jump to navigation

Nachtleven July 4, 2009

Posted by ideeflux in : Droom en Werkelijkheid, + , add a comment

Nachtleven

Ik ving een nachtvlinder in mijn koplampen. Wij waren volledige vreemdelingen voor elkaar, ik in mijn machinewezen en dit dartelend vrije in de avondlucht.

Ik kan zien, maar ik ben ook blind. Ik ben voornamelijk een blinde en daarnaast kan ik ook nog zien. Mijn lichaam is als een blinde mol in de duisternis, het voelt zich een weg, het voelt zich een leven als een worm in een appel. De tempel van het lichaam is het voelpaleis, het voelparadijs, het zijnswezen. Het lichaam is altijd met gesloten ogen, naar binnen luisterend. Omat ik met mijn ogen het lichaam kan zien meen ik dat het lichaam zelf kan kijken, dat het zichzelf in licht baadt.
Ik heb nog steeds de onhebbelijke gewoonte om, zoals dat heet, vrouwen met mijn ogen te verslinden. Het is een rudiment uit een vorig leven waarin ik min of meer door mijn libido bestuurd werd.

De handen van de blinde vrouw masseerden mijn schouders maar reikten diep in mijn lijf, rechtstreeks naar mijn lust, mijn sluimerend verlangen. Er was onmiddellijke aanraking en herkenning, de brand sloeg uit, maar toen ik me omdraaide en naar haar keek, blusten mijn kijkers, mijn ogen, de afstandshouders van de ziel, de dienaars van de rechterlijke macht van mijn zogenaamde bewustzijn, ogenblikkelijk het lichaamsvuur. Ik zag haar blinde ogen en ontkende bij hoog en laag dat ik haar gekend had, ik loochende onze diepe verwantschap, onze gelijkheid, onze vriendschap, het diepe weten van mijn blinde lichaam.

De nachtvlinder lichtte helwit op in de koplampen, maar waarschijnlijk was ze grauw. Ze was één met de avondbries en de lichtgevende velden onder een donkere hemel. Ik was een vreemde in een niet-voelend lichaam met ogen op steeltjes.

Transparant Wit March 11, 2009

Posted by ideeflux in : Droom en Werkelijkheid, + , add a comment

Transparant Wit

Misschien, Deo Volente, als God het wil, Inshallah, als mijn verlangen in het verlengde ligt van Gods verlangen, als ik handel in het verlengde van mijn eigen verlangen, in het verlengde van mijn eigen bestaansgrond.

’S nachts ziet hij alle onderdelen van het huis dat hij aan het bouwen is tot in de kleinste details voor zich en overdag is hij er getuige van dat het gestalte krijgt, precies volgens droomplan. Tijdens het snijden van de gember en de knoflook [hij kookt al jaren hetzelfde] maakt hij steeds weer dezelfde wandeling naar de man die bomen plantte. Die man blijkt nooit werkelijk bestaan te hebben, maar tijdens zijn tocht ziet hij steeds overtuigende bewijzen van het tegendeel.
Als hij aan het eind van de dag zijn ogen weer sluit bouwt hij zijn huis verder af. En zo voort. Totdat de hele droom af is, als een glazen paleis straalt in het breekbare ochtendlicht. Vervolgens spat alles als een zeepbel uit elkaar, maar wonderlijk genoeg gaat daarbij niets verloren. Alles is, net als muziek, gemaakt van het wegsterven van klanken. De samenhang in dat wegsterven, het al of niet aanwezig zijn van harmonie, dat is waar we van genieten.

Ik stel mijzelf weer samen uit de verschillende onderdelen zoals die in allerlei hoeken en gaten van mijn droomwereld verspreid liggen.
Vandaag schilder ik het plafond van mijn gedachten.

