Leven zonder Mij June 22, 2011
Posted by ideeflux in : Een nieuw Begin, Schilderijen , add a comment
Gisteren in de auto zag ik een wolk die precies de vorm had van de lichte pijn in mijn rug.
Ik doe zelf niet veel, maar rond mij krijgt alles moeiteloos gestalte, en in dat alles ben ik op een of ander manier toch nog wel aanwezig, al was het maar als een subtiele vorm van aandacht, als waarnemer of toeschouwer.
Het hout dat zich onder andermans handen slijpt vormt mijn ziel, heelt mijn wezen. Innerlijke weerstand wordt overwonnen terwijl zij het weerbarstige plaatijzer buigen en snijden om het naar hun wil te vormen. Ik ben de wereld die ik zie en zij beweegt zich in mij. Het dansen van de takken met de zacht trillende bladeren herken ik in de cellen van mijn lichaam. Het beweegt, ik word bewogen. Het enige dat ik aandraag is dat ik opgehouden ben me er tegen te verzetten, dat ik me laat gebeuren.
Ik ben een hooghartig persoon, ik woon in een koud en winderig gebouw met hoge ramen. Er zijn veel mensen nodig om mijn leven comfortabel te maken, maar ik heb geen weet van wie die mensen zijn, wat hen beweegt, hoe ze zich voelen, hoe hun leven er uit ziet, noch ben ik daarin geïnteresseerd. Eigenlijk ontken ik de werkelijkheid van hun bestaan in alle toonaarden en dat niet alleen: ik wil het liefst niets over ze weten, ik wil niet het risico lopen dat ik door ze te leren kennen bij hun lot betrokken zou geraken, ik wil mezelf niet verliezen in verbondenheid.
Er is nog iets anders.
Als iets staat te gebeuren wat afwijkt van de dagelijkse routine, wil ik dat het zo snel als mogelijk over is. Juist bij zaken die anderen als prettig of gezellig ervaren kijk ik altijd uit naar het moment dat het voorbij is, wanneer het over en gedaan is, wanneer we, zoals ze zeggen er, met een al of niet plezierig gevoel op terug kunnen kijken.
Eigenlijk wil ik dat er niets gebeurt, dat niets mij beroert, dat ik onberoerd kan zijn en blijven. Dat onberoerd zijn noem ik vrede. Eigenlijk wil ik, als je het op een meer uitgesproken manier zou willen zeggen dat het leven over is, voorbij, afgesloten, iets dat gebeurd is en waar ik met tevredenheid op terug kan blikken.
Op een dag komt er een man aan de poort. Ik heb uitdrukkelijk orders gegeven dat er niemand, maar dan ook niemand wordt toegelaten die zomaar aan komt kloppen, maar deze man schijnt zo’n bijzonder verhaal te hebben, dat mijn bedienden besloten hebben zijn bezoek bij mij aan te kondigen en ik, op mijn beurt heb het gevoel hem niet te kunnen weigeren.
Als hij binnenkomt gebeurt er iets in mijn lichaam. Het is mijn hart, maar daar ben ik me op dat moment niet bewust van. Ik staar in de ogen van de onbekende, zie zijn lippen bewegen, maar hoor niet wat hij zegt. Hij krijg de mooiste kamers van het huis en hoewel ik het me niet herinner schijn ik daar zelf opdracht toe gegeven te hebben.
Hij blijft bij mij, bij ons, en alles verandert. Het licht schijnt, het huis is warm en open en wordt bevolkt door mensen van allerlei slag die ik nooit eerder heb ontmoet. Ik hoor hun stemmen en ik hoor zen lachen. Ik ben verheugd en verbaasd over wat we te eten krijgen voorgeschoteld wanneer we aan tafel gaan. De groenheid van de salade! Uit eigen tuin zeggen ze en hebben een vanzelfsprekende en zelfbewuste trots en openheid als ze me aankijken. We eten als een grote familie. Ik heb niets te zeggen, ik heb werkelijk niets te zeggen, niets meer te zeggen, weet niets te zeggen.
