De Gedachte God May 29, 2010
Posted by ideeflux in : Syrion , add a comment
God van de gedichten, de gedichte gedachten, de Verdichte-Gedachten-God, het Goddelijke dat gedachten verdicht tot dat wat substantie van leven wordt… hoor mij aan. Zing in mijn oor, herschep mij tot hemelse muziek, tot een structuur van harmonieën. Breng mij naar de plaats waar alles op zijn plek valt. Laat mij op die plek gaan staan en van daaruit mijzelf naar huis roepen. Voor mijzelf een licht hooghouden over de woelige baren, in de donkere nacht.
Er is alleen maar rust. Langzaam ademt een zomerwind over de stille Zuidzee van mijn middenrif. In mijn onderbuik schemerflitsen traag, onbegrepen, niet-herkende onderwaterwezens van allerlei soort. Er is rust en er is beweging. Soms komt één van die tot dan toe gezichtsloze monsters het strand van mijn blikveld opstrompelen en veroorzaakt ogenblikkelijk chaos en consternatie onder de badgasten die daar in minieme kleding liggen te genieten van wat ze hun welverdiende rust noemen. Bijna altijd richt die paniekachtige reactie oneindig veel meer schade aan dan dat wat het vaak onschuldige schepsel door eigen actie veroorzaakt.
Ik train mijn badgasten nu om kalm te blijven, om hun volle aandacht en zo mogelijk mededogen te geven aan dat wat in zekere zin hun familie is, een nakomeling uit het hetzelfde eindeloos lange geslacht van gedachten.
Zelfde bloed, zelfde angsten, zelfde consistentie.
Zelfde God.
Zelfde Gedachte God.
Het Speelveld March 25, 2010
Posted by ideeflux in : Syrion, Synopsis , add a comment
Een wit veld. Een wit speelveld, een wereld zonder lijnen, paden, een zee zonder einde. Een ongehoord weidse ruimte, een grenzeloos begenadigde plaats.
Ik stamp mijn zwarte tekens op de witte zandvlakte. Ik leg hoekstuk en hang peillood, ik trek de kortste lijn tussen twee punten. Ik bouw een wereld van gedachten op een fundament van drijfzand. Trek ik de paaltjes uit de grond dan blijft er enkel één groot land over, geen grens tussen jou en mij, tussen ons en ander.
In gedachten kan ik overal naartoe. Naar alle bekende, on- en minder bekende mensen die mij bevolken, naar alle steden, alle uithoeken van de wereld.
Ik trok mijzelf zwarte kleren aan en zat in een Parijs café met jou. Wij waren op zoek naar het leven, naar de essentie ervan. Wij dronken thee. Op een gegeven moment, zonder directe aanleiding, begonnen we onze handen met vorken te bewerken, geconcentreerd onderzoekend, alsof we op één of ander manier ons zo een weg naar een antwoord konden graven.
‘Ober’, wees een man met een subtiel hoofdknikje in onze richting. Na een vluchtige blik verdween de ober achter de bar en kwam terug met een verbandtrommel. Er was geen consternatie. Alleen een vriendelijk doch beslist mededogen. We waren goede klanten daar. Even later liepen we in een bladerloos park met verband als pluizige wanten om onze handen.
Het zegt alligator in mijn hoofd, maar ik wil geen verhaal met alligator. Dan herinner ik me krokodil. Sommige plaatsen die wij verzinnen bestaan echt zou je zeggen, andere zijn echt verzonnen. Als ik nu iemand tegen kom zie ik eerst zijn of haar talent als een licht voor hem of haar uitzweven, deze speciale manier van zijn die een precies geformuleerd universum opent. Elke persoon als sleutel voor een deur naar een andere ruimte, andere kleuren, andere samenhang. Er is natuurlijk veel lijden, maar ik moet moeite doen om het te zien. Ik zie, eerlijk gezegd, alleen maar glorie.
Mijn krokodil – ik heb geen medelijden met mijn eventuele lezers, u dus, jij dus – is weer van een vol en gezond groen, ik heb hem zachtjes tot leven gezongen en toen getemd. Hij eet uit mijn hand. Zij – mijn ziel – kan hem berijden zoals een ander een ezel of een paard berijdt. Mijn dierlijke vriend. Mijn dierlijke zelf als vriend, als kracht, als bron.
Ik ben niet gehouden aan het spreken van wat de waarheid genoemd wordt. Ik spreek de waarheid door precies onder woorden te brengen hoe ik het graag zou zien.
