jump to navigation

Stilstand [VI] October 16, 2009

Posted by ideeflux in : Vanuit de Schaduw , add a comment

Wervelzee

Ik kwam als nieuw vanonder de steigers vandaan. Ik kijk onwennig in het rond als een kalf op te hoge poten.
In de nacht bezoeken we elkaars huizen. Wat wij bij elkaar gevangen gezet hebben bevrijdt zich via spiralende wenteltrappen die zich vanuit donkerte een weg naar vrijheid boren. Ik ben de hoeder van dit huis en daarmee van alle huizen. Tot mijn verrassing word ook ik gehoed, geborgen gehouden, heel gemaakt, opgepoetst, misschien niet zozeer uit liefde, maar dan toch uit noodzaak: de noodzaak tot liefde.
Misschien heb ik het wel nodeloos gecompliceerd gemaakt. Waarheid is simpelheid, wordt gekenmerkt door eenvoud. Nog eenvoudiger. Wij zijn maar van één ding gemaakt.
Op de bodem van mijn bestaan vraagt een koele donkerte mijn aandacht. Als een tong naar een zere kies, een zeeslang naar een glibberige rots beweegt zich mijn aandacht aalzuiver, vlijmscherp, precies.
Ik stijg omhoog. Ik stijg omhoog in mijn eigen bewustzijn. Vanuit het lang vergetene omhoog, plomp, breed. Waterstuwend. Ik duw mijn tweelingbeeld voor me uit, mijn waterlichaam, mijn ideelichaam, mijn lichtlichaam, mijn prototype. Mijn prototype ziet het daglicht eerst met uitpuilende ogen van water, pas als hij in zijn veelheid van bollingen van mij afgestroomd is, kom ik, als een schim van mijzelf. Hij kijkt rond en kan alleen glazige eenheid van zijn zien. Ik kijk rond en ik zie verscheidenheid.
Hoe roep ik mezelf tot bestaan, waarvandaan kom ik? Wil ik wel geboren worden? Mijn bestaan is gadeslaan. Ik sla gade. Ik registreer. Ik kom zo geluidloos als mogelijk aan de oppervlakte en daar aangekomen installeer ik mijzelf in… stilte, in roerloosheid. Vroeger zou ik op prooi gewacht hebben, maar ik ben al zo lange tijd geleden gestopt met eten, ik heb geen trek meer. Nu wacht ik op… beweging, geluid, iets dat mijn aandacht trekt, iets dat mijn voortgang mogelijk maakt.

Wij wachten. Alle drie wachten wij. Wij wachten op elkaar.
En zo moet ik het laten zijn. Al te vaak heb ik een verhaal voort willen zeulen over onbegaanbare heuvelruggen, langs drooggevallen kreken, mijn tanden stukgebeten op haar taaie huid, om dan, als ik omkeek tot de conclusie te moeten komen dat niemand me gevolgd was. Niemand was achter mij en mijn verhaal aan komen lopen. Nu ben ik vastbesloten het anders te doen. Laat de anderen maar eerst gaan, dan kom ik met mijn verhaal er wel achter aan.