Het neemt geen einde, want het is niet meer te stuiten. Mijn hart ligt geopend en al op tafel. Zo rood! Het vormt het hoofdgerecht. Uit eigen huis, zeggen ze tevreden. Ieder neemt een stukje en allen knikken goedkeurend. Ik proef er zelf van. Het is… heerlijk, het is onweerstaanbaar lekker. Dan volgt een dij, een bil. Als alles op is en er niets meer van me over is, doen we de afwas. We zingen, we lachen, we dansen. het is dwaas maar begrijpelijk. Ik ben het dwaast van allen, zo licht als een veertje. De enige die nog blijer is dan ik is hij die in me is komen wonen. Het leven is ongeneeslijk wonderbaar. We leven, dat mag zo toch wel uitgedrukt worden, met zijn allen in een grote hand, de hand van het oneindig veel grotere, dat zo groot is dat we haar liefhebbende ogen wel kunnen voelen, maar niet kunnen zien.
Door mijn Liefde June 19, 2011
Posted by ideeflux in : Het Hart Helen , add a comment
Geest van de wereld verras mij met je levenskracht, je vermogen om alles nieuw te maken. Breng me een verhaal, zing een lied door mij.
Ik ken de hele wereld als mijn broekzak want ik heb in alle tijden en overal geleefd. Als ik mijn ogen sluit kan ik me waar ook ter wereld en ver daarbuiten thuis voelen. Ik weet hoe alles ruikt, hoe zonlicht op een vergeten hoekje valt, hoe kleding op bepaalde plekken harder slijt dan op andere. De vraag is, hoe ik mijn angstkuiten kan kwijtraken, zodat ik weer op de wereld kom te staan. Geef mij een droom die mij sterker maakt.
Ik ben een vrouw in Midden-Amerika. Ik woon in een klein dorp. De ruimte tussen de huizen is van aangestampte aarde. Ik maal maïs. Ik heb geluk want ik heb een goede man, maar ik leef in een cultuur waar de vrouwen weinig rechten hebben en veel plichten. Ik doe mijn plicht met liefde. Ik lijd niet. Op een of ander manier heb ik een grote innerlijke ruimte waar ik mijn energie en mijn liefde vandaan haal.
Het dorp is niet erg mooi of liefdevol. Er is vrij veel ellende en pijn, maar ik slaag er in de pijn van het dorp in mij op te nemen en in mij te neutraliseren. Ik dompel het dorp als het ware in mij, in mijn liefde onder en zo heel ik het dorp en alle mensen daarin. Dat is wat ik doe wanneer ik het meel maak voor mijn maïskoeken.
Als men mijn maïskoeken eet geniet ik in stilte. Mijn koeken zijn populair, ze worden met graagte gegeten. Ik geniet ervan om te zien wat voor uitwerking de koeken op de mensen hebben. Zijzelf hebben niets in de gaten, maar ik kan het verschil duidelijk zien. Het verschil tussen hoe de mensen zijn wanneer ze nog niet gegeten hebben en wanneer ze wel gegeten hebben.
Na de maaltijd ligt er een deken van rust over het dorp, maar ik ben klaar wakker. Ik ga van ziel naar ziel en neem hen de biecht af, zoals ik dat noem. Terwijl ik dat doe word ik begeleid door een groene god uit een oude lang vergeten traditie. Toen hij pas bij me kwam was hij erg gewelddadig, hij sprak kwaad over anderen en stelde me voor hen te mishandelen, te doden, maar ik heb hem getemd. Nu eet hij uit mijn hand en doet alles voor mij. Zo gewelddadig als hij eerst was, zo krachtig is nu zijn genezende gave.
Vannacht had ik een droom. Ik was in een straat die ik niet kende. Mensen liepen door elkaar, ik geloof dat het een soort markt was. Tussen hen in rende een zwarte jongeman die van top tot teen bedekt was met bulten. Hij zag me niet, maar ik kon zijn eenzaamheid voelen, zijn verstotenheid, zijn niet gewild en niet geliefd zijn hier in deze wereld. Als mensen je niet willen is het erg moeilijk jezelf te willen. Als mensen je niet met liefde behandelen, hoe kan je dan de liefde vinden om jezelf met liefde te behandelen? Het moet ergens vandaan komen. Waar komt de liefde vandaan?
Ik had hem graag mee naar huis genomen en in bad gedaan. Ik zou zijn moeder willen zijn, zijn geliefde. Ik werd wakker met een geschaafd hart.
Vandaag is alles anders, of nee, niet anders. Vandaag is alles precies hetzelfde maar veel sterker, veel uitgesprokener dan normaal. Alsof alles een intensere kleur heeft. De maïs is geuriger, het meel is krachtiger, het deeg steviger. De zon schijnt heter, mijn liefde is groter, de groene god die me begeleidt op mijn ronde na de maaltijd is in bloedvorm. Ik neem elke ziel van het dorp in mijn armen en wieg ze in slaap, wieg ze in mijn liefde, doe ze in het bad van mijn liefde.
