jump to navigation

Blauwdruk January 31, 2008

Posted by ideeflux in : Een nieuw Begin, + , add a comment

Narcissus

Er fonkelt een diamant in het duister. Het straalt in het donker. Innerlijke kracht, innerlijke rijkdom. Volledig met zelf vervuld zijn. Innerlijke schoonheid, waardigheid. Adeldom. Eigen souvereiniteit. Gaafheid. Volledigheid.
Ik wist van het bestaan niet af tot ik er vanochtend naar vroeg. Zij was er in mij nog niet, omdat ik de mogelijkheid van haar bestaan nooit had overwogen. Zo kunnen wij dus blijkbaar blind zijn voor allerhande kwaliteiten enkel en alleen omdat we ze in onszelf nog niet zichtbaar hebben gemaakt. Maar het is mogelijk met iets nieuws, iets dat tot nu toe ongekend was, kennis te maken, als je om te beginnen de mogelijkheid openlaat dat het onbekende bestaat en wanneer je vervolgens nieuwsgierig en nederig genoeg bent om het te leren kennen, het in je als mogelijkheid te doen ontvouwen. En er moet een vraag zijn, want een vraag is de blauwdruk van het antwoord, de bouwtekening.

Ballet van de Slakkenmeisjes January 29, 2008

Posted by ideeflux in : Schilderijen , 2comments

Ballet van de Slakkenmeisjes

Kloten January 27, 2008

Posted by ideeflux in : Een nieuw Begin, +++ , add a comment

Mandarijn

Ik heb eindelijk weer eens een muis gevangen en terwijl ik mijn soep eet kijk ik naar hem of haar. Gevangen muis, bang natuurlijk.
Ik ben niet opgetogen maar verdrietig. Sinds ik mijn eigen angst zo duidelijk ben tegengekomen en ze dagelijks in de ogen kijk, ben ik milder geworden, om niet te zeggen eerder geraakt door de oneindige kwetsbaarheid van het leven.
Mijn kloten liggen in hun lauwe zak op de koude rand van de keukenstoel. Ik ben van vlees en bloed vandaag, dat wil zeggen van materie. Dat wil soms zeggen: ‘maarliefstmaterie’, heilige stof, onkenbaar deelgenoot van ons bestaan. ‘Energie’, zeggen wij, met een blik alsof we het antwoord op alle vragen gevonden hebben; we vervangen het ene woord door het andere, dat is alles, maar dat zullen we elkaar nooit toegeven – de dingen zelf gaan onverstoorbaar hun gang achter hun dunne huid van woorden.

De muis is, nu ik opkijk, rustig zijn neus aan het wassen, terwijl Bach piano speelt op mijn radio. Toen ik eens op een berghelling gevangen zat, bleef ook daar de wind met bloemen spelen.

Soms daarentegen ‘slechtsmaterie’: alleengelaten moleculen draaien doelloos hun rondjes in een overigens lege ruimte.
‘Maarliefst- en slechtsmaterie, het gaat erom het juiste midden te vinden’, zeggen wij vertwijfeld tegen elkaar als gold het een formule die het leven zou kunnen bezweren.
Mijn kloten worden kouder, ik trek mijn kamerjas omlaag, en ook de muis doet wat hem het verstandigst lijkt. Hij schikt zich in de situatie en geeft zichzelf een uitgebreide wasbeurt.

‘De middenweg’, denkt muis, ‘bevindt zich niet alleen zelden in het midden, maar ligt ook voor iedereen en op elk tijdstip op een andere plek’.
Vrede is niet iets wat we buiten onszelf kunnen vinden, maar dat wist u al. Een cowboy bewaart zijn evenwicht op een bokkend paard: er is een hoop gedoe en beweging, maar de cowboy handhaaft zijn evenwicht op het paard met schijnbaar gemak. Je adequaat richten naar de omstandigheden, zou dat vrede zijn?

