Duitsland als Medicijn July 30, 2009
Posted by ideeflux in : ++, Het Hart Helen , add a comment
Één kamer in mijn huis, mijn leven, heb ik gereserveerd voor de fantastische dingen die ik nog ga doen, voor dat wat nog invulling moet krijgen. Mijn hart slaat onregelmatig en daardoor bouwt het te weinig druk op zodat de rest van mij te weinig zuurstof krijgt. Alsof de molen in de leegte maalt, tevergeefs klapwiekt tegen een gebrek aan weerstand. Één kamer van mijn hart staat leeg, droog. Mijn vader had een studeerkamer. Hij was er nooit. Ik wil ontsnappen aan dat waaraan ik mij gebonden acht. Hier lig ik, tussen jouw rug en de muur. Waarom geef ik mijzelf zo weinig ruimte. Hoe kan het dat van de hele wereld die me gegeven is alleen dit kleine plekje is overgebleven.
Het maalt in mij. Mijnhart maalt droog en mijn hersens malen, vermalen dezelfde vraag tot stof. Waarom stond die kamer leeg in ons huis? Ik probeer de muren roze te schilderen, het meubilair te verschuiven. Waarom niet alle ruimte gebruiken, benutten. Ik hou van jou, dat hoeft geen betoog, maar waarom zou ik genoegen nemen met dit kleine plekje waar jij om de haverklap wil binnentrekken als een leger hongerige mieren?
Ik ga vroeger naar bed om een deel van mijn leven terug te veroveren. Op wat? Wat of wie eet mijn leven op?
Waarom gebruikt hij die kamer niet, waarom niet dat geschreven wat geschreven dient te worden, waarom niet dat geleefd dat als het ware smeekt om geleefd te worden. Het is zo ongekend wat in die kamer in mij, in die kraamkamer geboren dient te worden. Mijn hart maalt lege slagen omdat het niet gevoed wordt met dat wat essentieel is. Leegte is mijn leven binnengeslopen, de kamers om mij heen staan leeg terwijl ikzelf enkel een klein hoekje op de vergetelheid weet te bevechten.
Ik ga eerder naar bed en voel me trots op mijn eigen plek. buiten brult het leven om koffie en thee. Het gezelschap beneden, aan de andere kant van de deur, vergaapt zich aan levensdaden. Mijn zelfbevochtenheid gaapt in eenzaamheid. Hoe krijg ik het leven in mijzelf rond, de eindjes aan elkaar geknoopt, de leegte gevuld met vriendschap, werkelijke eigenliefde?
Ik ben mijn vader niet. En toch… de stenen die de ouders laten liggen moeten door de kinderen worden opgeraapt. Ik moet die leegstaande kamer vullen, het verlangen niet leeg laten draaien, mijn levensruimte invullen met warmhartige daden. Droom aan daad koppelen, liefde aan beweging, versmelting aan ruimte, inzicht aan horizon.
Mijn lichaam in breedte dragen, voldragen zijn, uit mijzelf eindelijk tot volle wasdom geboren worden.
Er staan allerlei herinneringen in de studeerkamer, als een monument van geleerdheid, als een monument van een eerder geleefd leven. Duitsland. Rivieren die door donkere wouden stromen, de hartklop van eenwording. Mijn vadersland, op jonge leeftijd door hem verlaten.
Al die tijd denk ik dat er een stofje aan mijn systeem ontbreekt, een elementaire bouwsteen. Ik spreek met Erika over mijn vroegtijdig ouder worden, vanwege haar heldere oogopslag, haar vitaliteit. Zij heeft Duitsland verlaten omdat ze het onverdraaglijk vindt in een land te wonen waar maar één taal gesproken wordt, dus ze woont in Brussel. Heel veel alternatieven heeft ze natuurlijk niet, Zwitserland misschien, maar dat vindt ze te opgeruimd.
En inderdaad, ze heeft iets voor mij. Iets voor planten. De naam alleen al vult alle lege ruimten in mijn wezen: Germanium. Keer terug naar daar waar je vandaan komt. Drink dat water, vul er het bloed in je hart mee aan. Wordt weer vol. Vol van zijn. Duitsland als medicijn. Duitsland, als symbool van alles wat je verwerpelijk achtte, van dat wat je verre van je wilde werpen, van dat waarvan je je nadrukkelijk wilde distantiëren, weer aan je hart drukken. Jezelf heel maken met dat wat je wegduwde. Duitsland als Jood van de wereld in je armen sluiten.