Daarna ga ik met mijn groene god op mijn mat liggen, wij slaan de armen om elkaar en mijn hart ontbrandt met zulk een fel licht dat ik bang ben me te branden, dat ik bang ben dat het hele huis, het hele dorp af zal branden van mijn liefde.
Ik ben het hart van de wereld. Door mij, door mijn liefde, wordt alles heel.
Hoe draag ik vrucht? June 18, 2011
Posted by ideeflux in : Luisteren , add a comment
Mijn zoeken naar woorden brengt mij naar het woordloze. Ik tast de hemel af naar een signaal, een teken. Ik zie enkel kleuren in diverse schakeringen violet, blauw, roze, geel, en turkoois.
- Het is goed. Het is goed dat je hier bent, dat je teruggekomen bent. Als je een vraag hebt kun je die stellen, maar het is niet verplicht een vraag te hebben, het is zeker minstens zo goed om in de vrede van het antwoord te vertoeven.
- Ben ik niet te veel in overgave?
- Je kan niet teveel in overgave zijn. Uit overgave wordt al het nieuwe geboren. Wees stil en wacht.
- Wat kunnen we doen met Vasili, onze kat die ziek is?
- Wees dichtbij en liefdevol, respecteer zijn wil om zich af te zonderen, maar houd een oogje in het zeil. Het is goed met hem.
- Hoe kan ik mijn leven dienstbaar maken aan het grote geheel?
- Je bent nog steeds met je ego aan het worstelen. Alles wat daaruit geboren wordt heeft pretentie en mist zuivere kracht en richting. Denk aan de grote witte vogel, geef je over en je komt waar je wezen moet.
Vanuit het gemak geboren laten worden, vanuit het niets doen, vanuit het luisteren. Hij luisterde. Hij luisterde naar de wind, de regen, de vogels, de auto’s, de kinderen, de mensen.
De jaren gingen voorbij en hoe meer hij luisterde, des te meer kwam hij in vrede. Uiteindelijk kon de vrede waarin hij zich bevond niet onopgemerkt blijven. Het straalde van hem uit. Mensen kwamen graag bij hem om hun verhaal te doen en hoewel ze nooit een antwoord kregen gingen ze toch altijd opgeruimd en met een licht gevoel naar huis.
Het is niet zo dat de man niets deed. Wanneer het tijd was om te zaaien, zaaide hij, wanneer het tijd was om te oogsten oogstte hij, hij kookte zijn maaltijd en deed de afwas en zorgde liefdevol voor zijn vrouw en kinderen met hetzelfde gemak waarmee een appelboom in de lente bloesems en blaadjes krijgt, aan het eind van de zomer appels draagt om in de herfst zijn blaadjes te laten vallen. Alles op de juiste plaats en tijd.
Hij luisterde.
Hij luisterde naar wat er gedaan diende te worden en deed dat. Net als de appelboom die nooit iets voor de wereld deed en toch elke zomer vrachten met appels afleverde, zo deed de man niets voor de wereld, en droeg toch vrucht. Zijn vrucht was vrede.
Luisteren June 17, 2011
Posted by ideeflux in : Luisteren , add a comment
Ik luister en hoor de geluiden van hier. Zonder me in te spannen kan ik me voorstellen ergens anders te zitten en de geluiden van daar te horen. De geluiden zijn uiteraard verschillend, maar wat hetzelfde is, is het luisteren, de houding van luisteren en de stilte die door die houding de waarneembare achtergrond vormt waartegen de geluiden zich aftekenen, waartegen het leven zich aftekent.
Er is een stilte die blijkbaar de liefdevolle, opmerkzame achtergrond vormt van ons leven en door te luisteren kunnen we ons met die stilte vereenzelvigen en de woorden horen die vandaar naar ons toe sijpelen.
Er is hier veel liefde voor jou, als van een moeder voor een kind, fluistert het. Het is ons dierbaar, jij bent ons dierbaar. Alles wat we zien is ons dierbaar. Vandaag is het de eerste keer dat je dit hoorde, want vandaag was het de eerste keer dat je luisterde. Kom terug zo vaak je maar wilt, want wij zijn oneindig blij wanneer je komt. We verwachten je. Wij zijn altijd hier.