Met gepaste vertwijfeling tracht de muis zich een uitweg te zoeken uit zijn plastieken val, de onneembare vesting van de vrijheid.

Hemellichaam January 24, 2008

Posted by ideeflux in : Schilderijen , 1 comment so far

Cosmic Dance

Over Luiheid en de Plaats van Waaruit January 23, 2008

Posted by ideeflux in : Dialoog met Zelf, + , 1 comment so far

Van Waaruit

Zij vertelt erover, het is adembenemend. Het is mooi, ontoerend, rakend. Het is mischien wel het mooiste wat er is.
Wie laten we binnen onszelf aan het woord? Dat is de hamvraag. Wie willen we zijn, wat in ons verlenen we voorrang? Vanuit welke plek in onszelf spreken we? Daar zouden we ons rekenschap van kunnen geven. We kunnen spreken vanuit degene die angstig is, zich tekort gedaan voelt, of degene die denkt dat-ie niet goed genoeg is. We kunnen spreken vanuit degeen die zelfvoldaan is of stoer of zich zo wil voordoen. En we kunnen ook spreken vanuit het goddelijke in ons. Onszelf die zetel, die plek aanbieden en van daaruit spreken. Dat is helend voor onszelf en degenen die ons horen. Het is helend voor mijzelf om vanuit die plek te mogen spreken, vanuit de plek van eenheid, vanuit de plek waar we dezelfde zijn, waar we elkaar aanvoelen en respecteren. Het is helend voor mij om de goede woorden uit mijn eigen mond te horen. Om mezelf de ruimte geven alle facetten van mezelf aan te voelen, dat hele innerlijke koor van stemmen te horen en vanuit eenheid te spreken
Ik heb de neiging om vaak even een dutje te doen, me even terug te trekken uit het bestaan, te onthechten. Vandaag en gisteren ontdek ik dat er een keuze is. Ik kan toegeven aan dat gevoel van moeheid, – het verlangen er [even] niet te zijn – maar ik kan het ook laten. Ik kan in die moeheid in de wereld zijn.
Er daagt iets in de verte. Het is als een handschoen. Het is opeens alsof het leven als een handschoen over mij heen past, over mij heen zou kunnen passen, als ik het toelaat. Als ik het leven toesta om mijn heen te passen, zodat er geen afstand meer is tussen mij en mijn leven.
U weet hoe sommige mensen, in Turkije bijvoorbeeld, hun winkel runnen. Er is eigenlijk geen sluitingstijd. Hun winkel en hun leven zijn hetzelfde ding. Hun werk is niet anders dan hun leven. Zo zou mijn leven, dat wat ik doe, zeg denk, mijn leven kunnen zijn en niet iets dat als doel heeft mij opweg te helpen naar iets dat uiteindelijk mijn leven zou kunnen worden. Begrijpt u wat ik zeggen wil?
Dus deze twee dingen: spreken vanuit het goddelijke in ons, en de handschoen van eenheid. Het niet terug naar bed gaan, het niet rusten, het deze zijn, deze vorm van fitheid, niet-fitheid. Deze geluiden. Hier in zijn als een bes in de pudding, als water in water, als een hand in een hand, als een man in een vrouw.
Zo spreken en ook zo luisteren. Naar de ander luisteren alsof hij spreekt vanuit de plek van goddelijkheid, betekent de ander in de gelegenheid te stellen om zijn goddelijkheid te uiten, om in zichzelf op de goddelijke plaats te gaan staan.
Ik ben uw dienaar, ik sta bij u in het krijt. Ik ben uw gelijke. Ik sta naast u. Wij gaan door de dag. Ik zal aan u denken. Aan dit. Aan deze woorden, die niet de mijne zijn, maar die in mij spraken.