Duitsland heeft niet stilgestaan, het leeft, het beweegt, het ademt. Het heeft zichzelf in de ogen gekeken – iets dat degene die haar wegwierpen nadrukkelijk weigerden te doen. Het is vol van mooie jonge meiden, serieuze toegewijde jongens. Germanium, de vaten aanslaan, thuis komen in waar ik vandaan kom, vol van hart zijn, niets meer buitensluiten.
Heilig de Zondag July 12, 2009
Posted by ideeflux in : Een nieuw Begin, + , add a comment
De sabbat, een sabbatical jaar, een sabbatical leven. Give way to the greater pull. Wat is werkelijk van belang, wat zou je absoluut nog gedaan willen hebben, gezegd, gelachen, gezwegen?
Vanwege het zondagsgevoel heeft hij een ietwat gekreukeld maar krakend schoon overhemd aangetrokken. De rest van de dag ligt navenant voor hem, een beetje gekreukt door de slaapplooien op zijn gezicht, maar kakelvers. Een dankdag voor het gewas, voor alles wat er is. Deze dag hoeft er – eindelijk – niets nieuws bij te komen. Deze dag is – eindelijk – genoeg aan zichzelf. Bij deze man, dit leven, hoeft niets nieuws meer aan te komen waaien, kleurige klederdrachten, vreemde oude gebruiken, talen, de eigenheden waarin een cultuur uitdrukking geeft aan zichzelf. Zelfs de ontmoeting met een verlichte persoon staat niet meer zo hoog op de toch al afwezige agenda. De ontmoeting met die wijze kan hoogstens nog een innerlijke tegemoetkoming zijn, een innerlijk buigen voorbij zelfgenoegzame stramheid.
Heilig de sabbat, de woestijn, de kale vlakte, het niemandsland, het ongeboorte. Heilig de rots, het droge wachten, het niet-meer-wachten, het zijn-wachten, het zijn. Het meer van zijn dat ligt te wachten, dat altijd en overal dichtbij is als de volgende ademhaling. De volledige vervulling die binnen handbereik is, maar paradoxaal genoeg juist met het reiken er naar op afstand gezet wordt.
Of ik Levenslust? July 11, 2009
Posted by ideeflux in : Dialoog met Zelf, + , add a comment
Dit heeft me vaak geholpen, dus waarom nu niet weer geprobeerd. Wee gevoel, in de elleboog, de knie, de nek. Zelfgestelde diagnose over een zelfgecreëerde werkelijkheid. Niet zozeer de wil om gezond te worden maar wel om te ontsnappen aan dit zelf.
Niet zozeer kiezen voor leven, maar voor het sussen daarvan, het uitdoven, het eeuwig sluiten van compromissen ter wille van de lieve vrede, en dan de hele wereld, die je daarmee uitnodigt om als een luis op je zere hoofd te komen wonen, vervloeken.
Ik wilde meer, meer van iets nieuws, iets fris, de verlokkingen van de verte kortom, maar toen ik aankwam bleek het enkel meer van hetzelfde. Oh gladstrak staalblauw meer omzoomd door de prille lichtgroenheid van berkenbomen. Belofte van wat nog gaat komen, meer van de eeuwige jeugd, van het naar voren schuiven, van het oplossen door door te sturen naar later, naar anders, naar nieuwe vorm.
Ik ben nu onverhoeds in het spinnenweb van mijn trage zelf terechtgekomen. Niet zonder reden natuurlijk. Ik vertraag mijn stap tot ik omval, spin mijzelf in, maak een klein gaatje bij mijn nek en zuig zo de laatste levenssappen uit mijzelf weg, laat mijn lichaam als een verschrompelde lege zak achter.
Laat de kwaliteit van het resultaat dat je uiteindelijk wil bereiken, sturende zijn aan het proces dat je moet doorlopen om dat resultaat te boeken. Met andere woorden: als je iets moois wil, laat schoonheid dan je gids zijn. Als vrede je doel is, dan moet vrede je weg zijn. Als gezondheid je doel is, harmonie, liefde, laat deze drie koningen dan de juiste ster vinden, en volg die ster.
Wie is diegene die zich gelukkig meent te prijzen met de levenssappen die hijzij zo arglistig, zo genadeloos aan mij ontfutseld heeft? Die persoon ben ikzelf, natuurlijk. De uitleveraar – de compromissenmaker – en de uitzuiger zijn precies dezelfde figuur.