Zoals dit June 16, 2011
Posted by ideeflux in : Ideeflux, Lieve Gedachten , add a comment
Het toverpapier is wit maar als hij er met zijn zachte handen over strijkt verschijnt het portret van de Christus met de meedogende ogen. Dit gebeurt in hemzelf en nu staan die ogen aan het innerlijke hemelgewelf en kijken liefdevol naar alles wat daar is, naar alles wat er is. Nu richten die ogen zich op en kijken vanuit de innerlijke hemel door zijn eigen ogen naar de wereld.
Ik raak alles om me heen met tederheid aan, omdat ik weet dat we maar zo kort samen zijn. Het gaat langzaam, maar stap voor stap bewegen we ons vooruit in de wetenschap dat wij het zelf zijn die bepalen hoe de wereld er rondom ons uitziet. Er is geen houden meer aan, de liefde in ons zal zegevieren.
Ik las ooit een kort verhaal van een Vlaamse schrijver waarin hij een avond beschreef waarop alles klopte. Hij zou, zo schreef hij, die avond vast en bij zich willen houden als een zakdoek. Zo dierbaar als dat, dat weet ik zeker, kan ons hele leven worden. Onze hele zijnsspiegel schoongepoetst open, heldervoelend. Zo open en helder alsof niet bestaand, alsof zich niets tussen ons en het zijn bevindt.
Het zou kunnen zijn dat u denkt dat wat u hier leest vol is van pretentie, maar zo is het niet. Ik pretendeer niet iets te weten of te zijn. Het enige dat ik doe is dat ik dicht bij mijzelf ga staan en me van daaruit bij de hand neem en al schrijvende naar een plek voer die (nog) beter is dan waar ik al was. Ik neem mijzelf bij de hand en voer mij naar de volgende stap, die zacht en dichtbij voelt. Of u, die met mij meeleest, die stap naar zachtheid ook kan of wil maken heb ik niet in de hand.
In die zin schrijf ik voor mezelf, nee, voor mijn Zelf, en natuurlijk, gelijktijdig of in het verlengde daarvan eveneens voor jouw Zelf.
We hoeven niets vast te houden als een zakdoek, want de zachtheid heeft juist met het voorbijgaan te maken, met de breekbaarheid en tijdelijkheid der dingen.
Zoals dit.
Grijsblauw June 15, 2011
Posted by ideeflux in : Het Hart Helen , add a comment
Het innerlijke landschap met ademwind, bloedstroom en hartslag, maagmeer, suikerspiegel, af- en aanvoer kanalen van allerlei slag, bekabeling t.b.h.v. de elektrische informatiestroom en de oneindige nacht van de intermoleculaire ruimten. Boodschappers die af en aan rennen met nieuws en bevelen, de hormoonhuishouding en het lymfsysteem, het constante afstemmen van de energiebehoeften, het spel van vraag en aanbod op de markt van mineralen en metalen. Als er vrede heerst in het koninkrijk, dan is de wereld gewonnen.
Wij zitten oog in oog met elkaar maar zien elkaar niet. Gelukkig niet. We kijken aan onszelf en elkaar voorbij in het niet-mij, het niet door ideeën in bezit genomene. We ademen rustig en diep.
Ik weet werkelijk niet meer wie je was, maar je ogen waren van een grijsblauw waarin het onbegrensde een plek had gevonden en waar ik, of wat er nog van me over was, zonder vragen werd toegelaten. Een bergmeer met de reflectie van besneeuwde toppen, koel maar niet koud, onpersoonlijk en daardoor juist alomvattend. Alle plekken waar ik ooit was geweest die hierop leken werden tot leven gebracht en hier naartoe gevoerd. Ik die me met de zwaartekracht van mijn eigen verlangen hiernaartoe schrijf.
De aanwezigheid van planten in deze stilte. Hun onhoorbare ademen, hun aanwezigheid, de tederheid van hun zijn. Het feit dat de kat – enkel om ons te plezieren – af en toe miauw zegt, maar voor het overige zijn leven in stilte slijt. De onbeschermdheid, de kwetsbaarheid van hen die zich met hun hele wezen naar buiten keren, die niets achterhouden.
Over de wegen en paden van bemodderde dalen gelopen en zo mezelf thuis gebracht.