Ik ben jarig January 22, 2008

Posted by ideeflux in : Gedichten, ++ , 1 comment so far

Taart

dankuwel
voor uw goede gaven
voor dit wonderbaarlijke leven
voor alle mooie dingen
voor alle niet-mooie dingen
voor steeds weer iets nieuws
voor de mogelijkheid om verder te gaan
voor het ouder worden
voor het jong zijn
voor het
steeds weer opnieuw beginnen
voor de moed
de luiheid
voor de overgave
voor het
eindigen van dingen
voor het anders zijn
van andere mensen

Wijland January 21, 2008

Posted by ideeflux in : Droom en Werkelijkheid, ++ , add a comment

Samen

… op een of ander manier een begin maken, een begin forceren, door het papier vuil te maken, door er wat woorden op te smeren. Dan van een afstand kijken of het misschien toevallig ergens op lijkt. Zolang het nergens op lijkt is het goed. Droomwezens trekken zelden schone kleren aan. Een kok die een dikke buik heeft bewijst daarmee nog niet dat hij goed kan koken. Er zijn zaken aan de andere kant van de muur die het leven aan deze kant veel aangenamer zouden kunnen maken. Lijkt dit al genoeg op niets, zodat er iets nieuws uit geboren kan worden? Wij lopen lange dagen samen door onafzienbare weilanden. Wij breken ons hoofd over allerlei zaken, we zijn er bijna uit. Maar… er is niets te begrijpen. Op onze schouder zit een goede geest, die graag onze gids zou willen zijn, maar wij luisteren niet naar hem, we zoeken het liever zelf uit. We houden ons met bijzaken bezig, met geruis, met dat wat tussen ons en het leven instaat.

Er is niets te willen. Ik wil wel iets met letters, maar mijn willen duwt de letters weg, zodat ze geen woorden kunnen worden, zodat ze zinloze klanken blijven. Dan geef ik het op. Ik zet mijn hartsluizen open, ik laat tederheid stromen, aandacht, gebrek aan zingeving, gebrek aan wil, aan overtuiging en kijk de woorden stromen als tranen, als adermhaling, als dichtbije lichamelijke tederheid. Het maakt niet uit dat ik steeds verkeerd begrepen word. Wij leven in verschillende werelden. Als de zon in het ene land opgaat, gaat hij onder in het andere en toch is het dezelfde zon. Wij hoeven elkaar helemaal niet te begrijpen, dat is het grote misverstand. Wij zijn steeds bezig met dat wat ons gescheiden houdt, met de heg, het hek, met dat waarvan we denken dat het ons anders maakt.
Ik bouw een hek van woorden, ik scherm een stuk gebied ermee af. Binnen dat hek groeien woorden als lianen, als woekerende aardbeienplanten. Het is mijn tuintje en ik kan straffeloos net zoveel van mijn eigen aardbeienwoorden eten als ik wil, maar misschien zijn ze wel giftig voor iemand anders. Als ik door de poort ga kom ik in een woest land. Niemand heeft hier de woorden ooit water gegeven. Ik denk dat er niet te leven valt, te droog, te winderig. Hier willen geen aardbeien groeien en dus leven er mensen waarvan ik de gebruiken maar niet kan begrijpen, niet wil begrijpen. Zij hurken bij elkaar in lage huizen, tegen de wind, de koude. Zij hebben nog de oude gewoonte van mededeelzaamheid, van het delen van voedsel, van gemeenschap, van vanzelfsprekende vriendelijkheid. Het is hartverwarmend, maar ik houd ze voor onnozel. Dat samen is hun enige manier van overleven. Ik vind het van een grote schoonheid, maar… zo primitef. Het is duidelijk dat ze nog een hele ontwikkelingsgang door te maken hebben. Zij hebben nog niet geleerd elkaar niet meer nodig te hebben bijvoorbeeld.

