jump to navigation

Door mijn Liefde June 19, 2011

Posted by ideeflux in : Het Hart Helen , add a comment

Door mijn Liefde

Geest van de wereld verras mij met je levenskracht, je vermogen om alles nieuw te maken. Breng me een verhaal, zing een lied door mij.

Ik ken de hele wereld als mijn broekzak want ik heb in alle tijden en overal geleefd. Als ik mijn ogen sluit kan ik me waar ook ter wereld en ver daarbuiten thuis voelen. Ik weet hoe alles ruikt, hoe zonlicht op een vergeten hoekje valt, hoe kleding op bepaalde plekken harder slijt dan op andere. De vraag is, hoe ik mijn angstkuiten kan kwijtraken, zodat ik weer op de wereld kom te staan. Geef mij een droom die mij sterker maakt.

Ik ben een vrouw in Midden-Amerika. Ik woon in een klein dorp. De ruimte tussen de huizen is van aangestampte aarde. Ik maal maïs. Ik heb geluk want ik heb een goede man, maar ik leef in een cultuur waar de vrouwen weinig rechten hebben en veel plichten. Ik doe mijn plicht met liefde. Ik lijd niet. Op een of ander manier heb ik een grote innerlijke ruimte waar ik mijn energie en mijn liefde vandaan haal.
Het dorp is niet erg mooi of liefdevol. Er is vrij veel ellende en pijn, maar ik slaag er in de pijn van het dorp in mij op te nemen en in mij te neutraliseren. Ik dompel het dorp als het ware in mij, in mijn liefde onder en zo heel ik het dorp en alle mensen daarin. Dat is wat ik doe wanneer ik het meel maak voor mijn maïskoeken.
Als men mijn maïskoeken eet geniet ik in stilte. Mijn koeken zijn populair, ze worden met graagte gegeten. Ik geniet ervan om te zien wat voor uitwerking de koeken op de mensen hebben. Zijzelf hebben niets in de gaten, maar ik kan het verschil duidelijk zien. Het verschil tussen hoe de mensen zijn wanneer ze nog niet gegeten hebben en wanneer ze wel gegeten hebben.
Na de maaltijd ligt er een deken van rust over het dorp, maar ik ben klaar wakker. Ik ga van ziel naar ziel en neem hen de biecht af, zoals ik dat noem. Terwijl ik dat doe word ik begeleid door een groene god uit een oude lang vergeten traditie. Toen hij pas bij me kwam was hij erg gewelddadig, hij sprak kwaad over anderen en stelde me voor hen te mishandelen, te doden, maar ik heb hem getemd. Nu eet hij uit mijn hand en doet alles voor mij. Zo gewelddadig als hij eerst was, zo krachtig is nu zijn genezende gave.

Vannacht had ik een droom. Ik was in een straat die ik niet kende. Mensen liepen door elkaar, ik geloof dat het een soort markt was. Tussen hen in rende een zwarte jongeman die van top tot teen bedekt was met bulten. Hij zag me niet, maar ik kon zijn eenzaamheid voelen, zijn verstotenheid, zijn niet gewild en niet geliefd zijn hier in deze wereld. Als mensen je niet willen is het erg moeilijk jezelf te willen. Als mensen je niet met liefde behandelen, hoe kan je dan de liefde vinden om jezelf met liefde te behandelen? Het moet ergens vandaan komen. Waar komt de liefde vandaan?

Ik had hem graag mee naar huis genomen en in bad gedaan. Ik zou zijn moeder willen zijn, zijn geliefde. Ik werd wakker met een geschaafd hart.
Vandaag is alles anders, of nee, niet anders. Vandaag is alles precies hetzelfde maar veel sterker, veel uitgesprokener dan normaal. Alsof alles een intensere kleur heeft. De maïs is geuriger, het meel is krachtiger, het deeg steviger. De zon schijnt heter, mijn liefde is groter, de groene god die me begeleidt op mijn ronde na de maaltijd is in bloedvorm. Ik neem elke ziel van het dorp in mijn armen en wieg ze in slaap, wieg ze in mijn liefde, doe ze in het bad van mijn liefde.
Daarna ga ik met mijn groene god op mijn mat liggen, wij slaan de armen om elkaar en mijn hart ontbrandt met zulk een fel licht dat ik bang ben me te branden, dat ik bang ben dat het hele huis, het hele dorp af zal branden van mijn liefde.