Met Open Ogen May 15, 2011
Posted by ideeflux in : Het Mompelen , 1 comment so far
Ik gooide wat zwarte vegen op het witte doek, maar de oude truc leek niets op te leveren. Of toch? Links onder in beeld was opeens duidelijk een drakenkop te zien die zichzelf in zijn staart beet.
Ik word wakker. Ik zoek houvast in dit oneindige, dit tomeloze. Mijn handen glijden over gladde lakens, mijn harige lichaam kan zichzelf niet ontkennen, zich niet verstoppen en zo gauw ik mij ontdekt heb, trek ik mijzelf aan mijn eigen staart uit het moeras van mijn droom omhoog. Eenmaal op het droge geslingerd word ik geschoren en met zachte dwang onder de douche geduwd. Ik spoel het droomslijk van me af, de drakenschubben, dat wat slaap genoemd wordt.
Ik heb een nieuw stuk gereedschap, waarmee je op een snelle en eenvoudige manier een paardebloem uit het gras kan verwijderen. Er stonden zo overweldigend veel paardebloemen in het gras, dat ik nooit overwogen zou hebben er de strijd mee aan te binden als dit apparaat het niet mogelijk had gemaakt. Elke dag haal ik zo minstens twee emmers paardebloemen op. Ik voel me een beetje een onnozel. Zo, denk ik, vecht de Amerikaan met de Talibaan. Omdat het mogelijk is, omdat ze er de machines voor hebben.
Of ik van mijn leven geniet?
Die vraag overvalt me en ik laat me er de verkeerde kant door op sturen. Het lijkt me niet helemaal de juiste vraag, zeg ik. Of nee, dat is het niet, de vraag is misschien wel okay, maar, zoals elke vraag veronderstelt het een zekere bekendheid met een aantal zaken die, op de keeper beschouwd, misschien wel helemaal niet zo be- of gekend zijn. Op deze sluipende manier manipuleert elke vraag haar antwoord, insinueert haar als het ware of bepaalt op zijn minst de bandbreedte waarbinnen zij gegeven kan worden.
Weet ik wat leven is? Is het van mij? Word ik geacht er van te genieten en zo ja, wat is dat dan, dat genieten, hoe ziet dat er uit? Waar is het de vragensteller eigenlijk om te doen?
Het paard achter de wagen spannen, de vraag achter het antwoord. De vraag als schepper van antwoorden, de uitvinding als schepper van behoeften. Wij als schepper van ons leven. Het stellen van de juiste vraag.
Alle deuren zijn open. Midden op de dag staat de ronde deur van de droomwereld wagenwijd open. Alle antwoorden zijn daar te vinden. Zij zweven daar rond in vrijheid en verbazing.
Ik sta met gebogen rug terwijl ik paardebloem uit het gras trek. Ik sta met mijn rug naar die ronde opening. Zij fluisteren mij van alles in het oor, maar ik verkies vaak niet te luisteren.
Of ik van mijn leven geniet?
Het is ongehoord spannend! Als je me de juiste vraag zou stellen zou ik ‘ja’ zeggen.
Waneer ik nog een keer naar het witte doek kijk zie ik iets… opzienbarends.
Het is niet zo dat de drakenkop zichzelf in de staart bijt. Nee, ik zie heel duidelijk dat de drakenkop zijn mond openspert en langzaam maar zeker uit zichzelf te voorschijn komt, zich uit zichzelf te voorschijn trekt, schoksgewijs, trillend als jong gras, eierlevendbarend.
Bij Voortduring March 20, 2011
Posted by ideeflux in : Het Mompelen , add a comment
Ik luister maar zit mijzelf voortdurend in de weg, want wil zo graag dat door mij. Dan luister ik weer: wekker, getjilp en oorverdovende stilte. Weer luisteren, maar nu door u, U, gij. Vrede, alles op juiste plaats, mededogen, een constant wenen van vreugde over het thuiskomen van verloren zonen, zoekgeraakte dochters. We hoeven niet naar troost op zoek te gaan want troost vormt de grondslag, de grondtoon van dit universum. Hoe diep je ook valt, je valt altijd in de wijdopengesperde armen van wat is. We komen thuis met elke hartslag, elke ademtocht. To belong is to belong to this moment. Mijn ademsarm, mijn gedachte-arm reikt niet verder dan dit.
Ik zit op het dak van mijn huis en wacht op een bootje dat me zal redden, of op een vloedgolf die me op zal tillen, mee zal voeren, oneindig licht zal maken. Er is levensloop en het beloop van de sterren, het draaien van de grote caleidoscoop van het universum, verschuivende prisma’s, verschuivende perspectieven.
