Automagic

Automagic

Het leven neemt zo’n vaart, het stroomt door onze aderen, door de bomen en struiken door de beek, de lucht, het klopt in de stenen en twinkelt in de sterren. Het is onophoudelijk in beweging en wij worden door die energie aangedreven als een molen door wind of water. Het gorgelt, slurpt, borrelt, het kirt, draait, zwelt af en aan en zwermt op en uit in één onafzienbaar bulderend voortgaan waarin wij slechts even meedansen als een blad in een herfststorm.

Het is windstil. Als ik mijn ogen sluit voel ik hoe het bloed door mijn aderen stroomt met een geweldige levenskracht. Er staat van alles te gebeuren. Het heeft zich aangekondigd. Het is veel en het is goed.
Vanmorgen stond het op het label van mijn theezakje: The energy that makes you fail, can make you win. Als dat werkelijk waar is zal ik binnen afzienbare tijd – als ik mijn oude programmering loslaat tenminste – over bergen energie beschikken, en waarom zou dat niet zo zijn, want theezakjes liegen niet, theezakjes liegen nooit. Theezakjes zijn onschuldig, eerlijk, hardwerkend en ter goede trouw. Er zijn er maar weinigen die in hun relatie met een theezakje op de koffie zijn gekomen, om het zo maar eens uit te drukken. Een relatie met een theezakje duurt weliswaar over het algemeen niet erg lang, maar ook dat is geen algemeen geldende waarheid, want ik kende een student die zijn theezakjes aan een waslijn te drogen hing. Hij beweerde dat het zakje op die manier nieuwe krachten op deed en vervolgens weer goed zou zijn voor menig smakelijke kop.
Als je er op bezoek was mocht je zelf je theezakje uitzoeken. Dat was geen gemakkelijke opgaaf want op een of ander manier zagen ze er allemaal even aantrekkelijk uit en je realiseerde je stante pede dat het hier nu niet bepaald om een oppervlakkige relatie ging, een soort van one night stand – of a one time cup –, maar veeleer om een langduriger verbintenis. Volgend bezoek immers liep je de kans genoodzaakt te zijn van exact hetzelfde theezakje een verfrissende bak te trekken en dus was de keuze een serieuze aangelegenheid.
Wij speelden allebei saxofoon, hij en ik. Wij waren allebei beginners en we speelden klassieke duetten, hetgeen voor de directe omgeving een weinig verheffende ervaring geweest moet zijn, maar mijn lieve ouders stimuleerden ons contact en prezen ons de hemel in uit angst dat ik anders weer in de puberale lethargie zou vervallen waar ik de voorgaande jaren in had verkeerd.

Dáár weer voor had ik blokfluit– what’s in a name – gespeeld. Ik voelde me volledig geblokkeerd door het instrument, maar het was meer iets in mijzelf, daar ben ik nu wel achter. Mijn moeder had alle verwachtingen die zij ooit van zichzelf had gehad, of die haar op haar beurt ooit waren opgedrongen, op mij geprojecteerd. Ik zou niet allen een succes op school zijn, maar ik zou ook artistiek en creatief in geest, letter en beeld de wereld een poepje laten ruiken. Daarmee kwam ik – via een foutieve doch voor de hand liggende koppeling – in een catch 22 situatie terecht. Zou ik de weg van succes kiezen, dan zou ik me uitleveren aan een moeder die steeds meer en hogere eisen aan mij zou stellen, waardoor ik uiteindelijk steeds meer van mijzelf zou vervreemden. Zou ik daarentegen mijn eigen weg willen gaan, dan – zo leek het – had ik geen andere keuze dan me van de door mijn moeder zo begeerde succesrichting af te wenden en dientengevolge te falen. Ik koos voor het laatste en ik moet zeggen dat ik er paradoxaal genoeg een groot succes van gemaakt heb. Ik ontwikkelde een grote bedrevenheid in het spelen van foute noten, zeggen van verkeerde woorden en het nemen van verkeerde beslissingen. Op het moment suprème kon ik er zeker van zijn mezelf niet in de steek te laten. Ik zou falen. Dat stond van te voren vast. Hiermee werd ik een glorieuze winnaar van wat men het verkeerde gevecht zou kunnen noemen.
Mijn beloftevolle carrière startte ik indertijd bij een uitvoering van de plaatselijke muziekschool waarbij ik er met voornoemde blokfluit als enige in slaagde om zowel uit de maat als vals te spelen. Ik voel nog haar verontwaardigde teleurstelling maar herinner me niets van een gevoel van bevrijding.
Buiten was het warm, het leven leek ondraaglijk.