Ik ben het hart van de wereld. Door mij, door mijn liefde, wordt alles heel.

Grijsblauw June 15, 2011

Posted by ideeflux in : Het Hart Helen , add a comment

Imagine Peace

Het innerlijke landschap met ademwind, bloedstroom en hartslag, maagmeer, suikerspiegel, af- en aanvoer kanalen van allerlei slag, bekabeling t.b.h.v. de elektrische informatiestroom en de oneindige nacht van de intermoleculaire ruimten. Boodschappers die af en aan rennen met nieuws en bevelen, de hormoonhuishouding en het lymfsysteem, het constante afstemmen van de energiebehoeften, het spel van vraag en aanbod op de markt van mineralen en metalen. Als er vrede heerst in het koninkrijk, dan is de wereld gewonnen.

Wij zitten oog in oog met elkaar maar zien elkaar niet. Gelukkig niet. We kijken aan onszelf en elkaar voorbij in het niet-mij, het niet door ideeën in bezit genomene. We ademen rustig en diep.
Ik weet werkelijk niet meer wie je was, maar je ogen waren van een grijsblauw waarin het onbegrensde een plek had gevonden en waar ik, of wat er nog van me over was, zonder vragen werd toegelaten. Een bergmeer met de reflectie van besneeuwde toppen, koel maar niet koud, onpersoonlijk en daardoor juist alomvattend. Alle plekken waar ik ooit was geweest die hierop leken werden tot leven gebracht en hier naartoe gevoerd. Ik die me met de zwaartekracht van mijn eigen verlangen hiernaartoe schrijf.
De aanwezigheid van planten in deze stilte. Hun onhoorbare ademen, hun aanwezigheid, de tederheid van hun zijn. Het feit dat de kat – enkel om ons te plezieren – af en toe miauw zegt, maar voor het overige zijn leven in stilte slijt. De onbeschermdheid, de kwetsbaarheid van hen die zich met hun hele wezen naar buiten keren, die niets achterhouden.

Over de wegen en paden van bemodderde dalen gelopen en zo mezelf thuis gebracht.

Laatste Schaapwoorden [VIII] December 30, 2009

Posted by ideeflux in : Het Hart Helen , add a comment

Laatste Schaapwoorden

Mmmm. De ochtendzon over sneeuw. Ikzelf in een kamer die zijn bestemming nog moet krijgen, een ruimte vol leegte, vol van verwachting.

Er zijn altijd mogelijkheden om dat wat je wenst dat komen gaat nu reeds te proeven, nu reeds naar je toe te halen. Dat wat je graag wil moet er in zekere zin al zijn, anders kan het immers niet komen.
Het is goed als we het einde scherp voor ons zien, dan kan het verhaal zich al gaande een weg banen naar waar het einde als een stralend baken in de donkere nacht staat.

We waren – zo begon het – vanuit Leiden naar de Prinsenhof in Delft getogen om de tentoonstelling van Dirk Bouts te zien. Als vijfjarige vergaapte ik me aan de Middeleeuwse wreedheid van vierendelingen, afgehakte borsten en het hoofd van Johannes de Dooper op een schaal. Omdat het kunst was, was het veilig.
Net voordat we weggingen liep ik door het poortje heen en keek, met mijn rug naar de kerk over het brugrijke perspectief van de Oude Delft. Het was alsof ik wegschoot in een reeds levende toekomst, of ik me op dat moment voor even verloor in dat wat voor een substantieel deel mijn leven zou worden.
Het verhaal dat ik – nog altijd – bezig ben te schrijven moet hier zijn glorieuze einde vinden, maar dan met een omgekeerd perspectief, dus vanaf één van de bruggen in de richting van de Oude Kerk, waarvoor ik als vijfjarige in de toekomst sta te gapen juist voor mijn moeder me in mijn nekvel grijpt om me – voor even – de veiligheid van de auto in te sleuren, ver weg van alle vleselijkheden waar Dirk Bouts zojuist mijn ogen voor geopend heeft.