Later, in een ander café probeerden we te roken met onze wantschoenen aan. Het ging moeizaam, maar het lukte. Waar een wil is, is een weg. Het was een pluizige ervaring. De hele wereld voelde een beetje wattig aan, alsof het gesneeuwd had. Later voerden we elkaar zoete drop, en, je weet wel, van die stengels met zout erop.
Ik had natuurlijk ergens anders naartoe kunnen gaan, maar ik ging hiernaartoe. Ik denk natuurlijk dat ik zelf beslis waar ik naartoe ga, maar dat is niet meer dan een hoogmoedige gedachte. Wie heeft mij hier gebracht? Wat doe ik hier? Wat een aparte plaats is het hier en wie zijn die bijzondere wezens?
Waar de één zich als een grenspaal in de grond laat slaan opent zich voor de ander juist een zee van ongekende mogelijkheden.
Een Wenkend Perspectief August 13, 2009
Posted by ideeflux in : Syrion , add a comment
Zij die naast me liep, liep nog altijd naast me, maar het was niet meer helemaal hetzelfde als voorheen, niet meer die perfecte zorgeloosheid. En toch duurde het nog een hele tijd voor het me begon op te vallen dat ze zoveel zwijgzamer was. ‘Jij hebt de voeten,’ antwoordde ze vaak bijna gedachteloos op willekeurig wat voor vraag ik ook stelde en ‘denk je dat ik lesbisch ben’ op momenten dat ik probeerde ons contact wat intiemer te maken door onhandig maar welgemeend een arm om haar heen te slaan. Uiteindelijk begreep ik dat zij die naast me liep niet helemaal gelukkig was.
Van dan af begon het eindeloze raadspelletje, want ze was – typisch vrouwelijk – wel haarfijn in staat duidelijk te maken dat er iets niet in orde was, maar ze wist tegelijkertijd absoluut niet waar dat gevoel vandaan kwam.
‘Heeft het met mij te maken?’
‘Ja en nee,’ mijn blik ontwijkend staarde ze in de verte.
‘Is het misschien tijd om naar huis te gaan of een andere planeet te zoeken?’
Geen antwoord, een stuurse blik voor zich uit.
‘Zou je weer terug man willen zijn.’
Aan haar reactie kon ik zien dat ik warmer werd, er gleed een blos over haar gezicht, het gaf haar iets dat ik nog niet eerder bij haar gezien had, iets erotisch.
En toen wist ik het opeens.
‘Wil je misschien dat ík weer terug man word?’
De stralende zon die doorbrak op haar gezicht deed mijn hart oplichten.
Weer man zijn. Ik kan niet zeggen dat het ogenblikkelijk een wenkend perspectief voor me was. Ik had het de hele tijd wel lief gevonden om twee vrouwen te zijn. Dat zachtvoelende te zijn, de wereld als een warm bad om ons heen. Ik vreesde mijn eigen hardheid, mijn willen, mijn besluitvaardigheid. Ik vreesde dat als ik weer terug man zou zijn, dat het dan afgelopen was met de lieve vrede, dat we dan weer van alles zouden moeten. Ik werd al moe bij de gedachte. Maar ja, zij die naast me liep had het nu eenmaal in haar hoofd en haar niet meer voor de volle honderd procent gelukkig zijn had mij ook niet onberoerd gelaten, en, er was nog iets, iets dat ik voor het gemak het erotisch vooruitzicht zal noemen. De blos die bij haar over haar wangen gegleden was, had diep in mij een slapend dier wakker gemaakt.
Die nacht stonden we bij de boom, om afscheid te nemen. Afscheid van dit leven en op weg te gaan naar het volgende. We volgden met onze handen en onze ogen de knoestige stam, de veelvormige vertakkingen hoog boven ons, de welkome armen waartussen wij ons bevonden. Wij vielen stil. In die stilte plantte de boom zich op de bodem van onze maag en daar begon zij te groeien. De boom groeide in ons op als een gebaar van verbondenheid, van weidsheid, van stilte. Wij zeiden er geen enkel woord over, maar sloten het moment simpelweg in ons hart.
De volgende ochtend was alles anders. Ik merkte dat niet zozeer aan mezelf als wel aan haar. Ze was open gebloeid, haar lippen gezwollen, haar oog glanzend. Zij was van een ongelofelijke dichtbijheid, een ongelofelijke schoonheid. Ikzelf was niets anders dan dat wat die schoonheid heel maakte, rond maakte, completeerde.