Ik – als altijd – met mezelf April 12, 2009

Posted by ideeflux in : Vanuit de Schaduw, +++ , add a comment

Ik met mezelf

Ik werd wakker in een vreemd land, in een vreemd lijf. De maan keek laag en strak mijn kamer binnen als een witte oogappel in een donker oog. Ik trachtte mezelf te vinden op de plaats waar ik me de vorige dag had achtergelaten, maar mijn levenslust – lees mijn geilheid – lag buiten handbereik. Ik bevond me op een andere plaats in mezelf, maar daar waren de deuren nog niet open, daar had ik mijzelf zogezegd nog niet ontsloten.
De weg vinden in een landschap zonder polariteit, zonder zuigende trekkracht, zonder richtinggevend verlangen.
Nog vrijer worden.
Ik probeerde terug te grijpen, maar niets hielp. Ik moest en zou met onzekere pas vooruit blijven gaan, buiten de begaande paden treden. Ik kijk op om dan tenminste ergens vandaan een vorm van leiding te vinden en gaap weerom recht in het gezicht van maan. In haar aangezicht, haar weerkaatsgezicht, haar blinde allesziende maangezicht. Zonder aanziens des persoons. Niet persoonlijk is zij en toch, of juist daarom, ook mij persoonlijk volledig omvattend. Zij straalt in mijn hart, in mijn wezen, mijn zijn. Zij straalt bij mij naar binnen, waar een ruimte zichtbaar wordt, zacht glooiend bebost, open. Het landschap van mijn jeugd, de eeuwige jachtvelden – ik heb er paardgereden.
Er zijn zoveel plekken geweest waar ik met mezelf alleen liep, steeds weer alleen liep. Niet teloor, maar verloren gevonden, mezelf gevonden in teloor lopen. Mezelf in die alleenzaamheid teruggevonden, mijzelf herkenend in die boom, dat stadsdeel, die brug. Dezelfde passen in dezelfde schoorvoetende nieuwsgierigheid. Voortgedreven door enkel de gewoonte om een volgende stap te zetten.
Ik zie mezelf daar lopen en kom mezelf daar tegen. Steeds weer. Gisterenavond nog, terwijl de anderen praatten over god-weet-ik-wat. Ik nam mezelf naar buiten of mijn voeten, mijn benen deden dat. Ik probeerde eerst nog even met de kinderen te spelen, maar zij hadden meer dan genoeg aan zichzelf. Toen liep ik om het huis heen en daar vond ik me. Zittend in een stoel, luisterend naar het vallen van de avond, de merels, het bronstig hert.
Ik kan mijzelf niet scherper definiëren dan de vager wordende schaduwen aan het eind van een warme dag. De wereld die de tijd nog even rekt met geluiden. Dan de nacht. Nu het doodshoofd van de maan.

De Talibaan, mijn Vriend June 20, 2008

Posted by ideeflux in : Buikspreker, Vanuit de Schaduw, +++ , add a comment

Talibaan

Je vraagt om argumenten? Ga van ons land. Ga van ons land, ga van ons land.
Als je de essentie tot je neemt hoef je niet te eten. Kleine staalharde pillen, zwart als teken, door het hoogste gezegend. Mijn paard schijt enkel nog droge kogelharde keutels. Het zwart van onze ogen is een gat waardoorheen deze met gene wereld samenstroomt, het ziet zowel naar buiten als naar binnen exact hetzelfde landschap. Bloed en stenen. Er is aan niets teveel en juist dat is ons genoeg. Zo vallen wij terug op wie wij waren.
Herken je ons dan niet? Dat wat wezenlijk is in ons is het door jullie zelfgeschapen tweelingdeel, de schaduw van jullie zelfvoldaanheid, de ontkenning van je schuld, door jullie zelf doorheen de historie opgejaagd van land tot land van moord naar moord. Jullie hebben ons gemaakt tot wie wij zijn, wij hurken in de schaduw van jullie gedachten. Achter elke struik, elk rotsblok bevinden wij ons, wij zijn de schaduw die jullie zelf wierpen tot leven gekomen, dat wat jullie destijds achterlieten zijn nu onze wapens geworden. Wij zijn de vijand niet. In ons bevecht je de angst die huist in jezelf. Wij willen jullie vrouwen denken jullie, maar nee, zo is het niet. Dat jullie vrouwen ons zouden willen, dat is jullie angst. Ga van ons land.
Ik tart je ons te zien als wie we zijn. Indiaan, neger, Tibetaan, maori. Ik mag sterven, maar doodgaan zal ik niet. Je mag mij hangen, kruisigen, vierendelen, vermoorden, vergassen. Ik ben onuitroeibaar. Altijd sta ik op in jou als dat deel dat je gemakzucht, je ijdelheid, je hang naar een gemakkelijk leven weerspreekt. Ik leg de heilige boeken maar op één enkele manier uit, ik maak er een zwaard van, een rapier, waarmee ik jou kan scheren of kelen. Dat boezemt je angst in, is het niet? Dat ik in je slaap in je op zal staan. Dat jij je als mijzelf herkent ergens diep in jou. Dat je op een zekere dag wakker wordt en zal moeten zeggen, toegeven, mompelen, het was alles tevergeefs, het was een vergissing, ik wedde op het verkeerde paard. Dan zal mijn harde hand je zuivere vriendschap geven. Maar tot die tijd: ga van mijn land. Geef mij mijn land terug, mijn zinnen, mijn zuiverheid, mijn ongerijmdheid, mijn ongereptheid, mijn onschuld, mijn ongelijk. Geef terug mijn land.
Geef mij het leven terug, de horizon, de aarde, de lucht, het water en alles wat daar groeit. Ga van mijn land.