Zij waren met elkaar in gesprek geraakt, de oude witte krokodil en het meisje. Eerst zwijgend, stamelend, woord voor woord. Angstig, verlegen, vanuit wederzijdse gereserveerdheid, bevooroordeeldheid jegens zelf en ander. Dat dit onmogelijke gesprek plaatsvond was omdat ze beiden niets meer te verliezen hadden.
Op een avond – er moet een maan geweest zijn want ik weet nog goed hoe ik kon zien hoe bij mijn vriend, die zich nog altijd in zijn schuilhoek bevond, de tranen over zijn wangen stroomden – strekte het meisje haar arm over het roerloze water en legde haar hand zonder te aarzelen op de schubbige kop van de krokodil, juist tussen de eilanden van zijn ogen, die zich ogenblikkelijk sloten om als hongerige vissen op zoek te gaan naar de ongehoorde warmte die zich langzaam in zijn voorhoofd verspreidde.
Vanaf die dag is alles snel gegaan, zonder dat mijn vriend de ontwikkelingen verder nog heeft afgewacht. Tot diep in de nacht sleutelde hij aan zijn motorfiets, aan zijn reptielachtige vriend, zijn prehistorische monster, zijn dierlijke zelf. Het ging goed en voorspoedig, hij humde en zong dwaze liedjes, kinderliedjes, zelfgemaakte wijsjes en woorden, wreef zich met zwarte olie over het voorhoofd terwijl hij voor zijn geestesoog langs hel bemaande hemel scheerde.

De krokodil zelf kreeg ondertussen zijn groene kleur terug, want toen meisje haar hand weghaalde was er een groene afdruk tussen de borsten van zijn ogen blijven staan in de vorm van… ja, inderdaad, een soort van vijgenblad, die zich na verloop van tijd als vanzelf over zijn hele lichaam uitspreidde.
Een lange of een korte tijd later waagde zij zich zelfs wijdbeens op de gladde knokige rug en na de eerste voorzichtig rondjes in het botenhuis waren de krokodil en het meisje steeds stoutmoediger geworden, en allengs verkenden ze het nachtelijke zwart van de Delftse grachten tot ze uiteindelijk in volle glorie het einde van dit verhaal binnenvoeren. Over de Oude Delft richting de van verbazing en verrukking opengevallen mond van mijn vijfjarige zelf terwijl mijn vriend op zijn motorfiets grommend van vreugde een perfecte cirkel maakte, rond de torenspits van de Oude Sint Jan, rond de maan, rond de verre planeet van zijn eigen hart.

Kom November 28, 2009

Posted by ideeflux in : Het Hart Helen , add a comment

Kom

Ik ben zowel in als buiten mijzelf aanwezig.
Alles vindt niet alleen zijn einde maar ook zijn oorsprong in deze die ik klaarblijkelijk ben. Het is… alomvattend. In Mij lost alles zich op. Mijn innerlijke ruimte is zo groot als de wereld. Vrede zij met U.

Alles keert zich om. Het hart dat eerst een bron van onrust leek wordt een oceaan van stilte, een paleis van vrede. Elke vreemdeling is er welkom, de paleisdeuren staan altijd open. Elke morgen schrob ik de stoepen. Wie woont er in dit mooie paleis, wordt er aan mij gevraagd. Ik weet het antwoord niet, maar in mijn grenzeloze onnozelheid probeer ik er natuurlijk wel iets over te zeggen. Het moet de schittering van schoonheid zijn die ik door mijn jarenlange schrobben naar binnen gelokt heb. Of misschien is het juist andersom. De schoonheid die hier woont heeft mij tot schrobben aangezet. Dan begin ik te stamelen en uiteindelijk spreek ik waarheid. Ik… ik weet het niet, ik ben enkel de toegewijde dienaar van degene die hier woont.

Open het zeil voor de wind.
Laat je blazen. Gooi de gebroken kom niet weg. Behandel haar met tederheid en je kan nog jaren plezier aan haar schoonheid beleven. De barst die je ziet is de plek waar het licht door naar buiten zal stromen.