Lichaamstaal February 8, 2009

Posted by ideeflux in : Droom en Werkelijkheid, ++ , add a comment

Lichaamstaal

In het midden van de nacht aan de haring gedacht.
Hoe zij zij aan zij, zichzelf reflecterend in de ander, de grote diepten doorstromend, samen één gedachte vormen die groter is. Met elkaar spreken door te glinsteren van weinig licht. Dan het plotseling gelijktijdig wenden, de scherpe lijnen van de staartvinnen als evenzovele uitroeptekens.
Die koele frisheid in mij. Het is niet zo dat ik uit die grote diepten een gedicht op wil vissen, zoals een delver naar goud de aarde openbreekt en aldoende de schoonheid vernietigt die hij zegt te zoeken. Ik breng het gedicht van mijzelf naar de diepten van de aarde en kus haar daar, diep in mijzelf wakker. Ik kus de diepere cellen in mijzelf wakker.
De oceaan van de nacht is rondom mij. Ik zwem daarin en u ook. Wij reflecteren elkaars lichaam, dat is wat lichaamstaal genoemd wordt. Wij zwemmen langszij. Wij begrijpen zonder woorden.

De zegen van de crisis. Dat dat wat niet meer werkt door de mand mag vallen. Dat we op zoek gaan om het anders te doen. Dat wat zich hoog boven ons opsloot van zijn toren moge vallen. Dat dat alles in het water valt. Dat wij voer voor vissen worden. Dat wij uiteindelijk weer eens aan de beurt zijn voor onze portie lijden. Dat wij de dieren vrijlaten uit hun gevangenissen, dat wij ze om vergiffenis vragen. Dat de kip in ons, het varken, het kalf, zich kunnen oprichten.
Dat wij weer opzoek gaan in versheid, ongebondenheid, altijd nieuwheid, onaangedaanheid. De haring laten zwemmen in ruim water. Gedachten zich oningeblikt laten laven aan de bron. We hoeven de gezamenlijkheid niet af te dwingen want wij zijn al samen. Vang het weinige licht op dat wij in dit duister refecteren. Laat wat we niet weten onze leidraad zijn. Vervel, wees nieuw! Wees neus van haring.
Herstel het oude niet.

Het Doorgangshuis September 29, 2008

Posted by ideeflux in : Droom en Werkelijkheid, Schilderijen, ++ , add a comment

Het Doorgangshuis

Zij was aangekomen in een ander gebied van zichzelf. Ze kon niet vertellen hoe het gebeurd was, wat ze ervoor had moeten doen of laten, of wat haar had geholpen. Het enige dat ze ervan kon zeggen was dat ze op een ochtend simpelweg onder een andere hemel wakker was geworden, in een soort verbazingwekkende licht- en openheid. Alsof de grauwe deken die vijf jaar lang over haar heen gelegen had van haar was afgetrokken.
Moest ze nu spijt hebben van die vijf jaar?
Nee, natuurlijk niet. Spijt is de klauw van de grauwe deken in een laatste poging je terug te trekken in dat wat voorbij is. Ze lacht. Het gaat nergens over. Het gaat nergens naartoe. Ik ben oneindig licht. Ik heb mij door mijn angsten op laten eten en er is niets meer van me over dan een vrouw met overgewicht. Dat gewicht draag ik met sierlijkheid, met mijn eigen potsierlijkheid. Ik ben deze, ik ben eindelijk deze geworden. Ze zoent me op de mond, wij dansen, wij dansen en draaien, we verdwijnen en komen terug. Vanochtend in bed bedacht ik me: ik sloop het plafond uit mijn kamer en dat wat daarachter zit, schilder ik hemelsblauw.

Aankomen September 12, 2008

Posted by ideeflux in : Droom en Werkelijkheid, +++ , 1 comment so far

Aankomen

Uit de drukte omlaag zakken in niemandsland. Achteroverleunen in de stoel van het zelf.
De handen vouwen, bidden. Lieve moeder… is Maria hier? Natuurlijk, stomme ezel, hoe kan je dat nu vragen. De tranen in de ogen, tranen van herkenning. Het opgeven van uiterlijk vertoon. Een plaats nemen op de achterbank, in slaap dutten. Hartstochtelijk verliefd worden op dat waarvan je zeker weet dat het je zal ontwijken. Die zekerheid inbouwen. Blind worden en juist daardoor vinden. Aankomen in de geheime tuin, de tuin waar iedereen over spreekt maar die niemand lijkt te kunnen vinden.