Zorg en Waarheid January 20, 2008

Posted by ideeflux in : Politiek!, ++ , add a comment

Zwanen

Er is een zacht voelen in mijn buik en een woesj van auto’s op nat asphalt. Gisteravond schreeuwden ze voor mijn huis, er was iemand dronken. De man maakte amok, de vrouw snikte hysterisch.
Ik zag een natuurfilm in de bioscoop. Moeders en kinderen. IJsberenmoeders, eendenmoeders, olifantenmoeders, vossenmoeders, walvissenmoeders. De volledige instinctieve toewijding van moeders aan hun kinderen, dat is waar al het leven van deze planeet op gebaseerd lijkt te zijn.
De rol van mannen kwam, in deze film althans, wat minder uit de verf. In het begin zag je in de eindeloze poolnacht één enkel dier rondlopen, het was een ijsbeer, een man, natuurlijk. De mannelijke ijsbeer, zei de voice-over even later, houdt zich instinctief enkel en alleen met zijn eigen overleving bezig. Dan zien we de toewijding van ijsberinnen, moedereenden en moedervossen, en het matriarchaat, het krachtige en zorgende leiderschap bij de olifanten dat in de handen ligt van het oudste wijfje.
Het volgende moment dat er in de film sprake is van een man is, als we een paradijsvogel op Nieuw-Guinea een uitzinnige paringsdans zien uitvoeren. Het is van een aangrijpende schoonheid, maar zijn versierpoging mislukt.
Aan het eind van de film zien we de mannetjesijsbeer terug. We zien hoe hij wanhopig en gefrustreerd van de honger een kudde walrussen aanvalt. Hij bijt manmoedig in de speklagen, maar het lukt hem niet om zelfs maar een walrusjong te overmeesteren. Uitgeput zien we hem zich schikken in zijn lot. Vlakbij de walrussenkolonie, die voelt dat ze niets meer van hem te vrezen heeft, vlijt de ijsbeer zich neer, om te sterven.
Hoe is het dan bij de mensen? Je wordt er treurig van als je bedenkt hoe de mannetjesmens zich gedraagt op deze planeet. Wat voor gebrek aan zorg jegens zijn mededieren en de planeet hij ten toon spreidt. Ik zou er op een hele radicale en bittere manier feministisch van kunnen worden, ware het niet dat ik zelf een man ben, een gefrustreerde mannetjes ijsbeer, die op onhandig manier aan het bijten is in de speklagen van zompige leugens.
De enige mannelijke kwaliteit waarvan ik denk, die zij in deze uitzichtloze situatie enige verlichting zal kunnen brengen, is het spreken van waarheid. Waarheid als een zwaard, waarheid om zin en onzin van elkaar te scheiden, een blinkend zwaard waarin de waarheid voor eenieder zichtbaar wordt.
Nina had naar de aftiteling van de fim zitten kijken en zij zag nog wèl een lichtpuntje. Er was in die film blijkbaar toch een hoopvolle en goede rol voor mannetjesdieren weggelegd: de film was door mannen gemaakt.