Zo Licht October 22, 2009

Posted by ideeflux in : Het Hart Helen , add a comment

Zo Licht

De stilte waar we zo hard voor gewerkt hebben, waar we zo ongelofelijk veel misbaar voor gemaakt hebben, is eindelijk hier. Was – natuurlijk – de hele tijd al hier, maar is nu eindelijk binnen handbereik, voelbaar, aanraakbaar, door het voorafgaand kabaal schijnbaar verhevigd, alsof stilte een resultaat is van drukte. De woorden in hun veelvormigheid ebben nog even na, worden schaarser en vallen dan enkel nog sporadisch als druppels waaromheen de stilte zich condenseert.

Wij klommen omhoog, zij aan zij, hijgend. Boven het Samye-klooster waaide het als een oordeel. De demonen die het klooster indertijd hadden verwoest voor zij door Padmasambhava werden getemd – in zijn wijsheid werden doorzien, door zijn alomvattende liefde verzacht, gehouden, versmolten – waren alert, levend, blazend en puffend op het scherpst van de bergrug aanwezig. Terwijl ze altijd al in onze vermoeide, verdwaasde hoofden over alles en iedereen een feilbaar oordeel zoemden waren ze nu plotseling tot leven gebaard en trokken en sjorden ze aan onze te lichte zomerkleding en de schamele planken van het gammele huisje van de monnik die als een hellewachter aan de frontlinie van de vrede zijn post betrokken had. Het deurtje rammelde en de yakboter-kaarsen op de houten vlonder ervoor woeien bijna uit hun lage potten, bogen als zichtbare geesten naar alle kanten alsof ze trachtten te ontsnappen maar door een geheimzinnige kracht aan de aarde gekluisterd waren. Wij wilden kaarsen branden, meer kaarsen, voor meer licht, meer licht voor ons innerlijk onweer, ons innerlijk gedonder, waar ook de rukkende wind ons van schoon leek te willen blazen.
Hij opende de stenen tempel en wij stapten plotseling in vrede, in een roetzwarte wereld gevuld met eindeloos kalm licht, alsof we met een enkele stap het hele gevecht beslecht hadden, al ons menselijk streven in één klap tot vervulling was gekomen. Alsof Padmasabhava met het enkele gebaar van een hand, de beweging van een wenkbrauw, een mondhoek, zijn oude vijanden – ondertrussen vanzelfsprekend zijn trouwste vrienden – het zwijgen opgelegd had. Alsof hij wilde laten zien dat het gevecht door hem en velen met hem lang voor onze tijd gestreden, ook door ons met een enkel gebaar een enkel kleine innerlijke beweging tot een goed einde gebracht kon worden Wij, jij en ik, zuster, broeder, staan altijd aan die frontijn, altijd aan diezelfde drempel met hem, Haar achter ons, naast ons. Zij maakt het gebaar, wij bootsen haar na. Wij heffen een hand, een mondhoek, een innerlijke steen, een innerlijke koelte. Wij blazen onszelf nieuw leven in met fierse winden, met ongetogen verlangen, met bruuske gebaren. Wij maken ons hart horig, ondergeschikt aan een veel groter hart, wij laten onszelf oplossen in een veel groter licht, wij verbazen ons. Ze hebben ons een naam gegeven, maar wij zijn die naam niet. Wij dragen een naam die we zelf nog niet kennen, die zich zal onthullen door onze daden, door wat we doen en zeggen en door wat wij verzwijgen, ongedaan laten. Wij boetseren onszelf uit de wasachtige materie van onze dromen, onze wensen, ons verlangen. Wij trekken een onnavolgbaar spoor van eigenheid en juist daarin lossen wij op. Wij lossen onze naam in door haar te leven.
Wij staan op de top van onze eigen berg als een scherprechter, een zwaardvechter. Wij snijden zin van onzin, niet voor de wereld maar voor onszelf. Wij temmen het geroezemoes van ons hart, vervolgens doen wij één enkele stap en wij bevinden ons in vrede. Daar herkennen wij onszelf en alles en iedereen om ons heen als degene die we werkelijk zijn, naamloos, gewichtloos, tijdloos.