Zwarte Panter July 11, 2007

Posted by ideeflux in : Vanuit de Schaduw, ++ , add a comment

Panter

Het zal mij benieuwen.
Dat is natuurlijk een soort houding die niet veel goeds doet verwachten.
Geen woord dat zijn holletje nog durft te verlaten, want het zal toch wel niet goed genoeg zijn.

Ik ben een wijde koker. In de wand van die koker zitten oneindig veel gaatjes. Door elk gaatje steekt iets, het meest lijken ze op lontjes van waxinelichtjes. Hier en daar een grasspriet. Als ik aan deze of gene trek, dan komt er een verhaal of een gedachte tevoorschijn. Maar… ik moet wel aan het juiste sprietje trekken, aan het sprietje dat rijp is, dat verbonden is met een verhaal dat makkelijk los wil laten, als het ware in m’n hand wil vallen als een rijpe appel.

Op dit moment sneeuwt het. Dichte sneeuw. Grote zachte vlokken. Een glooiend landschap, een boerderijtje dat net boven een welving in het landschap uitkijkt.
Net als ik me afvraag wat ik hier te zoeken heb duikt er tussen de sneeuwvlokken een donkere schaduw op die ik gelijk herken. Ik schrik. Het is de zwarte panter. (more…)

Het wenselijk Gezicht June 14, 2007

Posted by ideeflux in : Een nieuw Begin, Vanuit de Schaduw, + , 3comments

Wenselijk Gezicht

Ik toon u dikwijls alleen dat wat ik graag wil laten zien.
Ik toon aan mijzelf enkel wat ik graag van mijzelf wil zien.
Harmonie, evenwicht, een gevoel van liefde en zin, zingeving, zinvolheid, zinnigheid. Samenhang. Dat waarvan ik denk dat het mij voedt.
Misschien, inderdaad ja, een soort innerlijk reclamebeeld van mijzelf.

Gisteren was het anders. Alsof er iemand anders in mij woonde, in mij op was gestaan, bezit van mij had genomen, brak ik uit als een leeuw, plotseling.
Uiteenvallen, desintegratie, ontluistering. Gebrek aan samenhang.
Kortom, het andere gezicht van… mij, God, de wereld.

Eerst voelt het als chaos, verlies en versplintering en dan…
begin ik toch weer wat met de overgebleven brokstukken te schuiven.
Ik maak mijzelf een nieuw gezicht.
Van woorden als echtheid, vrijheid, waarheid, ruimte voor iets nieuws.
De noodzaak
van iets nieuws.