De eerste wil vrede tegen elke prijs, wil daar zelfs de hoogste prijs voor betalen, de tweede wil een gratis ritje naar het paradijs.
Ik laat het maar even staan zo, in disharmonie. Twee noten die elkaar nog niet kunnen vinden. Laat het toonverschil, laat de discrepantie, het kleurverschil, het verschil van mening nu maar eens mijn leidraad zijn, mijn proces bepalen. Als ik me niet vergis, is dit mijn nieuwe ster. Wat zou het kind kunnen zijn dat zich in dit badwater verscholen houdt, waar zou een proces van het benoemen van de tegenstellingen toe kunnen leiden? Laat het duidelijkheid zijn, laat het waarheid zijn, moge het gezondheid, vitaliteit en levenslust zijn.
Degene met de Beste Argumenten heeft daarmee nog Geen Gelijk July 8, 2009
Posted by ideeflux in : Politiek!, ++, Het Hart Helen , add a comment
Ik zag de kop van de politicus weer opduiken die zich jaren geleden, volgens het bijschrift, de woede van zeer velen op de hals gehaald zou hebben. De gebroeders de Witt indertijd, bij de gevangen poort. Het hoofd dat te grazen wordt genomen door de darmen, d’armen van geest. Het hoofd dat al die tijd dictaten opdringt aan de handen, het hart, het onderlijf. Het ongelofelijk irritante van die gelijkhebberige blik, de afgeslotenheid daarvan, het zelfbeschermende, denigrerende, het hoog boven in de ivoren toren gejaagde. Ik herken mijzelf, mijn eigen moed der wanhoop wanneer ik met argumenten mijn eigen ongelijk met een intellectuele draai in een zegen wil veranderen. Niet luisteren naar dat wat er zo onbeholpen gezegd wordt, enkel omdat het zo onbeholpen gezegd wordt.
Als iemand niet in staat is zijn of haar betoog van de juiste argumenten te voorzien, zich in het daarvoor iedereen ter beschikking staande Algemeen Beschaafd Nederlands uit te drukken, dan hoef Ik als Hoofd daar toch zeker niet naar te luisteren. Ik kan toch zeker geen aandacht besteden aan elke burp, boer of scheet uit de regionen van de onderbuik.
En dan verbaasd staan te kijken wanneer de vandalen komen, wanneer het gepeupel, het losgeslagen straat gewoel, bij wijze van argument met een mes gaat zwaaien of een bom gaat gooien. En dan de voorspelbaar bekakte reactie van het hoofd. Hé, hé, dat hadden we zo niet afgesproken, zo doen we dat toch zeker niet in een democratie.
Het hoofd heeft zich niet alleen meester gemaakt van de macht, maar ook van alle machtsmiddelen. Het heeft zich de taal toegeëigend en een absolute censuur ingesteld op alle andere uitingsvormen. Alles wat niet door die censuur, de ambtenarij van het hoofd komt, alles wat niet van de juiste leestekens voorzien in drievoud wordt ingediend, wordt simpelweg niet gelezen, sterker nog: voor het hoofd bestaat iets eenvoudigweg niet als het bestaan ervan niet wetenschappelijk is aangetoond.
Dit plaatst het hoofd in het ongekende isolement waar alle alleenheersers mee te maken krijgen. Uit puur lijfsbhoud buigen alle ministers en dienaren als knipmessen en de zonnekoning zelf kan nergens een plekje schaduw ontdekken, omdat de donkere plekken nu eenmaal per definitie onzichtbaar zijn vanuit het stralende middelpunt dat hij zelf is. Zo meent hij in alle oprechtheid de volledig foute conclusie te kunnen trekken dat er geen schaduw bestaat.
Sire uw einde is naderende, uw koninkrijk houdt binnenkort op te bestaan. Wat zegt die man, wat is dat voor koeterwaals, kunt u dat voor me vertalen? Gooi die snoodaard buiten, hij vergat mij almachtige te noemen. Hij sprak niet met twee woorden. Hij beargumenteerde zijn stellingname niet correct. Wij duelleren hier met het floret, wilt u zo goed zijn uw houwdegen af te doen?
Het hoofd zal struikelen wegens het gebrek aan voeten. Om opnieuw te kunnen bloeien dient het hoofd opengebroken te worden. Dat hoeft geen bloedbad te worden, maar onvermijdelijk is het wel. Het is niet genoeg voor het hoofd om een andere taal te leren, zich bij te scholen. Het hoofd zal zich moeten buigen, zich willig dienstbaar moeten maken aan dat wat het eerst met koele blik meende te overheersen, het hart, de handen, de longen, de darmen, de seksuele organen, de dieren, het warme lijf van moeder aarde.