Ik maakte die schoonheid mogelijk door in alles dienend en aanvullend te zijn aan haar, aan wie zij in haar grootste wijsheid en haar diepste wezen gedroomd had te zijn.
Sneeuwleeuw March 26, 2008
Posted by ideeflux in : +++, Syrion , 1 comment so far
Zij aan zij liggen, lichaam aan lichaam, zon op huid. In naaktheid veilig zijn. Dat was de grote lol. Om je helemaal uit te kleden en daarin toch veilig te zijn. Niet beschimpt of bespied. Kritisch beoordeeld. Het lijf laten genieten van haar eigen lijfelijke aanwezigheid. Verbonden met wat we de natuur noemen. De natuur niet als een denkbeeld maar als een concreet iets, de natuur als wat het werkelijk is: onze huid, onze jas. Zij die naast me lag had me van alles verteld. Eigenlijk alles wat ik weten wilde. Dat waar ik blijkbaar geen belang in stelde dat vertelde ze niet en dat kwam ik dientengevolge ook niet te weten. As simple as that.
Dit hier was, zoals zij het noemde, een simpele planeet, een planeet voor beginners, een planeet om een beetje tot rust te komen, te spelen met eenvoudige gedachten, te experimentern met eenvoudige dingen, zoals dat wat ik gedaan had, verandering van geslacht. Ook was het hier goed mogelijk om in contact te komen met je totem, je krachtdier, het wezenlijke in jezelf. Ik vond het erg boeiend, maar het leek allemaal ongelofelijk ver weg.
‘En’, zei ze na een kleine pauze, ‘omdat het hier zo ideaal is, omdat het weer zo zacht is, omdat je wensen hier makkelijk in vervulling lijken te gaan, is dit de ideale plek om uit te vinden wat je nog mist. Om erachter te komen wat je in dit leven – dat nog heel lang kan zijn, maar ook ongelofelijk kort, wie zal het zeggen – nog zou willen doen, voor elkaar willen krijgen, willen meemaken.
Ik liet het even stil zijn. Het ruisen van de wind, de zee, het verkeer. Tijd voorbij glijdend, tijd ons aanrakend, tijd vloeibaar, voelbaar.
We lagen op onze armen, de hoofden naar elkaar toegewend. We keken elkaar recht in de heldere ogen. Als kristal, als een bergmeer, als een zonovergoten sneeuwlandschap. Geen vrees. Zie je. Zo is de natuur onze jas, dat wij een berglandschap zijn, dat wij vochtige en droge plekken hebben. Plaatsen met en zonder begroeiïng.
Wij zijn natuur.
Ik wist dat we weer op reis zouden gaan, omdat alles verder gaat, van vorm verandert, kleiner of juist groter. Dat we eerder die … verandering zijn, het veranderende, dan… degene die we in gedachten menen te zijn, het beeld dat we van onszelf gecreëerd hebben, dat we steeds weer proberen te fixeren, om zeker te zijn, te weten, vast te houden.
Dat het constante in ons, dat wat niet verandert, die veranderingen gadeslaat, als een sneeuwleeuw, als een lynx, een sphinx.
Borstogen March 24, 2008
Posted by ideeflux in : +++, Syrion , 1 comment so far
Er was nog iets vreemds, tenminste, ik vond het zelf helemaal niet vreemd, maar ik kan me voorstellen dat u het vreemd zou vinden. Ik wist het al toen ik mijn ogen opensloeg. Het was alsof mijn hart een extensie had gekregen aan de voorkant, alsof ik in staat was met mijn hart naar de wereld uit te reiken. Alsof daar twee stompe armpjes zaten waarmee ik de wereld zou willen omhelzen.
Ik was een vrouw geworden. Mijn tepels waren gevoelig als blinde ogen, als radarschijven en ja, het voelde beslist alsof ik met hen dingen waar kon nemen die voor mijn gewone alledaagse ogen verborgen zouden zijn gebleven.
Hij die naast me liep was ook een vrouw geworden. Best een lekker ding eigenlijk nu ik er wat beter naar keek. Ze knipoogde samenzweerderig. De borstogen vooruit.
Of het ergens pluis was, dat konden we ermee zien, of het in orde was, veilig. Of dat de mensen die we tegen kwamen het goed met ons voor hadden, maar ook hoe hun relatie onderling was. Met onze borstogen konden we de sociale cohesie van een gezelschap heel goed waarnemen.