De monnik glimlachte met een verre blik die ons toch allebei persoonlijk raakte en toen wij afdaalden waren wij verderlicht en hilarisch. Wij dwarrelden als sneeuwvlokken naar beneden, als partizanen van een luchtleger, als vlammen uit een drakebek. Beneden gekomen stegen honderden, duizenden, honderdduizend zwarte vogels op, als bij toverslag van de goudverlichte stupa afgetekend tegen het zwartblauw van de vallende avond. Alsof het hele enorme gevaarte, die enorme koepel gewichtloos geworden was en mee de lucht in getild werd.
Zo licht waren wij, zo was het licht. Zo licht is het.

Duitsland als Medicijn July 30, 2009

Posted by ideeflux in : ++, Het Hart Helen , add a comment

Germanium

Één kamer in mijn huis, mijn leven, heb ik gereserveerd voor de fantastische dingen die ik nog ga doen, voor dat wat nog invulling moet krijgen. Mijn hart slaat onregelmatig en daardoor bouwt het te weinig druk op zodat de rest van mij te weinig zuurstof krijgt. Alsof de molen in de leegte maalt, tevergeefs klapwiekt tegen een gebrek aan weerstand. Één kamer van mijn hart staat leeg, droog. Mijn vader had een studeerkamer. Hij was er nooit. Ik wil ontsnappen aan dat waaraan ik mij gebonden acht. Hier lig ik, tussen jouw rug en de muur. Waarom geef ik mijzelf zo weinig ruimte. Hoe kan het dat van de hele wereld die me gegeven is alleen dit kleine plekje is overgebleven.
Het maalt in mij. Mijnhart maalt droog en mijn hersens malen, vermalen dezelfde vraag tot stof. Waarom stond die kamer leeg in ons huis? Ik probeer de muren roze te schilderen, het meubilair te verschuiven. Waarom niet alle ruimte gebruiken, benutten. Ik hou van jou, dat hoeft geen betoog, maar waarom zou ik genoegen nemen met dit kleine plekje waar jij om de haverklap wil binnentrekken als een leger hongerige mieren?
Ik ga vroeger naar bed om een deel van mijn leven terug te veroveren. Op wat? Wat of wie eet mijn leven op?
Waarom gebruikt hij die kamer niet, waarom niet dat geschreven wat geschreven dient te worden, waarom niet dat geleefd dat als het ware smeekt om geleefd te worden. Het is zo ongekend wat in die kamer in mij, in die kraamkamer geboren dient te worden. Mijn hart maalt lege slagen omdat het niet gevoed wordt met dat wat essentieel is. Leegte is mijn leven binnengeslopen, de kamers om mij heen staan leeg terwijl ikzelf enkel een klein hoekje op de vergetelheid weet te bevechten.
Ik ga eerder naar bed en voel me trots op mijn eigen plek. buiten brult het leven om koffie en thee. Het gezelschap beneden, aan de andere kant van de deur, vergaapt zich aan levensdaden. Mijn zelfbevochtenheid gaapt in eenzaamheid. Hoe krijg ik het leven in mijzelf rond, de eindjes aan elkaar geknoopt, de leegte gevuld met vriendschap, werkelijke eigenliefde?
Ik ben mijn vader niet. En toch… de stenen die de ouders laten liggen moeten door de kinderen worden opgeraapt. Ik moet die leegstaande kamer vullen, het verlangen niet leeg laten draaien, mijn levensruimte invullen met warmhartige daden. Droom aan daad koppelen, liefde aan beweging, versmelting aan ruimte, inzicht aan horizon.
Mijn lichaam in breedte dragen, voldragen zijn, uit mijzelf eindelijk tot volle wasdom geboren worden.
Er staan allerlei herinneringen in de studeerkamer, als een monument van geleerdheid, als een monument van een eerder geleefd leven. Duitsland. Rivieren die door donkere wouden stromen, de hartklop van eenwording. Mijn vadersland, op jonge leeftijd door hem verlaten.
Al die tijd denk ik dat er een stofje aan mijn systeem ontbreekt, een elementaire bouwsteen. Ik spreek met Erika over mijn vroegtijdig ouder worden, vanwege haar heldere oogopslag, haar vitaliteit. Zij heeft Duitsland verlaten omdat ze het onverdraaglijk vindt in een land te wonen waar maar één taal gesproken wordt, dus ze woont in Brussel. Heel veel alternatieven heeft ze natuurlijk niet, Zwitserland misschien, maar dat vindt ze te opgeruimd.
En inderdaad, ze heeft iets voor mij. Iets voor planten. De naam alleen al vult alle lege ruimten in mijn wezen: Germanium. Keer terug naar daar waar je vandaan komt. Drink dat water, vul er het bloed in je hart mee aan. Wordt weer vol. Vol van zijn. Duitsland als medicijn. Duitsland, als symbool van alles wat je verwerpelijk achtte, van dat wat je verre van je wilde werpen, van dat waarvan je je nadrukkelijk wilde distantiëren, weer aan je hart drukken. Jezelf heel maken met dat wat je wegduwde. Duitsland als Jood van de wereld in je armen sluiten.
Duitsland heeft niet stilgestaan, het leeft, het beweegt, het ademt. Het heeft zichzelf in de ogen gekeken – iets dat degene die haar wegwierpen nadrukkelijk weigerden te doen. Het is vol van mooie jonge meiden, serieuze toegewijde jongens. Germanium, de vaten aanslaan, thuis komen in waar ik vandaan kom, vol van hart zijn, niets meer buitensluiten.

