Kom

Kom

Ik ben zowel in als buiten mijzelf aanwezig.
Alles vindt niet alleen zijn einde maar ook zijn oorsprong in deze die ik klaarblijkelijk ben. Het is… alomvattend. In Mij lost alles zich op. Mijn innerlijke ruimte is zo groot als de wereld. Vrede zij met U.

Alles keert zich om. Het hart dat eerst een bron van onrust leek wordt een oceaan van stilte, een paleis van vrede. Elke vreemdeling is er welkom, de paleisdeuren staan altijd open. Elke morgen schrob ik de stoepen. Wie woont er in dit mooie paleis, wordt er aan mij gevraagd. Ik weet het antwoord niet, maar in mijn grenzeloze onnozelheid probeer ik er natuurlijk wel iets over te zeggen. Het moet de schittering van schoonheid zijn die ik door mijn jarenlange schrobben naar binnen gelokt heb. Of misschien is het juist andersom. De schoonheid die hier woont heeft mij tot schrobben aangezet. Dan begin ik te stamelen en uiteindelijk spreek ik waarheid. Ik… ik weet het niet, ik ben enkel de toegewijde dienaar van degene die hier woont.

Open het zeil voor de wind.
Laat je blazen. Gooi de gebroken kom niet weg. Behandel haar met tederheid en je kan nog jaren plezier aan haar schoonheid beleven. De barst die je ziet is de plek waar het licht door naar buiten zal stromen.

Kom Terug

Maria

Ik zet mijn eerste stappen in het versbesneeuwde wit van deze ochtend.
Dat beeld verdwijnt gestaag als ik verder wandel, want als ik straks al mijn voetstappen met één oogopslag kan overzien lijkt er van dat wit maar weinig meer over te zijn.

Alles wat gezegd is, al onze gebaren blijven bestaan. De ziel van ons hart, zij/hij die onze zuivere leidraad is, raakt ermee bespikkeld, besmeurd. Wij proberen hier en daar een vlekje weg te poetsen, maar het lijkt wel of we ons wezen nooit meer helemaal schoon kunnen krijgen. Het verdriet daarover verleidt ons vaak tot drieste daden. Het opsteken van toch maar weer een sigaret bijvoorbeeld. Uit onvrede met onze schijnbare beperktheid herbevestigen we doelbewust het bezoedelde in ons, om daarmee het door ons ingebeelde noodlot definitief over ons af te roepen, alsof we de herinnering aan het verloren gewaande licht met wortel en al uit willen rukken, uit willen drukken als diezelfde sigaret, zodat het ons niet meer kan pijnigen met haar zoete herinnering.

Spreek nu vanuit dat wat al die tijd schoon is gebleven. Luister van daar uit. Het kan pijnlijk zijn om te erkennen dat hij/zij er nog steeds is. Ongeschonden, gaaf, veelbelovend, heel, wonderbaarlijk oprecht, zuiver, mededogend. Als je je met die plek in jezelf durft te verbinden kan het niet anders zijn, dan dat je je oorspronkelijke schoonheid terug zult vinden. Zij is nog altijd daar, als het wit onder de woorden, de roos onder de sneeuw, de sneeuw van het wit van de morgen.
Verheug je daarover. Verblijf daarin. Vereenzelvig je daarmee. Leef vandaaruit. Vanuit die plek doorschenen verliest dat waarmee wij ons eens bespikkelden, besmeurden, dat waar wij ons verzwelgend in onderdompelden, alle kracht.

Maria is een verbeelding van onze innerlijke zuiverheid.
Nog nooit is er iemand geweest die zich tevergeefs beriep op haar goedertierendheid.
Bid tot Maria, Heilige Maagd Maria bid voor ons.
Maria die in ons is, bidt altijd voor ons.
Ik Bid voor Maria in ons.
Ik ben Maria in mij.

Het Graven Zelf is de Schat

Rainforest

Ik weet dat hier iets kostbaars in de aarde ligt
in mijn hart
in mijn manier van doen
in mijn hier aanwezig zijn
in mijn manna-creëerende aanwezigheid

ik heb zolang door de woestijn getrokken
mijn volk mort
mijn maag knort
ik heb mijzelf zolang aan het lijntje gehouden
met boodschappen als
we zijn er bijna en
de reis is het doel

ik zet geen stap meer
want als het ergens is
dan is het hier
als het ooit is
dan is het nu

ik blijf hier
tot dit zand vruchtbaar land
tot deze onbeschreven witte woestenij
een weelderige tuin
tot ik wortel schiet en openbloei
in kleur en betekenis

totdat ik ben
wat ik ben