Deze woorden zijn als roomsoesjes gevuld met niets en juist daardoor zijn ze zo… licht, zo betekenisloos, zo zalig smakend. Ik kleed me uit, ik bewonder mijn slanke lichaam, mijn gladde lange spieren, de kwetsbaarheid van de huidplooien, het teveel aan huid, de verkleuringen. Ik leg mij te rusten of ik sta weer op. Ik loop, ik sta, ik zit of ik lig. Het gaat al maar door. Wij gaan al maar door. Wij raken nooit vermoeid, wij dansen als de sterren, wij ontvouwen, wij ontvouwen onze bladeren in sprakeloze verwondering. Wij worden onophoudelijk een ander en blijven enkel daardoor steeds dezelfde.
Over de Dichtkunst January 15, 2011
Posted by ideeflux in : Het Mompelen , add a comment
Er is niets van onze gading, niets dat houvast biedt, niets dat gedaan moet worden. Wij zitten ieder onder onze eigen zon als een rij dames onder droogkappen. Wij zijn het licht en de ontvanger van het licht, wij zijn de gever van het cadeau en degene die het uitpakt. Wij worden zowel gevoed door degenen die na ons komen als door degenen die ons voor gingen, want wij hebben de laatsten nodig om de eersten op waarde te kunnen schatten. En andersom. Wij buigen voor elkaar, niet als knipmessen maar met de warmte van een handdruk. Wij houden de deur voor elkaar open, wij wijzen elkaar de weg. Het universum buigt zich uit. Er is geen einde. Alles wat een voorkant heeft, heeft ook een achterkant. Alles wat we kunnen zien, kunnen we juist daardoor ook niet zien, want ons zien verbergt het ongeziene.
Er humt een verwarming in huis. Buiten is het stil en wit en roerloos. De dag houdt haar adem in.
Soms worden we gedwongen gebieden in onszelf te bezoeken waar we dachten nooit meer terug te hoeven komen. Dan gaat het om de kwaliteit van onze aanwezigheid daar, want wij komen terug tot de laatste steen zich oplost in dankbaarheid.
Denk aan de dichtkunst.
Bouw geen zinnen als vestingwallen, eerder als uitkijktorens, als vergezichten. Als verkenners. Als spiegelbeelden van de innerlijke elegantie die je soms kan voelen.
Nu – dat voel ik tenminste zo – had ik u en mezelf graag ergens anders mee naar toe willen nemen, maar vandaag kom ik niet verder dan hier. Ik heb maar een hele kort schrijfadem, een slechte woordconditie. Ik strompel naar de rand van het bos als een hert dat bij elke stap dieper wegzakt in de sneeuw. Er is steeds minder te zien. Het hert verdwijnt, zinkt, zingt. Het landschap dat zich voor onze ogen ontvouwt is smetteloos wit, als het beloofde land dat onbetreden, als het papier dat onbeschreven.
Het Snurkorkest November 21, 2010
Posted by ideeflux in : Een nieuw Begin , add a comment
Ik zit aan de rand van de vijver, om te zien wat er omhoog komt uit de donkere diepte, om te zien wat zich wil weerspiegelen.
Ik heb blond haar. Het is windstil. Niets beweegt. Ik adem. Het ademt. Het ademt mij. Ik ben een dier. Mijn lichaam denkt voor zichzelf, handelt, reageert, en daarenboven heb ik een hoofd dat denkt. Het drijft als een lotusbloem op het water. Het water is mijn lichaam, de wolken zijn mijn gedachten, de groene bergen zijn mijn voorouders, mijn familie. Alles om mij heen is familie. Het ademt mij. Er is geen frons, geen argwanende gedachte in dit aanwezig zijn. Alles speelt zich in mij af, alles vindt plaats in mij, ik vind plaats in dit alles. Ik gebeur. Ik heb mij overgegeven aan dit gebeuren, er is hierin niets dat ik voor mijzelf houd, waarvan ik zeg: dit is van mij, dit is een gebied dat niemand mag betreden. Zulk een gebied is er niet. Zowel naar buiten als naar binnen zie ik dezelfde wereld. De ene weerspiegelt de andere zodanig dat ik niet meer weet wat binnen of buiten is. Het is vredig. Het is alomvattend, het laat geen ruimte voor twijfel. Alles is vol van zelf, van Zelf, van zelfvervullende voorspelling, van zelfspiegelende daden. Er is geen ruimte voor iets dat er op één of ander manier niet bij zou horen. Alles heeft immers een achterkant die, als je het goed bekijkt ook weer een voorkant is. Als ik inadem ademt het uit. Wij zijn één en hetzelfde wezen. Jij en ik, wij passen zo volledig in elkaar dat er geen ruimte overblijft. Een kind wordt in die ruimte geboren, bepaalt zijn profiel door de tussenruimte die het weet op te eisen en ademt mee in het grote orkest.
