jump to navigation

Zoo Lang December 1, 2009

Posted by ideeflux in : Lieve Gedachten , add a comment

Zoo Lang

In dat lange lijf van mij helemaal van daar naar hier gereisd. Van daar waar mijn voeten in een grazige weide aan de rand van een beek staan naar hier waar ik me hoog in de stad te slapen leg. Mijn lieve lijf zo lang dat ik er niet uit kan vliegen, treinen. Altijd maar weer thuis komen in deze, deze dierbare, dit dierbare. Overal zo thuis zijn, zo kind aan huis, zo vertrouwd.
Ik neem mijzelf mee als een kind aan de hand. Ik vertel mezelf het een en ander over wat er zoal te zien is. Ik maak iets te drinken. Neem stapels door van wat allang geen post meer genoemd zou mogen worden. Ja, ik ben nu hier, nu weer hier in mijzelf. In mijzelf deze kostbare plek weer teruggevonden.

Ik kan mij niet meten aan anderen, omdat ik zo deze ben, omdat ik zo een ongelofelijk lang lijf heb, omdat ik in hier zo thuis ben.
Ik weet dat er veel rumoer is in de wereld, veel verdriet en onzekerheid, boosheid. Zoveel onrechtvaardigheid, zoveel gebrek aan dromen. Ik doe mijn best om er iets van mee te krijgen, maar ik hoor enkel de reflectie, het weerkaatsen van het geluid als van voetstappen in een nauwe straat.
Ik ben zo bereid om… dood te gaan, om achterin de rij te gaan staan, om af te zien van enige aanspraak op, en nochtans krijg ik dit allemaal. Het is bijna te veel.
Nu dit weer, deze woorden. De rubberbanden op asfalt, de tram die over de stalen brug zingt. Mijn beperkte vermogens die juist precies toereikend zijn om… tot hier te komen. Mijn lijf dat precies zo lang is dat mijn voeten de vloer raken. Het brein dat – wat een geluk – bereid is bij tijd en wijle te stoppen, zodat ik uit de gedachtetrein kan stappen in het oneindige landschap van vrijheid. Het hebben van een taal, het hebben van woordvoeten in een oneindig wit sneeuwlandschap.

Klus Geklaard February 19, 2009

Posted by ideeflux in : Lieve Gedachten, ++ , add a comment

Klus Geklaard

De kale pagina. Mijn houding daartegenover. Wat tovert zich uit het wit tevoorschijn? Waar komt dat vandaan, wat is de deur waardoor dat komt?

Soms is de titel van een boek genoeg. Ik zie de kaft, lees de titel en voel de inhoud. Misschien niet de exacte inhoud van het boek, maar de inhoud die in mij ontwaakt door het lezen van de titel. De droom van mijn vader.
Buiten is de enthousiaste harteklop van rubber op steen. Ze zijn 4 man sterk en helen de stoeptegels rond een nieuwe parkeermeter aan. Er spreekt saamhorigheid uit. Het delen van vakbekwaamheid. Het samen klaren van de klus.
Ik weet niet of mijn vader er in geslaagd is het beste van hemzelf tot leven te leven. Maar als ik naar hem kijk met mijn innerlijk oog hoef ik me niet meer te beperken tot degene die hij was. Hij was immers ook degene die hij had kunnen zijn en degene die hij in diepste essentie met zich meedroeg. Dat is het zaad dat hij in mij uitgezaaid heeft. De mogelijkheid tot het mooiste van mijzelf uit te groeien. Het eren van de droom van mijn vader is niet zozeer het najagen van een of ander ideaal dat hij gehad mocht hebben. Het gaat eerder om het inwendig openen naar de mogelijkheden die hij – in de al of niet geopende envelop – aan me heeft doorgegeven. Mijzelf ontvouwen naar de best mogelijke versie van mijzelf, wat hetzelfde is als de best mogelijke versie van mijn vader in mij tot wasdom laten komen.
De ander zodanig tegemoet treden, dat de ander in jou tot zijn beste zelf kan ontkiemen. De ander goedgespiegeld aan zichzelf teruggeven. Mijn vader goedgespiegeld aan hemzelf, mijzelf. Ik goedgespiegeld als een lege spiegel.
De motor slaat aan met een daadkrachtige ronk. Klus geklaard. De 4 man rijden weg in een busje en voor de parkeermeter, smetteloos omringd door strakke stoeptegels, staat de eerste klant.
Hoe wij naar de wereld kijken is wie we zijn. Je houding bepaalt wat je uit de witte pagina van het leven tevoorschijn roept als Mozes die met zijn staf op de rots slaat. Steeds weer. Het beloofde land zo dichtbij. Wij maken deel uit van dit grote slaan, dit grote geklop, dit sesam open u. Als met de rubberen hamers op de stoeptegels toveren we steeds iets anders tevoorschijn dan wat we dachten dat we zouden doen. Iets nieuws, iets onverwachts, iets onverwacht groots.