Woordenspieghel May 22, 2008

Posted by ideeflux in : Droom en Werkelijkheid, ++ , 2comments

Woordenspieghel

Weer niets te melden. Misschien is het wel een goed teken, maar het is zo saai. Het oog wil ook wat, het hart, het verstand. We willen allemaal wat. Ik wil een deel van mezelf, ik wil mezelf weerspiegeld in woorden. Ik wil in mijn woordenspiegel kijken. Spiegeltje, spiegeltje aan de wand, wie is het mooiste in het land. Dat bent gij koningin. Dat bent gij, schrijvertje mijn. De manier waarop u mij schrijft, hoe kan ik anders dan mijn schepper tot een lofzang zijn?
Ick wil U behaaghen! Ick wil U dienen. Ick wil proncken met mijne veeren. De satijnen glansch van mijne kleeren, het kaerslicht, de conversatie, het wildgebraet. Altijdt maer eten. Loncken. Versieren.
Dat wat ik zag viel bij mij in een milde put, een soort van doofpot. Alles wat teveel lawaai maakte, zijn zinnen te buiten ging, kwam niet meer uit die put weerom. De soberheid van hier te zijn. De oneindige mildheid daarvan, de liefde.
Ik flirt met u die ik niet kan zien. Ik hoop dat de spiegel aan de andere kant transparant is en dat u daar staat terwijl ik het ene woord pas na het andere. Staat deze kleur rood me wel goed? Deze kleur wijsheid. Deze gematigdheid. Wat dunkt u van mijn woordkeus, van mijn… – ja, laat ik het maar vragen – van mijn… zijn? Denkt u dat wat ik denk, dat dat waard is om gedacht te worden? En het plaatje wat ik er vervolgens bij vind, is dat niet goed gekozen, geen verrassende combinatie?
Als ik mijn stukje af is kan ik het vaak niet nalaten er in het voorbijgaan steeds weer een blik op te werpen, alsof ik een nieuw kledingstuk aan heb, net naar de kapper geweest of op het punt sta uit te gaan. Dit omhulsel, deze zak met beenderen, deze kleren van de keizer.

Door een klein raampje konden bezoekers zien hoe de Zonnekoning zich aankleedde. Dat was een voorrecht dat aan maar enkelen was voorbehouden. Vandaag was u de gelukkige.
U heeft zojuist gezien hoe ik me hul in een wolk van woorden, maar ik ben bang dat ik u tegengevallen ben, dat u zich bekocht voelt, dat u te weinig waar voor uw geld gekregen heeft. Daarom wil ik u graag iets meegeven voor de terugreis, iets aardigs, een pleister op de wonde. Iets verrassends, iets echts.
Die spiegel waar u doorheen meende te kijken, was – u vermoedde dat al – helemaal niet transparant. U keek naar uzelf. En onder deze laag van woorden is werkelijk niets te vinden. Niets, leegte, ruimte, weidsheid. Enkel dat wat verandert. Dat wat ons tot dezelfde maakt.