Wij liepen overdag met zijn allen naar hetzelfde doel, ieder voor zich, maar ’s nachts sliepen wij samen in grote slaapzalen, slaapzalen, waar wij massale dromen orchestreerden, waarbij we zelf de filmmuziek componeerden. Iedereen droeg daar zijn steentje aan bij, door al of niet in bed te draaien, door zacht of luidruchtig te ademen en natuurlijk door al of niet te snurken. Het machtige leger der snurkers voerde vanzelfsprekend de boventoon maar het was verrassend hoe subtiel de symfonie was die het ten gehore wist te brengen. Het maakte dat ik me thuis voelde, deel van het grote geheel.
Er was echter één solist die zijn snurkpartijen dwars tegen alle conventies in zaagde, een losgeslagen oersnurker, een snurkschurk, een snurkbandiet, een vrijgevochten losgeslagen anarchistische protestsnurker, die zich van de hele door ons onbewust opgebouwde civilisatie niets aantrok en alle democratische regels van fatsoen en afstemming aan zijn laars lapte. Het duurde twee vrijwel slapeloze nachten voordat ik er achter kwam welke alledaagse fysieke verschijningsvorm bij de oproersnurker paste. Het bleek een Fransman te zijn met een grote rode snor. Hij leek een beetje op de vishandelaar uit Asterix en Obelix die in de Nederlandse vertaling geloof ik Kostunrix genoemd wordt. Vanaf dat moment had ik er een dagtaak bij, namelijk het proberen te vermijden op dezelfde overnachtingplaats voor anker te gaan als de duivelse snurker. Ik kan me nog het gevoel van zelfvoldaanheid herinneren waarmee ik op een avond na een extra lange en snelle dagtocht onder de douche stond en voor de eerste keer durfde te denken aan een glorieuze overwinning en zachtjes voor mezelf fluisterde: mission completed, snurkmouse defeated. Maar wie stond daar met scheerzeep op zijn kin aandachtig en quasi onschuldig in de spiegel te turen toen ik eindelijk uitgedoucht was? Jawel het was Kostunrix zelf, de ongekroonde koning van het nachtelijke houtzagen, de dwarsliggende snurktoerist die al zo menig loper naar het heilig doel tot wanhoopsdaden had gedreven.
Ik moest er zelf om lachen. Het was het noodlot. Zie je wel, ik had geen keus, er is geen keus, wij kunnen niets buitensluiten, hoe graag we dat ook zouden willen, we moeten alles wat er is erbij nemen.
Die avond besloot ik mijn oren te openen en mijn harmonische ruimte op te rekken zodat ik in staat zou zijn le ronfleur terrible er ook bij te laten horen. En ja hoor, die nacht waren wij allemaal in bloedvorm. Het snurkorkest, de zucht- en steunsectie, de afdeling der piepende bedden en ik met mijn opgerekte hoorwilligheid. En… ja, ik had het kunnen weten. Vanuit een miezerig perspectief zou je het teleurstellend kunnen noemen als het niet eigenlijk veeleer een bewijs van de ondoorgrondelijke wijsheid van het universum was. Hij, mijn snurkvijand die ik nu, door mijn innerlijke tegenstrevingen op te geven, uiteindelijk tot snurkvriend, tot boezemsnurker had weten te transformeren, soleerde nog steeds – uiteraard, want dat lag door zijn krachtige volume, brede toonzetting en uitgesproken karakter nu eenmaal in zijn aard – maar op één of ander manier leek het te passen, leek het of hij, door zijn solopartij de andere muzikanten meer tot hun recht deed komen en alsof hij de totale performance door zijn strijdbare aanwezigheid meer reliëf en diepte gaf. Kortom, hij snurkte de sterren van de hemel. En ik? Ik genoot er maar kort van, want ik sliep als een roos.