Bloem September 14, 2008

Posted by ideeflux in : Lieve Gedachten, +++ , add a comment

Bloem

Ik wil iets, iets met woorden. Is het woordloze niet goed genoeg? Jawel, jazeker, maar het woordloze wordt zo smakelijk, zo transparant, zo tastbaar met een klein woordje erbij, als een koekje bij de thee.
Ik fluister woorden van liefde. Kijk, voel, zie, hoor. Ik lispel in mijn oor, ik tjilp in mijn boom, ik ga met ranke vleugelslag van tak tot tak. Ik zit nog even binnen met mezelf hoewel buiten een stralende dag vraagt of ik buiten kom spelen.
Gisteren deed ik een puzzel. Gaandeweg loste ik de puzzel op. Ik at de gezellige geborgenheid van het puzzelen op, juist door te puzzelen. Af en toe keek ik op, zodat ik wist wat ik aan het doen was en hoe gezellig het was, hoe geborgen, hoe veilig, hoe onnozel. Zo thuis. De kaarsen brandden.
Later ging ik omhoog om te schilderen. Ik schilderde een man als een bloem, openbloeiend, als een uit zichzelf geboren worden.

Ode aan het Onbedoelde June 12, 2008

Posted by ideeflux in : Lieve Gedachten, +++ , 2comments

Onbedoeldheid

Het verlies van bladeren, naalden, huidschilfers, roos, de kleuren die naast het schilderij terecht gekomen zijn, in de spoelbak, op het palet. Het zaad dat niet in vruchtbare aarde maar in lakens, in sokken, pyjama’s zijn voorlopig einde vindt. De woorden die weliswaar gezegd zijn maar nooit gehoord, wel geschreven maar niet gelezen. Dat wat met de wind verspreid werd en in een hoek van de tuin, op een plek in het bos, ergens onder een struik toevallig samenwaaide en daar een nieuw leven start. Een uitzendbureau voor dat wat kansloos geacht werd. De miraculeuze boom die daar op een goede dag uit groeit. Gedachten die terloops, nonchalant, betekenisloos, doelloos te hoop lopen, zich door broei en smet bevruchten, broedplaats worden van voosgedachte eieren en juist zodoende een geheel nieuwe theorie tot leven wekken. De geschiedenis van de kansloze overlevers, de teken, de taaien, de schubkevers, de schorsgravers. De restvorm die hoofdvorm wordt. Dat wat uit je kleren te voorschijn komt wanneer je ze uitschudt, tot leven gebracht, op rijm gezet. Al mijn vergeefsheid tesamengeveegd tot iets monumentaals en alsnog geëerd voor wat het waard is. Al die gedachten die geen vorm konden krijgen omdat het bed ervoor nog niet gespreid was, het beleg dat niet de rustplaats van een broodje vond.
Het smachten, het onvervuld wijdbeense. Tijdbladeren die van een kalender afdwarrelen en ik die ze opvang, er alsnog iets van maak, iets leuks, iets voor op de schoorsteenmantel.
Ik had een rode jas gekregen met gouden knopen. Tijdens de voorstelling hield ik de gordijnen open voor de paarden, de goochelaar, de contorsioniste. Dat wat na een voorstelling onder de circusbanken achterbleef verzamelde ik in een plastic zak. Op die manier gaf ik al die toevalligheid een nieuwe identiteit. Ik was dichter zonder het te beseffen. Ik verdichtte toevallige rommel tot de voorlopige identiteit van een gevulde vuilniszak, een kleine en misschien niet eens noodzakelijke fase in een eindeloze reis. Onze bewuste daden lijken zo vaak hun doel te missen maar het onbedoelde vindt altijd feilloos zijn weg.