Tot aan de dag van vandaag leek ik mijn eigenheid voornamelijk door te falen te bewijzen. Maar dat wordt anders vanaf nu. Eigenheid is vanaf nu gekoppeld aan succes. Ik speel nog steeds saxofoon. In een band met de edele naam Automagic. Een naam die suggereert dat alles wat goed is zonder moeite tot stand komt.
Nu donderdag 30 juni om 21.00 uur spelen we in Hijazz in Uppsala. Het is het concert van de waarheid. Ik ben niet nerveus, want het kan volgens mij en mijn theezakje niets anders dan een groot succes worden. Krijgt mijn moeder toch nog haar zin.

http://www.myspace.com/automagic11/
ontwerp CD-hoes: Huub Koch, Zichtbare Zaken

Leven zonder Mij

Zonder Mij

Gisteren in de auto zag ik een wolk die precies de vorm had van de lichte pijn in mijn rug.
Ik doe zelf niet veel, maar rond mij krijgt alles moeiteloos gestalte, en in dat alles ben ik op een of ander manier toch nog wel aanwezig, al was het maar als een subtiele vorm van aandacht, als waarnemer of toeschouwer.
Het hout dat zich onder andermans handen slijpt vormt mijn ziel, heelt mijn wezen. Innerlijke weerstand wordt overwonnen terwijl zij het weerbarstige plaatijzer buigen en snijden om het naar hun wil te vormen. Ik ben de wereld die ik zie en zij beweegt zich in mij. Het dansen van de takken met de zacht trillende bladeren herken ik in de cellen van mijn lichaam. Het beweegt, ik word bewogen. Het enige dat ik aandraag is dat ik opgehouden ben me er tegen te verzetten, dat ik me laat gebeuren.

Ik ben een hooghartig persoon, ik woon in een koud en winderig gebouw met hoge ramen. Er zijn veel mensen nodig om mijn leven comfortabel te maken, maar ik heb geen weet van wie die mensen zijn, wat hen beweegt, hoe ze zich voelen, hoe hun leven er uit ziet, noch ben ik daarin geïnteresseerd. Eigenlijk ontken ik de werkelijkheid van hun bestaan in alle toonaarden en dat niet alleen: ik wil het liefst niets over ze weten, ik wil niet het risico lopen dat ik door ze te leren kennen bij hun lot betrokken zou geraken, ik wil mezelf niet verliezen in verbondenheid.
Er is nog iets anders.
Als iets staat te gebeuren wat afwijkt van de dagelijkse routine, wil ik dat het zo snel als mogelijk over is. Juist bij zaken die anderen als prettig of gezellig ervaren kijk ik altijd uit naar het moment dat het voorbij is, wanneer het over en gedaan is, wanneer we, zoals ze zeggen er, met een al of niet plezierig gevoel op terug kunnen kijken.
Eigenlijk wil ik dat er niets gebeurt, dat niets mij beroert, dat ik onberoerd kan zijn en blijven. Dat onberoerd zijn noem ik vrede. Eigenlijk wil ik, als je het op een meer uitgesproken manier zou willen zeggen dat het leven over is, voorbij, afgesloten, iets dat gebeurd is en waar ik met tevredenheid op terug kan blikken.

Op een dag komt er een man aan de poort. Ik heb uitdrukkelijk orders gegeven dat er niemand, maar dan ook niemand wordt toegelaten die zomaar aan komt kloppen, maar deze man schijnt zo’n bijzonder verhaal te hebben, dat mijn bedienden besloten hebben zijn bezoek bij mij aan te kondigen en ik, op mijn beurt heb het gevoel hem niet te kunnen weigeren.
Als hij binnenkomt gebeurt er iets in mijn lichaam. Het is mijn hart, maar daar ben ik me op dat moment niet bewust van. Ik staar in de ogen van de onbekende, zie zijn lippen bewegen, maar hoor niet wat hij zegt. Hij krijg de mooiste kamers van het huis en hoewel ik het me niet herinner schijn ik daar zelf opdracht toe gegeven te hebben.
Hij blijft bij mij, bij ons, en alles verandert. Het licht schijnt, het huis is warm en open en wordt bevolkt door mensen van allerlei slag die ik nooit eerder heb ontmoet. Ik hoor hun stemmen en ik hoor zen lachen. Ik ben verheugd en verbaasd over wat we te eten krijgen voorgeschoteld wanneer we aan tafel gaan. De groenheid van de salade! Uit eigen tuin zeggen ze en hebben een vanzelfsprekende en zelfbewuste trots en openheid als ze me aankijken. We eten als een grote familie. Ik heb niets te zeggen, ik heb werkelijk niets te zeggen, niets meer te zeggen, weet niets te zeggen.
Het neemt geen einde, want het is niet meer te stuiten. Mijn hart ligt geopend en al op tafel. Zo rood! Het vormt het hoofdgerecht. Uit eigen huis, zeggen ze tevreden. Ieder neemt een stukje en allen knikken goedkeurend. Ik proef er zelf van. Het is… heerlijk, het is onweerstaanbaar lekker. Dan volgt een dij, een bil. Als alles op is en er niets meer van me over is, doen we de afwas. We zingen, we lachen, we dansen. het is dwaas maar begrijpelijk. Ik ben het dwaast van allen, zo licht als een veertje. De enige die nog blijer is dan ik is hij die in me is komen wonen. Het leven is ongeneeslijk wonderbaar. We leven, dat mag zo toch wel uitgedrukt worden, met zijn allen in een grote hand, de hand van het oneindig veel grotere, dat zo groot is dat we haar liefhebbende ogen wel kunnen voelen, maar niet kunnen zien.