Degene met de Beste Argumenten heeft daarmee nog Geen Gelijk July 8, 2009

Posted by ideeflux in : Politiek!, ++, Het Hart Helen , add a comment

Hoofd

Ik zag de kop van de politicus weer opduiken die zich jaren geleden, volgens het bijschrift, de woede van zeer velen op de hals gehaald zou hebben. De gebroeders de Witt indertijd, bij de gevangen poort. Het hoofd dat te grazen wordt genomen door de darmen, d’armen van geest. Het hoofd dat al die tijd dictaten opdringt aan de handen, het hart, het onderlijf. Het ongelofelijk irritante van die gelijkhebberige blik, de afgeslotenheid daarvan, het zelfbeschermende, denigrerende, het hoog boven in de ivoren toren gejaagde. Ik herken mijzelf, mijn eigen moed der wanhoop wanneer ik met argumenten mijn eigen ongelijk met een intellectuele draai in een zegen wil veranderen. Niet luisteren naar dat wat er zo onbeholpen gezegd wordt, enkel omdat het zo onbeholpen gezegd wordt.
Als iemand niet in staat is zijn of haar betoog van de juiste argumenten te voorzien, zich in het daarvoor iedereen ter beschikking staande Algemeen Beschaafd Nederlands uit te drukken, dan hoef Ik als Hoofd daar toch zeker niet naar te luisteren. Ik kan toch zeker geen aandacht besteden aan elke burp, boer of scheet uit de regionen van de onderbuik.
En dan verbaasd staan te kijken wanneer de vandalen komen, wanneer het gepeupel, het losgeslagen straat gewoel, bij wijze van argument met een mes gaat zwaaien of een bom gaat gooien. En dan de voorspelbaar bekakte reactie van het hoofd. Hé, hé, dat hadden we zo niet afgesproken, zo doen we dat toch zeker niet in een democratie.

Het hoofd heeft zich niet alleen meester gemaakt van de macht, maar ook van alle machtsmiddelen. Het heeft zich de taal toegeëigend en een absolute censuur ingesteld op alle andere uitingsvormen. Alles wat niet door die censuur, de ambtenarij van het hoofd komt, alles wat niet van de juiste leestekens voorzien in drievoud wordt ingediend, wordt simpelweg niet gelezen, sterker nog: voor het hoofd bestaat iets eenvoudigweg niet als het bestaan ervan niet wetenschappelijk is aangetoond.
Dit plaatst het hoofd in het ongekende isolement waar alle alleenheersers mee te maken krijgen. Uit puur lijfsbhoud buigen alle ministers en dienaren als knipmessen en de zonnekoning zelf kan nergens een plekje schaduw ontdekken, omdat de donkere plekken nu eenmaal per definitie onzichtbaar zijn vanuit het stralende middelpunt dat hij zelf is. Zo meent hij in alle oprechtheid de volledig foute conclusie te kunnen trekken dat er geen schaduw bestaat.