Thuis March 10, 2008

Posted by ideeflux in : Lieve Gedachten, +++ , add a comment

Thuis

Het is goed om thuis te zijn. Dezelfde muziek uit mijn eigen luisprekers klinkt toch anders, beter. Ik voel mijzelf terugstromen naar mezelf. Beetje bij beetje. Beetje eb, beetje vloed. Terugebben naar zelf. Leegstromen van teveel aan ander, teveel aan gezelligheid, aan kout, aan samen. Leve de stille vreugde van samen zijn met mezelf.
Ik zat tegenover mijn vader aan de ontbijttafel. Het witte ochtendlicht veegde hele stukken van zijn gezicht weg. De hond was er als een wachtende, tedere aanwezigheid bij zijn benen. Ik zat tegenover hem. Het was de tijd dat ik hem steeds maar bevroeg over het leven, over zijn eigen vader, zijn jeugd, zijn gedachten. Wat zal ik hem nu eens vragen, dacht ik.
Toen pas, opeens, zag ik hem. Voor het eerst kon ik hem zien als wie hij was, niet als mijn vader, mijn persoonlijke bron van hoop, wanhoop en frustraties, maar als de ander, een ander. Breekbaar, jong of in ieder geval pasgeboren, net uit het ei. En er was tederheid. Hoe hij zich liet aanraken door het ochtendlicht. Het onzichtbare verband dat er bestond tussen hem en de ontbijtspullen op tafel, de theedamp. Naakt, kwetsbaar, gevoelig. Alléén ook. Het was stil rondom hem. Hij hoorde die stilte, hij bewoog in haar en – godzijdank – ik hoorde haar ook en daardoor kon ik haar laten zijn.
‘Wat is het stil hè, pa.’ Dat is alles wat ik zei. Hij keek mij vanuit een zekere diepte aan, een verwegheid, verwonderd bijna over de aanwezigheid van een ander. Hij knikte. Ik knikte. Wij zwegen.
Het was het meest diepgaande gesprek dat ik ooit met hem gehad heb.
Ik draag het bij me als een verbond.

De Vriendvijand February 21, 2008

Posted by ideeflux in : Lieve Gedachten, ++ , add a comment

Holland Loves Muslims

Datgene dat je niet wil, diegene die je er liever niet bij wil hebben, dat wat je buiten wil sluiten, heeft je iets te zeggen. Het is je vreemde vriend, je harde vriend, de vriend die je iets laat zien dat je liever niet wil zien, die je iets in je oor fluistert dat je liever niet wil horen. Wat je in de ander veroordeelt is dat wat je in jezelf geen plaats kunt geven.
Elke keer als ik langs de moskee kom wanneer die uitgaat ben ik verbaasd over de warmte die me tegemoet straalt. Mannen die elkaar omarmen, de hand vast houden, elkaar diep in de ogen kijken. Ik ben daar soms best jaloers op. Ik mis dat een beetje. Het behoren tot.
Wij kunnen pas groeien als we over onszelf heen kunnen klauteren om de ander te ontmoeten. Als we in onszelf over een barricade heen klauteren om dat wat anders is in onszelf, in onszelf te begroeten, welkom te heten.
Het was voor mij onmogelijk om over mijzelf heen te klimmen om bijvoorbeeld Wilders c.s. te begroeten, die angstige in mij, degene die alles veilig, vertrouwd en bij het oude wil houden. Gisteren vond ik hem opeens. Gisteren liep ik teloor. Eindelijk weer eens, eindelijk weer eens in naaktheid met mezelf. Alsof iemand plotseling de wollen mantel van mijn genoeg aan zelf zijn had weggetrokken.
Ik loop rond in Uppsala. Na al die jaren spreek ik nog geen Zweeds. Opeens zie ik mijn verschrikte gezicht in de spiegel, grijs, alleenzaam, koud, verwaaid, niet gegrond in zelf, niet geliefd door zelf. Dat is natuurlijk degene die ik niet wil, die verstotene, die vreemde, die eenzame. Met een ruk wend ik me af, en daarmee bezegel ik mijn lot, bevestig ik mijn eenzaamheid.
Juist dan is het van belang dat ik op mijn schreden terugkeer en de verloren zoon van mijn zelf in mijn armen sluit.

Gisteren liep ik tenslotte bovenstaande actie tegen het lijf, op internet. Ik vind het een leuk idee en ik ondersteun het volledig. Eigenlijk staat er natuurlijk Holland loves Holland, of ik houd van mijzelf, alles van mijzelf. Op onderstaande link kan je de petitie tekenen en/of een T-shirt bestellen.
http://hollandlovesmuslims.com/