Heimee naar Duister May 5, 2007

Posted by ideeflux in : Vanuit de Schaduw, + , add a comment

Josepha

Vanuit de trein keek ik links een groot, donker bos in. Het was magisch, het zoog mij met mijn blik naar binnen. Dit moest niet alleen de woonplaats van wolven, vossen, kraaien, beren, padden en slangen zijn, maar ook van eenhoorns, griffioenen, draken, toverkollen, reuzen, dwergen, trollen en kobolten. Alles wat heeft moeten wijken voor het angstwekkende licht van ons heldere en logische denken heeft een schuilplaats moeten zoeken in dat bos. Alles wat wild is. Wild! – Weet u eigenlijk nog wat dat is, wild? Kunt u uw neusvleugels nog sperren? Heeft u nog een jachtinstinct? Bent u überhaupt nog wel op zoek? – Dat wat schuw is en dat wat van het donker houdt, bevindt zich ook in het bos. – Is er nog wel iets in u dat schuw mag zijn, of heeft u alles in uzelf in de vaart der volkeren naar voren geworpen? Heeft u alles wat u niet aan uzelf beviel, wat niet bruikbaar was of produktief, heeft u dat weggetherapeutiseerd onder het mom van een innerlijke schoonmaak? Innerlijke kaalslag zult u bedoelen. Kolonisatie, wingewesten, slavernij. U denkt dat u vrij ben. Hoor het holle lachen van de wereld. U sloeg uzelf lang geleden al in de ketenen. U bent de minst vrije, de slavendrijver en de gedrevene, de slaaf. U bent slaaf van wat u vrijheid noemt, kennis noemt, licht noemt, verlichting noemt. U bent een geketende en de wereld weent. Het duister weent, het onzegbare weent. U hoort het niet. U slaat manoedig om u heen met uw eigen gelijk. Het is een nachtmerrie, word wakker. Word zo klein als u bent! Want als u hier zo dadelijk niet meer wezen zal, dan zal blijken dat u hier nooit geweest bent, dat u nooit hier geweest bent, op moeder aarde. – Dat wat niet van de mens houdt met zijn lawaai, met zijn zekere weten – Met name dat zekere weten van de mens, dat gebrek aan respect en nederigheid. – heeft zich teruggetrokken. In het donker wordt er vaak over gemompeld, er wordt van gedachten over gewisseld, zonder woorden. Intuïtief, telepatisch. Een samenvoelende samenkomst. Men is niet boos, misschien zelfs niet verdrietig. Het overheersende gevoel is dat van mededogen.
Maar de mens noemt dat het kwaad. Dat is per definitie zo. Dat wat de mens niet begrijpt en niet kent, dat vreest de mens. Dat veroordeelt de mens, daar bindt de mens de strijd mee aan.
Dat wat niet gekend is, schuw is en in het duister leeft, heeft niet per definitie kwaad in de zin. Het is gewoon… duister. Het is onbekend. Het is schuw. Het kan pas gekend worden door dat wat de tijd wil nemen zich aan het duister te gewennen, er mee in verbinding durft te gaan. Dat wat geduld oefent, respect heeft, een andere taal wil leren.

De wereld is een gedekte tafel geworden.
Er zijn mensen die zich erover verheugen: ober, mag ik de kaart even zien.
Mij doet het pijn, pijn aan mijn hart. Ik mis iets, iets wezenlijks. Ik mis dat wat ik niet ken, het onbezoedelde en het onbedachte. Het ongerepte, niet ontworpene, het niet onderworpene.

Wilde Roos April 30, 2007

Posted by ideeflux in : Vanuit de Schaduw, +++ , add a comment

Wilde Roos

Wat bedoel je precies, Frans? Ik bedoel, denk je echt dat je mij, ons helpt door mijn boze woorden uit te schrijven?
Wij denken dat de wereld zo is, inderdaad ja, exact zoals jij dat beschreven hebt. Mooi. Wat moeten we daar op zeggen: knap gedaan?
Wat heeft het voor zin om die woorden op te schrijven, dat vroeg ik me vandaag nog af, tijdens de afwas.
Ze zijn er, ze hangen in de lucht. Iemand moet ze in eigendom nemen.
Ze zijn van mij!

Kijk naar wat iemand eet en je weet wat iemand is. Mestkalveren met van die gele kaarten in hun oren. Varkens in hokken. Kippen. De tranen springen je in de ogen. En al die ellende wordt aan ons opgevoerd. Hier heb je de legbatterij, daar heb je de kippenhokken waar wij in mogen wonen. Wij zijn volkomen gelijkgeschakeld, we wonen aan dezelfde lopende band als waaraan ons voedsel geproduceerd wordt, we staan aan het eind van die voedselketen, want wij worden geacht die rotzooi op te eten. Die treurigheid, die uitzichtloosheid, dat gebrek aan leven, daar voeden wij ons mee. We lopen zelf rond met van die grote gele kaarten in onze oren, of we horen er niet bij. We zijn ofwel geregistreerd en kunnen ons legitimeren of we zijn illegaal. (more…)

Naar het Midden. April 23, 2007

Posted by ideeflux in : Een nieuw Begin, Vanuit de Schaduw, + , 2comments

Bullseye

Wat ik ook tegenkom in de wereld, ik kan het alleen kennen als deel van mijzelf.
De laatste twee dagen dook ik in twee personen die ik in het dagelijkse leven wegduw uit mijn bewustzijn, die ik weiger te begrijpen, waarmee ik me weiger te identificeren. Het vreemde is, dat ik, zodra ik me naar hen toebeweeg, met hun woorden blijk te kunnen spreken, of althans meen dat te kunnen doen. Je zou dit inleven kunnen noemen, ik noem het: de waarheid van de ander in mijzelf herkennen.
Deze twee personen bevinden zich beide aan het uiterste van het spectrum, althans maatschappelijk gezien, maar afgezien daarvan hebben ze erg veel overeenkomsten. Juist ook in de manier waarop ze vrouwen [of het vrouwelijke?] bezien. Het zijn twee varianten op het doorgedraaide mannelijke principe.