Verlangen als Voedsel January 17, 2008

Posted by ideeflux in : Buikspreker, Schilderijen, +++ , add a comment

Verlangen

Dat wat er niet is. Hoe dat wat er niet is ons inspireert, hoe wat wij zijn zich uitstrekt in dat wat wij niet zijn of niet lijken te zijn.
De God die er niet is. Dat Hij er niet is, is zijn vorm van zijn. Hij vacuümtrekt ons hart naar openheid, naar naakt staan onder lege hemel. Wij weten niets over al dat soort dingen, maar is dat een reden om erover te zwijgen?
De geliefde die er niet is. Chams de Tabriz, de grote, vaak afwezige liefde van Rumi, die de heilige boeken in het water smeet en ze er even later droog weer uithaalde. Ik zat bij zijn graf, dat is te zeggen, de plek waarvan sommigen zeggen dat hij er begraven zou liggen, maar waarvan anderen fluisteren dat hij er helemaal niet is. Ik vind dat geweldig, want het is helemaal inherent aan de natuur van Chams om er al of niet te zijn, zelfs als dode. Was hij er eigenlijk wel ooit? Ik voel Chams in mijn hart, de enige plek waar ik hem kan ontmoeten.
Je hebt dat toch begrepen met die wetboeken? Papier is droog, is bordkartonnen wijsheid. Woorden betekenen niets als ze niet in jou tot vlees en bloed worden. Als dat wat geschreven staat niet in jou in de stroom des levens wordt opgenomen, heeft het geen enkele betekenis. Daarom gooide ik die boeken in het water, om ze naar de vorm te vernietigen, en naar inhoud tot leven te wekken. Even later haal ik ze er droog weer uit, omdat zij in hun bordkartonnen vorm steeds opnieuw grote betekenis kunnen hebben voor degene die bereid is ze in zijn eigen stroom onder te dompelen, te laten smelten. Dat betekent het wat ik deed. Het gaat over de relatie tussen vorm en inhoud. De vorm moet geslacht worden, geopend, geofferd, om bij de inhoud te kunnen komen, en toch, is het anderzijds enkel in een zekere vorm dat dingen tot ons kunnen komen. Zo was ikzelf ook, ik smeet de boeken in het water, ik gaf je wijn te drinken en even later was ik weg, je achterlatend met een gapend gat, vormloosheid, leegte. Als je zucht, als je zegt: ‘wat pijnlijk, hoe kun je me dat aandoen’, dan heb je het niet begrepen. Mijn afwezigheid is mijn geschenk aan jou. Jouw uitreiken naar mij die er niet is, is het aller kostbaarste voedsel voor je ziel. Jij bukt je voorover om te drinken, je hebt zo’n dorst en zo’n verlangen. Dan val je zelf als een heilig boek in het water, je wordt met de stroom meegezogen, je bent vol van leven, je bent water in water, je vorm is verdwenen en je inhoud komt naar buiten, je bent overal. Even verder wordt je droge vorm weer uit het water gevist. Je vorm is enkel een vat om water naar de zee te dragen.
Snap je nu als ik zeg dat ik er ben en dat ik er tegelijk niet ben? Dat ik in vorm aanwezig ben, maar dat die vorm enkel dient om mijn vormeloosheid te bevatten?
Ik ging heen om mijzelf te vermenigvuldigen. Om mijzelf net zo aanwezig te maken als Chams. Om de wijze boeken in mij te laten smelten zodat ze als een rivier door mijn aderen zouden stromen, mij zouden voeden. Ik ben weg, ik ben verdwenen, ik bukte mij voorover om te drinken en loste op in mijn eigen woorden.

Een Koud Strand January 15, 2008

Posted by ideeflux in : Tot Jou gesproken, ++ , add a comment

Koud Strand

Hij heeft zichzelf een veilige plaats gevonden, een gedachterots waaraan hij zich vastklampt terwijl de woedende zee van emoties net onder hem op de lege oevers beukt. Hij is murw. Als hij mij aankijkt zeggen zijn ogen: geloof mij op mijn woord, vraag mij niets, twijfel niet aan wat ik zeg anders word ik waanzinnig. Wij kunnen niet meer bij elkaar zijn, hij en ik. We verdragen elkaar niet meer. Wij zijn van het tegengestelde gemaakt, zouden we elkaar werkelijk ontmoeten dan lossen we in elkaar op, dan blijft er niets meer van ons over. Daar hebben wij allebei geen zin in en dus wisselen we beleefdheden uit. We wandelen langs het vlakke en veilige strand van onze nietszeggendheid. Wij zijn voorkomend met elkaar, omzichtig. Wij dragen er zorg voor dat de mascara van de ander niet uit zal lopen. En ja, we redden het. Als we afscheid nemen is het allemaal nog steeds goed, zijn we nog steeds zogenaamde oude vrienden. Ik weet niet hoe snel ik me uit de voeten moet maken. Ik koop een krant om me te warmen aan het wereldleed, maar het is niet genoeg, en de rest van de middag zit ik onder een dekentje. Wie in mijzelf heb ik zo in de steek gelaten dat ik het niet warm meer krijg?