Ik was eigenlijk apetrots op mijn nieuwe eh… hebbedingetjes. ‘Hadjememaar’ en ‘pak me maar eens beet’. Overmoedig geworden probeerde ik nog even met mijn ogen dicht te lopen, maar dat ging niet goed. Zij die naast me liep kon nog maar net voorkomen dat ik voluit tegen een boom knalde met borstogen en al. (more…)
Nergens Goed Voor March 23, 2008
Posted by ideeflux in : +++, Syrion , add a comment
Hij die naast me liep, liep weer naast me. Zwijgend, nauwelijks hoorbaar ademend. Ik had hem ’s ochtends vroeg al een vraag gesteld en prompt een adequaat antwoord gekregen. Dat was beveredigend en bemoedigend. Nu ik dit neerschrijf glimlacht hij naar mij.
Toen ik hem gisteren Syrion hoorde mompelen wist ik zeker dat hij zich vergist moest hebben en bij de eerstevolgende gelegenheid ben ik het op het wereld wijde web na gaan zoeken: het blijkt wel degelijk te bestaan. Zo bleek het de naam van een zeer geliefde cavia geweest te zijn die veel geleden heeft omdat hem of haar op onterechte gronden de toegang tot het caviarusthuis Knoevel ontzegd was. Er was ook een soort reclamefilmpje voor een Israëlische vechteenheid onder die naam en daarnaast werd nadrukkelijk de mogelijkheid geboden de betekenis van Syrion te beschrijven in Wikipedia, de encyclopedie van datzelfde web. We leven in een magische wereld. Wij schrijven onze kennis in de encyclopedie en het heelal dijt gehoorzaam uit om alles wat wij ontdekken een plaats te geven.
Nu is het niet zo merkwaardig dat er weinig over Syrion bekend is, want het is maar een klein planeetje, maar wel eentje met een bijzonder aangenaam klimaat. Drie zonnen! En een strakgroene hemel. Het ruikt er lekker naar citroengras, het is er niet druk. Het water dat door de rivieren en beken stroomt kan je rustig drinken, dieren zijn niet schuw.
Mijn voeten die veel eerder wakker waren dan ik renden als gekken heen en weer over het lichtblauwe gras, ze besprongen en achtervolgden elkaar als jonge katjes. Ik heb er een tijdje geamuseerd naar liggen kijken want ik vond het jammer om hun spel te onderbreken. Maar ja we moesten verder.
Is dat waar? Dat is wat we altijd denken, dat is wat we verwachten van een verhaal, maar is het waar? Nee, ik geloof niet dat dat waar is. We hadden daar net zo goed tot in lengte der dagen kunnen blijven en sommigen van ons deden dat ook, maar anderen – zoals wij – liepen verder.
De zachte wind deed mijn haren om me heen dansen als de armen van een octopus, wuivend in slow motion, als in een shampooreclame. Ik was licht en mooi en jong. Ik was onwijs van vreugde. Ik maakte rondedansjes. Ik diende helemaal nergens voor. Ik was… nergens goed voor en alles was goed voor mij en ook dat… was helemaal goed.
Syrion March 22, 2008
Posted by ideeflux in : +++, Syrion , add a comment
De lucht was dicht geworden om hem heen, kneedbaar als deeg. Hij kon maar moeilijk ademen in dat wat voelde als zijn eigen uitlaatgassen, zijn eigen belemmerende gedachten die hij dag in dag uit steeds opnieuw inzoog.
De man die het pakje sigaretten ging halen en nooit meer terugkeerde. Hij had vaak aan dat verhaal gedacht als aan een mythische vertelling, maar langzaam was tot hem doorgedrongen, dat hijzelf deze man moest zijn. Dat als deze man zijn held was, dat hij dan ook dienovereenkomstig zou moeten handelen.
Hij was nog maar even dood en toch kon hij al in volle glorie de weidsheid, de ongelofelijke stralende openheid voelen van de lichaamloosheid, van het zijn zonder dat wat hij al die tijd als een veel te zware oude jas met zich meegezeuld had, en al die loodzware zinnen, de zingeving en de gedachten erover.
De man zat in zijn stoel. Hij was op sterven na dood, verborgen achter de krant. Hij wist dat hij er zijn vrouw nooit de schuld van zou kunnen gheven. Het was allemaal ‘of his own making’, zoals ze dat noemen. Zijn vrouw, zijn kind, zijn baan, zijn huis, zelfs de krant die hij in zijn handen hield had hij volgeschreven met zijn eigen beklemmende gedachten, zijn eigen angsten.
De straten glommen van de regen, de lucht was helder. (more…)
Leeuwenhart October 1, 2007
Posted by ideeflux in : +++, Syrion , add a comment
Leeuw slaapt.