Gisteren was ik in de Hamman. Ik stelde me zo voor hoe ze elkaar hier tegen zouden kunnen komen. De een zou de ander masseren, scrubben. De een zou dienstbaar durven zijn, de nader zou zacht en toegankelijk durven worden voor de ander. Ze zouden zien hoe ze onder alle verschillen toch hetzelfde zijn. Beiden zouden naar het midden bewegen, transformeren. Het zou me ontroeren om ze over vrouwen te horen praten op een liefhebbende manier.

Dit is niet louter een gedachte oefening. Indien deze twee personen zich werkelijk in mij bevinden, met deze woordenschat, dan zou het bij elkaar brengen van die twee, het op gang brengen van de communicatie tussen hen, in mij, een helende uitwerking hebben.
Wie zijn die twee [en alle anderen!] in mij, hoe maak ik vrede tussen hen? Wat is daarvoor nodig? Wat hebben zij te bieden? Wat zijn hun ongeziene kwaliteiten. Wat kan en moet ik aan beide van hen vragen? Hoe kan ik hen helpen? Ik ben de tekstschrijver, de regisseur. Hoe maak ik vrede in mijzelf?

Afromen!! April 22, 2007

Posted by ideeflux in : Buikspreker, Vanuit de Schaduw, +++ , 1 comment so far

Oog

Ik vind het een beetje een rare vraag, maar goed. Ik vind het geweldig om mezelf in de spiegel te zien. Elke ochtend. Ik kijk mezelf recht in de ogen en ik heb er zo’n zin in, vanaf het moment dat ik mijn ogen opensla. Het scheren en wassen, mijn stretch oefeningen, af en toe een stukje rennen, ik zie het allemaal als voorpret. Ik zou het liefst gelijk aan de slag gaan, maar ik geniet van al die bezigheden die ik eerst moet doen, omdat ze m’n zin, m’n honger verhogen. Als ik dan in de spiegel kijk na het scheren dan ben ik tevreden, tevreden met mijn heldere ogen, m’n gladgeschoren kaken, m’n platte buik, m’n strakke lijf. Niet dat ik ijdel ben, nee dat is het niet. Ik geniet van mijn vitaliteit. Mijn wolf zijn. Mijn fitheid. Ik voel me lean and mean. Ready to act. (more…)

Afromen! April 21, 2007

Posted by ideeflux in : Buikspreker, Vanuit de Schaduw, +++ , add a comment

Afromen!!!

Hmm. Ze spreken kwaad over ons, maar ze moeten eens wat meer naar zichzelf kijken. Ze leven als zwijnen, ze proppen zich vol met varkensvlees.
Ze zeggen van ons dat we geen respect zouden hebben, maar ze hebben zelf geen respect. Moet je kijken hoe die wijven erbij lopen. Pak me dan, pak me dan. Ja wat wil je dan? Dan pak je ze toch. Heel die vette kliek zit maar te eten en te slempen op terrasjes en in restaurants. Ik weet niet hoeveel lui je voorbij ziet rijden in dikke BMW’s en mercedessen en noem maar op. Met hun vette koppen en hun vette reet. En werken die lui dan zo hard? Ik heb er nooit één wat zien doen. Misschien een beetje papier heen en weer schuiven in zo’ hoge torenflat, beetje de secretaresse in haar kont knijpen. Weet je, ik word doodziek van die gasten. Als ze het verzieken in hun baan, krijgen ze nog een gouwe handdruk mee. Handelen met voorkennis op de beurs. Ah die lui worden simpelweg al vrijgesproken omdat ze een das dragen. En ondertussen maar woekerwinsten maken met put-opties, het splitsen van bedrijven. Afromen noemen ze dat. Dat is toch geen werk man, dat levert toch niks op. Ja, bakken met geld, ja. Maar, kan je het eten, kan je er een huis van bouwen, kan je het aantrekken als het koud wordt? (more…)