Waarom ik huilde

Vorm

Al wat ik kan zeggen is dat ik was, of althans, ik moet geweest zijn. Ik moet toen geweest zijn van wege het simpele feit dat ik nu ben. Ik was toen wat ik maar eenvoudigweg ‘in overgave’ noem. Ik onderscheidde mezelf niet van het overige, van wat om mij heen was. Het voelde, als ik eraan terugdenk – wat eigenlijk onmogelijk is – aangenaam. Het voelde als een inwendige gloed. Alsof alles vanbinnen met een soort magma gevuld was, en mijn magma met het magma van alles om mij heen in verbinding stond. Het was een permanente staat van zaligheid en ik was er van overtuigd – als je dat soort dingen al kan zeggen – dat het voor altijd zou duren.
Toen pakte Hij mij als een stuk speelgoed van de kastplank. Hij blies mij aan. ‘Wees’, zei Hij. Continue reading “Waarom ik huilde”

Vrije Pers

Libanon

Wie zijn wij? Er wordt een foto van ons gemaakt. Daar komen onder- en bijschriften bij. Die worden er blijkbaar bij verzonnen, want ze kloppen niet. Ons wordt niets gevraagd. Wij protesteren, want wij herkennen ons niet in wat er geschreven is. Wij zeggen hoe het zit. Maar of we gehoord worden? Zij maken plaatjes van ons, beelden, ideeën, maar ze zien ons niet. Zij maken een foto van ons en vervolgens interpreteren ze die foto, maar ze luisteren niet naar ons.
Als er lange tijd niet naar mensen geluisterd wordt, dan gaan ze schreeuwen. Anderen gaan een stap verder. Om gehoord te worden laten ze dingen ontploffen. Of zichzelf. Het zijn onze huizen die ontploffen. Zij maken er plaatjes van. Zij interpreteren de foto’s. Zij schrijven er verhalen bij.
Of zou het andersom zijn? Misschien is het wel zo dat ze al een verhaal hebben, een af beeld van ons. En daar zoeken ze dan de juiste foto bij.

Twee dingen:

Twee Dingen

Wat ik voel en mijn gevoel daarover. Ik voel van alles. Been over been, druk in mijn schouders, ademhaling, warmte in mijn buik. Gewoon wat er is… of maar liefst wat er is. Ik kan het aannemen als iets dat er gewoon is en ik kan er met aandacht naartoe gaan en dan is het iets bijzonders. Nu ik dit opschrijf ervaar ik meer het bijzondere ervan dan het gewone.
Dat andere is mijn gevoel erover, hoe voel ik mij met wat ik voel. Dan ga ik een oordeel geven over wie ik ben. Aan de hand waarvan doe ik dat? Maatstaven van buitenaf? Vergelijk ik mij met anderen? Verinnerlijkte uiterlijke maatstaven? Verinnerlijkte ouders en leraren? Als ik dat weglaat, wat is er dan nog om mij te beoordelen, laat staan veroordelen? Ik ben deze, dit voelende. Punt.

Mischien zijn er verwachtingen? Ja. Ik zou elke dag een mooi stukje willen schrijven. Maar wat is een mooi stukje [dank je Pauline!]? Wat ik eigenlijk probeer, elke ochtend, is mezelf tot leven schrijven. In mijzelf recht schrijven wat scheef is. En ja, ik ben nu weer recht.