Sire uw einde is naderende, uw koninkrijk houdt binnenkort op te bestaan. Wat zegt die man, wat is dat voor koeterwaals, kunt u dat voor me vertalen? Gooi die snoodaard buiten, hij vergat mij almachtige te noemen. Hij sprak niet met twee woorden. Hij beargumenteerde zijn stellingname niet correct. Wij duelleren hier met het floret, wilt u zo goed zijn uw houwdegen af te doen?
Het hoofd zal struikelen wegens het gebrek aan voeten. Om opnieuw te kunnen bloeien dient het hoofd opengebroken te worden. Dat hoeft geen bloedbad te worden, maar onvermijdelijk is het wel. Het is niet genoeg voor het hoofd om een andere taal te leren, zich bij te scholen. Het hoofd zal zich moeten buigen, zich willig dienstbaar moeten maken aan dat wat het eerst met koele blik meende te overheersen, het hart, de handen, de longen, de darmen, de seksuele organen, de dieren, het warme lijf van moeder aarde.
Lief hoofd, lief klein hoofd, huil je ogen nat, word zo klein als je bent, leg je moede zelf te rusten in je armen, in de armen van geest.

Heel June 6, 2009

Posted by ideeflux in : +, Het Hart Helen , add a comment

Heel

Wat wil hij? Wat wil het? Waarom woorden vangen, waarom wat vrij rondzweeft in woorden teneergedrukt?
Ik vroeg het aan de boom.
Dit is het spel mijn vriend. Ik doe precies hetzelfde, ik groei takken en bladeren, stam en wortels uit het bijna niets, dan laat ik mijn bladeren weer vallen in diezelfde bron, enzovoorts tot ik er zelf met huid en haar weer in verdwijn.
Dit is het spel van creatie, van wortelen en ontwortelen, van worden en ontworden, van woorden, verwoorden en ontwoorden. Van vragen en antwoorden.

Wij zwegen, we zeiden lange tijd niets. Ik leunde tegen een boom die er niet was, ik sloot mijn ogen.

Ze waren naar het meer gegaan, de vrouwen. Er is zoveel leed opgesloten in de wereld, gevangen in de wereld als een verwoestende huilbui, een donderwolk. Die wereld is in ons, die wereld is buiten ons, wij zijn die wereld. Wij lopen een pad naar binnen, wij lopen een pad naar de rand van het meer.
Vroeger, misschien wel eeuwen geleden, had daar een huis gestaan. De man die er woonde was zo arm geweest dat hij vaak niet in staat was zijn vier kinderen te eten te geven. Slechts af en toe daalde er iemand af naar het rand van het meer beladen met voedsel om de ergste honger te stillen.
Op een dag was, in zijn bootje op het midden van het meer, berustend in radeloosheid, verzwakt, geknakt, de maat vol geweest. Eerst nog het ritueel geworstel met water, maar al gauw daarna het water halen met grote gulzige teugen rechtstreeks de longen in, in een vertwijfeld korte poging weer terug kieuwen te groeien, weer vis te worden. Dan, losgeraakt van de stam, daalde zijn blad in trage cirkelgang van vrede naar het almaar duistere hart van het water.

In ieder van ons is iemand verdronken, wij hebben allemaal op onze tocht naar vrede kinderen in wanhoop moeten achterlaten.
Daarom dalen wij af naar de rand van het meer. Wij zingen voor hem of haar gevangen in het verdriet van de aarde, wij zingen voor onze eigen hopeloosheid, omdat wij zelf achtergelaten zijn somtijds, wees geworden, overmand door verdriet.
Wij zingen dat verdriet los in onzelf. Wij bevrijden het leven dat gevangen zit in dat verdriet, met de kracht van de vrouw die opent, wijder maakt, verwarmt, met de kracht van de man die sluit, bevriest, op slot doet. Wij openen de aarde, de wond, wij zingen de aarde open. Wij sluiten dat wat pijn had in ons hart, wij geven het onze tranen, wij doorhuilen ons verdriet, wij koelen onze woede, onze razernij. Dan liggen wij zwaar ademend ruggelings in de armen van wie ons draagt, ons terug kracht geeft, ons ruggegraat en huid doet groeien. Ons weer op slot zet, afrondt, heel maakt. Wij zeggen dat wij de aarde helen, maar de aarde was al die tijd al heel. Zij heelt ons.
De aarde is ons lichaam, zij bewaart onze tranen in liefde tot wij zelf in staat zijn ze te huilen.