Zoals wij bij elkaar naar binnen schijnen January 12, 2008

Posted by ideeflux in : Lieve Gedachten, +++ , 3comments

Stonehenge

De hele nacht heb ik aan u gedacht, aan jou. Aan hoe wij levende wezens bij elkaar naar binnen schijnen. Hoe het is om op die ene bijzondere manier gezien te worden, alsof het die ene manier van zien is die in ons juist die kwaliteiten tevoorschijn tovert.
Ik dacht eraan hoe ons bewustzijn en onze levenswijze in haast onleesbare tekens inslijten in de palm van onze hand. Hoe die tekens gaandeweg veranderen, terwijl de hiëroglyfen in Egypte onwrikbaar vast gebeiteld lijken te zijn in steen en toch… dat ook zij veranderlijk en zacht zijn als wijzelf, als onze huid, omdat elke keer als wij met onze zaklantaren over die zo dichtbije onleesbaarheid schijnen, zich steeds weer nieuwe interpretaties opdringen. Dat heel de wereld dus zacht en veranderlijk is als de binnenkant van onze hand.
Wij zijn zelf die kamer waar dat licht naar binnen schijnt, als van een passerende auto, een vuurtoren, waardoor onze onverwachte kwaliteiten onthuld worden. Wij zijn zelf dat tastende licht. Jij bent zo ontvankelijk, open zoekend, schuchter doortastend, het is heel apart, de enkele keer dat je mijn kant opkijkt onthult zich iets teers en breekbaars in mij. Ik mag je graag zien en liever nog word ik door jou gezien. Zoals wij mensen, wij levende wezens, wij die eigenlijk geen naam hebben bij elkaar naar binnen kijken, ons aan onszelf laten zien, hoe de meubels staan, het behang is, de vloerbedekking. Het is allemaal van een ongelofelijke schoonheid, dichtbijheid, en oprechtheid.
Wat ik je wilde zeggen is dat ik je wilde bedanken voor dat. Voor er te zijn, voor het af en toe deze kant op kijken van jou. Ik hoop dat je je door mij gezien voelt. Wij zijn zo van hetzelfde. De manier waarop je naar me kijkt onthult in mij precies de kwaliteit waarmee je naar me kijkt. Jij maakt mij, jij maakt mij stralend, en omgekeerd kan het niet anders zijn. Wat ik met mijn tastzoekende blik, mijn vuurtorenstralen tot mijn grote verbazing in jou meen te ontwaren is iets ongelofelijks schoons en teders in mijzelf.
De tijd beitelt hiëroglyfen in onze handen, onze grafkamers zijn leeg, wij openen ze steeds opnieuw, de stralen van onze zaklantarens onthullen steeds meer van onszelf. Ik ben je ongelofelijk dankbaar. Zo gezien te mogen worden. Ik ben je dankbaar voor de aandacht en de tederheid en de nauwkeurigheid waarmee je dit hebt opgeschreven. Ik voel de aanraking ervan, de tot leven wekking. Jij wekt mij tot leven, ik kan niet anders dan jouw schoonheid zijn.

Houding December 23, 2007

Posted by ideeflux in : Lieve Gedachten, ++ , 1 comment so far

Ontvankelijkheid

Hoe staan wij in de wereld?
Onze houding bepaalt hoe wij de wereld ervaren.
Het is niet zo dat de houding iets oproept.
De houding die je aanneemt, is dat wat je ervaart.

De houding van dankbaarheid is vervulling,
de houding van deemoed is vrede,
de houding van niet-weten is wijsheid,
de houding van willen is boosheid,
de houding van overgave is liefde.

De houding van ontvankelijkheid
schreef deze woorden,
de houding van ontvankelijkheid
heeft ze gelezen.