Zwijgwoorden May 4, 2008

Posted by ideeflux in : Droom en Werkelijkheid, ++ , 1 comment so far

Zwijgwoorden

De allermooiste momenten zijn toch die tussen jou en mij, U en mij, mijzelf en mij. Dit zwijgzame samenzijn. Dit aan één woord genoeg, dit ademen van zelfde adem.
Wij spreken altijd tegen Vasili de kat, maar hijzelf gaat zwijgend door het leven, hij verbindt zich zwijgend met de dingen. Zijn leven is tegelijkertijd volledig openbaar en absoluut geheim. Ik kijk ernaar met verwondering.
Wijzelf hebben ook zo’n leven. Wij bedekken het alleen zo graag onder een dikke laag met woorden, dat wij er niet meer zwijgend bij kunnen zijn, zoals een stoel naast de tafel, zoals Vasili onder de trampoline, zoals Vasili in het aardbeienbed.
Ik zit naast u. Wij zijn verschillend – mag dat alsjeblieft? Er is niets glorieuzer dan het verschillend zijn, het anders zijn. Dat is de brandstof, de maakstof, de drijfstof van deze wereld – u en ik volledig verschillend, onbegrepen naast elkaar zittend en toch, mede daardoor, juist daardoor, geheiligd, gezien, verstaan.
Precies zo leeft u samen met uzelf. De gewone en de onbegrepene, degene die u meent te zijn en daarnaast de onbekende onverwachte, de woordloze, de teloorgelopene in aardbeienbed, de ontwaker in middernachtelijke vreemdheid. Tussen die twee kan alleen maar een verstandhouding ontstaan als de eerste durft te zwijgen. Zijn voelarmen durft uit te strekken, zijn zwijgwoorden durft te laten klinken. De ander… onbegrepen durft te laten zijn.
Ik zie de dankbare blik van de onbegrepene, als van een hond, dankbaar om gezien te zijn in juist die ene kwaliteit waarvoor de ander tot nu toe vaak zo stekeblind was.
Wij zitten samen op de bank in de avondzon. Zelfs de vogels zwijgen. De aarde valt terug naar zichzelf, valt terug op haar eigen moederschoot. Het avondrood kleurt onze gezichten. Begrijpen doen we er helemaal niets meer van, maar het zwijgen van de avond vult zich met een… altoos weeten.

Kauw April 8, 2008

Posted by ideeflux in : Droom en Werkelijkheid, ++ , add a comment

Kauw

Even snel, zonder doel, zonder vooropgezette rede. Even onverwacht als zonlicht in een drukke straat, als een momentopname van iets waarvan je de betekenis niet weet, niet echt. Wij geven onszelf en elkaar richting door simpelweg te bewegen.
Kauw zit op parkeermeter, kijkt om zich heen, onderzoekt dit universum op eetbaarheden. Zo doen wij dat allemaal. Wat er van onze gading is wordt in het bestaan geroepen, springt tevoorschijn. Omgekeerd misschien ook: dat wat zich steeds ongevraagd aan ons opdringt is dat wat we nodig hebben.
Ben benieuwd hoe dat zal gaan vandaag, wat zich nu weer zal openen, zal openbaren. Het hoeft niet per definitie iets fris te zijn, iets nieuws. Misschien is het een oude sleetsheid, een vermoeidheid, een herhaling van gedane doen dat zich manifesteert, dat voorbijkomt voor de laatste keer, dat er enkel is om afscheid te nemen, afscheid van te nemen, te negeren.
De lente komt ondanks de koude. Alles opent zich hoewel het voor ons te koud is om er lang bij stil te staan. Maar opeens is het zover, zonder dat we het in de gaten hadden is de lente daar, de zomer. Dan graaien we ongeduldig en opgewonden in onze buidel op zoek naar de sleutel waarmee we onszelf van het winterslot kunnen draaien.

Wijland January 21, 2008

Posted by ideeflux in : Droom en Werkelijkheid, ++ , add a comment

Samen

… op een of ander manier een begin maken, een begin forceren, door het papier vuil te maken, door er wat woorden op te smeren. Dan van een afstand kijken of het misschien toevallig ergens op lijkt. Zolang het nergens op lijkt is het goed. Droomwezens trekken zelden schone kleren aan. Een kok die een dikke buik heeft bewijst daarmee nog niet dat hij goed kan koken. Er zijn zaken aan de andere kant van de muur die het leven aan deze kant veel aangenamer zouden kunnen maken. Lijkt dit al genoeg op niets, zodat er iets nieuws uit geboren kan worden? Wij lopen lange dagen samen door onafzienbare weilanden. Wij breken ons hoofd over allerlei zaken, we zijn er bijna uit. Maar… er is niets te begrijpen. Op onze schouder zit een goede geest, die graag onze gids zou willen zijn, maar wij luisteren niet naar hem, we zoeken het liever zelf uit. We houden ons met bijzaken bezig, met geruis, met dat wat tussen ons en het leven instaat.

