnoot

Walnoot

Laatst moest ik denken aan een verhaal dat ik ooit gelezen heb. Toendertijd vond ik het een teleurstellend verhaal, maar nu het me weer te binnenschoot ontvouwde zich voor mij de diepere betekenis, die zich in dat verhaal verborgen had gehouden. Daardoor werd dit oude verhaal plotseling nieuw.

Er was eens een arme jongeman. Hij bezat niets, of eigenlijk toch: hij had een noot, een walnoot. Een gewone walnoot, zou ik zeggen, maar die jongeman zag dat anders. ‘Dit hier is een wonder. In deze noot zit iets dat niemand op deze wereld nog ooit aanschouwd heeft.’ Sommige mensen haalden hun schouders op, anderen waren nieuwsgierig. Sommige kooplui boden hem zelfs een aanzienlijk fortuin, om het wonder te onthullen. Minder uit belangstelling danwel om zijn vermeende leugenachtigheid aan de kaak te stellen.
Uiteindelijk belandt de jongeman bij de koning, die erg nieuwsgierig is. Hij belooft zijn mooie dochter en zijn halve koninkrijk, als hij het wonder maar mag aanschouwen. Continue reading “De Walnoot”