Ik ben de Brug naar Nieuw April 21, 2008

Posted by ideeflux in : +++, Het Hart Helen , 1 comment so far

Ik ben de Brug naar Nieuw

De hoge piep van een vrachtwagen die achteruit rijdt. In mijn droom zoen ik steeds jonge vrouwen. Omdat alles wat ik droom voor een aspect van mijzelf staat, verlang ik er blijkbaar naar om frisheid te liefkozen, mijn eigen frisheid. Mijn eigen bedauwdruppelde huid.
Mijn eigen nieuw zijn in oudheid.
Als het zacht weer is kunnen wij onszelf eindelijk weer eens binnenstebuiten keren, onszelf luchten. We waren gisteren allemaal op de been of fietsend, een tikje verbaasd dat alles er nog was, dat wij er zelf nog waren. Goedkeurend knikten we naar elkaar. Een vrouw was op een geïmproviseerde manier haar ramen aan het zemen, ze lachte tegen mij. Tegen mij!
Wat gaat dit voor zomer worden? Zon op huid. Langzaam het water inlopen tot je er door bent, om even later weer op te drogen aan de warme lucht. Vogels zien, bloemen. Het zich ontvouwen van de bladeren, de frisse nieuwsgierigheid van jonge dieren.
Uiteindelijk bleek mijn auto niet meer te repareren. Toen de cylinderkoppen waren afgevlakt en met een dikkere koppakking weer gemonteerd, bleek het carter compressie op te bouwen. Een nieuwe motor was de enige mogelijkheid, harttransplantatie. Ik heb mijn auto voor 100 euro verkocht, maar mijn hart houd ik. Ik heb geen zin in transplantatie, dat lijkt me niet zinvol. Ik houd mijn eigen hart, hoewel mijn hart net zoiets heeft. Het maakt geen volle slagen, de slagen die het doet zijn niet voor 100% effectief. Ik ben zelf niet voor 100% effectief. Misschien wordt er compressie in het carter opgebouwd, misschien is er iets met de kleppen.
Het is moeilijk volledig te rusten in iets wat niet rustig is, maar het is wel mijn hart. Ik wil het ermee doen. Ik heb haar zelf zo in mijn borst laten groeien.
Als alles omkeerbaar is – en waarom zou dat niet zo zijn – dan groeit zij weldra tot rust in mij. Ik groei weldra tot rust om haar, als een brug over woelig water, zo vlij ik mij neer.

Schoonheid March 21, 2008

Posted by ideeflux in : Schilderijen, ++, Het Hart Helen , 1 comment so far

Schoonheid

Hmmm. Even proeven. Even proeven aan de witte pagina, langs het water lopen, een teen dippen. Waar gaat het over. Ik weet misschien al wel waar het over gaat, maar ik weet nog niet zo goed hoe ik het water inkom. Mijn gedachten cirkelen als een steenarend, als een gier om een woord waar ik de juiste betekenis van op moet zoeken: r e s e n t m e n t.
Het blijkt ‘verontwaardiging’ en ‘wrok’ te betekenen. Dat laatste komt al dichterbij wat ik meen te proeven in dat woord. Ik zou het omschrijven als het vasthouden aan een eerdere negatieve overtuiging, het vasthouden aan een veroordeling, een tegengevoel dat in zekere mate geheiligd wordt. Het onvermogen om door het gevoel van diepe afwijzing, de ander of de situatie nog te zien zoals ze is, of mogelijkerwijs zou kunnen zijn.
Dat is van de oude tijd. Dat is zoals we het vroeger deden, ons ingraven in stellingen. In onze tegenheid de ander verloochenen en daardoor op een diepere niveau onszelf verloochenen, onszelf – levenslang soms – in de weg zitten. (more…)