Lief hoofd, lief klein hoofd, huil je ogen nat, word zo klein als je bent, leg je moede zelf te rusten in je armen, in de armen van geest.
Nachtleven July 4, 2009
Posted by ideeflux in : Droom en Werkelijkheid, + , add a comment
Ik ving een nachtvlinder in mijn koplampen. Wij waren volledige vreemdelingen voor elkaar, ik in mijn machinewezen en dit dartelend vrije in de avondlucht.
Ik kan zien, maar ik ben ook blind. Ik ben voornamelijk een blinde en daarnaast kan ik ook nog zien. Mijn lichaam is als een blinde mol in de duisternis, het voelt zich een weg, het voelt zich een leven als een worm in een appel. De tempel van het lichaam is het voelpaleis, het voelparadijs, het zijnswezen. Het lichaam is altijd met gesloten ogen, naar binnen luisterend. Omat ik met mijn ogen het lichaam kan zien meen ik dat het lichaam zelf kan kijken, dat het zichzelf in licht baadt.
Ik heb nog steeds de onhebbelijke gewoonte om, zoals dat heet, vrouwen met mijn ogen te verslinden. Het is een rudiment uit een vorig leven waarin ik min of meer door mijn libido bestuurd werd.
De handen van de blinde vrouw masseerden mijn schouders maar reikten diep in mijn lijf, rechtstreeks naar mijn lust, mijn sluimerend verlangen. Er was onmiddellijke aanraking en herkenning, de brand sloeg uit, maar toen ik me omdraaide en naar haar keek, blusten mijn kijkers, mijn ogen, de afstandshouders van de ziel, de dienaars van de rechterlijke macht van mijn zogenaamde bewustzijn, ogenblikkelijk het lichaamsvuur. Ik zag haar blinde ogen en ontkende bij hoog en laag dat ik haar gekend had, ik loochende onze diepe verwantschap, onze gelijkheid, onze vriendschap, het diepe weten van mijn blinde lichaam.
De nachtvlinder lichtte helwit op in de koplampen, maar waarschijnlijk was ze grauw. Ze was één met de avondbries en de lichtgevende velden onder een donkere hemel. Ik was een vreemde in een niet-voelend lichaam met ogen op steeltjes.
De Zuidkant July 3, 2009
Posted by ideeflux in : Het Mompelen, + , add a comment
Het lijf is verrassend moe. Moe omdat het uitbundig meegedaan heeft aan de upswing van zomer, verrassend omdat het zo levendig voelt, de moeheid voelt levendig.
Dat zal straks ook zo met de dood zijn. Hoe verrassend levendig, wat een upswing, wat een verrassing.
Hij had het hele proces doorlopen. Het ouder worden, de gebreken, een ziekte hier en daar, het besef dat het niet lang meer zou duren, het besef dat de tijd was gekomen. Geen spoor van emoties. Waarom ook. Het voelde zo bekend, zo herhalen van het reeds gedane doen, dat het op hem over kwam als een dan wel geen dagelijkse, maar dan zeker toch wel levenlijkse routine. Het lijf houden, vasthouden en dan loslaten, vliegen zonder vleugels, doorschieten in dat wat niet is.
De herinneringen, het geboortekanaal waardoorheen zelf zovaak in opperste vervoering op en neer, althans gedeeltelijk, dan het uitbarsten aan de oppervlakte als een luchtbel, als een zwemmer vanuit grote diepte, openspattend in licht en weidsheid. Het altijd geweten hebben daarvan. De vergeefsheid van alle onzin die hemhaar in de weg had gestaan zwaaide en juichte als een massa vage bermtoeristen langs de snelweg naar glorie.
Waarom al die tijd wachten? Waarom al dat wat toch verloren gaat nog meegesleept? Waarom niet nu reeds bevrijd overgaan tot het ontmoeten in diepte, tot het zijn in vrijheid, tot het grote rusten, tot het enkel doen van dat wat toch al gedaan wordt. Waarom niet nu in vrede zijn met al wat die vrede lijkt te bedreigen, waarom de handdoek niet in de ring gegooid, waarom het moede hoofd niet te ruste gelegd, de O van overgave met overgave uitgespeld, uitgezongen?
Wij wonen aan de zuidkant van het leven. Altijd zon. Regen op bestelling.
’S nachts eten de reeën de knoppen van onze tulpen. Zoo vredig, zo ongehoord.