Hij droomt.
Hij is in de tuin van zijn jeugd. Hij loopt op roze voetjes, de lucht is roze, zijn pootjes raken amper de aarde. Alle bomen zijn omgeven met een gouden glans, alle bloemen stralen. Leeuw klauwt naar een vlinder die voorbij vliegt. Alles is goed.
Leeuw is oud. Als leeuw wakker wordt is hij stijf. Hij rekt zich uit, voorzichtig, alsof hij breekbaar is.
Dan gaat hij naar de waterkant. Hij heeft niet eens dorst. Voor het eerst kijkt hij in het water naar zijn spiegelbeeld. Het water beweegt. Hij ziet zichzelf in stukjes die een beetje ten opzichte van elkaar zijn verschoven. Hier een oog, daar zijn manen, zijn snorrebaard, zijn bek, zijn tanden, daar nog een oog. Het is precies zoals hij zich voelt, alsof hij uit allemaal losse stukjes bestaat die nauwelijks verband met elkaar houden.
Dan gaat leeuw weer liggen, vlakbij het water. Hij sluit zijn ogen. Er trekt een rilling door zijn lijf, hij knippert even met zijn oogleden, zijn adem stokt.
Leeuw is dood. (more…)
Waarom niet Vandaag? July 9, 2007
Posted by ideeflux in : +++, Syrion , add a comment
Het zong al een hele tijd rond, in zijn hoofd, rond zijn hoofd, maar oude man had het steeds weggejaagd met een ongeduldig gebaar van zijn hand alsof het een lastige vlieg was, alsof die gedachte hem alleen maar afhield van belangrijker zaken.
Je bent niet alleen!
Er liepen rillingen over zijn ruggegraat.
Je bent niet alleen?
Wat kon dat in hemelsnaam te betekenen hebben. Wie was hij? Wie waren wij? Wie zijn wij, wie zijn wij samen?
Wie zijn wij vanuit onze geweten alleenheid? Wat kan daaruit groeien, wat kan uit ons groeien?
Het duizelde oude man. Tot voor kort had hij zich veilig enkel met zichzelf bezig gehouden, zijn eigen huis, zijn eigen huishouden, de tuin. Er was genoeg te doen geweest, achterstallig onderhoud, onkruid wieden, puin ruimen, schoon maken. Het verleden wegkieperen in grote containers, karrevrachten met gisteren, steeds weer opnieuw. Het leek wel of hij steeds nieuw oud aanmaakte, alsof hij meer aanmaakte dan hij weg kon werken. Allemaal erg noodzakelijk en voldoening gevend was het geweest, maar ook allemaal erg op hemzelf gericht. Binnen dat kleine had hij weliswaar groot willen en durven zijn, maar toch, het was klein geweest en veilig.
Als je het kleine leeg maakt, houd je altijd nog het kleine over. Maar maak je het kleine leeg van kleinheid, ja dan… (more…)
Het Spinnen July 8, 2007
Posted by ideeflux in : +++, Syrion , add a comment
Het was nog steeds donker. Het geluid van voeten op de zanderige vloer. Blote voeten. Het gehijg was lichter geworden, want zij draaide. Zij moest draaien, oude vrouw moest draaien, het was haar beurt. En het ging licht en gezwind, een glimlach lag op haar lippen. Als ze sneller draaide voelde ze hoe haar borsten vrij kwamen van haar lijf. Dan moest ze wat meer achterover gaan hangen, net als vroeger, wanneer ze een kind ronddraaide aan haar armen.
Het was… heerlijk, ze spon, als een kat, als een spin. Ze spon zichzelf een japon, een cocon, een web van dromen, van daden, van gedachten. Ze voelde zich groot en sterk en vervuld. Ze was het middelpunt van een uitgestrekt universum en het verhaal was nog lang niet ten einde, dat wist ze zeker, dit was enkel maar het begin.
Nog niet zo lang geleden was dat allemaal anders geweest, toen was ze, zoals ze dat zelf noemde, enkel omgekeerd in zichzelf aanwezig geweest. Hongerig als een kind, als een diepzeewezen, een insect met bolle billeogen, had ze zich, vastgezogen aan alles wat haar ook maar enigszins vervulling leek te kunnen geven. Haar hongerige ondermond had zich vastgezogen, uitgestulpt over elke erectie, elke stalagtiet, poliep, elk wormvormig aanhangsel dat in de nabije omtrek maar beschikbaar geweest was. (more…)