Er is niets te willen. Ik wil wel iets met letters, maar mijn willen duwt de letters weg, zodat ze geen woorden kunnen worden, zodat ze zinloze klanken blijven. Dan geef ik het op. Ik zet mijn hartsluizen open, ik laat tederheid stromen, aandacht, gebrek aan zingeving, gebrek aan wil, aan overtuiging en kijk de woorden stromen als tranen, als adermhaling, als dichtbije lichamelijke tederheid. Het maakt niet uit dat ik steeds verkeerd begrepen word. Wij leven in verschillende werelden. Als de zon in het ene land opgaat, gaat hij onder in het andere en toch is het dezelfde zon. Wij hoeven elkaar helemaal niet te begrijpen, dat is het grote misverstand. Wij zijn steeds bezig met dat wat ons gescheiden houdt, met de heg, het hek, met dat waarvan we denken dat het ons anders maakt.
Ik bouw een hek van woorden, ik scherm een stuk gebied ermee af. Binnen dat hek groeien woorden als lianen, als woekerende aardbeienplanten. Het is mijn tuintje en ik kan straffeloos net zoveel van mijn eigen aardbeienwoorden eten als ik wil, maar misschien zijn ze wel giftig voor iemand anders. Als ik door de poort ga kom ik in een woest land. Niemand heeft hier de woorden ooit water gegeven. Ik denk dat er niet te leven valt, te droog, te winderig. Hier willen geen aardbeien groeien en dus leven er mensen waarvan ik de gebruiken maar niet kan begrijpen, niet wil begrijpen. Zij hurken bij elkaar in lage huizen, tegen de wind, de koude. Zij hebben nog de oude gewoonte van mededeelzaamheid, van het delen van voedsel, van gemeenschap, van vanzelfsprekende vriendelijkheid. Het is hartverwarmend, maar ik houd ze voor onnozel. Dat samen is hun enige manier van overleven. Ik vind het van een grote schoonheid, maar… zo primitef. Het is duidelijk dat ze nog een hele ontwikkelingsgang door te maken hebben. Zij hebben nog niet geleerd elkaar niet meer nodig te hebben bijvoorbeeld.

Galapagos in Rotterdam December 7, 2007

Posted by ideeflux in : Droom en Werkelijkheid, ++ , 1 comment so far

Galapagos

Omdat iemand een pakje komt bezorgen ga ik aan de slag om mijn deurbel te repareren. Ik kan niet bij de draad komen waarvan ik weet dat de ratten hem hebben doorgebeten. Dan gaat de telefoon: of ik wel eens aan een ouderwetse trekbel gedacht heb. Wat een idee!

Precies op dat moment wordt er aan de brievenbus gerammeld. Het is de bezorger van een groot pak. Er zit een prachtig boek in over de mooiste natuurgebieden op de hele wereld. Ik sla het boek open bij de Galapagos eilanden. Het is schitterend. Het water, de dieren, alles. Ik zou daar eigenlijk moeten zijn, op dat strand, met de zon in mijn gezicht. Maar ik ben te oud of, het is niet goed voor het millieu om daar helemaal naar toe te vliegen. Even later loop ik door de straten van Rotterdam om een trekbel te kopen. Het is aangenaam winderig.
Dat was niet aardig zo daar even jegens mijzelf. Om niet hier te willen zijn maar daar, om mijzelf, die hier is, zomaar in de steek te laten voor een plaatje, en dat ik niet de juiste leeftijd zou hebben. Ik ben immers precies juist genoeg oud. En de duiven dan. Zie ik hun schoonheid niet?

Die avond was ik ergens in Mongolië. Het duurde lang. Regelmatig dacht ik mijzelf terug naar de tochtige straat waaraan ik woon.