Wij denken dat alle ontmoetingen die er zijn via ons lopen, ons als persoon, ons als mensensoort. Wat een ijdele vergissing! Alles ontmoet elkaar buiten ons om, constant, de hele tijd, altijd en overal. Wij zijn er alleen slechts af en toe getuigen van. Zoals die keer dat ik in de diepzwarte nacht een ontmoeting zag tussen een paard en een kat. De zwarte kat was van een draaiende aanraakbare dichtbijheid vlakbij het hek, terwijl het paard af en aan galoppeerde, de grond allemachtig deed dreunen en klonten aarde van onder zijn hoeven weg deed wegspringen. Ik was verbijsterd, vernietigd, verkleind. Voor even tot ware proporties teruggebracht.
Dat is precies wat er vanavond gaat gebeuren, morgen, overmorgen, wanneer het mijn tijd is. Tot ware proporties terug gebracht en daardoor oneindig. Want dat wat zijn ware proporties heeft vindt zijn einde niet, is oneindig groot in haar eigen tuin, leeft voor altijd in haar eigen tijd.
Wij zijn schaaldieren, knikkers die elkaar enkel op bepaald punten kunnen raken. Op die punten gaan werelden volledig vloeibaar in elkaar over. We lijken knikkers maar van binnen is het gelei, soep, stroom van gedachten. Ik kluts mijn eitje. Ik maak een omelet met van alles erin. Mijn bomen groeien tot aan de hemel, zij hebben geen keus. Alles vindt magistraal de juiste richting. Ik sta erbij en kijk ernaar, met open mond, het is verbazingwekkend dit majesteitelijk langzame vuurwerk, dit trage stollen dit voortdurend smelten, dit onophoudelijk tot stand gebracht worden.
Allah July 2, 2009
Posted by ideeflux in : Politiek!, ++ , 1 comment so far
God heeft zoveel kleren aan, zoveel gezichten, zoveel namen. Elke naam roept in ons een ander aspect van Haar tevoorschijn.
Jezus noemde God Allah, de eenheid, het al.
Geven we God de naam Allah, dan openen onze ogen zich voor het geheel, alles wat we zien en wat we niet zien. God met de naam Allah nodigt ons uit om alles om ons heen met respect tegemoet te treden en om onszelf als onderdeel van dat geheel te zien. De waarheid van die naam openbaart zich in haar klank.
Toen het Christendom onze kant op kwam kreeg Allah de naam van God. In klank en woordbeeld lijkt deze naam uit te nodigen om Hem te zien als van ons afgescheiden. Een God waarvan gezegd wordt dat hij zich in de hemel bevindt. Die sommigen een beetje meer welgezind zou zijn dan anderen, die ons mensen heerser over de natuur gemaakt heeft. Een min of meer individuele God waarvan je hoopt, wenst en verwacht dat hij gehoor geeft aan de in zijn beperktheid misschien wat kinderlijke bede God zij met ons.
Jezus sprak van Allah.
Een taal is een wereldbeeld. In de vertaling uit het Aramees zijn de woorden van Jezus in een andere begrippenwereld, een ander levenspatroon, een andere geschiedenis terechtgekomen. Het is mogelijk dat we Hem nooit gehoord en begrepen hebben. Wat een tragische omweg!
Wij komen niet tot de Vader dan door de Zoon.
Wij komen niet tot Allah, het geheel, dan door onszelf, dan door onszelf zoon van het geheel te maken.
Allah is groot.
Tjillevippen July 1, 2009
Posted by ideeflux in : Een nieuw Begin , add a comment
Een lichte weerstand. Een lichte weerstand tot wat is, dat is wat er is. De weerstand is weliswaar het enige dat ik waarneem, maar het lijkt of er zich achter die weerstand iets bevindt wat veel aantrekkelijker is, iets dat meer in overeenstemming lijkt te zijn met wat ik ervan verwacht. Ik wil natuurlijk niet die weerstand maar dat wat er zo glorieus achter lijkt te zitten, dat wil ik wel. Omdat ik hetgeen wil wat er achter is noem ik dat wat er is weerstand. Mijn willen van dat waarvan ik meen dat het zich schuil houdt achter dat wat is, is de weerstand tot wat is. Als ik neem wat er is, in dit geval dat wat ik nu weerstand noem, is er geen weerstand meer, is er alleen maar wat er is.
Ik ben met wat is. Ik ben deze, dit hier. Dit hier is wat is. Het is mij, ik ben het.