Blauwdruk

Narcissus

Er fonkelt een diamant in het duister. Het straalt in het donker. Innerlijke kracht, innerlijke rijkdom. Volledig met zelf vervuld zijn. Innerlijke schoonheid, waardigheid. Adeldom. Eigen souvereiniteit. Gaafheid. Volledigheid.
Ik wist van het bestaan niet af tot ik er vanochtend naar vroeg. Zij was er in mij nog niet, omdat ik de mogelijkheid van haar bestaan nooit had overwogen. Zo kunnen wij dus blijkbaar blind zijn voor allerhande kwaliteiten enkel en alleen omdat we ze in onszelf nog niet zichtbaar hebben gemaakt. Maar het is mogelijk met iets nieuws, iets dat tot nu toe ongekend was, kennis te maken, als je om te beginnen de mogelijkheid openlaat dat het onbekende bestaat en wanneer je vervolgens nieuwsgierig en nederig genoeg bent om het te leren kennen, het in je als mogelijkheid te doen ontvouwen. En er moet een vraag zijn, want een vraag is de blauwdruk van het antwoord, de bouwtekening.

Kloten

Mandarijn

Ik heb eindelijk weer eens een muis gevangen en terwijl ik mijn soep eet kijk ik naar hem of haar. Gevangen muis, bang natuurlijk.
Ik ben niet opgetogen maar verdrietig. Sinds ik mijn eigen angst zo duidelijk ben tegengekomen en ze dagelijks in de ogen kijk, ben ik milder geworden, om niet te zeggen eerder geraakt door de oneindige kwetsbaarheid van het leven.
Mijn kloten liggen in hun lauwe zak op de koude rand van de keukenstoel. Ik ben van vlees en bloed vandaag, dat wil zeggen van materie. Dat wil soms zeggen: ‘maarliefstmaterie’, heilige stof, onkenbaar deelgenoot van ons bestaan. ‘Energie’, zeggen wij, met een blik alsof we het antwoord op alle vragen gevonden hebben; we vervangen het ene woord door het andere, dat is alles, maar dat zullen we elkaar nooit toegeven – de dingen zelf gaan onverstoorbaar hun gang achter hun dunne huid van woorden.

De muis is, nu ik opkijk, rustig zijn neus aan het wassen, terwijl Bach piano speelt op mijn radio. Toen ik eens op een berghelling gevangen zat, bleef ook daar de wind met bloemen spelen.

Soms daarentegen ‘slechtsmaterie’: alleengelaten moleculen draaien doelloos hun rondjes in een overigens lege ruimte.
‘Maarliefst- en slechtsmaterie, het gaat erom het juiste midden te vinden’, zeggen wij vertwijfeld tegen elkaar als gold het een formule die het leven zou kunnen bezweren.
Mijn kloten worden kouder, ik trek mijn kamerjas omlaag, en ook de muis doet wat hem het verstandigst lijkt. Hij schikt zich in de situatie en geeft zichzelf een uitgebreide wasbeurt.

‘De middenweg’, denkt muis, ‘bevindt zich niet alleen zelden in het midden, maar ligt ook voor iedereen en op elk tijdstip op een andere plek’.
Vrede is niet iets wat we buiten onszelf kunnen vinden, maar dat wist u al. Een cowboy bewaart zijn evenwicht op een bokkend paard: er is een hoop gedoe en beweging, maar de cowboy handhaaft zijn evenwicht op het paard met schijnbaar gemak. Je adequaat richten naar de omstandigheden, zou dat vrede zijn?

Met gepaste vertwijfeling tracht de muis zich een uitweg te zoeken uit zijn plastieken val, de onneembare vesting van de vrijheid.