Door mijn Liefde

Door mijn Liefde

Geest van de wereld verras mij met je levenskracht, je vermogen om alles nieuw te maken. Breng me een verhaal, zing een lied door mij.

Ik ken de hele wereld als mijn broekzak want ik heb in alle tijden en overal geleefd. Als ik mijn ogen sluit kan ik me waar ook ter wereld en ver daarbuiten thuis voelen. Ik weet hoe alles ruikt, hoe zonlicht op een vergeten hoekje valt, hoe kleding op bepaalde plekken harder slijt dan op andere. De vraag is, hoe ik mijn angstkuiten kan kwijtraken, zodat ik weer op de wereld kom te staan. Geef mij een droom die mij sterker maakt.

Ik ben een vrouw in Midden-Amerika. Ik woon in een klein dorp. De ruimte tussen de huizen is van aangestampte aarde. Ik maal maïs. Ik heb geluk want ik heb een goede man, maar ik leef in een cultuur waar de vrouwen weinig rechten hebben en veel plichten. Ik doe mijn plicht met liefde. Ik lijd niet. Op een of ander manier heb ik een grote innerlijke ruimte waar ik mijn energie en mijn liefde vandaan haal.
Het dorp is niet erg mooi of liefdevol. Er is vrij veel ellende en pijn, maar ik slaag er in de pijn van het dorp in mij op te nemen en in mij te neutraliseren. Ik dompel het dorp als het ware in mij, in mijn liefde onder en zo heel ik het dorp en alle mensen daarin. Dat is wat ik doe wanneer ik het meel maak voor mijn maïskoeken.
Als men mijn maïskoeken eet geniet ik in stilte. Mijn koeken zijn populair, ze worden met graagte gegeten. Ik geniet ervan om te zien wat voor uitwerking de koeken op de mensen hebben. Zijzelf hebben niets in de gaten, maar ik kan het verschil duidelijk zien. Het verschil tussen hoe de mensen zijn wanneer ze nog niet gegeten hebben en wanneer ze wel gegeten hebben.
Na de maaltijd ligt er een deken van rust over het dorp, maar ik ben klaar wakker. Ik ga van ziel naar ziel en neem hen de biecht af, zoals ik dat noem. Terwijl ik dat doe word ik begeleid door een groene god uit een oude lang vergeten traditie. Toen hij pas bij me kwam was hij erg gewelddadig, hij sprak kwaad over anderen en stelde me voor hen te mishandelen, te doden, maar ik heb hem getemd. Nu eet hij uit mijn hand en doet alles voor mij. Zo gewelddadig als hij eerst was, zo krachtig is nu zijn genezende gave.

Vannacht had ik een droom. Ik was in een straat die ik niet kende. Mensen liepen door elkaar, ik geloof dat het een soort markt was. Tussen hen in rende een zwarte jongeman die van top tot teen bedekt was met bulten. Hij zag me niet, maar ik kon zijn eenzaamheid voelen, zijn verstotenheid, zijn niet gewild en niet geliefd zijn hier in deze wereld. Als mensen je niet willen is het erg moeilijk jezelf te willen. Als mensen je niet met liefde behandelen, hoe kan je dan de liefde vinden om jezelf met liefde te behandelen? Het moet ergens vandaan komen. Waar komt de liefde vandaan?

Ik had hem graag mee naar huis genomen en in bad gedaan. Ik zou zijn moeder willen zijn, zijn geliefde. Ik werd wakker met een geschaafd hart.
Vandaag is alles anders, of nee, niet anders. Vandaag is alles precies hetzelfde maar veel sterker, veel uitgesprokener dan normaal. Alsof alles een intensere kleur heeft. De maïs is geuriger, het meel is krachtiger, het deeg steviger. De zon schijnt heter, mijn liefde is groter, de groene god die me begeleidt op mijn ronde na de maaltijd is in bloedvorm. Ik neem elke ziel van het dorp in mijn armen en wieg ze in slaap, wieg ze in mijn liefde, doe ze in het bad van mijn liefde.
Daarna ga ik met mijn groene god op mijn mat liggen, wij slaan de armen om elkaar en mijn hart ontbrandt met zulk een fel licht dat ik bang ben me te branden, dat ik bang ben dat het hele huis, het hele dorp af zal branden van mijn liefde.

Ik ben het hart van de wereld. Door mij, door mijn liefde, wordt alles heel.