Ik ben met zijn Tweeën November 25, 2007

Posted by ideeflux in : Lieve Gedachten, ++ , add a comment

Vloeibaar

In mij ben ik met twee aanwezig. Degeen die alles weet en degeen die alles moet vragen, degeen die dit schrijft en degeen die dit leest. Degeen die alles wenst te begrijpen en degeen die de ander vasthoudt in onwetendheid.
Degeen die wil kennen baseert zich op wat hij onderscheidt, op het trekken van grenzen. Daardoor is hij begrensd. Door zijn eigen natuur. Hij zegt: ‘dit en dit kan ik kennen, en dat wat ik ken dat is wat er is.’ Hij weet niet dat daarbuiten onnoemelijk veel meer is, namelijk dat wat de moeder is van dat wat bekend is: dat wat onbekend is. Dat wat eventueel nog gekend kan worden en dat wat nooit gekend zal worden. Dat wat gekend is wordt gehouden door dat wat onbekend is. Dat is die ander in mij. Wij zijn met velen. Wij houden alles wat leeft in onze vele armen. Altijd, alles, niets kan daaruit vallen. Wij zijn – niet in onze woorden, maar die van jullie – de heiligen, de sjamanen, de witte broedres en zusters, de tijdreizigers, degenen die vrij zijn en van andere planeten komen, kortom, zij die beloofd hebben terug te keren om te helpen. Ik ben één van hen. Wij houden dat wat gekend is en dat wat gekend wil worden in onze armen als een goede moeder. Wij zijn de vroedvrouw van deze wereld. Wij zijn aanwezig bij haar continue baren.
Degene in mij die alles wil weten leest deze tekst en schudt zijn hoofd. Wat is dit nou weer. Met zijn snoeimes van rede zou hij er niets van heel laten. Maar hij is murf geworden, slaperig, overmand door de zachte aanraking van hen die hem houden. Hij is… een potentiële overloper. Hij weet al bijna niks meer, hij weet al bijna alles.
Vanochtend in bed was alles in mij zo zacht en warm. Ik dijde uit naar de hoeken van mijn bed, de uithoeken van het universum. Ik was… volledig vloeibaar, ingestapt in de stroom. Ik was stromend, ademend. Er was geen enkele reden om daarmee te stoppen, dus stroomde ik in mijn lijf, mijn ochtendjas in en uit, en in deze woorden, deze mompelingen, deze onverstaanbare rimpelingen.
Er zijn er twee in mij aanwezig. Degeen die alles begrijpt en degeen die dat maar moeilijk kan bevatten.

Het Convergeren November 12, 2007

Posted by ideeflux in : Lieve Gedachten, +++ , add a comment

Convergeren

Alles komt bij elkaar, als een… onvermijdelijkheid. Het is van nature. Dat wat eerst wegvloog komt nu weer terug. Als vanzelf, geen moeite, geen wens, geen smeekbede. De geliefde woont steeds dichterbij. Alles vindt zijn plaats, terug in het huis van het hart. Alles volgt de innerlijke logica van verbondenheid. Het enige dat gevraagd wordt is geduld, of nee, geduld is niet het goede woord, geduld impliceert dat er gewacht wordt, verwacht, en dat is al veel te veel. Wat gevraagd wordt is dat je de verbinding houdt, de hartslijnen openhoudt naar dat wat zich van je af beweegt. En het komt vanzelf weer terug, dichtbij. En zelfs dat hoeft niet eens. Niets kan zich uit jouw nabijheid bewegen. Deze muziek bijvoorbeeld. Deze viool.
Ik at mijn bord leeg. Er zat nog een beetje rijst in de pan. Ik deed alle rijst op mijn bord, tot de laatste korrel. Zo at de Buddha. Hij at zijn bedelnap altijd helemaal leeg, tot aan de laatste korrel rijst. De Buddha, zo wordt gezegd, at vaak bij arme mensen en door zijn bord helemaal leeg te eten toonde hij zijn dankbaarheid. De Buddha at met grote aandacht. Hij was volledig aanwezig in dat wat hij op welk moment dan ook deed. Als wij in volle aandacht eten, dan eten wij als de Buddha. Dan is er geen onderscheid tussen ons en de Buddha. Dan is er enkel eten.
Dat is hoe alles bij elkaar komt. De telefoon gaat. Er wordt enkel het juiste gezegd. Iemand rijdt langs m’n huis. Ik ken die persoon niet. Ik hoor alleen het geluid van de auto.
Ik doe zo ontzettend weinig. Ik vind het vaak moeilijk om dat tegen iemand te zeggen. ‘Hoe gaat het,’ vragen ze, ‘en… wat doe je tegenwoordig.’ ‘Ik eh… doe eh… niets.’ Er wordt een beetje schaapachtig gelachen. Wenkbrauwen gaan omhoog. Als ik er over praat wordt het alleen maar verwarrender. Ik vind het moeilijk uit te leggen hoe vol alles voelt. Vol van weinig.
Ikzelf vlieg weg, maar ik kom ook aan. Gelijktijdig. En ergens anders natuurlijk. Ik heb een tuin geplant vandaag. In omgekeerde volgorde, misschien dat ik er morgen een foto van kan laten zien. Ik haalde de planten uit de aarde en stopte ze terug in potten. Ik knipte takken af die ik centimeter voor centimeter had zien groeien. Ik was niet verdrietig, niet weemoedig. Ik was dezelfde. Ik bedoel ik was degene die plantte en nu was ik degene die de planten weer ophaalde. Ik was leven en dood.
Het is misschien wel onvermijdelijk dat we samenkomen, samenvallen. Dat wij hetzelfde worden, dezelfde. In de dood ja, natuurlijk. Maar misschien al daarvoor, lang daarvoor. Misschien al nu. Mijn schrijven valt samen met jouw lezen.